Rundveehouderij

Achtergrond

Versnelde selectie melkvee verbetert gezondheid

Door de versnelde afvoer van melkvee met het oog op de fosfaatproductie zijn de technische resultaten op veel bedrijven verbeterd. Vooral de klauw- en uiergezondheid profiteerden.

Vorig jaar zijn 159.336 runder-GVE’s afgevoerd. In een recent CBS-rapport hierover wordt breder gekeken dan alleen naar afvoer, slacht, export en destructie. Er is ook rekening gehouden met een toename van het aantal kalveren door geboorte of import en met verschuivingen tussen leeftijdsklassen van vrouwelijk rundvee door het ouder worden van de dieren, waardoor het aantal GVE’s wijzigt.

Nederland telde op 1 april 2018 bijna 4 miljoen runderen, ruim 178.000 (4%) minder dan een jaar eerder. Op 1 april telde Nederland 1,63 miljoen volwassen melkkoeien. Dat zijn ruim 64.000 (4%) minder dan een jaar eerder. Melkveehouders deden vooral afstand van jongvee, met een afname van 162.000 dieren (14%). Zo blijkt uit de recente CBS-cijfers.

Er werden in 2017 bijna 250.000 runderen afgevoerd. De gemiddelde technische resultaten verbeterden hierdoor. - Foto: Bert Jansen
Er werden in 2017 bijna 250.000 runderen afgevoerd. De gemiddelde technische resultaten verbeterden hierdoor. - Foto: Bert Jansen

Iets minder kalversterfte

Vanwege de selectie in met name het ondereind van de veestapel is een verbetering van de technische resultaten van de bedrijven te verwachten. Uit cijfers van GD blijken geen grote verschillen in het voorkomen van een aantal aandoeningen. Uit de monitoringsgegevens van GD blijkt dat in het vierde kwartaal van 2017 de sterfte van runderen ouder dan 1 jaar stabiel was in zowel de melkvee- als zoogkoeiensector. De sterftekengetallen bij kalveren op melkvee- en zoogkoeienbedrijven lagen lager dan in hetzelfde kwartaal in 2016.

Lager celgetal en betere uiergezondheid

In de loop van 2017 heeft GD op enkele kenmerken een verbetering gezien, onder meer bij uiergezondheid. Het zijn echter verbeteringen van beperkte omvang. “We hebben niet kunnen vaststellen dat de grotere afvoer van dieren de oorzaak van de verbetering is. Voor de uiergezondheid zou de verhoogde afvoer wel een goede verklaring kunnen zijn, je verwacht daar ook met name een direct effect als je de hoogcelgetalkoeien afvoert.”

‘Voor uiergezondheid verwacht je een direct effect als je de hoogcelgetalkoeien afvoert’

Het gemiddelde celgetal van de geleverde Nederlandse boerderijmelk is in 2017 gedaald naar 178.000 cellen per milliliter melk. Dat is 14.000 minder dan in 2016. Dat blijkt uit analyses van de boerderijmelk uitgevoerd door Qlip in Zutphen. Ook Agrovision zag het celgetal dalen in 2017. Zij kwamen uit op gemiddeld 147.000 ten opzichte van 173.000 het jaar ervoor. Ook het aantal gevallen met klinische mastitis zagen zij dalen onder hun deelnemende bedrijven.

Met name de uier- en klauwgezondheid verbeterden door versnelde afvoer van dieren, maar ook de economische resultaten. - Foto: Anne van der Woude
Met name de uier- en klauwgezondheid verbeterden door versnelde afvoer van dieren, maar ook de economische resultaten. - Foto: Anne van der Woude

Klauwgezondheid verbetert

In Digiklauw, van CRV en GD, is een verbetering van de klauwgezondheid over 2017 te zien. Digiklauw bestaat nu 10 jaar en heeft data van ruim 1 miljoen dieren. In de afgelopen 10 jaar daalde het aantal klauwproblemen met 18%, dat is minus 1,8% procentpunt per jaar. Over 2017 was deze daling 5,7%. Vooral zoolbloeding en stinkpoot zijn fors afgenomen, terwijl ook zoolzweer een daling laat zien. Het aantal Mortellaro-gevallen en wittelijndefecten steeg daarentegen in de afgelopen jaren, maar laat in 2017 een zeer beperkte afname zien.

Behalve een afname van het aantal klauwproblemen op de bedrijven zien we ook dat de genetische trend over klauwgezondheid bij de koeien in Nederland de afgelopen 10 jaar is toegenomen met ongeveer 3,3 punten. De erfelijke aanleg voor gezonde klauwen neemt dus toe.

