Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Latere mestgift geen probleem voor grasopbrengst

Door de kou is later bemest dan veehouders gewend zijn. Voor het gras is dat geen probleem.

Het weer is in 2018 bijzonder van start gegaan. Eind januari was de bodemtemperatuur gemiddeld genomen in Nederland al voldoende hoog om te bemesten. Daarna daalde en schommelde de bodemtemperatuur flink. Leo Tjoonk, kenniscoördinator Ruwvoerteelt bij Agrifirm, heeft nog niet vaak zulke forse schommelingen in bodemtemperaturen gezien.

In de grafiek is te zien dat de hele maand februari te koud was om te bemesten. De metingen zijn gedaan op de Friese- en Zeeuwse klei, op zand- en veengronden over heel het land. Op 26 maart was de Friese klei nog het koudst (3,4 graden) en op de zuidelijke zandgronden waren enkele metingen boven de 6 graden.

Door de kou is de mest later toegediend dan veehouders de laatste jaren gewend waren. De meeste drijfmest ging pas na 20 maart richting het grasland.

Op de vroegst aangewende mest volgden twee vorstperioden. Deze koude perioden hebben geen of nauwelijks invloed op de bemestende waarde. De bodem stond door de kou stil, en aangezien er na half februari weinig neerslag is gevallen, ging de aangewende mest pas na 20 maart aan het werk. Tussen de mest die half februari of na half maart is uitgereden, zit volgens diverse bemestingsdeskundigen dit jaar weinig verschil in werking. De vraag is nog of de grasmat een tik mee heeft gekregen.

Na Pasen nog drijfmest uitrijden?

Enkele, vaak nattere, percelen hebben nu nog geen organische mest ontvangen. Of het zinvol is nu nog drijfmest aan te wenden, daarover verschillen de meningen. Mark de Beer, werkzaam voor Groeikracht (een adviesorganisatie voor ruwvoerteelt) vindt het raadzaam om te wachten tot na de eerste snede. Zeker wanneer het gras al wat langer is (10 tot 15 centimeter). Diverse, vaak nattere, percelen gingen al met langer gras de winter in.

Gerichter aan de gang met de kunstmeststrooier

Maar ook bij de nattere percelen is de bodemtemperatuur de laatste weken gestegen. De Beer: “We moeten af van de gedachte dat er eerst drijfmest op moet en dan pas kunstmest. Op nattere percelen, of percelen met natte plekken, kun je met de kunstmeststrooier veel eerder en gerichter aan de gang. Met 100 tot 150 kilo (25 tot 40 kilo zuivere stikstof) en een beetje zwavel zet je de bodem aan het werk.” Wanneer er helemaal geen drijfmest voor de eerste snede op het gras komt, adviseert de Beer om naast een aanvullende stikstofgift ook ruwweg 90 kilo zuivere kali voor maaipercelen te geven en op weidepercelen ongeveer 40 kilo kali per hectare.

Mark de Beer van Groeikracht: “We moeten af van de gedachte dat er eerst drijfmest op moet en dan pas kunstmest. Op nattere percelen, of percelen met natte plekken, kun je met de kunstmeststrooier veel eerder en gerichter aan de gang."- Foto: Fotopersburo Dijkstra
Mark de Beer van Groeikracht: “We moeten af van de gedachte dat er eerst drijfmest op moet en dan pas kunstmest. Op nattere percelen, of percelen met natte plekken, kun je met de kunstmeststrooier veel eerder en gerichter aan de gang."- Foto: Fotopersburo Dijkstra

Mest verdunnen met water

Veehouders die in langer gras toch nog drijfmest willen geven, adviseert hij om de mest te verdunnen met water, zodat minder snel versmering van het gras optreedt.

Frank Verhoeven van Boerenverstand (een adviesbureau dat op praktische en innovatieve manier werkt aan een duurzamere landbouw) noemt bemesting een complex gebeuren doordat het weers- en bedrijfsspecifiek is. Hij vindt dat je begin april nog prima drijfmest uit kunt rijden. “Wanneer je eiwit in de eerste snede wilt, moet je doorgaans niet te vroeg drijfmest aanwenden. Nu zit je dichter op het maaimoment, en door de hogere bodemtemperaturen zal een deel van de stikstof veel sneller beschikbaar zijn.”

