Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

Goed weiden voor milieu en winst

Meer uren weiden en sturen op minder weideverliezen is goed voor portemonnee en milieu. Grasbossen spelen een veel grotere rol dan je denkt. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Cindy Klootwijk.

Voor het eerst in tien jaar vond een aankomende wetenschapper in Wageningen weidegang op melkveebedrijven interessant genoeg om er vier jaar promotie-onderzoek aan te wijden. Cindy Klootwijk promoveerde in juni van dit jaar op haar proefschrift ‘keys to sustainable grazing’.

Belangrijkste conclusies

De belangrijkste conclusies die ze trekt zijn financiële: met meer vers gras rechtstreeks in de koe en beter weidemanagement is op intensieve bedrijven die weidegang toepassen geld te verdienen. De koeien in de weideperiode gemiddeld per dag één kilo vers gras meer op laten nemen, is goed voor € 10 extra inkomen per koe per jaar. Meer vers gras kan leiden tot iets hogere broeikasgasemissies, afhankelijk van de graskwaliteit en de bijvoeding. Een hogere benutting in de wei zorgt tegelijk voor iets lagere N- en P-overschotten en broeikasgasemissies. Dat komt door minder aankoop van (eiwitrijk) krachtvoer en bijproducten, wat dus ook goed is voor de portemonnee.

In mijn onderzoek konden we voor het eerst de effecten voor milieu en inkomen samenhangend in één model doorrekenen

- Cindy Klootwijk

Klootwijk is blij met deze conclusie. “Het is immers vaak zo dat wat beter is voor het milieu ook duurder is en ten koste gaat van het inkomen. Door het weidemanagement te verbeteren gaat het dus wel samen. Dat wisten we wel ongeveer, maar in mijn onderzoek konden we voor het eerst de effecten voor milieu en inkomen samenhangend in één model doorrekenen en hebben we het verband ook hard kunnen maken.”

Beweidingsproef op Dairy Campus. Drie jaar lang is beweiden met een hoge veebezetting van gemiddeld 7,5 koe per hectare vergeleken in twee weidesystemen: roterend standweiden en stripgrazen. - Foto: Marten Sandburg
Beweidingsproef op Dairy Campus. Drie jaar lang is beweiden met een hoge veebezetting van gemiddeld 7,5 koe per hectare vergeleken in twee weidesystemen: roterend standweiden en stripgrazen. - Foto: Marten Sandburg

Inschatten van grasaanbod in de wei

Een tweede onderdeel dat eruit springt, is haar onderzoek naar het goed inschatten van het grasaanbod in de wei. De conclusie dat je met een grasmeter die voorraad goed inschat en dat het type beweidingssysteem daarbij niet uitmaakt, is niet zo spannend. Maar in het onderzoek van Klootwijk werd ook gedurende twee seizoenen bijgehouden hoeveel weiderest overblijft in de vorm van bossen rondom mestflatten. Die bossen blijken bij een volgende keer weiden van veel grotere invloed op het grasaanbod dan gedacht. Hier zat niets minder dan een blinde vlek in de methodes voor het inschatten van weidegrasaanbod. Het zijn uitkomsten waar de betrokken onderzoekers verbaasd en enthousiast over waren, vertelt Klootwijk.

Beweidingsproeven

De promovendus was op Dairy Campus betrokken bij de beweidingsproeven in het kader van het project Amazing Grazing. Drie jaar lang is beweiden met een hoge veebezetting van gemiddeld 7,5 koe per hectare vergeleken in twee weidesystemen: roterend standweiden en stripgrazen. Voor het onderzoek was het goed inschatten van grasaanbod in de wei cruciaal om de bijvoeding op stal daar goed op af te stemmen in hoeveelheid en samenstelling. De proeven wezen uit dat koeien met een gemiddelde melkproductie van 27 tot 28 kilo in beide systemen gemiddeld ongeveer 6 kilo droge stof uit gras op kunnen nemen met alleen overdag weiden.

Blinde vlek

De verwachting vooraf was dat de opname bij stripgrazen hoger zou zijn, omdat het aangeboden gras langer is en dagelijks volledig vers. Klootwijk: “Met de kennis die we nu hebben over het effect van bossen denk ik dat we vooral bij stripgrazen iets meer gras hadden moeten aanbieden. Wij hadden zelf ook last van de blinde vlek waardoor we daar niet voor corrigeerden”. Het feit dat het gras bij stripgrazen meer tijd krijgt om ongestoord te groeien en er vaker kan worden gemaaid, helpt wel voor een hogere grasopbrengst: 11,5 ton droge stof per hectare tegen 10 ton bij roterend standweiden.

Gedrag van koeien

Het gedrag van koeien bij bossen is bij stripgrazen niet anders dan bij roterend standweiden. Kennelijk is de instinctieve reactie op de geur zo bepalend dat ze dezelfde afstand aanhouden, hoewel ze bij stripgrazen toch veel minder ruimte hebben om te selecteren. De metingen wezen uit dat het percentage van de oppervlakte met bossen in de wei toenam van 22% in het voorjaar naar 43% in het najaar in beide systemen.

