Rundveehouderij

Achtergrond

‘Het is gewoon niet lucratief om vleesveehouder te worden’

Wouter Hartendorf is sinds oktober 2017 voorzitter van de LTO-vakgroep Vleesvee. Hij zet de sector in overleggen weer duidelijk op de kaart.

Met de aanstelling van Wouter Hartendorf, een door de wol geverfde regionaal bestuurder, klinkt het vleesveegeluid weer duidelijk binnen de LTO-gelederen. Terwijl Hartendorf eigenlijk niet van plan was om de voorzittershamer op te pakken: “Ze zochten al langer iemand. Na een bijeenkomst over fosfaatrechten waar ik kritische vragen stelde aan Kees Romijn, kwam Jos Bolk naar me toe met de opmerking dat hij een opvolger zocht. Hij gaf me zijn telefoonnummer met de vraag of ik wilde bellen. Toen is het balletje gaan rollen. Na een gesprek met de vertrouwenscommissie zei ik thuis dat ik het niet zou doen. Zat er ook niet echt op te wachten. Maar toen ze een paar dagen later belde, ben ik toch gezwicht. Ik vind dat ik, als ik een grote mond heb, daar nu ook wat mee moet doen. Binnen een week was het rond. ’s Ochtends werd ik gebeld, ’s avonds zat ik al in Den Haag voor een bijeenkomst met Kamerleden.”

Wouter Hartendorf (36) heeft samen met zijn schoonfamilie een vleesveebedrijf in Santpoort-Zuid (Noord-Holland). Oktober 2017 is hij benoemd tot voorzitter van de LTO-vakgroep Vleesveehouderij. - Foto: Cor Salverius - Dijkstra bv
Wouter Hartendorf (36) heeft samen met zijn schoonfamilie een vleesveebedrijf in Santpoort-Zuid (Noord-Holland). Oktober 2017 is hij benoemd tot voorzitter van de LTO-vakgroep Vleesveehouderij. - Foto: Cor Salverius - Dijkstra bv

Eindelijk weer een voorzitter

De functie van voorzitter van de LTO-vakgroep Vleesveehouderij is blijkbaar niet erg gewild. Na het vertrek van Leon Moonen heeft Jos Bolk de functie 3 jaar als interim-voorzitter vervuld. Met Wouter Hartendorf waait er een andere wind. De Noord-Hollander neemt geen blad voor de mond en staat pal voor zijn sector. Wat Hartendorf betreft moet de vleesveehouderij weer zichtbaar worden in overleggen met andere sectoren en de overheid.

U kreeg met het fosfaatdossier direct een zwaar dossier op uw bord.

“Het was een leuk, maar wel heel druk eerste half jaar. Ik ben zo blij met vakgroepsecretaris Frits Mandersloot die me bijgepraat heeft over het fosfaatdossier en de oprichting van VleesveeNL. Het idiote was wel dat er direct werd gevraagd hoe lang ik het ging vol houden. Het heeft 3 jaar geduurd voordat iemand de functie van Jos Bolk wilde overnemen. Nou, wat mij betreft nog wel een paar jaar.”

‘Ik ben blij dat we nog wat aan de fosfaatrechten konden doen’

“VleesveeNL is ook niet voor niks opgericht, dat is voor een groot deel uit onvrede gebeurd. Als vleesveehouder had ik zelf ook al het idee dat de sector niet te zien was. Daar moeten we nu met de nieuwe vakgroep aan werken. Om te starten ben ik achteraf heel blij dat Mark Heijmans weer terugkwam bij LTO, die heeft zoveel kennis waar ik op kan bouwen. En ik ben blij dat we nog wat aan de fosfaatrechten konden doen. Als dat goed landt, hekel dan hebben we als vakgroep zeker nog bestaansrecht.”

Stappen LTO-vleesveehouders anders op?

“De fosfaatrechten zijn wel een heikel punt. Zelfs ik zou mijn lidmaatschap opzeggen als er voor vleesvee niets zou blijven gebeuren. Als lid hoorde of las je eigenlijk nooit iets over je eigen sector. Die geluiden hoor je dus overal. Probleem is in zijn algemeenheid gewoon dat bestuurders al snel de pet van hun bedrijf ophouden en daarmee kijken. Zelf hoef ik daar juist niet op te letten. Mijn voordeel bij het afdelingsbestuur is dat ik als vleesveehouder naar melkveezaken keek en dus minder emotie bij zaken heb. Dat moet ik nu vast houden.”

Hoe staat het nu met de fosfaatrechten?

“We zijn nu in overleg met het ministerie aan de afwerking van de voorwaarden en hopen dat de Europese Commissie in juli de vrijstelling voor zoogkoeienhouders goedkeurt. Dan mag je als vleesveehouder kiezen: rechten of niet. Als je kiest om te stoppen dan kun je je jongveerechten verkopen, alleen dan mogen je koeien niet meer kalven, die houd je dan voor de mesterij. Kies je voor vrijstelling, dan mag je geen vee naar de melkveehouderij verkopen maar wel groeien zonder rechten aan te hoeven te kopen.”

Ik hoor een maar.

“Het is nooit de bedoeling geweest, dat de zoogkoeienhouderij rechten zouden krijgen. Als dit voor december was afgerond, dan waren die discussie én die rechten er nooit geweest. De jurist van het ministerie heeft toegegeven dat verschillende partijen zoals LTO maar ook EZ hebben zitten slapen.”

Wat hoor je van veehouders over wat ze willen?

