Rundveehouderij

Achtergrond

Droogteresistentie ruwvoer taak voor kweker én boer

De droge en hete zomer van 2018 had grote gevolgen voor mais en gras. Veredelaars werken op verschillende manieren aan droogteresistentie. Maar ook ondernemers hebben een taak.

Klimatologen waarschuwen dat als gevolg van klimaatverandering weersomstandigheden extremer worden, zoals meer periodes van droogte en hitte. De zomer van 2018 is in dat geval geen uitzondering. Dat maakt droogteresistentie een belangrijk onderwerp voor kwekers van gewassen, waaronder gras en mais.

Verminderen droogtegevoeligheid ruwvoerteelt

Er zijn meerdere routes om te zorgen dat de ruwvoerteelt in de toekomst minder last heeft van droogte. Dat begint met het verbeteren van de droogtegevoeligheid in bestaande rassen. “Verbeteren van rassen is een continu proces”, aldus Jos Groot Koerkamp, commercieel manager veehouderij bij Limagrain. Niet alleen resistentie tegen droogte, ook tegen bijvoorbeeld zout en ziektes. “Binnen de variëteiten van Engels raaigras zijn nog altijd verschillen in wortelontwikkeling. Daar maken we gebruik van.”

Kweekprogramma snijmais afgestemd op low input technology

Arjan Lassche, agro servicemanager bij KWS, geeft aan dat het kweekprogramma van snijmais is afgestemd op ‘low input technology’. In delen van Europa met een landklimaat is gezocht naar rassen die beter gedijen, onder andere door een beter ontwikkeld wortelstelsel. “Ze houden het langer vol en gaan efficiënter met mineralen om.” Hij benadrukt wel dat het resultaat op het veld een combinatie is van het werk van de kweker én de ondernemer.

Tekst gaat verder onder foto

Verdelaars van gras en mais werken continu aan het verbeteren van rassen, zoals bij Barenbrug in Wolfheze. Hier doet Tim van der Weijde onderzoek naar droogteresistentie met behulp van rolkassen. - Foto: Hans Prinsen
Verdelaars van gras en mais werken continu aan het verbeteren van rassen, zoals bij Barenbrug in Wolfheze. Hier doet Tim van der Weijde onderzoek naar droogteresistentie met behulp van rolkassen. - Foto: Hans Prinsen

Vroege maisrassen waren dit jaar beter bestand tegen weinig water doordat ze voor de droogte bloeiden. Maar Lassche benadrukt dat dat geen garantie is voor de toekomst; in een jaar dat het voorjaar droog is en de zomer nat, kan juist een later ras in het voordeel zijn.

Een andere mogelijkheid voor droogteresistentie is andere rassen gebruiken. Bij de grassen zijn dat bijvoorbeeld timothee, rietzwenkgras en kropaar. Deze wortelen dieper en/of hebben voor een kilo droge stof minder water nodig. Dat is doordat ze minder verdampen door een betere regulering van de huidmondjes. Een algemeen nadeel is de lagere drogestofopbrengst en voederwaarde. Veredelaars kunnen dat insteken op verbetering, maar daar ligt weinig focus.

Alternatieve gewassen komen in beeld

Gras en mais zijn niet de enige gewassen die een veehouder kan telen als ruwvoer. Gewassen als luzerne, triticale, erwten-gerst, lupine en voederbieten worden al in meer of mindere mate gebruikt. De gewassen wortelen diep en/of hebben per kilo droge stof minder water nodig. Om met name teelttechnische redenen zijn de arealen nog klein.
Er zijn ook minder bekende gewassen. Meestal liggen de droge stofopbrengsten ver onder die van mais en gras. Ook zijn er onduidelijkheden rondom de teeltmogelijkheden. Dit zijn bijvoorbeeld sorghum, quinoa, zonnebloemen, gierst en teff. Van die laatste twee is het minste bekend voor toepassing als veevoer.
Sorghum is wereldwijd het vijfde gewas qua teelt. Het lijkt op mais qua teelt als voederwaarde. Ondanks dat het gewas diep wortelt, is dit jaar niet ontkomen aan beregenen om de groei erin te houden.
Quinoa is afkomstig uit Zuid-Amerika en lijkt qua voerderwaarde op graan. In West-Europa en Nederland gebeurt de teelt op relatief kleine schaal voor menselijke consumptie (superfood). Het is een gemakkelijk gewas dat onder de meest barre omstandigheden blijft groeien. De opbrengst is dan laag, maar de kwaliteit van eiwit uitzonderlijk goed.
Zonnebloemen hebben gehakseld en ingekuild een relatief lage drogestofgehalte en zijn qua voederwaarde vooral als energiebron interessant. Onbekend in rundveerantsoenen is het mondiaal niet.

