Rundveehouderij

Achtergrond

Melkprijs ging in 2017 van kelder naar dak

De Nederlandse melkveehouderij profiteerde vorig jaar onverwacht van een enorm prijsherstel in de zuivelmarkt én van extra toeslagen.

Het melkprijsherstel in 2017 was enorm, vooral in Nederland. Ten opzichte van 2016 steeg de gemiddelde melkprijs vorig jaar met 34%. Recordhouder was DMK-dochter DOC Kaas. Dat zag de contante melkprijs met op een haar na 50% opveren.

Alleen in Ierland was het herstel van de melkprijzen min of meer vergelijkbaar met dat in Nederland. Op zich niet verbazend, want dat land is op zuivelgebied ongeveer even liberaal als Nederland en ook even exportafhankelijk – wat dus ook inhoudt dat de melkprijzen er even volatiel zijn als in Nederland. De Ierse melkprijzen bereiken niet dezelfde hoogte als de Nederlandse, maar voor de Ierse melkveehouders is dat ook niet zo nodig. Hun kosten zijn lager, waardoor ze eerder op een renderend niveau zijn aanbeland.

Zuivelbedrijven verhoogden hun toeslagen flink in 2017. De toeslag voor weidegang brengt daarbij nog steeds het meeste geld aan. - Foto: Hans Prinsen
Zuivelbedrijven verhoogden hun toeslagen flink in 2017. De toeslag voor weidegang brengt daarbij nog steeds het meeste geld aan. - Foto: Hans Prinsen

Franse melkprijzen meest stabiel

Het minst veranderlijk waren de melkprijzen in Frankrijk, wat deels te maken heeft met het licht anticyclische melkprijsbeleid van de Franse zuivel. De stabiliteit heeft ook te maken met de grote binnenlandse markt en de sterke Franse voorkeur voor product van eigen bodem.

Extra toeslagen op melkprijs

Melkprijsjaar 2017 was ook het jaar van de extra toeslagen. Bijna elke zichzelf respecterende zuivelonderneming deed een schep bij de toeslagen op. Het lijkt er op dat dit de melkprijsstijging een verdere zet omhoog gaf, maar dat is moeilijk om heel hard te maken. Voor zuivelbedrijven zijn het hebben van weidezuivel- en transgeenvrije (VLOG) productlijnen steeds meer een ‘must’ om producten op voor hen belangrijke markten te kunnen verkopen. In zekere zin hebben ze dus weinig andere keus dan zich in de kijker te blijven spelen.

Zuivelreus DMK en dochter DOC profiteerden vorig jaar van een sterk marktherstel. Hier een foto van een nieuw pakhuis in Erfurt.
Zuivelreus DMK en dochter DOC profiteerden vorig jaar van een sterk marktherstel. Hier een foto van een nieuw pakhuis in Erfurt.

Weidemelktoeslagen omhoog

Feit is dat de kaasmakers Cono en Bel Leerdammer vorig jaar de weidemelktoeslag verhoogden naar € 2,00 per 100 kilo. Ook CZ Rouveen hanteert dat tarief. DOC Kaas zette de premie op € 1,75, DeltaMilk en Vreugdenhil verhoogden naar € 1,50 en FrieslandCampina naar netto € 1,15. Hochwald bleef op maximaal € 1,70, A-ware op € 1,75.

De duurzaamheidspremies bleven bij de meeste bedrijven gelijk. Alleen Cono ging aan de slag met een brede pilot waarbij leden tot € 2.000 per bedrijf (een kwartje per 100 kilo over maximaal 800.000 kilo melk) extra konden verdienen met nieuwe duurzaamheidsinitiatieven.

VLOG-zuivel

Daarnaast was 2017 het jaar dat bedrijven als FrieslandCampina en Cono insprongen op de sterk aantrekkende vraag naar zuivel die is geproduceerd zonder gebruik van genetisch veranderd voer, ook wel VLOG-zuivel genoemd. Arla was daar al wat eerder mee bezig. VLOG-zuivel is nu al bijna de standaard voor de Duitse markt. De plus van € 1,00 per 100 kilo is aantrekkelijk genoeg voor melkveehouders om aan mee te doen.

