Rundveehouderij

Achtergrond 6 reacties

Meer keurmerken, meer melkstromen

Er komen steeds meer (keur)merken voor zuivel bij om duurzaamheidsclaims te communiceren. Gevaar is dat zuivel daardoor juist niet meer onderscheidend is.

De groei van het aantal zuivel- en keurmerken is met een toename van het aantal melkstromen een onomkeerbaar proces. Melkveehouders krijgen steeds meer mogelijkheden om zich te onderscheiden en beuren daarvoor een hogere melkprijs. Althans dat is de bedoeling. Vraag is of het wenselijk is dat het aantal (keur)merken voor zuivel nog verder gaat toenemen. Als 100 merken zich willen onderscheiden, valt uiteindelijk toch geen één merk meer op?

Meer dan 200 duurzaamheidskeurmerken

Voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal buigt zich al langere tijd over dit probleem. Volgens de organisatie zijn er al meer dan 200 duurzaamheidskeurmerken. Directeur Vera Dalm is duidelijk. “Er zijn te veel keurmerken en ook is lang niet altijd duidelijk waar een keurmerk voor staat.” Het probleem speelt in de ene sector meer dan in de andere.

Ze vraagt zich af waarom sectorpartijen niet vaker gezamenlijk inzetten op één betrouwbaar keurmerk. Als voorbeeld noemt ze het Beter Leven Keurmerk (BLK) van de Dierenbescherming. Op deze manier voorkom je dat producenten over elkaar heen buitelen met duurzaamheidsclaims.
Artikel gaat verder onder de foto‘s

Een pak zuivel barst van de logo’s en merken. Een weidemelklogo, een Europese groene bio vlag, het EKO-keurmerk, een keurmerk van een Klimaatneutrale verpakking, een FSC-keurmerk en ga zo maar door. - Foto: Jan Willem Schouten
Een pak zuivel barst van de logo’s en merken. Een weidemelklogo, een Europese groene bio vlag, het EKO-keurmerk, een keurmerk van een Klimaatneutrale verpakking, een FSC-keurmerk en ga zo maar door. - Foto: Jan Willem Schouten

Weerstand tegen Beter Leven Keurmerk zuivel

Opvallend is dat de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) al in 2016 aangaf geen meerwaarde te zien in introductie van een BLK-keurmerk voor zuivelproducten. Zo’n keurmerk zou een een geïntegreerde aanpak op verduurzaming in de weg staan. Ook LTO gaf toen aan liever verduurzaming van de zuivelsector over de hele linie te zien.

Nu is het naar verluidt wel zo dat destijds stilzwijgende afspraken golden om elkaar als zuivelondernemingen niet te beconcurreren op duurzaamheidsaspecten. Deze afspraak lijkt met de introductie van een nieuw concept als AH-melk door A-ware en een Topline-segment door FrieslandCampina niet meer te gelden.

Grote vraag is natuurlijk hoe beide zuivelondernemingen al de eisen die ze voor deze melkstromen stellen, naar de consument en hun afnemers gaan communiceren. Ze moeten duidelijk maken waarom klanten meer moeten betalen. Neem nu een pak biologische Campina-yoghurt uit de winkelschappen en je struikelt al over de logo’s en merken. Complimenten voor de ontwerpers van de verpakking zijn op hun plaats, aangezien ze ondanks al deze elementen toch een presentabele verpakking hebben weten te bedenken. De vraag werpt zich op of zoveel keurmerken en logo’s hun doel niet voorbijschieten?

Keurmerkwijzer Milieu Centraal

Om enigszins orde aan te brengen in de keurmerken-chaos lanceerde Milieu Centraal al in 2012 de Keurmerkenwijzer. Consumenten kunnen met behulp van dit instrument achterhalen aan welke eisen een ‘duurzaam’ keurmerk, bedrijfsmerk of logo wel of niet voldoet. Opvallend is dat met name de 3 keurmerken voor biologische zuivel, Demeter, EKO en het Europees keurmerk, er goed uitkomen. Milieu Centraal kwalificeert ze alle 3 als Topkeurmerk, ofwel merken die de hoogste eisen stellen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en mens en werk.

Ondanks deze eer geeft het te denken dat er alleen voor biologische zuivel al 3 keurmerken zijn. Waarom is er niet 1 sterk biologisch keurmerk? Een van de tegenargumenten vanuit de sector is dat het EKO-merk echt Nederlands is. Groot voordeel hiervan is dat op nationaal niveau sneller wijzigingen zijn door te voeren dan op internationaal niveau.

