Rundveehouderij

Achtergrond 5 reacties

Voeradditief geen wondermiddel voor emissiereductie

Met toevoegmiddelen aan voer of mest kunnen veehouders emissies van methaan of ammoniak verlagen. Er is van alles beschikbaar maar slechts van een beperkt aantal toevoegingen is de werking bewezen.

Al decennia wordt onderzoek gedaan naar het verlagen van emissies. Het gaat in de melkveehouderij vooral om uitstoot van methaan, lachgas en ammoniak. De sector wil voor 2030 voor 1,6 miljoen megaton aan broeikasgassen verminderen. Voor ammoniak geldt daarnaast landelijke regelgeving met een maximale uitstoot per dier.

Tekst gaat verder onder de foto.

Het toevoegen van middelen aan de drijfmest kan handmatig of automatisch, zowel in de stal als voor het uitrijden van de mest. Een aantal middelen claimt een lagere ammoniak- of methaanemissie. - Foto: Bert Jansen
Het toevoegen van middelen aan de drijfmest kan handmatig of automatisch, zowel in de stal als voor het uitrijden van de mest. Een aantal middelen claimt een lagere ammoniak- of methaanemissie. - Foto: Bert Jansen

Even lang worden oplossingen gezocht in het toevoegen van middelen aan voer of mest. Dat gaat moeizaam. Wat daarbij niet meehelpt is dat de wetgever voer- en mesttoevoegingen niet toestaat als alternatief voor emissiearme huisvesting voor verlagen van de ammoniakuitstoot. De overheid is terughoudend vanwege de invloed van managementfactoren op het werkelijke effect en de controleerbaarheid.

Lees ook: Gerechtshof: staat moet meer CO2-maatregelen nemen

Eén van de leveranciers van voertoevoegingen die weinig medewerking ervaart, is Jadis Additiva. Het bedrijf heeft een product op basis van extracten van de yucca-plant. “Ik schat dat enkele honderden bedrijven in Europa er gebruik van maken”, aldus directeur Jan Akerboom. “Bij alle landbouwdieren hebben we wetenschappelijk en in praktijkproeven de ammoniakverlaging aangetoond.” Hij verwijst naar een recent onderzoek uit Oostenrijk waar de emissie met 15% afnam.

Ook met de methaanopgave verwacht Akerboom een bijdrage te kunnen leveren. Langdurige metingen onder Nederlandse omstandigheden ontbreken echter, wat het lastig maakt om de overheid te overtuigen van de mogelijkheden. “We kunnen aantonen dat middelen werken, maar voor deskundigen die het moeten beoordelen is het blijkbaar niet genoeg.”

Zo ontstaan methaan en ammoniak

Tekst gaat verder onder de foto.

De recente aandacht voor methaan kan een impuls geven. LTO, NZO en Nevedi zijn bezig met het opzetten van de zogenoemde carbon footprint monitor; veehouders krijgen daarmee inzicht in de situatie van broeikasgassen op hun eigen bedrijf. Additieven worden, naast voer- en managementmaatregelen, als één van de mogelijkheden genoemd.

Zo verlaag je ammoniak

  • Houd een lager aandeel jongvee aan.
  • Verlaag het ruweiwitgehalte van het rantsoen.
  • Verbeter de verteerbaarheid van het rantsoen.
  • Pas weidegang toe.
  • Verdun drijfmest.
  • Verlaag de luchtsnelheid in de stal.
  • Werk in de stal met een emissiearme vloer.
  • Maak de stal luchtdicht en installeer een luchtwasser.

Zo verlaag je methaan

  • Houd een lager aandeel jongvee aan.
  • Zorg voor een hogere melkproductie per koe.
  • Maai gras jong met meer VEM en ruw eiwit.
  • Voer een rantsoen met bestendig eiwit en zetmeel (mais) en/of onverzadigde vetzuren.
  • Zorg voor een optimale opslag voor ruwvoer zonder broei en schimmels.
  • Selecteer op methaanuitstoot (erfelijkheid is 20%).
  • Pas monovergisting toe.

Langdurige werking voertoevoegingen vaak niet bewezen

Toch waarschuwt Jan Dijkstra, universitair hoofddocent rundveevoeding bij Wageningen University & Research, voor te veel enthousiasme. De werking kan wel op kleine schaal zijn aangetoond maar vaak ontbreken wetenschappelijke rapporten. “Verder moeten ze niet alleen in een lab maar ook in het dier zelf werken. Dat is lang niet altijd het geval.” Bij praktijktoepassingen ziet hij dat middelen hun werking kunnen verliezen, waarschijnlijk door resistentie van micro-organismen in de pens. Een deel van de middelen heeft nadelige bijeffecten, zoals een lagere voeropname.

Volgens Dijkstra zijn er 2 voertoevoegingen die aantoonbaar werken tegen methaanemissie: 3-NOP en nitraat. Het eerste middel van DSM is een molecuul dat het enzym onderdrukt dat waterstof omzet in methaan. Het middel moet binnen enkele jaren op de markt komen. De toevoeging van nitraat is door Wageningen samen met Cargill onderzocht. Nitraat bindt waterstof waardoor er minder methaan wordt gevormd.

Tekst gaat verder onder de foto.

