Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Monitoring diergezondheid houdt sector gezond

Monitoring voorkomt uitbraken van ziekten niet. Het zorgt er wel voor dat de schade beperkt blijft.

De bewaking van diergezondheid op rundveebedrijven wordt steeds uitgebreider. Tot voor enkele jaren had de rundveehouder alleen de mogelijkheid om de status ziektevrij te krijgen voor leptospirose en IBR. Nu biedt de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) al een zestal certificeringsprogramma’s aan voor een hogere gezondheidsstatus.

Wettelijke deelnameplicht

De certificeringsprogramma’s van GD voor Leptospirose, Salmonellose, para tbc, Neospora, IBR en BVD zijn programma’s waarvoor geen wettelijke deelnameplicht geldt. Voor IBR zal dit vanaf volgend jaar gaan veranderen omdat dan regelgeving van het ministerie van LNV van kracht wordt. Voor de melkveehouder geldt ook dat een aantal zuivelorganisaties deelname aan bepaalde diergezondheidsprogramma’s verplicht stellen. De kosten voor deze ‘vrijwillige’ programma’s liggen volledig bij de rundveehouder.

Diergezondheidsfonds

Naast de programma’s waarbij de sector zelf aan het roer zit, hebben de sector en de overheid afspraken gemaakt over de monitoring van diergezondheid, de aanpak van bestrijdingsplichtige ziekten en de bijbehorende kosten. Deze kosten worden betaald uit het diergezondheidsfonds (DGF). De heffingen hiervoor zijn vastgesteld per sector en worden door overheid en sector samen gedeeld. Het geld vanuit het DGF wordt besteed aan preventie en bestrijding van besmettelijke dierziektes, zoals rundertuberculose, BSE, brucellose en mond-en-klauwzeer. Ook worden er voorzieningen uit betaald die paraat worden gehouden voor het geval er een uitbraak komt, zoals reservecapaciteit Rendac en voorraad van vaccinaties en stroomt er geld naar de financiering van de Autoriteit Diergeneesmiddelen (sDa) en voor de diergezondheidsmonitoring.

Artikel gaat verder onder de foto.

De diergezondheidsmonitoring bestaat uit vrijwillge en verplichte certificeringsprogramma's. - Foto's: Hans Prinsen
De diergezondheidsmonitoring bestaat uit vrijwillge en verplichte certificeringsprogramma's. - Foto's: Hans Prinsen

Jaarlijks € 23,5 miljoen

De rundveehouderij draagt jaarlijks 23,5 miljoen bij aan het DGF. Ze heeft de afgelopen 5 jaar niet te maken gehad met grote uitbraken van besmettelijke ziekten. Vandaar dat het waarschijnlijk is dat tot 2021 nog voldoende financiële reserves aanwezig zijn in het DGF. Deze reserves komen nog vanuit de voormalige productschappen. Na 2020 zal er voor elk aanwezig rund een heffing geïnd moeten worden, zoals dit nu ook al het geval is in de schapen-, geiten-, varkens- en pluimveesector. De onderhandelingen over de hoogte van de bijdrage aan het DGF voor de volgende periode van 5 jaar starten wel al dit jaar.

‘Ieders belang om de diergezondheid nauwgezet in beeld te hebben’

Diergezondheidsmonitoring

GD heeft als zelfstandig bedrijf een uitvoerende functie in de diergezondheidsmonitoring en verzamelt, analyseert en communiceert over de diergezondheid. GD werkt daarin samen met veehouders, dierenartsen, onderzoeksinstituten, marktpartijen en de overheid. Paul Wever, hoofd monitoring rundvee bij GD benadrukt dat de belangen van de overheid en sector niet ver uit elkaar liggen. “Het is in ieders belang om de diergezondheid nauwgezet in beeld te hebben.”

