Rundveehouderij

Achtergrond 6 reacties

Winstgevende koe staat centraal bij Peter Konijn

Met veel gras en weinig aangekochte producten moeten de Fries-Hollandse koeien het doen.

Het liefst weidt Peter Konijn zijn ‘Arenberg’-koeien van maart tot november. “De melk zit aan de grond”, omschrijft de veehouder zijn doel om gras maximaal te benutten. De keuze voor veel weiden stelt wel eisen aan het melkvee. Ook tijdens een buiige periode moeten de koeien blijven grazen en niet bij het hek gaan staan. Een beetje reserves, karakter en handigheid helpt het vee de lange weideperiode door. Daarom is de klassieke weidekoe nog steeds in zwang bij de familie Konijn-Bark.

Bedrijfsgegevens

67 Fries-Hollandse koeien
40 stuks jongvee
50 hectare kleigrond
11.000 kilo melkproductie per hectare

Lees onderaan het artikel meer kengetallen en overige gegevens over het bedrijf.

 

Goed zonder luxe

Konijn is tevreden over de huidige melkveestapel. “De productie is goed met hoog eiwit terwijl de kosten beperkt blijven.” Dat het economisch boeren telt in de Beemsterpolder blijkt uit de hele aanblik van de boerderij. Het bedrijf straalt degelijkheid uit waar mens en dier goed en efficiënt kunnen werken, maar extra luxe ontbreekt. “Veel weiden houdt de koeien gezond. Frisse lucht, veel beweging en gezond gras zijn prima ingrediënten.” aldus Konijn.
Lees verder onder de foto.

Peter Konijn (54) met Hendrika 1102. De koe valt op door haar formaat en kracht. Tijdens haar topproductie waren haar uier en conditie perfect. Aan het eind van haar lactatie heeft ze veel reserves. - Foto's: Henk Riswick
Peter Konijn (54) met Hendrika 1102. De koe valt op door haar formaat en kracht. Tijdens haar topproductie waren haar uier en conditie perfect. Aan het eind van haar lactatie heeft ze veel reserves. - Foto's: Henk Riswick

Droogte

Afgelopen zomer was het ook in Noord-Holland droog en heet. Daarna kwam er veel eiwit in het gras. Niet optimaal, maar Peter accepteert dat er ook perioden zijn dat niet de maximale productie gehaald wordt. De koeien hebben voldoende veerkracht om weer in goede doen te komen. ’s Winters is de melkproductie vlakker omdat het rantsoen dan constanter is. De koeien lopen in de stal met dichte vloer en stro in de ligboxen. De stromest is prima voor het land, de vruchtbaarheid van de grond en de grasgroei.

Het is niet de aard van Peter Konijn om te veel lofuitingen te tonen. “Ook bij ons komt er kalverdiarree voor en krijgen koeien uierontsteking. Het gaat allemaal niet vanzelf”, nuanceert hij. Als belangrijke aanvulling voor de veestapel noemt Konijn zijn 100 schapen. Die zorgen ervoor dat de grasmat in conditie blijft.

Van vee houden is een uitgangspunt

Eigen stieren

De fokkerij is een van de aandachtspunten op het bedrijf en ook daarbij is er niet veel poespas. “Er zijn boeren die vee houden en boeren die houden van vee. Ik behoor tot die laatst groep”, aldus Konijn. ”Van vee houden is een uitgangspunt en dat geeft zelfvertrouwen.”

Elk jaar houdt de veehouder enkele jonge stieren aan. Hun moeders zijn al jaren lang op het bedrijf en hebben altijd goed gepresteerd. Er loopt een stier bij de pinken en die mag het ook proberen op een koe die wat lastig drachtig wordt. Zo komt er een klein tiental vrouwelijke nakomelingen van een stier. Van enkele stieren heeft Konijn sperma ingevroren en die voorraad gebruikt hij langere tijd. Pas als er meerdere dochters aan de melk zijn, weet Konijn de kwaliteiten van de eigen stier zodanig in te schatten dat hij gericht kan paren. “Een gemeten resultaat geeft meer zekerheid en duidelijkheid dan alle voorspellingen vooraf.”

Hoge eiwitvererving

In het verleden heeft Konijn enkele stieren naar Ierland verkocht en ook andere veehouders hebben ervaring met de Arenberg Frans-stieren. Kenmerkend voor de nakomelingen van deze stieren zijn de goede productie en dat de dieren flink doorgroeien. “De Fries Hollandse koe is als vaars nog licht, jong en onvolwassen. Dergelijke kenmerken zijn geen mode, maar het is geen reden om de FH te passeren! Met een beetje geduld zie ik de voordelen van een sobere koe met een hoge eiwit-vererving die zonder veel problemen op een economische manier gras in melk en vlees omzet” aldus de Noord-Hollandse fokker.