Eisen aan dierenwelzijn

Opvallend in de Keurmerkenwijzer is verder dat een merk als Weidemelk geen Topkeurmerk is. Wat betreft Controle en Transparantie is Milieu Centraal lovend, maar op de thema’s milieu en dierenwelzijn scoort het keurmerk slecht. Reden voor de slechte beoordeling is dat er geen eisen gelden aan dierenwelzijnsaspecten als stalconditie, binnenruimte per dier, transportduur of afleidingsmateriaal.

Dit toont volgens Kees-Jaap Hin van Stichting Weidegang de manco’s van het systeem dat de Keurmerkwijzer hanteert. Stichting Weidegang kiest er juist heel bewust voor een ‘single issue-keurmerk’ te voeren. De sector borgt zaken als dierenwelzijn en milieu op een andere manier, maar dat is niet in de Keurmerkwijzer terug te vinden.

Stichting Weidegang kiest er juist heel bewust voor een ‘single issue-keurmerk’ te voeren. - Foto: Ronald Hissink
Stichting Weidegang kiest er juist heel bewust voor een ‘single issue-keurmerk’ te voeren. - Foto: Ronald Hissink

Moeizaam verloop Beter Leven Keurmerk

Ondanks de weerstand vanuit de zuivel is de Dierenbescherming samen met Natuur & Milieu en Vogelbescherming doorgegaan met de plannen voor een BLK voor zuivel. De organisaties zijn van mening dat zowel consumenten als de retail waarde hechten aan onafhankelijkheid en deskundigheid. De vraag naar duurzame zuivel is volgens de Dierenbescherming een logisch vervolg op de succesvolle differentiatie de afgelopen jaren in het vleesschap. Het BLK heeft dit volgens Dierenbescherming hanteerbaar gemaakt voor de keten én de consument.

Toch loopt de introductie van zuivel onder BLK moeizaam. Eind 2010 meldde Boerderij voor het eerst dat er werd nagedacht over een BLK voor zuivel. Pas nu lopen er pilots bij melkveebedrijven om een en ander in de praktijk te testen. Vooralsnog wordt maar weinig over het initiatief naar buiten gebracht. Aandachtspunten zijn transport, veevoer, ammoniakemissie, ruimte per dier en het langer houden van kalf bij koe. Het welzijn van koeien willen de initiatiefnemers gaan meten aan de hand van bestaande methodes zoals de klauwgezondheidsscore en de conditiescore. Introductie van het keurmerk staat vooralsnog gepland voor begin volgend jaar.

Hoe de zuivelsector uiteindelijk met de introductie van het BLK omgaat, is afwachten. De een geeft aan niets te willen weten van een keurmerk dat van buiten de sector wordt opgelegd, de ander geeft aan het keurmerk gewoon te gaan gebruiken zodra een klant daarom vraagt.

Hoe verder met keurmerken voor zuivel?

Gezien de initiatieven voor nieuwe (keur)merken is het duidelijk dat er in de zuivel ruimte is tussen gangbaar en bio in. De vraag is in hoeverre zuivelbedrijven zelf (keur)merken in de markt moeten zetten en wanneer het verstandiger is een keurmerk van derden te gebruiken?

Grote angst is natuurlijk bij het gebruik van keurmerken van derden dat mensen zonder kennis van zaken de sector voor onmogelijke opgaven stellen. Daarbij kunnen grote spelers in de markt, zo laat de praktijk zien, een heel eind komen met een eigen merk of keurmerk. Een droom voor elke onderneming is als de eigen naam de lading krijgt van een keurmerk an sich. Daarvoor is transparantie en het ethisch en moraal handelen van een onderneming essentieel. Consumenten willen een onderneming blind kunnen vertrouwen.

Toch zijn veel mensen per definitie sceptisch als spelers een eigen belang hebben bij een keurmerk. Zij zien bij voorkeur een keurmerk gedragen door een brede vertegenwoordiging uit de samenleving. Voor zuivelondernemingen wellicht de ultieme licence to produce, maar niet zonder risico’s voor de huidige bedrijfsvoering.

