Dit moet je weten over grondgebonden melkvee - Boerderij.nl
Rundveehouderij

Achtergrond 3 reacties

Dit moet je weten over grondgebonden melkvee

Grondgebonden is een toverwoord. Iedereen wil het. Maar wat houdt het in? Wat betekent het voor veehouder én akkerbouwer? Komen er nieuwe regels? Een overzicht.

Grote verschillen fosfaatoverschotten tussen mestregio‘s  
Dit zijn de 3 definities van grondgebondenheid
Melkveehouder en akkerbouwer concurreren om grond
Van 60% naar 65% eigen eiwit
Buurtcontracten zijn knelpunt
Op korte termijn geen soepeler beleid

Melkveehouders hebben het lastig. De invoering van fosfaatrechten, een moeizame verlenging van de derogatie, een mogelijk fabrieksquotum bij FrieslandCampina en een flink lagere melkprijs: het lijkt wel of alles tegelijk komt. Ondertussen speelt ook de I&R-affaire nog op sommige bedrijven.

Daar komt de voortdurende discussie over grondgebondenheid nog eens bij. Maar wat betekent dat? Op weg naar 2 koeien per hectare grasland? Alle mest van koeien en jongvee plaatsen op eigen grond? Of toch de technische benadering met minimaal twee derde van het gevoerde eiwit afkomstig van eigen grond?

Het zijn maar enkele richtingen die gaan over hetzelfde begrip: grondgebondenheid in de melkveehouderij. Iedereen lijkt met het begrip aan de haal te gaan en de melkveehouder blijft in verwarring achter, of vraagt zich af waar het over gaat. Vrijwel alle voer voor melkkoeien komt immers direct of indirect van grond. Op het eigen bedrijf, bij de buurman, uit Nederland of elders in de wereld.

➤ Grote verschillen fosfaatoverschotten tussen mestregio‘s

Kaart mestregio's

Mestregio (concentratiegebied) Zuid telde in 2015 ruim 1.300 bedrijven met melkvee met een fosfaatoverschot van meer dan 50 kilo per hectare op basis van de forfaitaire mesproductie.

Blauw = concentratiegebied Oost
Rood = concentratiegebied Zuid
Geel = niet-cocentratiegebied

➤ Dit zijn de 3 definities van grondgebondenheid

Grond is de basis voor voer- en akkerbouwgewassen en maakt deel uit van alle regels die te maken hebben met mest. Naast de definitie van grondgebondenheid in de meststoffenwet zijn er 2 concrete definities bijgekomen:

1. Meststoffenwet

In de meststoffenwet is grondgebondenheid voor melkvee al op meerdere manieren verankerd. In de eerste plaats is het areaal grond sowieso de basis voor hoeveel mest op het eigen bedrijf gebruikt kan worden. Maar ook in speciale regels zoals de ‘grondgebonden groei melkveehouderij’ is de beschikbare grond al van groot belang. Die is rechtstreeks bepalend voor het aantal koeien op een bedrijf. Sinds 2016 is de grondgebonden groei in feite een beperking op groeien zonder grond op bedrijven met een overschot van meer dan 20 kilo fosfaat per hectare.

Bij de toekenning van fosfaatrechten en in het fosfaatreductieplan was er voordeel voor grondgebonden bedrijven. Melkveebedrijven die in 2015 geen fosfaatoverschot hadden, kregen geen generieke korting opgelegd en hoefden minder in te leveren in het fosfaatreductieplan 2017.

Grondgebonden waren in deze laatste twee situaties bedrijven zonder fosfaatoverschot (fosfaatproductie kleiner of gelijk aan de fosfaatplaatsingsruimte op eigen grond).

2. Netwerk Grondig

Het Comité Gras van Netwerk Grondig vindt een bedrijf grondgebonden als het voldoende plaatsingsruimte heeft voor de fosfaatproductie van melkvee op het bedrijf, op basis van forfaitaire normen. Dat sluit aan op de regels in de meststoffenwet. Bedrijven die te weinig grond hebben voor de eigen mest, kunnen via een kringloopcontract alsnog grondgebonden worden. Een melkveebedrijf kan afspraken maken met een collega over de afzet van mest en de aanvoer van ruwvoer van grond binnen 20 kilometer. Deze kringloopcontracten moeten worden vastgelegd in de Gecombineerde opgave.

Grond die verder van het bedrijf afligt – al dan niet in eigendom – kan volgens het Comité Gras niet meetellen voor grondgebondenheid. De definitie zal tot gevolg hebben dat niet alle melkveebedrijven grondgebonden kunnen zijn. Netwerk Grondig vindt dat onderscheid in regelgeving moet worden gemaakt tussen grondgebonden en niet-grondgebonden bedrijven.