De diergezondheidsmonitoring voor de rundveehouderij is een vrijwillige monitoring bovenop de wettelijke monitoring (zie kader onderaan dit artikel). De diergezondheidsmonitoring bestaat onder andere uit de volgende onderdelen:

 

  • De Veekijker, een telefonische helpdesk waar veehouders en dierenartsen gratis advies kunnen inwinnen over ziektegevallen waarbij ze twijfelen aan oorzaak of aanpak.
  • Pathologie, op basis van uitslagen van de sectiezaal van GD. “Met pathologie kun je veel aantonen wat je met normale diagnostiek niet ziet”, vertelt Wever. “Het levert meestal aanwijzingen voor de oorzaak van een bedrijfsprobleem. In meer dan 95% van de gevallen kunnen we een oorzaak aantonen. Veehouders zouden meer gebruik kunnen maken van de pathologiemogelijkheden, voor de kosten hoef je het niet te laten.
  • Data-analyse wordt ingezet om de trends in de sector weer te geven. Hiervoor worden onder andere aan- en afvoergegevens van I&R, sterftecijfers van Rendac en vruchtbaarheidsgegevens van de melkcontrole gebruikt. Voor deze data-analyse worden gegevens geanonimiseerd zodat de privacy van veehouders is gewaarborgd.
  • Specifieke monitoring. Elke 2 jaar worden willekeurige bedrijven geselecteerd en gecontroleerd op diverse ziektes. “Zo zien we dat BVD op de bedrijven in de afgelopen 10 jaar gehalveerd is.

Nieuwe besmettingen voorkomen

Een nieuwe ziekte voorkom je niet met deze monitoring, maar het zorgt er wel voor, dat de schade beperkt blijft. Monitoring van diergezondheid wordt uitgevoerd om onder andere bij een uitbraak zo snel mogelijk te kunnen reageren. “Hoe sneller we een uitbraak vinden, hoe lager de schade is voor bestrijding van een ziekte. Elke dag langer veroorzaakt nieuwe besmettingen wat schade aanricht voor de diergezondheid, het dierenwelzijn en ook de economische belangen”, aldus Wever. “Mede dankzij de diergezondheidsmonitoring is de rundveehouderij samen met de overheid in control.”

‘Niet blind staren op gezondheidsstatus’

“Voor de export van runderen heeft de veehandel en dus de rundveehouders belang bij een hoge gezondheidsstatus”, vertelt Derk Jan Kuenen.

Hij werkt in heel Europa. Een hoge gezondheidsstatus maakt het eenvoudiger om dieren te verkopen. “Maar we moeten ons daar niet blind op staren, screening van de individuele dieren blijft van belang”.

De veehandelaar ziet wel dat we in Nederland achterlopen met bepaalde gezondheidsmonitoring ten opzichte van buurlanden zoals Duitsland, Denemarken, Oostenrijk en België. Dat maakt de handel in rundvee complexer, maar niet onmogelijk.

Artikel gaat verder onder de foto.

Naam: Derk Jan Kuenen ( 51 ). Plaats: Zelhem (Gld.). Bedrijf/Functie: Veehandelsbedrijf en voorzitter van de commissie rund bij Vee & Logistiek Nederland.
Naam: Derk Jan Kuenen ( 51 ). Plaats: Zelhem (Gld.). Bedrijf/Functie: Veehandelsbedrijf en voorzitter van de commissie rund bij Vee & Logistiek Nederland.

Status 7

Duitsland en België hebben een hogere status voor IBR. Duitsland heeft status 10, dat betekent dat het land vrij is en er niet geënt wordt. In Nederland hebben we status 7 en met enten krijgen we hooguit status 9. “Dat we in Nederland enten vind ik trouwens prima, zonder enten is de kans groot dat er af en toe een uitbraak van IBR is. Dat zie je nu wel in Duitsland”, vertelt Kuenen. “Als we koeien van Nederland naar Duitsland of België willen verkopen, betekent dit dat we de dieren 28 dagen in quarantaine moeten houden en 2 keer bloed tappen op IBR.”