Voeradditieven worden, naast voer- en managementmaatregelen, als mogelijkheid gezien om de emissie van methaan te verlagen. Ondanks positieve ervaringen is de werking niet altijd goed onderbouwd. - Foto: Ronald Ploeg
Voeradditieven worden, naast voer- en managementmaatregelen, als mogelijkheid gezien om de emissie van methaan te verlagen. Ondanks positieve ervaringen is de werking niet altijd goed onderbouwd. - Foto: Ronald Ploeg

Zoektocht naar interessante stoffen gaat door

Het onderzoek naar nieuwe middelen staat niet stil. Zo is er interesse in toepassingen op basis van etherische oliën; een belangrijk nadeel is nog de gewenning van micro-organismen waardoor het effect afneemt. Ook toevoegingen van vetten en vetzuren voorkomen de vorming van methaan. De verlaging van de uitstoot is echter beperkt terwijl het voer wel duurder wordt. Een product dat internationaal in de belangstelling staat is zeewier. Sommige zeewiersoorten bevatten bromoform, een broomverbinding waarvan is aangetoond dat die methaanvorming remt. Er is echter nog onduidelijkheid over de gevolgen van bromoform, wat in feite een gifstof is, voor de gezondheid van de koeien en residuen in melk en vlees.

Wilfried van Straalen, onderzoeker rundveevoeding bij Schothorst Feed Research, ziet dat voor de praktijk maar enkele middelen interessant zijn. Hij zegt meer te zien in aspecten als voersamenstelling en managementmaatregelen dan toevoegingen. “Daarmee kan de emissie al met tientallen procenten omlaag. Met additieven kunnen veehouders de laatste stappen zetten.”

Ondanks dat Van Straalen maar een beperkte meerwaarde ziet van additieven bestaat de kans dat het belang wel toeneemt. Een aantal ontwikkelingen in de veehouderij kunnen tot meer methaanemissie leiden. Hij noemt met name het gebruik van snijmais dat onder druk staat, meer voer van eigen bodem en biologische productie. Die zijn allemaal in de basis ongunstig voor de methaanemissie per kilo melk.

Toevoegingen aan drijfmest voor lagere emissies

Dan zijn er ook nog toevoegingen aan drijfmest. Vaak zijn deze bedoeld voor een betere stikstofbenutting in de bodem met lagere emissies als neveneffect. Ook daar zijn meerdere producten voor op de markt.

Karin Groenestein, onderzoeker veehouderij en milieu bij Wageningen U&R, zegt dat ammoniak voorkomen gemakkelijker is dan methaan. “Die laatste is niet meer te remmen als het eenmaal is gevormd. Het zijn andere processen.” Net als bij de voertoevoegingen ontbreekt het volgens haar in het algemeen aan wetenschappelijke onderbouwing en/of positieve resultaten van langdurig gebruik in de praktijk. “In veel gevallen zijn er wel positieve effecten geconstateerd maar zijn ze in de praktijk lastig toe te passen.” Producten als kleimineralen en actieve kool (norit) kunnen theoretisch werken. Maar om in een stal voldoende effect te krijgen moet heel veel middel worden toegevoegd.” Overigens worden kleimineralen ook als voederadditief verkocht om de ammoniakemissie te verlagen.

Stoffen voor het aanzuren van mest vallen ook in de categorie ‘bewezen middelen’. “Maar de buffercapaciteit van mest is zo groot dat je moet blijven aanzuren met grote hoeveelheden middel.” Hetzelfde geldt voor het toevoegen van bacteriekolonies, die zorgen voor nuttige stoffen in de mest. Op papier werkt het prima, in de praktijk worden bacteriën snel overwoekerd door andere organismen in de mest.

Een interessante ontwikkeling is volgens Groenestein het oxideren van methaan, waardoor het wordt omgezet in CO2. Dat staat echter los van het toevoegen van additieven. Ze verwacht dat de zoektocht naar bruikbare middelen doorgaat. “Ik ben wel sceptisch na 25 jaar onderzoek. Maar ik zou ook niet graag dat ene wondermiddel over het hoofd zien.”

Laatste reacties

  • farmerbn

    Meen dat momensin ook lagere uitstoot geeft en tegenwoordig te koop is als kexxtone. Zijn daar al resultaten van?

  • jhp

    Klei mineralen voeren voorkomt schuimvorming, dus gasvorming.
    50 gram per koe per dag, komt op 1,5 cent per koe per dag, hoezo grote hoeveelheden?
    Ook is er minder krachtvoer per 100kg melk nodig door een betere voervertering en voerbenutting.
    Als de overheid iets niet aangetoond wil hebben wordt het ook niet aangetoond, anders om ook.

  • DJ-D

    Decennia lang onderzoek zus onderzoek zo. Overal allerlei oplossingen bedenken voor natuurlijke gassen. En als aan alle flauwekul geen geld meer valt te verdienen en er op papier iets is opgelost, zal O2 uitstoot wel aangemerkt worden als "schadelijk".

  • K.W. de Jong

    Het methaan "probleem" word vooral door anti veehouderij groeperingen (en Friesland Campina) opgeklopt als een groot milieu probleem.

    Methaan word gemiddeld na 12 jaar weer omgezet naar CO2 en de C is weer opneembaar voor de plant (de CO2 kringloop). Methaan die voor 12 jaar terug is geproduceerd word vandaag CO2 en methaan die vandaag word geproduceerd word over 12 jaar CO2.

    Methaan is geen eindstation!!

    Zolang er niet meer koeien komen, blijft de methaan hoeveelheid in de atmosfeer hetzelfde. Sinds 1980 zijn er 700.000 koeien minder in Nedeland, tel uit je CO2 winst.

    Door het voeren van vers gras verlaag je de uitstoot van methaan ook, jammer dat dat hierboven niet vermeld word!!

  • farmerbn

    0.3 gram momensin per dag per koe en de methaanproductie daalt 30%. Het is allemaal simpel maar je moet het wel willen doen en mogen doen.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.