Lees verder onder de foto.

In haar vijfde lijst gaf Hendrika 1099 in 305 dagen 10.151 kilo melk, 4.25% vet en 3.40% eiwit LW 100. 
Deze oudmelkse koe heeft veel lengte, een goede voorhand en productiekracht.
In haar vijfde lijst gaf Hendrika 1099 in 305 dagen 10.151 kilo melk, 4.25% vet en 3.40% eiwit LW 100. Deze oudmelkse koe heeft veel lengte, een goede voorhand en productiekracht.

Allemaal Hendrika

De Hendrika-stam is al jaren de enige overgebleven familie op het bedrijf. Onlangs kwam er een advertentie uit 1972 tevoorschijn waarin schoonvader Jan Bark 5 stieren te koop aan bood met de gemeenschappelijke moeder Hendrika 73. Nu loopt Hendrika 1550 in het hok.

Overigens gebruikt de familie Konijn niet de naam en nummer maar de oornummers om de koeien te duiden. Zo wordt Hendrika 1102 steevast ‘7362’ genoemd. Het is een vierdekalfs koe die de 305 dagen passeerde met 11.245 kg melk met 4,39% vet en 3,93% eiwit. Daarmee is zij de hoogst producerende koe ooit op het bedrijf.

Fokkerij is veel meer het voorkómen van onvoldoende functionerende koeien

Ze kan de melkgift ook nog aan zonder bemerkingen op haar gezondheid of conditie. Zij en Hendrika 1099 zijn de toppers van de stal. “Het belangrijkste vind ik het vooreind van de koe, licht Konijn toe. “Daar moet ruimte, breedte en kracht inzitten zodat koeien goed kunnen staan. Daarna komt de lengte van de koe en tenslotte het achtereind met ruimte voor het uier en stabiele beenstand.” Maar het is meer dan kunde, weet de Noord-Hollander. “Fokkerij is veel meer het voorkómen van onvoldoende functionerende koeien dan het fokken van toppers”.

Lees verder onder de foto.

De stier Arenberg Frans 261 heeft het afgelopen jaar bij de pinken gelopen. De eerste kalveren van hem zijn geboren. Peter Konijn is blij met zijn nafok.
De stier Arenberg Frans 261 heeft het afgelopen jaar bij de pinken gelopen. De eerste kalveren van hem zijn geboren. Peter Konijn is blij met zijn nafok.

Economie is leidend

Hendrika 1102 en 1099 zijn koeien die of aan het voerhek staan of liggen te herkauwen. In de zomer gaan ze als eerste naar buiten en steken ze de kop gelijk aan de grond om te vreten. “Dat zijn de koeien die ik graag zie. Uiteindelijk gaat het erom wie blijft en wie stopt. Dat geldt voor koeien maar ook voor boeren” zo vat Peter Konijn samen. Ondanks alle veranderingen, mode en veranderende waardering is de economie leidend. Alleen als je op een economische manier melk van gras kan maken behoor je tot de blijvers. De Hendrika’s zijn gebleven en Peter Konijn is ook van plan boer te blijven.

Kengetallen en overige gegevens

Rollend jaar gemiddelde: 7.805 kilo melk met 4.49% vet en 3.71% eiwit
Tussenkalftijd: 400 dagen
Krachtvoerkosten: € 7,14 per 100 kilo melk (inclusief bijproducten, kalvervoer, etc.)
Exterieur: geen bedrijfsinspectie
Gebruikte stieren: 4 van de 5 koeien zijn dochter van Arenberg Frans-stieren. Daarnaast zijn er dochters van Piet Adems, Grietman en Bernard 26. Huidig gebruikte stieren: Arenberg Frans 235 en 261, Jubilaris, Sem.
Fokdoel: koeien van 1,40 meter groot met ruimte en kracht in de voorhand waardoor een melkrijke koe ontstaat.

Laatste reacties

  • raymond

    Toekomst muziek.!!

  • farmerbn

    Helemaal eens met de fokkerij-visie. Waarom is de beste koe van stal de beste? Omdat die beste koe het beste past bij de stal en het management. Verander je dat niet dan zal een stierkalf van die koe ook dieren geven die perfect in die omgeving passen. Een stier uit een Canadese koe die altijd op de grup staat of een stier uit Amerika waarvan de koeien alleen mais en graan krijgen, hoeven niet de beste keuze te zijn voor deze boer.

  • Tuig

    Halster zit wel wat vreemd. Verder mooie gebruikskoe.

  • el

    Prachtig!

  • el

    Prachtig, denk dat die koe ook zonder halter wel blijft staan!

  • koestal

    horens zijn ook vreemd

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.