‘Toeslagen zijn serieus geld – in Nederland. In de buurlanden doen ze het allemaal een beetje rustiger aan’

Tot € 4,00 bijsprokkelen

Wie bij de goede onderneming zat en gretig inspeelde op alle mogelijkheden om toeslagen bij te sprokkelen, kon vorig jaar al tot € 4,00 per 100 kilo bijverdienen. Dit jaar zijn de mogelijkheden alleen nog maar groter geworden. Toeslagen zijn serieus geld – in Nederland. In de buurlanden doen ze het allemaal een beetje rustiger aan. Weidegang wordt er karig beloond, VLOG iets beter. De melkprijzen zijn er deels ook naar.

Coöperatie DeltaMilk keerde de leden over 2017 naar verluidt een mega-nabetaling uit van €3,50 per 100 kilo. - Foto: Herbert Wiggerman
Coöperatie DeltaMilk keerde de leden over 2017 naar verluidt een mega-nabetaling uit van €3,50 per 100 kilo. - Foto: Herbert Wiggerman

DeltaMilk officieuze koploper

In Nederland lijkt coöperatie DeltaMilk de Noord-Hollandse collega Cono van de troon te hebben gestoten als het gaat om de hoogste melkprijs. Het is nieuws met een slag om de arm. Leden spreken over een hoge nabetaling van € 3,50 per 100 kilo, de bedrijfsleiding geeft geen commentaar. Ook is er nog geen jaarverslag 2017 gedeponeerd. Feit is wel dat DeltaMilk steeds een relatief hoge nabetaling doet. Dat is ook niet zo moeilijk, want de winst van de hele fabriek (inclusief de winst gemaakt met van FrieslandCampina bijgekochte melk) wordt verdeeld over een relatief klein aantal leden.

‘Uitgaande van de harde, actuele cijfers is Cono nog steeds de koploper qua melkgeld’

Daarbij hanteert DeltaMilk de laatste jaren een beleid waarbij een vrij klein deel van de winst wordt geïnvesteerd in de fabriek en maximaal wordt uitgekeerd aan de leden. De solvabiliteit schuurt tegen de 30% aan. Het eigen vermogen in de dode hand van de coöperatie is klein, achtergestelde leningen zorgen voor de solvabiliteit.

Cono officiële koploper

Uitgaande van de harde, actuele cijfers is Cono nog steeds de koploper qua melkgeld. De coöperatie betaalt een relatief hoge voorschotprijs uit, kent de hoogste toeslagen en betaalt ook nog eens meer na dan FrieslandCampina, die voor de meeste zuivelbedrijven toch het vaste ijkpunt is.

Gemiddelde melkprijs ruim een derde hoger

Alle zuivelbedrijven deden het vorig jaar flink beter dan in 2016. Opvallende verschillen zijn wel dat dat FrieslandCampina twee plekken op de ranglijst daalde, dat ook Arla – de andere Europese zuivelreus – stevig terugviel en dat het spelersveld als geheel erg dicht op elkaar zat. Door het sterke prijsherstel bij DMK en DOC Kaas, betaalt de laatste coöperatie ook niet meer de laagste melkprijs.

Nog een opvallende uitkomst van de melkprijsvergelijking van dit jaar is dat niet FrieslandCampina, maar particuliere kaasmaker Bel Leerdammer de derde plaats bezet qua contante melkprijs. Bij een volume van 800.000 kilo is het voordeel 9 cent per 100 kilo ten gunste van Bel Leerdammer. Bij hogere volumes is het verschil nog groter. Dit is des te opvallender gezien het sterke gemor onder de leveranciers van Bel Leerdammer. Het is echter goed om te weten dat dit gemor niet zijn oorzaak vindt in de melkprijs, maar veel meer in de relatie tussen Bel Leerdammer en de leveranciers. Die relatie wordt door veel leveranciers als te kil en afstandelijk ervaren.