Voor België geldt ook nog dat de koeien vrij moeten zijn van neospora. Het is hierdoor eenvoudiger om Duitse koeien naar België te exporteren. Dieren die ik uit Duitsland naar Nederland haal, test ik weer op leptospirose, hiervoor is in Duitsland minder aandacht.”

‘Soms ook een politiek spelletje tussen landen’

Elk land heeft zijn eigen aandachtspunten op het gebied van gezondheidsprogramma’s. “Het is soms ook een politiek spelletje tussen de diverse landen”, aldus Kuenen die aangeeft dat zolang er geen sprake is van een zoönose (infectieziekte die van een dier op de mens kan overgaan) we ons niet blind moeten staren op een vrije gezondheidsstatus. Uiteindelijk draait het om preventie. “Als je niet wilt dat je narigheid op je bedrijf of het land binnen wilt halen, is screening van het vee belangrijk”, aldus de veehandelaar”. Een landelijke hoge gezondheidsstatus maakt export eenvoudiger, maar het belang is te groot om klakkeloos aan te nemen dat de dieren vrij zijn van een bepaalde ziekte. Hierdoor worden alle exportdieren alsnog gescreend met bloedonderzoek. “De status van een bedrijf klopt lang niet altijd”, aldus Kuenen die van veel bedrijven inzicht heeft in de gezondheidsstatus. “Er kunnen altijd individuele dieren besmet raken door aanvoer van voer, stro of via vogels. Zo heeft een klant recent de helft van de veestapel geruimd om Mycoplasma. Als handel moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen en een steentje bijdragen aan gezondheidspreventie op de rundveebedrijven.”

Officieel vrije status vraagt onderhoud

Voor een aantal ziekten heeft Nederland officieel de status vrij en is er een wettelijke bestrijdingsplicht.

Die wordt ondersteund met een continue monitoring in opdracht van de rijksoverheid. Het gaat hierbij om de infectieziekten leukose, brucellose en rundertuberculose. Voor leukose is er een actieve monitoring van tankmelk, waarbij jaarlijks een derde van de bedrijven steekproefsgewijs worden gecontroleerd. Daarnaast is er monitoring in de vorm van bloedonderzoek. Van vleesvee ouder dan 2 jaar wordt hiervoor steekproefsgewijs aan de slachtlijn bloed getapt. Dieren die ooit geïmporteerd zijn, worden daar standaard getapt.

Brucellose

Voor brucellose wordt er een vinger aan de pols gehouden. Het insturen van bloed van verwerpende koeien is verplicht. “We hebben al heel lang geen uitbraken gezien van leukose en brucellose”, stelt Wever. “In een aantal landen komt leukose nog voor en daarom is een extra borging nodig om toch op deze ziekte te onderzoeken. Brucellose is een zoönose en hierdoor is monitoring op dit soort ziekten naast de diergezondheid ook voor de humane gezondheid van belang.”

Runder-tbc

Voor leukose en brucellose onderzoekt GD de monsters. Bij runder-tbc is de bewaking vooral in handen van de slachterijen. Bij een verdenking van een van deze (en andere meldingsplichtige ziekten) komt de NVWA in beeld. Als er aanleiding toe is, bijvoorbeeld als antistoffen worden aangetoond in het onderzoek voor leukose of brucellose, zal er altijd een referentie-onderzoek plaatsvinden bij Wageningen Bioveterinary Research (WBVR). Als het resultaat daarvan ook ongunstig is, is er pas echt sprake van een uitbraak en start NVWA de bestrijding.

Eén reactie

  • Gezien er nu op veel plaatsen in Europa plek is gezocht om hun jongvee buiten het fosfaatgebeuren te houden om te kunnen melken is het wel van groot belang dat er een goede monitoring is. Per 1 april moet men nu ook met de BVD en IBR aan de gang. Dan ook geen uitzonderingen meer maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.