Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Opbrengst snijmais kwart minder

De opbrengst van de snijmaisteelt in 2018 pakt gemiddeld een kwart lager uit dan normaal. Dat is de inschatting van deskundigen in de maisteelt.

Arjan Lassche, agro service manager bij KWS, legt uit dat schatten lastig is omdat er zo enorm veel verschillen zijn. Niet alleen verschillen tussen gebieden, maar ook tussen grondsoorten. Zo heeft de snijmais in het Noorden toch duidelijk minder last ondervonden van extreme temperaturen en droogte. Ook heeft de mais op de kleigronden het gemiddeld beter gedaan dan in de zandgebieden. Oscar Koppelman, area sales manager bij Pioneer Hi-Bred, geeft aan dat er zelfs binnen percelen grote verschillen zijn voorgekomen.

Mais in zandgebieden hardst getroffen

Het grootste deel van het areaal mais, zo’n 70%, staat in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. Daar wordt de snijmais overwegend op zandgrond geteeld. Jan Roothaert, productmanager veehouderij bij Limagrain ervaart dat veehouders op zandgrond in het Zuiden in het algemeen meer hebben beregend. Daar is de mais nog wel redelijk van kwaliteit.

In Oost-Nederland verdroogde percelen en kolfloze mais

In Oost-Nederland is veel minder beregend. Daar kwamen ook de meeste percelen voor die echt verdroogd zijn en waar ook geen kolf in de mais is gevormd. Dat betekent direct al 50% verlies van de drogestofopbrengst.

Omdat de mais onder de droogte ook al onvoldoende ontwikkeld was kwam het ook lengte tekort. Zulke percelen brengen misschien maar 30% op van de normale hoeveelheid per hectare. In extreme gevallen is de mais niet eens geoogst, maar vernietigd en ondergewerkt.

Geen overdaad ruwvoer, maar ook geen grote tekorten

Voor de ruwvoerpositie van de veehouderij wordt in het algemeen minder gevreesd dan 2 maanden geleden. Dat komt omdat de overschotten graskuil uit 2016 en 2017 zijn ingezet om het gemis aan grasopbrengst op te vangen. De kuilen puilen nu zeker niet meer uit, maar van een echt tekort is gemiddeld ook geen sprake, hoewel dat ook per bedrijf kan variëren.

Dat er dit jaar wat meer voer zal moeten worden gekocht is zeker. De maisteelt heeft dit jaar duidelijk minder opgebracht in vergelijk met andere jaren. Schatting wijzen op ongeveer een kwart minder, met een flinke variatie per bedrijf.

Gras herstelt goed na droogte

Ook de grasopbrengst leek tegen te gaan vallen. Toch herstelt het gras zich in het algemeen goed na de droge zomermaanden. Op verreweg de meeste bedrijven zijn de eerste en tweede snede goed binnen gekomen. Goed voor een opbrengst van 6 à 7 ton droge stof per hectare. Daarna viel het stil met de grasgroei. Zo’n 2 maanden groeide er niets. In die periode zijn ook de voorraden graskuil die er op verschillende bedrijven nog lagen opgevoerd.

Vastrijden van graskuil in mei. Daarna lag de groei van gras door de hitte 2 maanden stil. - Foto: Henk Riswick
Vastrijden van graskuil in mei. Daarna lag de groei van gras door de hitte 2 maanden stil. - Foto: Henk Riswick

Lees ook: Wat te doen met verdroogd gewas?

Nu de grasgroei weer op gang is gekomen, is in de tweede en derde week van september met mooi weer veel oppervlakte gemaaid. Geen wereldopbrengst, maar 2,5 ton droge stof per hectare zat er wel op.

Het is heel goed mogelijk dat er nog zo’n snede volgt. De bodemtemperatuur is immers nog hoog en de meeste boeren hebben het uitgestelde uitrijverbod tot 15 september met beide handen aangegrepen. Dus ook aan voedingsstoffen geen gebrek voor het groeiende gras. Als het weer gunstig blijft, kunnen boeren in de tweede of derde week van oktober best nog eens een 2,5 ton droge stof gras maaien. En dit gras is zeker niet alleen maar voor de pinken bestemd. Het is immers vrij jong en daarmee goed verteerbaar, met naar verwachting een redelijk tot hoog eiwitgehalte. Gras waarvan waarschijnlijk beter gemolken kan worden dan van een kuil die gemaakt is uit doorgeschoten gras van eind juni, begin juli.

Minder ruwvoer aankopen dan gedacht

De zich enigszins herstellende grasgroei maakt dat er waarschijnlijk minder bijgekocht hoeft te worden dan nog werd gedacht in de tijd dat de verzengende zon nog hoog aan de hemel stond en het gras alleen maar verder verdorde.

Zijn op veel bedrijven de voorraden van de afgelopen jaren opgevoerd? Jazeker, maar het is ook niet erg dat de kuilplaatsen nog niet uitpuilen van het ruwvoer. Wat extra voorraad is mooi, maar strikt genomen kunnen melkveehouders jaar op jaar voldoende ruwvoer winnen om de zaak draaiende te houden. Bovendien is aankopen geen schande. Intensieve bedrijven weten niet beter. Je moet er alleen rekening mee houden in het kader van je uitgavenpatroon. Een beperkte reservering van financiële middelen is juist zo belangrijk om dit soort tegenvallers te kunnen opvangen. Maar van een schreeuwend ruwvoertekort zoals werd gevreesd, is geen sprake.

Bekijk het actuele prijsverloop van snijmais en ander ruwvoer via Boerderij Op Maat

Eén reactie

  • kiepel

    Nu ben ik wel benieuwd hoe het volgend jaar in de zomer gaat.......
    Nu zonder voorraden en met eigenlijk net te weinig mais.......
    Ga je dan weer een stukje schrijven, Wijnand?

Of registreer je om te kunnen reageren.