FrieslandCampina zakt weg

Al met al zakt FrieslandCampina van een stabiele tweede plaats naar nu ‘slechts’ de vierde plek. Het geeft aan hoe lastig FrieslandCampina het vorig jaar had en ook hoe concurrerend een flink aantal Nederlandse zuivelbedrijven is geworden. Want al bezet particuliere kaasmaker A-ware nu dan de vijfde of zesde plek op de ranglijst (vorig jaar negende) het zit, afhankelijk van het volume, slechts 40 tot 80 cent per 100 kilo van FrieslandCampina af.

‘FrieslandCampina is niet de enige zuivelreus die hard moet werken om bij te blijven’

Deze stand van zaken bevestigt de eerdere observatie dat de garantieprijs van FrieslandCampina nog prima volstaat om boven de buitenlandse concurrentie uit te steken, maar deze prijs is niet meer hoog genoeg om zich de binnenlandse concurrentie van het lijf te houden. De vraag rijst daarmee of de garantieprijsformule niet toe is aan een actualisering. Of FrieslandCampina daar zelf aan toe is, is weer een heel andere vraag. De onderneming is eerst druk bezig om de gewone winstgevendheid te verbeteren met alle initiatieven die in het voorbije jaar zijn ingezet. Om dan ook nog de lat hoger te leggen voor de basis(garantie)prijs, is misschien iets te veel gevraagd.

Arla kampt met lastige afzetmarkt en hoge melkaanvoer

FrieslandCampina is niet de enige zuivelreus die hard moet werken om bij te blijven. Concurrent Arla zakte vorig jaar met de contante melkprijs terug van een comfortabele vierde plaats naar de achtste en op twee na laatste plaats. Arla betaalde met maximaal € 38,70 bij een jaarleverantie van 800.000 kilo niet slecht, maar wel onder het Nederlandse gemiddelde, dat ligt op € 39,49 per 100 kilo. De Scandinavische zuivelreus kampte met een lastige Europese afzetmarkt en een hoge melkaanvoer.

Maatschap van der Broek neemt deel aan het duurzame zuivelconcept van AH en A-ware. Dat levert dit jaar 2 cent extra toeslag op, volgend jaar 3 cent. - Foto: Jan Willem van Vliet
Maatschap van der Broek neemt deel aan het duurzame zuivelconcept van AH en A-ware. Dat levert dit jaar 2 cent extra toeslag op, volgend jaar 3 cent. - Foto: Jan Willem van Vliet

Particuliere melkverwerker Vreugdenhil herpakte zich goed en steeg van een zevende naar de vijfde plek. Met maximaal € 39,57 bij 800.000 kilo betaalde het een bovengemiddelde prijs. Het bedrijf had het moeilijk op de melkpoedermarkt, maar kon veel goed maken bij room en boter.

Hochwald Nederland zakte ondanks een keurige melkprijs één plaatsje op de ranglijst (van 6 naar 7). Dit jaar lijkt het bedrijf zich te revancheren, met voorlopig de vrijwel hoogste melkprijs.

DOC-leden betalen deel zelf

A-ware betaalde vanaf € 1,63 tot maximaal € 2,03 per 100 kilo meer dan concurrent DOC Kaas. Dat keerde met een maximale contante melkprijs van € 37,99 (eigenlijk € 37,36) – bij 800.000 kilo – overigens € 12,56 meer uit dan vorig jaar! De DOC-leden betalen sinds 2016 echter wel 63 cent van hun contante melkprijs zelf. Eind 2015 besloot DOC Kaas eerst de bijschrijving op de ledenrekening te verlagen van 68 naar 63 cent per 100 kilo. Vervolgens werd de uitkering van dit geld direct in de voorschotprijs verwerkt. Het maakt het prijsherstel bij DOC in 2017 niet minder. A-ware volgde qua verhoging dicht op DOC met een plus van € 11,59 per 100 kilo. DeltaMilk zat tussen beide in, met een plus van € 11,91 per 100 kilo.