‘Voedingsbedrijven moeten transparanter zijn’

Het gebruik van keurmerken is volgens Ronald van Marlen, bestuurslid en voormalig directeur EKO-keurmerk en adviseur bij het biologische adviesbureau Timeli, alleen nodig omdat voedingsmiddelenbedrijven te ver van de consument zijn komen af te staan. Transparantie is vaak ver te zoeken.

Wat vindt u van het aantal keur-(merken) voor Nederlandse zuivel?

“Eigenlijk ben ik nooit zo van de keurmerken geweest. In de basis moeten bedrijven gewoon transparant zijn in wat ze doen en ethisch en moreel goed in elkaar zitten. Met zoveel keurmerken voor voedsel maken consumenten terecht de opmerking dat producenten wel heel veel keurmerken nodig hebben om aan te tonen dat ze deugen.”

Ronald van Marlen (52) uit het Gelderse Ede is bestuurslid en voormalig directeur EKO-keurmerk en adviseur bij het biologische adviesbureau Timeli. - Foto: Koos Groenewold
Ronald van Marlen (52) uit het Gelderse Ede is bestuurslid en voormalig directeur EKO-keurmerk en adviseur bij het biologische adviesbureau Timeli. - Foto: Koos Groenewold

Toch bent u een van de grondleggers van het EKO-keurmerk.

“Dat klopt, een keurmerk kan meerwaarde bieden als het ook echt wat toevoegt. Daarbij ziet de retail graag dat aanvullende voorwaarden geborgd zijn. Het Europese keurmerk voor bio richt zich vooral op het ecologische aspect. Wij zijn van mening dat er meer aandacht moet zijn voor andere kernwaarden als eerlijkheid, verantwoordelijkheid en gezondheid. Dat is de reden waarom binnenkort ook een deel van de biologische melkveehouders hun aanvullende voorwaarden bij het EKO-keurmerk onderbrengt. Het belangrijkste aspect van een keurmerk is uiteindelijk toch vooral de marketingtechnische meerwaarde.”

Hoe betrouwbaar is het EKO-keurmerk?

“Het systeem functioneert, maar er zijn duidelijk beperkingen zoals bij alle keurmerken. Bijvoorbeeld dat een certificeringsinstantie gemiddeld een keer per jaar langs komt. Valkuil is dan dat producenten alleen doen wat moet. Bij EKO laten we daarom wat meer ruimte in de bovenwettelijke voorwaarden, als het tenminste past in ons ambitiekader. Daarmee proberen we deelnemers intrinsiek te motiveren. Naar consumenten moeten we realistisch zijn en eerlijk toegeven dat we een systeem nooit helemaal dicht kunnen timmeren. Goed voorbeeld is het paardenvleesschandaal. Met een kilometer aan wetgeving en regels voor vlees hebben we niet weten te voorkomen dat er in plaats van rundvlees paardenvlees op een pizza is beland.”

Ziet u de introductie van meer duurzame melkstromen als bedreiging voor de biologische melkveesector?

“Nee, helemaal niet. Het is juist goed dat de biologische sector met enige regelmaat wordt uitgedaagd.”

Laatste reacties

  • alco1

    BLK zeker, met alle eisen van elke melkstroom bij elkaar opgeteld.
    Krijgen ze toch hun zin en zal de landbouw uit ons land verdwijnen.

  • alco1

    Net als met biologisch.
    Er is een geitenwollen sok club die denk dat de wereld gered is als alle gronden verarmen en weer vol staan met onkruiden.
    Hier trappen veel boeren in.
    Ik hoop dat de prijs van bio nog lang een extra is.
    Maar als de vraag het aanbod overtreft is het gedaan met de prijs en de boer blijft achter met grond waar je niets meer mee kunt.
    En die club is blij en het heeft hun ook nog niets gekost!

  • farmerbn

    Mensen zijn niet geinteresseerd in duurzaamheid en andere kul. Kijk naar de I-phone en de Samsungs. Allemaal geproduceerd door kinderen en durrzaamheid nul.

  • piet p

    Eindelijk iemand die het doorheeft.

  • husky007

    Goed gezien @farmerbn, docu gezien over Samsung, de slavenarbeid viert daar hoogtij, en wat te denken vd zonnepanelen hoe vervuilend zal die productie wel niet zijn, en misschien wordt dat in de toekomst wel de nieuwe asbest, ik weet wel we zullen iets moeten, maar toch.

  • koestal

    De natuurorganisaties zijn kampioen in het verbouwen van Jacobskruiskruid,het wordt weer een gele zomer.

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.