Tekst gaat verder onder foto

Sorghum wortelt dieper dan snijmais en lijkt daarom beter bestand tegen droogte. - Van Assendelft Fotografie
Sorghum wortelt dieper dan snijmais en lijkt daarom beter bestand tegen droogte. - Van Assendelft Fotografie

NutriFibre van Barenbrug Holland

Concreet heeft Barenbrug Holland NutriFibre op de markt, gebaseerd op zachtbladig rietzwenkgras. “De drogestofopbrengst van dit rietzwenk is goed, maar de voederwaarde ligt wat lager. Per hectare wordt meer kVEM geoogst”, aldus accountmanager/grasspecialist Pieter Vos. In Zuid-Europa wordt dit ras veel gebruikt omdat het tot 1 meter diep kan wortelen. Vos benadrukt dat het rantsoen verandert omdat veel meer structuur meekomt met een hogere voederwaarde dan stro of hooi. Vos ziet dat ook in gangbare (raai)grassen vooruitgang wordt geboekt. “Maar dat is wel meer gericht op het verlengen van de levensduur en mineralenefficiëntie in combinatie met wortelontwikkeling.”

Veredeling steeds meer gebaseerd op genetische kennis

Veredelingsprogramma’s zijn steeds meer gebaseerd op genetische kennis. “Gras groeit overal en er is een grote genetische variatie qua droogteresistentie”, aldus Richard Visser, hoogleraar Plantenveredeling bij Wageningen UR. Voor mais is dat lastiger omdat er minder wilde soorten zijn, dus de genenpool en variatie is kleiner. Er zijn inmiddels meerdere genen in beeld die invloed hebben op droogteresistentie, onder andere voor het regelen van de huidmondjes en mate van beworteling. Toch staat de ontwikkeling om op basis van genen te selecteren nog in de kinderschoenen.

Tekst gaat verder onder foto

De zomer van 2018 heeft aangetoond dat droogte en hitte grote impact hebben op de ruwvoerproductie. Ook veehouders kunnen zelf het nodige doen, zoals aandacht voor de grond hebben en beregenen. - Foto: Hans Prinsen
De zomer van 2018 heeft aangetoond dat droogte en hitte grote impact hebben op de ruwvoerproductie. Ook veehouders kunnen zelf het nodige doen, zoals aandacht voor de grond hebben en beregenen. - Foto: Hans Prinsen

“Het lastige is dat meerdere genen betrokken zijn en elkaar beïnvloeden” Daar komt bij dat droogte en hitte op verschillende mechanismen inhaken. “Droogte bij 10 of 35 graden Celsius maakt bijvoorbeeld een groot verschil voor planten.” Dat heeft ook met de mate van zoutresistentie te maken; bij hoge temperaturen is er meer verdamping waardoor de concentratie toeneemt.

Een andere optie van DNA-techniek is genen die zorgen voor droogteresistentie inbouwen. Daar is ervaring mee, onder andere met een gen van een bacterie die regelt dat planten minder last hebben van stresssituaties. Dergelijke ontwikkelingen zijn moeilijk voor de Europese markt, maar in Noord- en Zuid-Amerika is dat veel minder een item. Visser verwacht dat veredelaars de komende jaren met nieuwe technieken stappen zetten in meer resistentie tegen droogte en andere extreme weersomstandigheden.

Bodemkwaliteit en watervoorziening

Buiten de veredeling is ook de omgeving van de plant belangrijk, met name een goede bodemkwaliteit en watervoorziening. Veredelaars geven unaniem aan dat daar nog veel te verbeteren is. Ook zijzelf kunnen wat doen. Zo heeft Limagrain dit jaar ervaringen opgedaan met een biologische coating die bijdraagt aan de wortelontwikkeling en weerbaarheid.

Een andere optie is de teelt van nieuwe gewassen. Lastig is dat sommige gewassen juist efficiënt met water omgaan maar weer niet diep wortelen. Zo gebruikt gras 350 liter water per kilo droge stof en luzerne 400 liter maar wortelt wel veel dieper.

Lassche van KWS vraagt wel wat realiteitszin. “Het is echt niet nodig om ineens naar alternatieven over te stappen. Het klimaat verandert, maar één extreem jaar zegt niks over de komende jaren.” Ook Groot Koerkamp is kritisch. “Er is jaren van veredeling nodig om een gewas als sorghum in ons klimaat vroeg genoeg te krijgen voor een goede kwalitatieve opbrengst. Waarschijnlijk gaat dit met de bestaande gewassen bestemd voor ons zeeklimaat sneller dan met gewassen uit een landklimaat.”

Werk aan betere bodem en vochtvoorziening

Veehouders hebben zelf de impact van een lange periode van droogte deels in de hand.
Werk structureel aan de bodemgezondheid. Dat betekent onder andere geen storende lagen en veel bodemleven. Voorkom verslemping; pas grondbewerkingen toe als de grond het toelaat. Voorkom te hoge druk op de grond.
Onderhoud de grond op basis van de werkelijke bemestingstoestand, inclusief pH en organische stof. Let voor gras en mais ook op het kaligetal. Stem de bemesting af op perceelniveau.
Kies een maisras en grasmengsel dat past bij de grondsoort en andere teeltomstandigheden. Met klaver zijn goede ervaringen opgedaan om een grasmat met diepere beworteling te krijgen.
Houd grasland in een goede conditie. Gras dat gezond en niet te oud is heeft minder last van droogte en herstelt sneller. Bekijk de mogelijkheden van structurele rotatie, eventueel in samenwerking met een akkerbouwer.
Leg beregening aan of optimaliseer de mogelijkheden. Houd de watertoestand van de grond bij en begin tijdig met beregenen.

Of registreer je om te kunnen reageren.