Rundveehouderij

Achtergrond

Oorbiopten als extra controle op BVD

Henny Harkink en Hans Sleumer controleren de BVD-status via biopt-oormerken. Door recente uitbraken in de buurt vaccineren de veehouders ook tegen BVD en IBR.

Met een ferme knip krijgt het jonge kalf een oormerk ingedrukt. In het buisje aan de achterkant valt een klein stukje oorweefsel. Het buisje met het biopt gaat tijdelijk de koelkast in, totdat er nog een paar kalveren geboren en geoormerkt zijn. Henny Harkink en Hans Sleumer sturen altijd meerdere biopten op. Met behulp van de stukjes oorweefsel worden de kalveren gecontroleerd op mogelijk BVD-dragerschap. Een eventuele drager moet het bedrijf verlaten.

Elk kalf krijgt na de geboorte een biopt-oormerk. Het oorweefsel wordt gebruikt om het dier op BVD te controleren. - Foto's Hans Prinsen
Elk kalf krijgt na de geboorte een biopt-oormerk. Het oorweefsel wordt gebruikt om het dier op BVD te controleren. - Foto's Hans Prinsen

Voordeel van oorbiopten

Voordeel van de oorbiopten is mede dat de uitslag binnen 5 werkdagen terug is en een eventuele drager ruim binnen de door de kalverhouderij gestelde 30 dagen na geboorte door de veehandelaar naar de kalverhouderij kan worden verkocht. “De vaarzen die nu terugkomen van de opfokker zijn de eerste dieren die we met biopt-oormerken getest hebben. Het uitbesteden van de opfok was wel reden om de kalveren te gaan testen, want nu kosten ze serieus geld. Je ziet er in ieder geval de rekening van”, vertelt Sleumer.

Risico op ziekte-insleep is gering

De kalveren staan de gehele melkperiode van 12 weken op het bedrijf in Lochem, daarna gaan ze naar een opfokker. Dat bedrijf fokt alleen maar het jongvee van Harkink-Sleumer op, dus risico van ziekte-insleep vanuit de opfok is zeer gering. Gemiddeld kalven de vaarzen af op een leeftijd van 24 maanden. Dat zou een maand jonger kunnen, maar de veehouders willen dat niet omdat ze van mening zijn dat de dieren door de verhuizing toch wat jeugdgroei kunnen mislopen.

De biopten worden tijdelijk opgeslagen in de koelkast en met meerdere tegelijk ingestuurd.
De biopten worden tijdelijk opgeslagen in de koelkast en met meerdere tegelijk ingestuurd.

BVD-vrije veestapel

In het verleden kwam het bedrijf in aanraking met BVD. Ze verloren er een pink aan en een aantal andere pinken bleven achter in ontwikkeling. “Niet dat ze nu echt ziek waren, maar het werd ook niet echt wat met dat stel”, herinnert Henny zich. Reden om feller op de ziekte te zijn. Omdat de veehouders ook aan keuringen meedoen, werd er van de keuringsgangers al bloed getapt, en daar kwam nooit een positieve uitslag uit naar voren. Met dat in het achterhoofd besloten de veehouders te gaan voor een BVD-vrije veestapel.

Combinatievaccin tegen BVD en IBR

Naast de controle op BVD-dragers met behulp van de biopt-oormerken hebben Harkink en Sleumer een actieve aanpak. De veestapel wordt ook jaarlijks gevaccineerd met een combinatievaccin tegen BVD en IBR. “Dat kost jaarlijks zo’n € 1.500, maar daar staat tegenover dat je zeker weet dat de dierenartskosten niet op een ander punt toch hoger uitvallen, zoals vage ziektegevallen of mastitis door lagere weerstand als gevolg van een inkomende BVD-besmetting”, stelt Sleumer. Met de vaccinatie worden eventuele dragers ook voorkomen. Maar omdat met het huidige fosfaatstelsel elk kalf dat opgefokt wordt ook goed aan de melk moet komen, zien de veehouders de BVD-controle via biopten ook meer als verzekering.


