Rundveehouderij

Achtergrond

Welk maisras kies jij volgend jaar?

Bij de keuze van een maisras laten veehouders verschillende aspecten meewegen. Een aantal geraadpleegde veehouders kiest volgend jaar voor een vroeger ras. Ook veel zetmeel is een belangrijk argument.

Het maisseizoen 2019 lijkt nog ver weg maar veehouders denken al na over de rassenkeuze en eventuele teelttechnische veranderingen. Volgens Jos Groot Koerkamp, commercieel manager veehouderij Limagrain, bestellen de meeste veehouders in februari het zaaizaad en is de keuze dan gemaakt. “We zien wel een verschuiving naar voren en naar achteren. Een deel wil zekerheid hebben over de beschikbaarheid van een bepaald ras en kiest eerder. Anderen willen de situatie in het voorjaar beter in beeld hebben voor ze bestellen.” Naast de rassenkeuze kunnen veehouders nadenken over veranderingen in de teelt zoals bemesting, vochtvoorziening en eventuele bodemverbeteringen. Een enkeling kiest voor een andere teelttechniek.

Uit een enquête blijkt dat bij het kiezen van een maisras de opbrengst per hectare en het zetmeelgehalte belangrijker zijn dan landbouwkundige aspecten als ziektegevoeligheid. - Foto: Henk Riswick
Uit een enquête blijkt dat bij het kiezen van een maisras de opbrengst per hectare en het zetmeelgehalte belangrijker zijn dan landbouwkundige aspecten als ziektegevoeligheid. - Foto: Henk Riswick

Bewuste rassenkeuze

Met het bijzondere afgelopen jaar in het achterhoofd zal er meer focus zijn op aspecten als droogte, stevigheid en ziektes als builenbrand, verwacht Oscar Koppelman, area salesmanager bij Pioneer. “Maar meer bepalend verwacht ik de eis dat veehouders op zand en löss vóór 1 oktober een groenbemester moeten hebben ingezaaid.” Hij verwacht niet dat iedereen naar vroege rassen kan of wil overschakelen waardoor onderzaai het enige alternatief is. In het algemeen ziet Koppelman dat veehouders door alles waar ze mee te maken hebben meer bewust een rassenkeuze maken. De geraadpleegde veehouders op deze pagina’s geven daar ook blijk van.

Meeste veehouders gaan niets anders doen

Van de 227 veehouders gaven 135 dit antwoord; dat is circa 60%. Bij degenen die wel iets veranderen, gaat het vooral om een ander ras (43), zorgen voor een betere vochtvoorziening (22) of betere voorbereiding (11). Opvallend genoeg zegt een aantal veehouders ook dat ze stoppen met de maisteelt.

Veehouders die een ander ras kiezen, leggen daarbij vooral de nadruk op de vroegheid (28), opbrengst (27) en zetmeel (20). Landbouwkundige eigenschappen als stevigheid en gevoeligheid voor droogte en ziektes worden minder genoemd.

Ruim de helft van de respondenten heeft een middenvroeg ras; daarna volgt een kwart met een vroeg ras. Slechts 4% heeft een ultravroeg ras. Bijna driekwart van de maisteelt van de deelnemers aan de enquête teelt op zandgrond. Ongeveer een vijfde deel van de veehouders teelt op klei. Bij slechts een handjevol groeit de mais op veen of veenachtige grond.

Veehouders op zand- en löss moeten vanaf volgend jaar voor 1 oktober een groenbemester hebben ingezaaid. Een kwart van de respondenten geeft aan hieraan al te voldoen. Degenen die nog wel maatregelen moeten nemen, kiezen nagenoeg net zo vaak voor onderzaai als voor een vroeger ras.

Keuze van beste maisras is een hele puzzel

Voor het kiezen van een maisras zijn onderbouwde gegevens beschikbaar via de rassenlijsten van Delphy en CSAR. Zaadleveranciers, loonwerkers en (voer)adviseurs kunnen aanvullende informatie leveren maar hebben een commercieel belang.

De keuze hangt in eerste instantie af van de situatie op het bedrijf:

  • Het gebruiksdoel (snijmais, MKS, CCM, korrelmais)
  • De landbouwkundige situatie (grondsoort, teeltomstandigheden, regio)
  • Het gewenste rantsoen, met name aandeel gras en bijproducten

Vervolgens is het kiezen van het best passende ras. Belangrijke criteria zijn:

  • Het zetmeelgehalte
  • De vroegrijpheid van de korrel
  • De opbrengst in droge stof
  • Landbouwkundige eigenschappen zoals stevigheid van de plant, ziektebestendigheid en droogteresistentie

Profiteren van genetische vooruitgang

Als intensief bedrijf wil Jan van Heerikhuize een maximale opbrengst aan zetmeel. Hij gebruikt deels nieuwe rassen.

