Rundveehouderij

Achtergrond 1705 x bekeken 1 reactie

Klasseboer zijn levert vooral voldoening op

Henrie van Hersel is al tien jaar een Klasseboer. De gehoopte interessante neventak werd het niet, maar kinderen lesgeven over het wel en wee op de boerderij geeft hem telkens een boost.

De ingang van hoeve ’t Boterik is afgesloten met een hek, met daaraan een welkomstbord van de Klassenboeren. Het hek is alleen via een speciale hendel te openen. De boerderij, het erf en de stallen zijn qua veiligheid geschikt gemaakt voor het ontvangen van kinderen. “Hier vangen we de groepen op en bespreken nog even de ‘huisregels’ met de kinderen en begeleiders”, legt Mieke van Hersel, staande bij het toegangshek, uit.

Klasseboeren-project als neventak

Sinds de start in 2009 participeren Henrie en Mieke met hun melkveebedrijf in het Klasseboeren-project. Daarmee zijn ze een van de veertig in het ZLTO-werkgebied. Aanleiding voor de deelname is het feit dat geen van hun drie kinderen (in de leeftijd van 21 t/m 26 jaar) interesse heeft om in het bedrijf te stappen. Voor Henrie en Mieke reden niet verder te investeren in bedrijfsexpansie, maar te zoeken naar een interessante neventak.

Volgens Henrie van Hersel is het noodzaak kinderen op de boerderij te krijgen: "Ze zijn nog te beïnvloeden, onthouden veel en hebben nog geen mening." - Foto's: Bert Jansen
Volgens Henrie van Hersel is het noodzaak kinderen op de boerderij te krijgen: "Ze zijn nog te beïnvloeden, onthouden veel en hebben nog geen mening." - Foto's: Bert Jansen

Tijdens de renovatie van hun woonhuis huisden ze in een voor tijdelijke bewoning geschikt gemaakt deel van een stal. Die ruimte kwam na de verbouwing beschikbaar. “Zonder verdere investeringen was deze ruimte geschikt voor een mooie ontvangstruimte”, legt Mieke uit. Verder hadden Henrie en Mieke tijdens de schooltijd van hun kinderen ervaring opgedaan in het ontvangen van kinderen op hun bedrijf.

Veel eisen aan deelnemers

Een Klasseboer dient aan een hele rits eisen te volden. Naast de beschikking over een ontvangstruimte, dient hij een risico-inventarisatie op zijn bedrijf door te voeren, is het bezit van een BHV-diploma verplicht, dienen de aansprakelijkheidsverzekeringen te worden aangepast en dienen Henrie en Mieke een bewijs van onbesproken gedrag te overleggen. Verder heeft Henrie een training en nascholing ‘belevend leren’ gevolgd. Deze training geeft Henrie educatieve handvatten.

Henrie van Hersel begint zijn programma steeds in het leslokaal waar onder meer een miniatuurboerderij is geplaatst.
Henrie van Hersel begint zijn programma steeds in het leslokaal waar onder meer een miniatuurboerderij is geplaatst.

“Een educatiebezoek op een boerderij is een aanvulling op het reguliere onderwijs. Het is een buitenschoolse les. Kinderen leren niet alleen met hun hoofd, maar ook door te voelen, te proeven en te doen”, weet Henrie uit ervaring.

Boerderijdieren en agrarische producten

De inhoud van de les stemt hij vooraf af met de leerkracht. “Ieder leeftijdsniveau vraagt een andere aanpak.” Zo is de onderbouw het meest geïnteresseerd in boerderijdieren en verwerking van agrarische producten. Verzorging en verantwoordelijkheidsgevoel zijn dan belangrijke thema’s. Voor de bovenbouw is het belangrijk dat leerlingen zowel in theorie als praktijk leren waar en hoe ons voedsel geproduceerd wordt en op welke wijze landbouwhuisdieren worden gehouden. Ook onderwerpen als techniek, gebruik machines, natuur, seizoensinvloeden, respect voor mens, dier en land, leven en dood, komen aan de orde.”

‘De eerste vraag gaat steevast over het verschil tussen een kinderboerderij en een gewone boerderij’

Tijdens de les beantwoordt Mieke de vragen van ouders/leerkrachten.