Grasaanbod meten met drone

Voorlopig is het al een verbetering als veehouders en adviseurs bij het inschatten van grasaanbod met hoogtemeters de uitkomsten corrigeren voor het effect van bossen. Bijvoorbeeld 20% aftrekken in het voorjaar, 30% in de zomer en 40% in het najaar. Als grashoogtes worden gemeten met drones die multispectraalbeelden maken, kan daaruit vrij nauwkeurig het grasaanbod worden berekend, zo bleek eerder in proeven op Dairy Campus. Klootwijk onderzocht of het op basis van de camerabeelden ook mogelijk is om het niet benutbare gras van bossen eruit te filteren. Het blijkt vrij nauwkeurig te kunnen, al is er nog aanvullend onderzoek nodig om de apparatuur en formules verder praktijkklaar te maken. Als vaker metingen worden gedaan, kunnen met de gegevens betere formules en vuistregels worden ontwikkeld voor het schatten van grasaanbod met grashoogtemeters. Uiteindelijk komt grotere inzet van loonwerkerdrones in de praktijk in beeld. Door af en toe een meting van het hele bedrijf te laten maken, krijgen veehouders veel nauwkeuriger zicht op grasaanbod en grasgroei.

Drie strategieën vergeleken

Uit het recente beweidingsonderzoek kwamen veel gegevens beschikbaar over weidegang op bedrijven met een hoge veebezetting op de huiskavel en met een hoge melkproductie. Niet alleen over grasopnames en grasproducties, maar ook de relaties met voerefficiëntie en voeraankoop en milieugegevens zoals stikstof- en fosfaatoverschot, ammoniakemissie en uitstoot van broeikasgassen.

‘Typisch Nederlands’ melkveebedrijf

Klootwijk gebruikte die berg data om in een optimalisatiemodel een ‘typisch Nederlands’ melkveebedrijf met 50 hectare grond na te bootsen. Dit bedrijf heeft 40 hectare beweidbare oppervlakte en 10 hectare mais en benut derogatie. Er is een stal voor 83 melkkoeien en bijbehorend jongvee, maar het bedrijf kan meer koeien houden als daar rendement op te halen valt bij een investering van € 550 per koeplaats. Dat leidt tot een optimale bedrijfsgrootte van 96 tot 115 koeien onder de diverse scenario’s.

Drie beweidingsstrategieën

Doorgerekend werden drie beweidingsstrategieën: 6 uren weidegang, 9 uren weidegang of 15 uren weidegang en dit bij drie productieniveaus: 7.000, 8.000 en 9.000 kilo melk per koe. De uitkomst is dat meer uren weidegang en daarmee het opvoeren van de vers grasopnames gunstig uitpakt voor het inkomen. Bij 8.000 kilo melk neemt het inkomen met € 7.189 toe als de koeien 15 uren weidegang krijgen in plaats van 6 uren. Bij 9.000 kilo melk is die toename kleiner: € 4.056. Gemiddeld komt het neer op € 1.000 extra inkomen, € 10 per koe per kilo extra vers grasopname. (zie ook de tabel).

Effect beweidingsverliezen

Hierbij is ervan uitgegaan dat beweiding optimaal verliep, zodat de beweidingsverliezen rond 6% lagen, wat min of meer onvermijdelijk is. In de praktijk is dat echter vaak anders. Daarom liet Klootwijk het model ook doorrekenen wat het effect was van een stijging van de beweidingsverliezen naar 25%. Dit kost bij 7.000 kilo per koe en 6 uren weidegang bijna € 2.000 inkomen. Hoe hoger de melkproductie per koe, hoe groter het effect van minder efficiënte weidegang: bij 9.000 kilo per koe is het nadeel zelfs iets meer dan € 10.000. Bij hogere beweidingsverliezen nemen ook de N en P-overschotten per hectare en de broeikasgasemissies per kilo melk toe.

“Het zijn cijfers met een positieve boodschap voor melkveehouders”, zegt Klootwijk. “Met het beter benutten van het gegroeide gras is geld te verdienen en het werkt ook gunstig uit voor de milieucijfers.” Dat inkomen en milieu samengaan komt omdat een hogere benutting in de wei een besparing op aangekocht (eiwitrijk) krachtvoer en bijproducten mogelijk maakt.

Weideverliezen wat doe je eraan?

Beweidingsverliezen ontstaan door bosvorming, vertrapping van gras door looppaden en bij dammen en drinkwaterbakken. De belangrijkste zijn bossen, die ontstaan omdat de koeien een cirkel rondom mestflatten laten staan omdat de geur ze niet aanstaat. De oppervlakte van een bos is vrij stabiel zes keer die van de mestflat zelf, gemiddeld 0,067 m2. In acht weide-uren laat een koe gemiddeld vijf keer een flat vallen. Klootwijk berekende dat bij 183 weidedagen en een veebezetting van 7,5 koe per ha er uiteindelijk 29% van het weide-oppervlak is bedekt met bossen. Uiteraard is dat lager bij een lagere veebezetting op huiskavels, ook omdat er dan meer ruimte is voor schoonmaaien.

“Zodra koeien in de wei staan en niet grazen, vervuilen ze het land onnodig. Dat voorkom je vooral door het aanbod goed af te stemmen op de behoefte, omdat ze dan minder kunnen selecteren”, zegt Klootwijk. Andere tips:

  • Dagelijks omweiden (stripgrazen of roterend standweiden);
  • Laat koeien met trek de wei in gaan (voergang mag leeg!);
  • Indeling zo, dat koeien zich spreiden: dammen en drinkwater gunstig plaatsen;
  • Siesta-beweiding en on/off weiden laten koeien harder werken in de wei.

Laatste reacties

  • deB.

    Jongens toch, als je het zo goed weet, ga het dan lekker zelf doen man!!!

    Ben blij dat het winter wordt, deuren dicht, en rust in de stal.

    Wordt er nog voor betaald ook, zo'n stukje aannames vanachter een laptopje, van een herdertje


  • kiepel

    en toen kwam er een te droge zomer....
    en toen kwam er een te natte zomer....
    en toen konden al die onderzoekjes in de prullenbak.

Of registreer je om te kunnen reageren.