Antibioticumgebruik licht gestegen

Toch groeide het antibioticumgebruik in de melkveehouderij vorig jaar met 1,5%, zo blijkt uit cijfers van de SDa. Het gebruik blijft laag en de stijging wordt door het expertpanel van SDa gezien als een natuurlijk variatie. De rundveesector heeft een gering gebruik van antibiotica en de sector heeft sinds 2009 aanzienlijke dalingen in antibioticumgebruik bereikt door onder meer een richtlijn te introduceren voor het selectief droogzetten van runderen. Het expertpanel vindt dat het gebruik zich op een wenselijk niveau bevindt. Er zijn maar heel beperkte structurele verschillen tussen bedrijven en dierenartsen. De verdeling in het gebruik over alle bedrijven is bijna geheel normaal.

Betere economische resultaten

CRV ziet ook betere resultaten bij melkveehouders als gevolg van het krimpen van de veestapel vanwege de fosfaatreductie. De betere economische cijfers enerzijds en de gedaalde levensproductie anderszijds zijn volgens CRV vermoedelijk veroorzaakt door de selectie van veehouders in met name het ondereind van de veestapel. Het economisch jaarresultaat (ejr) nam toe met 15 naar 1.983 punten. De levensproductie daalde met 1.122 naar 29.845 kilo. De kilo’s vet en eiwit daalden met 86 naar 2.354 kilo. De levensduur van afgevoerde stamboekkoeien daalde met 57 naar 2.035 dagen. In totaal zijn 354.451 stamboekkoeien afgevoerd. Een jaar eerder waren dat 286.347 koeien. Zo blijkt uit cijfers van CRV over boekjaar 2016-’17. Recentere cijfers zijn er nog niet.

‘Omdat je na de afvoer minder koeien hebt, is het nog belangrijker ze goed te houden’

Ook Agrovision ziet betere resultaten over 2017. De productie per koe steeg van 27,3 naar 29,3, maar ook het eiwitgehalte in de melk liep op van 3,56 naar 3,63. “Er wordt maximaal gemolken met minder koeien nadat er dieren zijn afgevoerd. Dat zie je terug in de productie, maar ook in de gezondheid van de koeien. Omdat je na de afvoer minder koeien hebt, is het nog belangrijker ze goed te houden”, zegt Fokko de Vries van Agrovision. “Hierbij is het wel oppassen dat door de grotere productie je in een andere productiestaffel met een hogere fosfaatproductie komt”, waarschuwt De Vries.

‘Het loopt makkelijker met minder vee’

Edwin van Noordenburg molk begin 2017 144 koeien. Door de GVE-regeling moesten dat vorig jaar 135 worden en door het fosfaatplafond zijn het nu 120. De hoeveelheid jongvee is gehalveerd. Dat is jammer, maar hij ervaart wel meer arbeidsvreugde met de kleinere veestapel.

Edwin van Noordenburg (43) melkt samen met zijn vrouw Nienke (40) 120 koeien. Tot begin 2017 molk hij 144 koeien. - Foto: Anne van der Woude
Edwin van Noordenburg (43) melkt samen met zijn vrouw Nienke (40) 120 koeien. Tot begin 2017 molk hij 144 koeien. - Foto: Anne van der Woude

“Het ondereind van de veestapel was al weg door de GVE-regeling. Vanwege het fosfaatplafond moest ik dit jaar opnieuw selecteren. En dan worden het dieren die je normaal een tweede kans zou geven. Een 100.000 liter-koe die je normaal gesproken nog eens extra zou bekappen, gaat nu weg. Je wordt steeds zakelijker in je afwegingen over welke dieren weg moeten. Ik heb zelfs drachtige dieren af laten voeren. Het celgetal van zo’n dier was me net iets te hoog”, vertelt Van Noordenburg.

De veehouder liet niet alle koeien in een keer afvoeren, maar selecteerde gedurende de tijd steeds verder. Met de fosfaatplanner hield hij in de gaten hoeveel hij nog moest. “Omdat het quotum eraf was, was mijn productie per koe gestegen. Ik hield er rekening mee dat ik nog een fosfaatklasse zou stijgen. Ik zit nu in de hoogste staffel en had in januari 128 koeien. Ik mag 120 en moest dus nog een inhaalslag maken.”

Nu de veestapel kleiner is, ervaart de Friese melkveehouder eigenlijk meer arbeidsvreugde. “Alles loopt makkelijker. De uiergezondheid is beter en de klauwgezondheid ook. De koeien lopen makkelijker naar de robot, omdat er meer ruimte is. En omdat ik minder vee in de stal heb, hoef ik ook minder vaak de boxen schoon te maken. Voorheen deed ik dat 4 keer per dag, nu mag ik wel een keertje overslaan. Ook de kalverhokken blijven schoner. Ik heb geen stal op de groei en het is bij mij niet zo schrijnend als bij anderen, maar ik zie wel lege boxen natuurlijk. Het was keihard, maar uiteindelijk werkt het nu makkelijker. Hoe het in de toekomst gaat, moet zich nog bewijzen, want het vervangingspercentage moet omlaag en eigenlijk moet nu het hele niveau van ondernemen omhoog.”

Of registreer je om te kunnen reageren.