De definitie van het Comité Gras wordt onderschreven door onder andere EKO Holland, Dierenbescherming, FPG en diverse natuur- en milieuorganisaties.

3. Commissie Grondgebondenheid

De Commissie Grondgebondenheid, ingesteld door LTO en NZO om een definitie op te stellen van grondgebondenheid, kijkt naar de eiwitbehoefte van een bedrijf. De commissie stelt dat een bedrijf grondgebonden is als in 2025 65% van het eiwit in het rantsoen afkomstig is van eigen grond (inclusief zogenoemde buurtcontracten).

Om hier aan te voldoen, moeten buurtcontracten mogelijk worden, waarbij melkveehouders en andere boeren binnen 20 kilometer afspraken maken over het afvoeren van mest een aanvoeren van ruwvoer. Deze contracten moeten voor minimaal 3 jaar gelden, en de veehouder moet minimaal de helft van de ruwvoerbehoefte op eigen grond telen.

Om weidegang te stimuleren moeten bedrijven een huiskavel hebben van een zodanige omvang dat de veebezetting niet groter is dan 10 melkkoeien per hectare beweidbaar grasland op de huiskavel. LTO en NZO gaan dit plan verder uitwerken.

LTO en NZO willen een huiskavel verplichten om het traditionele Hollandse landschap te behouden. - Foto: Jan Willem van Vliet
LTO en NZO willen een huiskavel verplichten om het traditionele Hollandse landschap te behouden. - Foto: Jan Willem van Vliet

Verschillen tussen definities netwerk en commissie

Netwerk Grondig hakt er stevig in met zijn definitie van grondgebondenheid. Grondgebonden zijn bedrijven die niet meer fosfaat produceren dan ze op eigen grond mogen gebruiken. Dat wordt de norm voor alle bedrijven als het aan Grondig ligt en bovendien al in 2020. Onder voorwaarden zou zogenoemde gebruikersgrond mogen meetellen binnen een straal van 20 kilometer van het bedrijf. Maar tegelijkertijd wil Grondig grond op meer dan 20 kilometer van het bedrijf niet meetellen in zijn definitie, ook niet als dat gaat om eigendom of pacht.

De Commissie Grondgebondenheid gaat voor een andere en minder eenvoudige definitie. Kort gezegd moet in 2025 op een melkveebedrijf 65% van het eiwit in alle voer afkomstig zijn van het eigen land. Onder eigen land valt de eigen grond zoals opgegeven in de jaarlijkse Gecombineerde opgave, plus buurtcontracten met grondeigenaren binnen een straal van 20 kilometer. Daar bovenop komt een eis aan de huiskavel van melkveebedrijven. Die moet zo groot zijn dat de veebezetting niet boven 10 koeien per hectare beweidbaar gras uitkomt. Voor 2040 is de ambitie nog scherper: veruit het grootste deel van het voer moet dan komen van het eigen bedrijf of uit de directe omgeving. Dit kan hooguit worden aangevuld met wat eiwit uit Europa, maar in ieder geval geen voer meer van buiten Europa.

LTO Nederland en de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) hebben deze commissie ingesteld en hebben vooraf aangegeven dat het advies bindend is voor hun leden.

Intensief heeft grond nodig

Beide definities leiden tot één conclusie: intensieve bedrijven hebben straks meer grond nodig. Dat betekent in principe grond kopen of huren, of toch via buurtcontracten meer ruimte creëren.

In het voorstel van Grondig is dat het snelst aan de orde. Grondig noemt het jaar 2020 als invoeringsjaar. In het voorstel van de Commissie Grondgebondenheid is het tijdpad wat ruimer met de doelstelling voor 2025. Meer grond betekent concurreren met andere gebruikers zoals akkerbouwers en bloembollentelers.

➤ Melkveehouder en akkerbouwer concurreren om grond

Zodra het gaat om meer grond onder melkveebedrijven, komt direct de vraag op waar die grond vandaan moet komen.

Bij koop en huur komt een melkveehouder de akkerbouwer tegen die ook op zoek is naar grond. De grondhonger heeft regionaal al tot fors hogere koop- en huurprijzen geleid. Samenwerking ligt voor de hand, zeker als het gaat om uitruilen van grond voor teelten als aardappelen en bloembollen. Maar ook het telen van eiwitgewassen voor de melkveehouderij zou een optie kunnen zijn, in combinatie met mestafvoer. Daar hangt dan wel een prijskaartje aan, afhankelijk van wat het alternatief opbrengt.