  • Zodra het weer het toelaat, gaan de koeien naar buiten. Eventueel contact met koeien van de buren brengt een klein risico op BVD en IBR met zich mee. Daarom worden ze gevaccineerd.

    Zodra het weer het toelaat, gaan de koeien naar buiten. Eventueel contact met koeien van de buren brengt een klein risico op BVD en IBR met zich mee. Daarom worden ze gevaccineerd.

  • Naam: Henny Harkink (47) en Hans Sleumer (47). Woonplaats: Lochem (Gld). Bedrijf: Maatschap Harkink-Sleumer houdt 85 melk- en kalfkoeien, op het bedrijf staan 15 kalveren van 0-12 weken oud. Bij een opfokbedrijf staan de overige 30 stuks jongvee, deze komen vlak voor het kalven terug. De gemiddelde productie is 9.500 kilo melk met 4,60% vet en 3,70% eiwit. Het bedrijf heeft 28 hectare in eigendom en 10 hectare gepacht met 80% gras en 20% snijmais. De koeien lopen 180-200 dagen in de wei.

    Naam: Henny Harkink (47) en Hans Sleumer (47). Woonplaats: Lochem (Gld). Bedrijf: Maatschap Harkink-Sleumer houdt 85 melk- en kalfkoeien, op het bedrijf staan 15 kalveren van 0-12 weken oud. Bij een opfokbedrijf staan de overige 30 stuks jongvee, deze komen vlak voor het kalven terug. De gemiddelde productie is 9.500 kilo melk met 4,60% vet en 3,70% eiwit. Het bedrijf heeft 28 hectare in eigendom en 10 hectare gepacht met 80% gras en 20% snijmais. De koeien lopen 180-200 dagen in de wei.

‘Als je vrij bent, moet je niet overwegen om te gaan enten, maar het gewoon voor de zekerheid doen’

Acute BVD-uitbraak bij de buurman

De keus om naast BVD ook IBR aan te pakken, is ingegeven door de omgeving. “De buurman heeft vorig jaar nog een acute BVD-uitbraak gehad. Ik kom op veel bedrijven en hoor toch ook regelmatig gevallen van IBR-uitbraken waar geen direct duidelijke reden bij te noemen is. Dat zet je dan wel weer aan het denken”, zegt Hans. Ook met de weidegang bestaat er een klein insleeprisico door contact tussen de eigen koeien en die van de buurman. Weliswaar een zeer klein risico, maar van BVD is bekend dat het virus zich over langere afstand door de lucht kan verplaatsen. “Op basis van de monitoring via tankmelk kunnen we vrij vlot een BVD- en IBR-vrije status aanvragen. Als je vrij bent, moet je niet overwegen om te gaan enten, maar het gewoon voor de zekerheid doen. Als er toch een besmetting binnenkomt, dan komt dat twee keer zo hard aan, omdat de weerstand van de dieren op dat gebied toch wat lager is”, weten de veehouders.

DNA als experiment

Doordat Harkink en Sleumer oormerken gebruiken waarbij met beide oormerken een biopt wordt genomen, kan er een buisje naar de GD ingestuurd worden voor BVD-onderzoek en het tweede naar CRV voor DNA-onderzoek. Inmiddels is de techniek zo dat dit ook mogelijk is met één biopt. Het DNA-onderzoek is alleen bij de eerste lichting kalveren gedaan. “Ik ben niet zo van het DNA-onderzoek, maar er zitten wel wat voordelen aan. Ik kom bij veel bedrijven en hoor toch regelmatig dat het kalf uiteindelijk niet van de stier is die de veehouder dacht te gebruiken”, vertelt Hans.

Genomics heeft volgens hem wel degelijk toekomst, maar moet nog verder geperfectioneerd worden. “Er zitten naar mijn zin nog te veel wisselingen in. Een op genomics minder kalf dat juist goed uit de bus komt en andersom. Ik vind het nog een te duur systeem om veel van mijn fokkerij aan op te hangen. Het moet gewoon nog meer betrouwbaarheid krijgen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.