Rundveehouderij

Achtergrond 6 reacties

Dubbeldoel opnieuw in de belangstelling

De laatste tijd staan dubbeldoelkoeien in de belangstelling. Er zijn meerdere opties, waaronder zuivere rassen. Belangrijk is dat het past.

Ondanks de sterke focus op Holsteinfokkerij is het gebruik van dubbeldoelkoeien nooit weggeweest. De meest traditionele vorm is het gebruik van (nagenoeg) Nederlandse rassen Fries Hollands (FH), MRIJ of Groninger Blaarkop. Dat gebeurt op een beperkt aantal melkveebedrijven en vaak in specifieke situaties zoals biologisch of een ander verdienmodel. Naast de productie van melk zijn de koeien bevleesder en geven ze kalveren met een hogere waarde.

Meer richting gangbare bedrijven is het inkruisen met een vleesrijker ras. Veehouders doen dat om specifieke kenmerken in de veestapel te kruisen; in de eerste plaats meer vleesproductiegeschiktheid, daarnaast gemakkelijker produceren en betere vruchtbaarheid. Ook profiteren ze van een heterosiseffect. Insemineren van het ondereind met een vleesrijk ras om vleesproductiegeschikte kalveren te krijgen, heeft geen gevolgen voor de koeien en is in die zin geen dubbeldoelhouderij.

HF-koeien

Een nieuwe toepassing is het afmesten van HF-koeien. Met name Heijdra Vleesvee in IJsselstein (U) heeft dit professioneel opgepakt en mest in circa 120 dagen het vlees op afgemolken koeien van melkveehouders. Typische melkkoeien worden op het einde van hun leven alsnog een soort dubbeldoelkoe. Het bedrijf benadrukt in de promotie de kwaliteit van het vlees omdat het nieuw is aangezet en de lage ecologische footprint.

‘Omslag in denken’

Recent onderzoek van Wageningen Livestock Research laat zien dat dubbeldoelrassen op efficiënte wijze melk en vlees produceren. De vraag is in hoeverre ze nog passen op moderne melkveebedrijven. Verenigingen van deze rassen benadrukken de voordelen, met name de hogere omzet en aanwas en gehalten, het lager voerverbruik, de sobere huisvesting en gemakkelijker werken. Er is één belangrijk nadeel: de melkproductie ligt lager. Zeker binnen het huidige fosfaatstelsel is dat ongunstig.

Zwanet Faber, voorzitter van de Blaarkopstichting, merkt al langer toenemende belangstelling, vooral voor inkruisen. “Maar de omslag in denken over de meerwaarde van deze rassen begint langzaam te komen, zeker na het Wageningen-rapport.” Ze zag dat de discussie de laatste jaren nogal smal is gevoerd door focus op maximaal melk per kilo fosfaat. “Nu blijkt dat dat niet voor iedereen is weggelegd en wordt de discussie verbreed.”

Faber omschrijft ‘dubbeldoelboeren’ als ondernemers met een ‘no-nonsense’-houding; niet op het scherpst van de snede of rekenen tot achter de komma. Ze wil nog een misverstand uit de wereld helpen; ook met Blaarkoppen zijn producties van 8.000 tot 9.000 kilo per koe mogelijk.

Dubbeldoelkoeien goed voor uitstoot broeikasgassen

Recent onderzoek van Wageningen Livestock Research toont aan dat dubbeldoelrassen gunstig zijn voor de uitstoot van broeikasgassen.

Een belangrijke reden daarvoor is dat gespecialiseerde rundvleesproductiesystemen in bijvoorbeeld Ierland of Zuid-Amerika per kilo vlees een veel hogere emissie aan broeikasgassen hebben dan productie van rundvlees als product uit de Nederlandse melkveehouderij. Daar komt bij dat strategieën in de melkveehouderij die gericht zijn op het verhogen van de melkproductie om de uitstoot te verlagen, minder effectief zijn dan soms wordt aangenomen.

De onderzoekers stellen dat gebruik van dubbeldoelvleesrassen als MRIJ en Groninger Blaarkop meer belangstelling zou mogen krijgen om de milieu-impact van de veehouderij te verminderen. “Melkveehouders weten dat een hoge melkproductie per koe niet hetzelfde is als een hoog netto-inkomen per koe of per bedrijf. Dit onderzoek laat duidelijk zien dat de economische en milieu-efficiëntie nadrukkelijker binnen het totale bedrijfssysteem moet worden bekeken.”

