Rundveehouderij

Achtergrond

Weerstandsopbouw wormen bij jongvee onvoldoende

Op 30% van de melkveebedrijven verloopt de weerstandsopbouw bij jongvee tegen maag-darmwormen onvoldoende goed, meldt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

Dat stelt GD op basis van tankmelkmelkmonsters die melkveehouders laten onderzoeken bij de dienst in Deventer.

Als er veel of zeer veel antistoffen tegen maag-darmwormen in de monsters worden aangetoond, is het zinvol dat de veehouder samen met de dierenarts kijkt hoe het komende weideseizoen het weidemanagement voor het jongvee te verbeteren is. Een aangepaste beweidingsstrategie kan ervoor zorgen dat de pinken volgend jaar wel een optimale weerstand tegen wormen opbouwen. Een lage weerstandsopbouw tegen maag-darmwormen bij een jong dier kan later leiden tot melkproductieverlies als het dier eenmaal aan de melk komt.

Omweiden vermindert infectiedruk maag-darmwormen

Veehouders moeten zich realiseren dat jongvee in de wei altijd met maag-darmwormen in aanraking komen. Er zijn verschillende beweidingsschema’s mogelijk. Omweiden is een goede managementmaatregel om de infectiedruk met maag-darmwormen op het weiland laag te houden en daardoor schade zoveel mogelijk te beperken. Schade bij jongvee door maag-darmwormen uit zich in groeivertraging.

Schade maag-darmwormen vaststellen via mestonderzoek

Tijdens het weideseizoen is mestonderzoek een goed hulpmiddel om vast te stellen of dieren schade ondervinden van maag-darmwormen. Dan wordt het aantal eieren in de mest geteld. Op basis daarvan kan de veehouder samen met de dierenarts de keuze maken om al dan niet te behandelen.

Een mestonderzoek moet plaatsvinden tussen 4 en 10 weken na inscharen, op voorwaarde dat er geen wormmiddelen zijn gebruikt.

Of registreer je om te kunnen reageren.