‘Wanneer je nu nog drijfmest geeft, adviseer ik om minder kunstmest te geven’

Onbestendig eiwit in de eerste snede

Als gevaar ziet hij dat veehouders bij een latere drijfmestgift ook nog een flinke hoeveelheid kunstmest strooien. Hierdoor stijgt het ruw eiwitgehalte en ontstaat er vooral een groot deel onbestendig eiwit (OEB) in de eerste snede. “Wanneer je nu nog drijfmest geeft, adviseer ik om minder kunstmest te geven. Het is maar wat je als boer wilt. Wanneer je veel mais voert, past een hoger eiwitgehalte, die wat onbestendiger is misschien, maar in overwegende grasrantsoenen is het zaak de RE-gehalten niet te hoog te laten worden. 160 gram ruw eiwit is meer dan genoeg.”

Voor percelen waar de koeien eerst gaan weiden, wordt een drijfmestgift nu afgeraden vanwege de mindere smakelijkheid. Daar volstaat een kleine kunstmestgift.

Splitsen van de kunstmestgift

De laatste jaren klinkt het advies om op maaipercelen in het voorjaar de kunstmestgift te splitsen. Volgens onderzoek levert dat een iets hogere benutting van de stikstof op. Veehouders die nu nog moeten starten met het strooien, kunnen begin april beter alles in één keer toedienen, omdat een tweede gift te kort voor het maaimoment komt te liggen. Daarmee is er te weinig tijd voor omzetting van stikstof en ontstaat er te veel onbestendig eiwit.

Veel drijfmest kwam laat op het gras. Splitsen van de kunstmestgift is dan lastig. Vanaf begin april is het zaak de hele gift in één keer te strooien. - Foto: Frank Uijlenbroek
Veel drijfmest kwam laat op het gras. Splitsen van de kunstmestgift is dan lastig. Vanaf begin april is het zaak de hele gift in één keer te strooien. - Foto: Frank Uijlenbroek

Veehouders die begin april de kunstmestsoort nog kunnen kiezen, doen er volgens de Beer goed aan om een snellere (en goedkopere) soort te kopen. “Maar wanneer er kunstmest met een nitrificatieremmer in de silo zit, kun je die rustig strooien. Bij hogere bodemtemperaturen en voldoende vocht worden de extra stappen in omzetting sneller genomen. Normaal gesproken duurt het drie tot vier weken voor de stikstof uit kunstmest omgezet is in eiwit.”

‘Er groeit dit jaar ook wel weer ruim een meter gras, we weten alleen nog niet wanneer’

Boerenverstand ziet kunstmestsoorten met nitrificatieremmers niet als de voorjaarskunstmestsoorten. “Er gaat veel aandacht naar kunstmestsoorten, maar veehouders kunnen veel meer verdienen door de drijfmest op het juiste moment en in de juiste hoeveelheden over de percelen te verdelen. ‘’

Ook dit jaar ruim een meter gras

Veehouders hoeven niet zenuwachtig te worden van het latere bemestingsseizoen. Mark de Beer vat het kort samen: “Er groeit dit jaar ook wel weer ruim een meter gras, we weten alleen nog niet wanneer. Maar ik geloof niet dat er in april al gemaaid gaat worden.”

En dat is de algemene ervaring van veel veehouders. In de eerste week van mei wordt er altijd gemaaid, zowel bij een vroeg als een laat voorjaar.

Temperatuursom is achterhaald

Het weer in de eerste maanden van 2018 legt duidelijk de zwakte van de temperatuursom bloot. De T-som telt alleen maar op en daalt niet in een vorstperiode. Teeltdeskundigen noemen dit cijfer dan ook achterhaald. Zij vinden dat iedere melkveehouder een bodemtemperatuurmeter moet hebben. Op internet worden eenvoudige meters aangeboden voor € 7, met een digitaal display kosten ze ongeveer € 15.

Met een bodemtemperatuurmeter ziet een veehouder eenvoudig hoe warm de verschillende percelen (drogere of nattere) in het voorjaar zijn. Tussen percelen kunnen behoorlijke verschillen zitten. Dat laat de T-som niet zien.

Frank Verhoeven van Boerenverstand; “Ik hoop dat ze stoppen met de temperatuursom te publiceren. Iedere veehouder een meter en dan ziet iedereen onder eigen omstandigheden of de bodem aan bemesting toe is.”

Eén reactie

  • koestal

    Beter laat dan nooit !

Of registreer je om te kunnen reageren.