“Het grootste deel is ouder en stopt binnen nu en 10 jaar. Die willen cashen. Maar omdat het vooral kleine bedrijven zijn, gaat het om hooguit 200 kilogram fosfaat. 200 kilo à € 175 is veel geld, maar dat gaat toch op aan andere dingen en het is ook maar eenmalig.”

Er zijn toch al zoogkoeienhouders die hun rechten op voorhand verkocht hebben?

“Dat klopt, maar RVO.nl houdt die beschikkingen nog tegen omdat de rechten voor vleesvee nog herzien worden.”

‘Het is gewoon niet lucratief om vleesveehouder te worden’

En het risico dat melkveehouders overstappen op vleesvee en ongebreideld groeien?

“Er zijn maar weinig melkveehouders die gaan overstappen. Het is gewoon niet lucratief om vleesveehouder te worden. Daarnaast wordt die mogelijkheid door de voorwaarden die we opstellen ook getackeld. Wij hopen dat er geen escape zal zijn waarbij je je rechten verkoopt om te stoppen om vervolgens opnieuw te starten en een vrijstelling aan te vragen. Daar zijn wij met z’n allen niet voor beziggeweest om een vrijstelling te bewerkstelligen. Het is sneu dat er veehouders zijn die me met dat soort plannen bellen. Die snappen niet dat ze het voor zichzelf en voor de gehele rundveehouderij verzieken.”

Je gaf aan dat de vleesveehouderij te weinig gezien werd, ook binnen LTO. Hoe zie je de verhoudingen nu dan?

“We zijn er weer. Ik weet niet hoe het was, maar we hebben als vakgroep onze eigen zin. We zijn maar met 4 bestuurders, maar laten niet over ons lopen. Ik heb gelijk in de eerste weken van me laten horen, we moeten het gewoon eerlijk spelen als hele rundveegroep en niet de belangen van één tak boven de rest plaatsen. Wat dat aangaat, heb ik respect voor een voorzitter als Marc Calon. Hij luistert echt naar alle partijen.”

Toch maakt de melkveehouderij het de vleesveehouderij niet makkelijk. Op het gebied van grond krijgen jullie met de recentste grondgebondenheidseisen meer concurrentie van de melkveehouder.

“Zeker, maar laten we de lat maar gelijk hoog leggen. Ons vee is veel beter geschikt voor natuurgebieden. De melkveehouder doet het alleen voor grondgebondenheid en mest en kijkt nergens anders naar. Wij willen in gesprek met de natuurorganisaties om tot een uniformer pachtcontract te komen. Want als het om geld alleen gaat, kunnen we natuurlijk nooit tegen melkveehouders op.”

‘Wij voegen met stalmest en laat maaien ook echt iets aan weidevogels en biodiversiteit toe.’

“Natuurorganisaties hebben veel te veel land om er natuur van te maken. Laat dan vleesveehouders die stukken waar ze geen tijd en geld voor hebben beheren. Wij voegen met stalmest en laat maaien ook echt iets aan weidevogels en biodiversiteit toe. Die melkveehouder denkt aan opbrengst en gooit er al te snel mest op.”

Binnen LTO moet je samenwerken, maar toch ga je op dit gebied regelrecht tegen de melkveehouderij in.

“Ik gun melkveehouders echt wel wat, maar het moet duidelijk zijn dat er ook andere koeien zijn. Wat mij betreft mogen er meer restricties komen aan het gebruik van grond. Als je kijkt naar het ideaalbeeld van de consument van koeien in de wei en kalf bij de koe, nou dan kom je bij ons uit. En zeg nou zelf, die holsteinkapstokken kunnen niks met pijpenstrootjes en ander ruig grasland. Op de dikbillen na zijn de vleesveerassen daar uitermate geschikt voor.”

Dus de zoogkoeienhouderij heeft volgens jou wel toekomst?

“Wel als we er wat aan veranderen. De consument moet weten wat hij eet. Zie de recentste problemen met gehakt weer. Waarom moet zo’n gehaktbal als je pech hebt bestaan uit vlees uit verschillende landen. Dat is vragen om problemen. We kunnen nooit 100% veiligheid garanderen, want we hebben niet de hele keten in handen. Maar er moet harder opgetreden worden tegen rommelaars; zowel boer, handelaar als vleeshandelaar. Om een eerlijke boterham te verdienen moet de tussenhandel eruit en we moeten ons meer profileren met biodiversiteit en regionaal geproduceerd vlees.”

Stel je nu dat de afzet te geconcentreerd is?

“Je broutards gaan naar een paar mesters en je moet de prijs maar nemen. De afzet veranderen klinkt simpel, maar dat is het niet. We moeten terug naar de ambachtelijke slager en niet meer naar de grossier. Het mooiste is dat de sector het zelf gaat regelen, dat we het vlees zo afzetten dat we de Nederlandse consument kwaliteitsvlees kunnen beleveren.”

Dus buiten ketens, maar hoe?

“Dat is nog de vraag. We kunnen wel balletjes opgooien en belangen behartigen, maar we kunnen niet de afzet voor veehouders gaan regelen. VleesveeNL is mooi maar ook daar zitten weer de ketens en grossiers. Die gaan echt niet zeggen dat vleesveehouders naar een particuliere slager moeten gaan. Voor een deel hoeft dat misschien ook niet maar het moet wel geld opleveren voor de vleesveehouder en dat doen de ketens op dit moment onvoldoende. Ook hun prijzen zijn nog te laag. Toch moeten we als sector het gesprek met de slagersvakverenigingen aangaan. Zij geven aan Nederlands vlees te willen verkopen, dan moeten we toch samen ergens komen. VleesveeNL zal met ingezameld geld innovatief onderzoek moeten laten verrichten om de sector vooruit te helpen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.