Jaarlijks ontvangen ze circa veertig groepen uit de regio Eindhoven. Bezoeken kunnen het hele jaar plaatsvinden. Door de opbouw van de lesprogramma’s op de scholen ligt de piek echter steevast in het voorjaar.

Een klassebezoek legt het nodige tijdsbeslag op het bedrijf en vraagt om organisatorische aanpassingen. Beiden zijn één dagdeel per bedrijfsbezoek kwijt. Bij een ochtendbezoek staan Henrie en Mieke een half uur eerder op om naast het melken en het voeren ook nog tijd te hebben om alles in gereedheid te brengen. “Daarnaast loop ik ook nog voor elk bezoek het erf rond.”

Om de scholen een kwalitatief goed programma te waarborgen moeten alle Klasseboeren in het bezit zijn van het keurmerk van Boerderijeducatie Nederland.
Om de scholen een kwalitatief goed programma te waarborgen moeten alle Klasseboeren in het bezit zijn van het keurmerk van Boerderijeducatie Nederland.

Verschil met een kinderboerderij

De start is in de ontvangstruimte, met een half uurtje theorie. In deze ruimte staat een miniatuurboerderij en een tv-scherm en hangen tal van educatieve affiches aan de muur. Hier vertelt hij ook over varkens- en pluimveebedrijven. “De eerste vraag gaat steevast over het verschil tussen een kinderboerderij en een gewone boerderij.”

Na de theorie leidt Henrie de kinderen gestructureerd over het bedrijf. “We starten bij de kalveren om bij de koeien te eindigen. In de pauze wacht hen een beker melk en blokjes kaas, deze sponsort Friesland Campina.” Het einde is een ritje op een wagen naar het veld waar Henrie aan de kinderen de afkomst toont van het voedsel dat mensen en dieren eten.

Financieel geen vetpot

Een schoolklas betaalt € 140. De groepen 5 tot en met 8 betalen voor een bezoek aan een melkveebedrijf slechts € 20. De overige € 120 wordt gesubsidieerd door ZuivelNL. In eerste instantie werd de deelname aan Klasseboeren gezien als een neventak. Inmiddels hebben Henrie en Mieke het geldelijk gewin naar de achtergrond verdrongen. Ze zien het nu als een noodzakelijk pr-instrument voor de sector. Henrie: “Uiteindelijk is het een hobby die wat geld oplevert.”

De grootste winst halen Henrie en Mieke echter uit de reacties van de kinderen. “Het geeft ons steeds een goed gevoel als we een klas uitzwaaien. Dan krijgen we weer een boost om met ons bedrijf door te gaan. Zeker gezien hetgeen we als sector vandaag de dag allemaal over ons heen krijgen.”

Naam: Henrie (53) en Mieke (52) van Hersel. Woonplaats: Oirschot (N.-Br.). Bedrijf: Vof ’t Boterik. Het bedrijf heeft 75 Red Holstein-melkkoeien en 40 stuks jongvee. De gemiddelde productie bedraagt 8.400 kilo met 3,74% eiwit en 4,81% vet. Het areaal omvat 12 ha mais, 3 ha soja en 17 ha grasland; daarnaast is er 10 ha natuurterrein.

Klasseboer zijn levert vooral voldoening op

Sinds de start in 2009 participeren de Van Hersels in het Klasseboeren-project. Momenteel zijn 40 agrarische bedrijven uit het ZLTO-werkgebied door schoolklassen te bezoeken. Deze agrarische ondernemers zijn didactisch goed onderlegd en bieden scholieren de kans om van het boerderijleven te leren. Ze voldoen aan het kwaliteitssysteem voor boerderijeducatie.

Eén reactie

  • witrug123

    geen van hun eigen kinderen wil het bedrijf overnemen. Maar er zijn wel jongeren die het wel willen,een bedrijf overnemen. Jammer dat er in agrarisch nederland zo weinig aan gedaan word om het voor de welwillers mogelijk te maken. Hier ligt een taak voor de boeren zonder opvolger maar ook zeker voor onze landbouw minister.

Of registreer je om te kunnen reageren.