Voer-mestovereenkomst

Het probleem is nu vaak dat om allerlei redenen een dergelijke voer-mestovereenkomst niet schriftelijk wordt vastgelegd. Er zijn al mogelijkheden om eigen mest zonder bemonsteren af te voeren naar verhuurde grond (boer-boertransport en de zogenoemde Vogelaar-variant). Toeslagrechten benutten kunnen de grondruil complex maken.

Vooral bij recent gestopte boeren kunnen fiscale eisen ook een rol spelen. Om belastingheffing te vermijden, voornamelijk vanwege de hoge waarde van grond, kiezen veel stoppers er voor om grond niet te verhuren. Ze kiezen er dan voor om zelf gewassen te verbouwen en mest aan te voeren.

Grondprijs

Wat in vrijwel elke regio een rol speelt is simpelweg de prijs van grond. Als er meerdere gegadigden zijn die grond willen huren of kopen, dan drijft dat de prijs op. Degen die de hoogste prijs wil betalen is spekkoper, de andere boeren (melkveehouder dan wel akkerbouwer) hebben het nakijken.

➤ Van 60% naar 65% eigen eiwit

Voor veel bedrijven is het nog een flink stap naar het doel van 65% eiwit in voer van het eigen bedrijf in 2025. Zeker op intensieve bedrijven met veel (aangekochte) mais in het rantsoen, zegt Wiebren van Stralen, adviseur van de Commissie Grondgebondenheid. Hij benadrukt dat de uitvoering in de praktijk door de zuivelsector (NZO en LTO) nog niet duidelijk is.

“Voor heel Nederland ligt het aandeel van het eiwit dat op eigen bedrijf wordt geproduceerd, nu gemiddeld op 60%. Maar wel met grote verschillen tussen regio’s en vooral tussen bedrijven. Een behoefte per koe van 3 kilo eiwit per dag, komt 65% neer op per dag 2 kilo eiwit zelf produceren tegenover 1 kilo aankoop. Een bedrijf dat nu op 1,5 kilo zit, gaat het wel lukken om op die 2 kilo te komen, maar op een intensief bedrijf met veel mais in het rantsoen en met 50% eigen eiwit gaat dat niet lukken met alleen aanpassingen in de rantsoenen”, aldus Van Stralen.

Op dergelijke bedrijven zijn volgens hem andere aanpassingen nodig zoals meer grond onder het bedrijf of via buurtcontracten. En dat is niet overal even gemakkelijk. Gebleken is wel dat er juist in de intensieve gebieden zoals Oost- en Zuid-Nederland genoeg grond beschikbaar is voor voedergewassen. Het belang van werkbare buurtcontracten is in die gebieden dan ook groot.

Melkveebedrijven moeten in 2040 alle benodigde eiwit van eigen grond of uit de buurt halen. In 2025 moet dit 65% zijn, aldus de visie van LTO en NZO. - Foto: Ruud Ploeg
Melkveebedrijven moeten in 2040 alle benodigde eiwit van eigen grond of uit de buurt halen. In 2025 moet dit 65% zijn, aldus de visie van LTO en NZO. - Foto: Ruud Ploeg

➤ Buurtcontract knelpunt

Het vastleggen van de zogenoemde gebruikersgrond of buurtcontracten en de grootte van de huiskavel in het voorstel van de Commissie Grondgebondenheid zijn grote knelpunten. Dat voorziet Johan Temmink, specialist mest en mineralen van ForFarmers: “In Oost-Nederland komt het meest ruwvoer sowieso uit de directe omgeving, maar dat wil lang niet iedere grondeigenaar ook vastleggen in overeenkomsten zodat het mee zou kunnen tellen.”

Op basis van cijfers uit de projecten Vruchtbare Kringloop Achterhoek (VKA) en de Vruchtbare Kringloop Overijssel (VKO) schat hij dat 80% van die bedrijven nog niet voldoet aan de 65% eiwit van eigen teelt. Maar als buurtcontracten meetellen, is dat percentage beduidend groter. Temmink: “Onduidelijk is in ieder geval ook wat het effect is van een overschakeling naar meer grasland op het eigen bedrijf voor andere zaken. Denk aan de uitstoot van CO2, methaan en ammoniak.”

Forse opgave

Groot verschil is er tussen de boereninbreng bij Netwerk Grondig en bij de commissie. Bij Grondig zijn dat biologische en andere grondgebonden bedrijven. Bij de commissie zijn alle melkveebedrijven in principe vertegenwoordigd van extensief tot intensief via zowel LTO als via NZO.

