Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Zo ziet de Nederlandse maiswereld eruit

Boerderij schetst een beeld van de veredelaars, handelspartijen, areaaloppervlakte, opbrengsten en perspectieven in de Nederlandse maiswereld.

Net als in 2017 stond er ook in 2018 jaar ruim 205.000 hectare snijmais in Nederland. Het gewas wordt veelvuldig geteeld op zand- en lössgrond. Het zuiden en het oosten staan te boek als dé maisregio’s van ons land. Noord-Brabant (53.000 hectare), Gelderland (38.000 hectare) en Overijssel (35.000 hectare) zijn goed voor meer dan de helft van het totale areaal.

Het aandeel korrelmais (9.734 hectare) en Corn Cob Mix (4.506 hectare) was in 2018 iets hoger dan in 2017. Toen stond er 8.690 hectare korrelmais en 3.589 hectare CCM. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

Strengere regelgeving

In 2011 werd er nog 229.637 hectare snijmais geteeld. Als gevolg van de strengere wet- en regelgeving is het maisareaal de laatste jaren gedaald. Het percentage verplicht grasland voor derogatie werd verhoogd van 70 naar 80%. Indien de wet- en regelgeving niet verder wordt aangescherpt verwacht Arjan Lassche, Agro Service Manager bij KWS, geen verdere inkrimping van het areaal. “Veehouders zien de meerwaarde van mais nog altijd in. Vergeleken met gras is de drogestofopbrengst van mais op zandgrond enorm. Dat scheelt € 800 per hectare.”

In 2011 werd er nog 229.637 hectare snijmais geteeld. Als gevolg van de strengere wet- en regelgeving is het maisareaal de laatste jaren gedaald. Net als in 2017 stond in 2018 ruim 205.000 hectare snijmais in ons land. - Foto: Mark Pasveer
In 2011 werd er nog 229.637 hectare snijmais geteeld. Als gevolg van de strengere wet- en regelgeving is het maisareaal de laatste jaren gedaald. Net als in 2017 stond in 2018 ruim 205.000 hectare snijmais in ons land. - Foto: Mark Pasveer

Veredelaars

Veredelaars KWS en Limagrain (LG) hebben in Nederland beide 35 tot 40% marktaandeel en worden op gepaste afstand gevolgd door Pioneer. Andere kwekers op de Nederlandse markt zijn onder meer Syngenta, Caussade Zaden, Eurocorn, FarmSaat en Maisadour Semences. In de veredelingsprogramma’s gaat veel aandacht uit naar vroegrijpheid en oogstzekerheid.

Handelsondernemingen en mengvoerbedrijven

De eenheden maiszaad worden aan de man gebracht door coöperatieve handelsondernemingen en particuliere mengvoerbedrijven. Onder andere Agrifirm, CropSolutions, ForFarmers, Groeipartners, VisscherHolland, WPA Robertus, Vlamings en Van Maanen zijn voorname spelers.

Dirk Muilenburg – hoofd inkoop & verkoop binnendienst bij AgruniekRijnvallei Plant – merkt dat de interesse van mengvoerfabrikanten in verkoop van maiszaad toeneemt. “Wij spreken over akkerbouwmatig ruwvoer telen. Daarin is er naast aandacht voor kwalitatief goede genetica, steeds meer aandacht voor gewasoplossingen met bodem, bemesting, gewasgezondheid en conservering als belangrijke thema’s”, aldus Muilenburg, die met AR Plant deel uitmaakt van het handelsblok CropSolutions. “Wij hebben met CropSolutions een kleine 10% marktaandeel in Nederland.”

Loonwerkers zijn nog altijd een belangrijke partij in de maiswereld

Jos Groot Koerkamp, commercieel manager veehouderij bij Limagrain, ziet net als Muilenburg dat de verkoop van maiszaad aan het verschuiven is. “Voorheen liep de verkoop vooral via de loonwerker. Mengvoerfabrikanten nemen die plek steeds meer in. Toch zijn loonwerkers nog altijd een belangrijke partij in de maiswereld. Zij hebben veel kennis en spelen vaak een voorname rol in de rassenkeuze van de boer.”

Opbrengsten nog altijd in de lift

De opbrengsten van mais variëren in een gemiddeld groeiseizoen van 15 tot 18 ton droge stof per hectare. Kwekers zien nog altijd veel genetische vooruitgang bij de ontwikkeling van maisrassen. Strenge selectie resulteert in een jaarlijkse opbrengststijging van tenminste 1%. “In principe is het mogelijk om meer dan 20 ton droge stof per hectare te halen. Maar dat is nog vaker theorie dan praktijk”, aldus Arjan Lassche van KWS. De grens van de opbrengststijging is volgens hem nog niet bereikt.

Telers focussen zich meer op de korrel en zijn steeds beter in staat om het juiste oogstmoment te bepalen

Aangescherpte bemestingsnormen hebben daar de afgelopen jaren niets aan afgedaan. “The sky is the limit, zeker als de plant voldoende nutriënten en vocht krijgt aangereikt. We halen ieder jaar hogere opbrengsten, terwijl we al meerdere keren dachten de grens te hebben bereikt. Telers focussen zich bovendien meer op de korrel en zijn steeds beter in staat om het juiste oogstmoment te bepalen.”

De opbrengsten van mais variëren in een gemiddeld groeiseizoen van 15 tot 18 ton droge stof per hectare. Kwekers zien nog altijd veel genetische vooruitgang. - Foto: Ronald Hissink
De opbrengsten van mais variëren in een gemiddeld groeiseizoen van 15 tot 18 ton droge stof per hectare. Kwekers zien nog altijd veel genetische vooruitgang. - Foto: Ronald Hissink

‘Toekomst in wisselteelt’

Melkveebedrijven moeten in 2025 minimaal 65% van de eiwitbehoefte van eigen land of van land in de buurt halen. Dat staat in het adviesrapport dat de Commissie Grondgebondenheid dit jaar uitbracht. Dit zou ten koste kunnen gaan van het maisareaal. “Je kunt het zien als een bedreiging. Maar het prikkelt ons ook om te zoeken naar een oplossing”, aldus Arjan Lassche van KWS. In zijn optiek ligt de toekomst van de maisteelt in wisselteelt, met een winters vanggewas dat tevens dienst doet als hoofdgewas. Met steeds mildere winters als gevolg van de klimaatverandering heeft dat volgens hem zeker perspectief. “Het is milieukundig, economisch, maar ook vanuit maatschappelijk oogpunt veel meer verantwoord dan de huidige productiewijze.”

Eén reactie

  • bartje14

    Ach we gaan allemaal naar de tarweteelt, maken er sodagrain van om lekker van te melken en in augustus land weer vrij voor wat mest en grasinzaai. Keep it simple!

Of registreer je om te kunnen reageren.