Beperkte populatie

Nederland kent nog een beperkte populatie aan raszuivere dubbeldoelkoeien. MRIJ komt nog het meeste voor en heeft bij CRV een eigen fokprogramma. De populaties FH en Blaarkop zijn veel kleiner. “Het is 5 voor 12 voor sommige rassen”, aldus Sipke Joost Hiemstra, directeur van het Centrum voor Genetische bronnen Nederland (CGN) bij Wageningen UR. “Het aantal raszuivere dieren neemt verder af en een smalle genetische basis maakt het lastig om een ras te blijven verbeteren.”

Hij schetst dat door de jarenlange genetische verbetering van het Holsteinras voor melkproductie, dit ras de hoogste potentie heeft. Veehouders die deze potentie niet willen of kunnen omzetten in euro’s, kunnen beter af zijn met een dubbeldoelras. Het bedrijfssysteem, het verdienmodel maar ook wetgeving bepalen de keuze. “Als een groter deel van het voereiwit van het eigen bedrijf afkomstig moet zijn, biedt dat wellicht kansen voor dubbeldoelrassen.”

Blaarkop of Holstein

Goed onderbouwde cijfers over technische en economische prestaties van dubbeldoelrassen op bedrijfsniveau ontbreken. Roelof Jacobi, ondernemerscoach melkveehouderij bij Agrifirm Exlan, maakte dit voorjaar in opdracht van de Blaarkopstichting een modelberekening voor een vergelijking tussen Holstein en Blaarkop binnen het fosfaatstelsel. Zoals verwacht is de melkopbrengst in die calculatie € 450 per koe lager. Maar ook de kosten zijn lager terwijl omzet en aanwas € 75 hoger ligt. Een Blaarkopbedrijf dat alle voordelen pakt, realiseert een saldo van € 84 per koe hoger dan bij het gebruik van Holsteins. Hij zag dat vooral het lagere aandeel jongvee hard doortikt. Toch is het voor Jacobi geen uitgemaakte zaak dat dubbeldoel altijd rendement geeft; alle potentiële voordelen moeten wel worden gerealiseerd terwijl variatie tussen bedrijven en type veehouders groot is.

‘Melk niet belangrijkste’

De grootste toepassing van dubbeldoel is de variant met inkruisen van deze rassen in de Holstein-veestapel. Tonnie Vissers, specialist veestapelmanagement bij CRV, ziet een structurele belangstelling. Inmiddels kruist ongeveer 10% een dubbeldoelras in de Holstein-veestapel. “We zien toch vaker dat kilo’s melk niet meer het belangrijkste kenmerk is.” Ook Vissers ziet bedrijven met gedeeltelijke tot volledige dubbeldoelrassen prima technisch en economisch presteren. Ook hij benadrukt de variatie.

Vissers verwacht niet dat het aandeel dubbeldoel de komende jaren spectaculair toeneemt; de noodzaak neemt ook niet toe vanwege een grotere variatie van kenmerken binnen het Holstein-ras. “Er ligt meer focus op gebruik van stieren met wat minder melk en hogere gehalten en gezondheid. Die trend zet door.”

Laatste reacties

  • raymond

    Wij ervaren bij onze Friesch-hollandse koeien piekproductie van ruim 50 kg en slachtwaarde van ruim 1000 euro. Wij twijfelen niet.

  • niks mis mee,wij melken 50% fleckvieh met een piek van 70 kg en een siachtwaarde van 450 kg x 3,5 euro

  • info519

    idd voerefficientie wordt steeds minder belangrijk omdat ruwvoerprijzen steeds verder zakken en het toch op moet.....ook bijprodukten zullen steeds goedkoper worden in toekomst..............de fosfaatrechten gaan voor andere evenwichten zorgen......

  • ghsmale

    De kringloopwijzer denkt hier anders over
    maar dat deugt van geen kanten.

  • schoonvelde

    @ghsmale, waarom denkt de klw hier anders over. Zie het bij ons niet terug.

  • We melken 140 flecies
    9800 liter gem 4.60 3.60.
    375 tkt
    Onlangs 7 koeien afgevoerd 10000 euro netto.
    Inkruisen wordt structureel tegen gewerkt door de sekte uit arnhem!!

Laad alle reacties (2)

Of registreer je om te kunnen reageren.