Bij Grondig is het voorstel mede opgesteld door EKO Holland, enkele provinciale Milieu & Natuurfederaties, Milieudefensie en de Vogelbescherming. Ook organisaties als de Dierenbescherming, en de federatie Particulier Grondbezit steunen de definitie van Grondig.

In de Commissie Grondgebondenheid zaten behalve 5 melkveehouders ook medewerkers van het Wereld Natuurfonds, Centrum voor Landbouw en Milieu, LNV en de Gelderse gedeputeerde Jan Jacob van Dijk.

Dat er maatschappelijke druk is richting een meer grondgebonden melkveehouderij, kan niemand ontgaan. Maar het is nog lang niet duidelijk wat dat concreet betekent voor de melkveehouder en wat dat voor gevolgen gaat hebben voor bijvoorbeeld de grondmarkt. Een wettelijke regeling voor grondgebondenheid lijkt voorlopig nog niet aan de orde. Minister Carola Schouten heeft de bal bij de sector neergelegd. Melkveehouders zijn nu eerst in afwachting van de uitvoering door de zuivelsector, bestaande uit NZO en LTO.

➤ Op korte termijn geen soepeler beleid

Grondgebondenheid is maatschappelijk gewenst en ook in de politiek wordt er veel over gesproken. Via het fosfaatrechtenstelsel wordt grondgebondenheid – zij het in beperkte mate – gestimuleerd via de fosfaatbank waar afgeroomde fosfaatrechten uit overdrachten terechtkomen. Rechten uit deze bank worden alleen uitgegeven aan grondgebonden bedrijven. De precieze regeling zal over niet al te lange tijd bekend worden.

Toekomstvisie minister over totale landbouw

Minister van landbouw Carola Schouten werkt bovendien aan een toekomstvisie voor de totale landbouw. Duurzaamheid, klimaat, milieu, dierenwelzijn, het verdienmodel en maatschappelijk draagvlak zullen hierbij aan de orde komen. Daarbij zal ze ook de visies op grondgebondenheid vanuit de sector meenemen.

Vanuit de politiek is breed draagvlak voor een grondgebonden melkveehouderij en het sluiten van kringlopen. Bij eerdere debatten zijn moties aangenomen om voer-mestcontracten als alternatief voor grond (koop of huur) mogelijk te maken, maar minister Schouten wil dit nadrukkelijk niet. Volgens haar dragen die niet echt bij aan het streven naar meer grondgebondenheid in de melkveehouderij. Bovendien zijn dergelijke contracten moeilijker controleerbaar. Dat wil Schouten niet, zeker niet nu de aanpak van mestfraude juist hoog op de agenda staat.

Op lange termijn mogelijk meer ruimte

Op lange termijn is er mogelijk wel wat meer ruimte. Schouten wil naar een robuuster mestbeleid. De Commissie Grondgebondenheid wijst nadrukkelijk op de stapeling van mestwetgeving via ‘4 stelsels in de Meststoffenwet die telkens zijn gericht op een specifiek onderdeel’.

Het sluiten van kringlopen in de landbouw is overigens opgenomen in het regeerakkoord. Dat biedt wellicht perspectief.

Medeauteur: Mariska Vermaas

Laatste reacties

  • Peerke1

    En niet te vergeten de zonne en wind energie boeren met zonneparken en windmolen parken en de nieuwe woningen en de industrie met grote grond honger en dan nog de wegenbouw.

  • Wat is in vredesnaam 'beweidbaar gras' ??? Durven ze hier geen beweidbare koeien te schrijven omdat dit impliceert dat het alleen theoretisch moet kunnen en dat dan iedereen leest dat die koeien wel op stal kunnen blijven??? Dan kan je staarten EN hectares tellen, terwijl we natuurlijk graag zien dat we staarten OP de hectares weide tellen.

  • Schraar

    Akkerbouwers bemesten hun gewassen graag met rundveedrijfmest. Dat wordt dus in de toekomst onmogelijk gemaakt. Zeker als er binnen 20 km van het akkerbedrijf geen melkveehouder zit met een mestoverschot. En dan nog alleen voor dat deel waar een buurtcontract voor afgesloten wordt. Waar mag de akkerbouwer de rest van zijn gewassen nog mee bemesten?
    Natuurlijk is het goed kringlopen zoveel mogelijk te sluiten, men begint alleen wel wat door te slaan.

Of registreer je om te kunnen reageren.