Jan van Heerikhuize (33) houdt in Lunteren (Gld.) in maatschap met zijn ouders circa 320 melkkoeien en 250 stuks jongvee. De ondernemers hebben 105 hectare grond in gebruik waarvan 20 hectare snijmais. - Foto: Koos Groenewold
Jan van Heerikhuize (33) houdt in Lunteren (Gld.) in maatschap met zijn ouders circa 320 melkkoeien en 250 stuks jongvee. De ondernemers hebben 105 hectare grond in gebruik waarvan 20 hectare snijmais. - Foto: Koos Groenewold

De definitieve keuze voor de maisrassen van 2019 heeft Van Heerikhuize nog niet gemaakt. Maar net als voorgaande jaren kijkt hij naast zetmeel naar vroegheid en celwandverteerbaarheid. Aangezien het bedrijf vroege en wat latere grond heeft, kiest hij twee rassen. “Ik probeer alles in 1 keer te hakselen.” De afgelopen jaren ook een nieuw ras. “Ik wil maximaal profiteren van genetische vooruitgang.” Hij verwacht een derde van het areaal met dit ras in te zaaien.

Op de droogtegevoelige grond was de mais op tijd weg

De maisteelt krijgt veel aandacht op het bedrijf. Van Heerikhuize, winnaar van de MaisChallenge van 2016, noemt onder andere de juiste pH van de grond en het juiste tijdstip van bemesten cruciaal. Mede daardoor wist hij afgelopen jaar nog een goede opbrengst van de (zand)grond te halen en viel de kwaliteit naar eigen zeggen mee. “Op de droogtegevoelige grond was de mais op tijd weg; op de nattere grond hebben we nergens last van gehad.”

Keuze pas in het voorjaar maken

Pas in het voorjaar wil Peter Cuijpers bekijken welk maisrassen het beste passen.

Peter Cuijpers (57) heeft met zijn zoon Ruud en vrouw Bea in Rijkevoort (N.-Br.) een bedrijf met circa 100 koeien. Van de grondoppervlakte van 34 hectare teelt hij momenteel 12 hectare mais. - Foto: Van Assendelft
Peter Cuijpers (57) heeft met zijn zoon Ruud en vrouw Bea in Rijkevoort (N.-Br.) een bedrijf met circa 100 koeien. Van de grondoppervlakte van 34 hectare teelt hij momenteel 12 hectare mais. - Foto: Van Assendelft

“Vroeger bestelde ik mais in de voorverkoop, dat doe ik niet meer.” De veehouder wil eerst kijken hoe de grond de winter uitkomt en hoe de omstandigheden in het voorjaar zijn voor hij een keuze maakt. Daar komt bij dat Cuijpers naast zandgrond ook percelen met klei en leem heeft. De mais wordt om de paar jaar op een ander perceel geteeld. Daardoor is hij al aangewezen op gebruik van verschillende rassen. De leverancier maakt hem niets uit. “Mais is mais. Vorig jaar heb ik in België besteld.”

Er zijn nu ook steeds meer vroege rassen die langer groen blijven en een goede opbrengst hebben

Over het algemeen is hij de afgelopen jaren wat meer richting het middenvroege gegaan, om zodoende meer van de groei te profiteren. “Maar er zijn nu ook steeds meer vroege rassen die langer groen blijven en een goede opbrengst hebben.” Naast de vroegheid is vooral de hoeveelheid zetmeel bepalend bij zijn keuze, vooral omdat hij veel gras in het rantsoen heeft. Opbrengst in tonnen droge stof vindt de veehouder minder van belang.

Nog een vroeger ras dan dit jaar

Hendrik Spiker schakelt over naar een zeer vroeg ras. Om meerdere redenen wil hij op tijd de mais eraf hebben.

Hendrik Spiker (36) heeft in Staphorst (Ov.) een bedrijf met circa 240 melkkoeien. Het bedrijf heeft ongeveer 120 hectare grond in gebruik waarop vorig jaar 30 hectare snijmais werd geteeld. - Foto: Ruud Ploeg
Hendrik Spiker (36) heeft in Staphorst (Ov.) een bedrijf met circa 240 melkkoeien. Het bedrijf heeft ongeveer 120 hectare grond in gebruik waarop vorig jaar 30 hectare snijmais werd geteeld. - Foto: Ruud Ploeg

Het afgelopen teeltjaar heeft volgens hem het belang van een goede beworteling en organische stof in de grond duidelijk gemaakt. “Daar hebben we al langer aandacht voor maar in zo’n jaar zie je het verschil.” Voor veel en diepe beworteling doet hij onder andere een passende grondbewerking en gebruikt hij een middel om de beworteling te stimuleren. Een goed ontwikkelde groenbemester en vaste mest met veel organische stof dragen bij aan een gezondere bodem waarin maisplanten beter bestand zijn tegen droogte.