Gemiddeld lag de maximaal contante melkprijs vorig jaar € 9,97 hoger dan in 2016. Toen was de melkprijs ver weggezakt en was ook het verschil tussen de hoogste en laagste betaler groot (€ 8,40 per 100 kilo). In 2017 is het maximale verschil teruggelopen tot hooguit € 5,70 per 100 kilo melk.

De productie van VLOG-gecertificeerde melk nam vorig jaar een hoge vlucht. Voor een meerprijs van een cent per kilo, kon speciale brok meestal wel uit. - Foto: Anne van der Woude
De productie van VLOG-gecertificeerde melk nam vorig jaar een hoge vlucht. Voor een meerprijs van een cent per kilo, kon speciale brok meestal wel uit. - Foto: Anne van der Woude

Botermarkt trok snel aan in 2018

Wat 2018 gaat brengen, is nog grotendeels koffiedik kijken, maar de eerst uiterst sombere vooruitzichten hebben plaatsgemaakt voor niet-tegenvallende melkprijzen en een steeds leuker vooruitzicht voor de rest van het jaar. Dit heeft zijn oorzaak in een mix van factoren. Ten eerste trok de botermarkt weer heel snel aan. Daarnaast komt er langzaamaan ook iets meer beweging in de melkpoedermarkt. De lage noteringen voor mager poeder hebben, meer dan vorig jaar, hun sporen getrokken in de melkprijzen tot nu toe. Een licht herstel komt er evenwel aan.

Betere kansen op internationale markt

Ondertussen zijn er ook betere kansen op de internationale markt. Nieuw-Zeeland heeft minder aanbod dan vorig jaar, de Verenigde Staten kunnen op sommige markten wel een lastige concurrent zijn. In de VS zijn de melkprijzen relatief laag en zijn de voorraden hoog, met name van melkpoeder en kaas. Dat kan de Europese export voor de voeten lopen. Voorlopig ligt de gemiddelde Nederlandse melkprijs een fractie lager dan vorig jaar. Bij FrieslandCampina is de situatie trouwens net andersom. Het kan nog veel kanten op.

Doorsnee melkprijs en prijs per fabriek soms heel divers

In de jaarlijkse melkprijsvergelijking van Boerderij worden de prijzen die boeren kunnen ontvangen bij de diverse verwerkers met elkaar vergeleken bij volumes van 800.000 kilo en 1,1 miljoen kilo. Het eerste volume is nog steeds ongeveer het Nederlandse gemiddelde, maar bij een aantal verwerkers is het kwantum per melkveehouder al flink hoger. Vanouds was DOC Kaas de fabriek van de ‘grote boeren’. Daar is het volume nog steeds bovengemiddeld. De oude rol van DOC Kaas is intussen overgenomen door A-ware. Daar ligt de gemiddelde leverantie al dicht in de buurt van de 1,2 miljoen kilo. Met oplopende kwantumtoeslagen levert dat zo maar een verschil in melkprijs op van 50 cent per 100 kilo. Dan zijn er nog de verschillen in vet en eiwit per bedrijf en verwerker.

Voorschotprijzen en nabetaling

Boerderij onderscheidt tussen voorschotprijzen, ofwel alles exclusief de nabetaling, en de nabetaling (of prestatietoeslag zelf). Naar de vraag wanneer de gelden worden uitbetaald, wordt niet specifiek gekeken. Bij coöperaties die nog een nabetaling toepassen, wordt deze meestal 4 tot 6 maanden na het einde van het boekjaar uitbetaald. Maar ook een deel van de gewone melkprijs – de maandelijkse prijs inclusief toeslagen – wordt niet altijd direct uitbetaald. Soms wordt de weidetoeslag, de duurzaamheidstoeslag, of een deel ervan ook pas later betaald. Veel bedrijven hebben daar in 2017 wel een slag in gemaakt. Zo is Cono de weidetoeslag eerder gaan betalen, net als anderen. Ook A-ware laat zich erop voorstaan bijna het volledige bedrag aan melkgeld direct uit te betalen. Het is voor de verwerker een extra financiële last, voor de melkveehouders is het een gemak, want direct meer contanten.

Of registreer je om te kunnen reageren.