We zitten altijd al vroeg. Dat is voor alles goed

Mede vanuit het belang van een goed ontwikkelde groenbemester en de verplichting om deze 1 oktober te hebben ingezaaid, schakelt hij dit jaar over op een zeer vroeg ras. “We zitten altijd al vroeg. Dat is voor alles goed, ook de kwaliteit in de kuil omdat de kans op ziektes als bladvlekken en builenbrand dan kleiner is.” Hij kiest voor één ras. De veehouder verwacht niet dat de opbrengst zoveel lager is.

Vroeg ras, veel zetmeel en coating

Dit jaar heeft Johan de Ruijter alleen een vroeg maisras gezaaid met veel zetmeel. Dat beviel prima.

Johan de Ruijter (28) heeft met zijn ouders Jan en Ans in Cromvoirt (N.-Br.) een bedrijf met circa 100 melkkoeien. De ondernemers hebben 60 hectare grond in gebruik waarvan een kleine 8 hectare snijmais. - Foto: Bert Jansen
Johan de Ruijter (28) heeft met zijn ouders Jan en Ans in Cromvoirt (N.-Br.) een bedrijf met circa 100 melkkoeien. De ondernemers hebben 60 hectare grond in gebruik waarvan een kleine 8 hectare snijmais. - Foto: Bert Jansen

“We telen en voeren veel gras, daar is zetmeel bij nodig. En met een vroeg ras kunnen we een extra snede oogsten.” Mais gaat in rotatie met gras. Ook in 2019 ligt de focus vooral op vroegheid en zetmeel en verwacht hij hetzelfde ras te gebruiken. Dit jaar heeft hij een deel met coating gezaaid; dat is goed bevallen. “We zagen het verschil in plantontwikkeling.”

Als de bodem goed is, is diep ploegen niet nodig voor een diepe beworteling

De oogst lag dit jaar niet veel lager dan voorgaande jaren, en dat zonder beregenen op zand. Hij is zeer bewust van het belang van de bodemkwaliteit. “Als de bodem goed is, is diep ploegen niet nodig voor een diepe beworteling.” Loonwerkers komen bijvoorbeeld niet met zware machines en om druk te vermijden gaat alles in 1 werkgang. Grond aanrijden is taboe en hij ploegt op 17 tot 23 centimeter. “Bij dieper ploegen is de mest niet meer bereikbaar voor de plant.” Verder is hij kritisch op pH, organische stof en gewasbeschermingsmiddelen.

Minder mais en geen folie meer

Vanwege uitbreiding van het aantal koeien gaat Sjoerd Schaap minder mais inzaaien. Ook stopt hij met folie.

Sjoerd Schaap (59) heeft met zijn zoon Jelmer (27) in Tirns (Fr.) een melkveebedrijf met 120 koeien. Van de 80 hectare grond was 16 hectare mais. Met zijn zoon Ids doet Schaap aan biovergisting. - Foto: Anne van der Woude
Sjoerd Schaap (59) heeft met zijn zoon Jelmer (27) in Tirns (Fr.) een melkveebedrijf met 120 koeien. Van de 80 hectare grond was 16 hectare mais. Met zijn zoon Ids doet Schaap aan biovergisting. - Foto: Anne van der Woude

Op de kleigrond in Friesland heeft Sjoerd Schaap de afgelopen jaren goede ervaringen opgedaan met folieteelt. Hij deed dat op 10 hectare van de zwaarste grond. “Het is risicospreiding; het vergroot de kans op een goede opkomst.” Aangezien de laatste 2 voorjaren warm waren, wil hij het komend seizoen zonder folie proberen. Daar komt bij dat de onkruiddruk door meerjarig gebruik aardig is opgelopen.

We moeten straks meer eiwit van eigen grond halen

Doordat de grond al is geploegd verwacht hij dit jaar op tijd te kunnen zaaien. Door wegvallen van de folie schakelt Schaap over van een middenvroeg naar een vroeg ras. In verband met een forse uitbreiding van de veestapel gaat het maisareaal al terug naar 10 hectare. Schaap sluit niet uit binnen enkele jaren helemaal afscheid te nemen van de teelt. “We moeten straks meer eiwit van eigen grond halen. Met de mais halen we hier toch altijd minder opbrengsten dan in het Zuiden.”

Of registreer je om te kunnen reageren.