Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

‘Duidelijkheid over fiscus is winst voor alle betrokkenen’

Een jaar overleg heeft duidelijkheid gegeven over fiscus en fosfaatbeleid. Bert van den Kerkhof, voorzitter van de Werkgroep Fosfaatrechten, spreekt van ‘win-win-win’ voor ondernemers, adviseurs én belastinginspectie. Maar er zijn ook nog enkele heikele punten die níét zijn opgelost.

Binnen de agrosector is men er aan gewend, toch is het bijzonder wat er is gebeurd. Ruim voordat veehouders de worsteling aangaan van de belastingaangifte, bespraken adviseurs (VLB), belangenbehartigers (LTO), ministeries en Belastingdienst al op voorhand waar de noesten zitten. Dit alles om ellenlange procedures en belastingclaims achteraf te voorkomen.

Onder voorzitterschap van Bert van den Kerkhof van Abab Accountants en Adviseurs, startte in maart 2017 overleg over de fiscale behandeling van nieuwe regelingen zoals het fosfaatreductieplan en de stoppersregeling. Nu ligt er een document met 41 vragen en antwoorden over tal van concrete kwesties; van de btw op fosfaatrechten tot de inzet van herinvesteringsreserve en stakingslijfrente.
Artikel gaat verder onder de foto

Bert van den Kerkhof, hoofd vaktechniek belastingadvies van Abab, was namens koepelorganisatie VLB als voorzitter betrokken bij de Werkgroep Fosfaatrechten. In die werkgroep hebben mensen van LTO, VLB, Belastingdienst en de ministeries van LNV en Financiën gesproken over de fiscale behandeling van enkele regelingen in de melkveehouderij, zoals het melkverminderingsplan (Hogan-regeling), de stoppersregeling, het fosfaatreductieplan en de invoering van de fosfaatrechten. - Foto: Bert Jansen
Bert van den Kerkhof, hoofd vaktechniek belastingadvies van Abab, was namens koepelorganisatie VLB als voorzitter betrokken bij de Werkgroep Fosfaatrechten. In die werkgroep hebben mensen van LTO, VLB, Belastingdienst en de ministeries van LNV en Financiën gesproken over de fiscale behandeling van enkele regelingen in de melkveehouderij, zoals het melkverminderingsplan (Hogan-regeling), de stoppersregeling, het fosfaatreductieplan en de invoering van de fosfaatrechten. - Foto: Bert Jansen

Wat zijn voor u de belangrijkste afspraken?

Van den Kerkhof: “Naast de afschrijfbaarheid van de fosfaatrechten, is het belangrijk dat er duidelijkheid is voor stoppers. Zo is de status van de uitkering in het kader van de stoppersregeling nu bekend. Die zou je op 2 manieren kunnen beoordelen: het is stakingswinst ofwel jaarwinst. Dat dit in principe geldt als jaarwinst kan in sommige gevallen inderdaad nadelig uitpakken voor betrokkenen. Had het tot de stakingswinst gehoord, dan waren er meer mogelijkheden om gebruik te maken van de faciliteiten die daar bij horen, zoals stakingslijfrente of bancair sparen.”

“Verder is nu duidelijk dat de subsidie voor de stoppers – in feite overheidscompensatie voor het niet leveren van melk – btw-vrij is. Dat geldt juist niet voor de vergoeding die FrieslandCampina gaf in het melkverminderingsplan. Daar wordt het niet leveren gezien als een belastbare dienst.”

Hoe zit het nu met de heffingen en boetes?

“Heffingen in het kader van het fosfaatreductieplan van 2017 gelden niet als boete. Ze zijn daarom fiscaal te verrekenen met het bedrijfsresultaat. Met boetes voor overtreding van het fosfaatrechtenstelsel is dat heel anders. Die zijn niet aftrekbaar.”

‘Mijn advies aan betrokkenen is om zelf te overleggen met de belastinginspecteur’

Hebben fosfaatrechten nu dezelfde fiscale status als dierrechten en destijds het melkquotum?

“Ja. In hoofdlijn zijn we het daar over eens. Maar er zijn wel een paar lastige punten. Zo is er verschil van inzicht als het gaat om stoppers die na toekenning van de rechten meteen verkopen. De fiscus ziet die rechten dan als voorraad, terwijl wij ze zien als bedrijfsmiddelen, wat recht zou geven op fiscale faciliteiten.”

Gevolg is dat voor die boeren onduidelijk is of ze de opbrengst van de fosfaatrechten als herinvesteringsreserve mogen aanmerken. Dan maar een proefproces?

“Nee, dat duurt veel te lang. Ondernemers willen al eerder duidelijkheid. Mijn advies aan betrokkenen is om zelf te overleggen met de belastinginspecteur.”

Hoe zit het met leasen en verleasen van fosfaatrechten?

“Belangrijke afspraak is dat verleasde rechten onder het ondernemingsvermogen blijven vallen. Ze komen niet in box 3. De leaseprijs telt mee bij de bedrijfsinkomsten. Dit is net zo geregeld als bij het melkquotum destijds.”

Hoe zit het bij beëindiging van een deel van het bedrijf? Moet je dan meteen met de fiscus afrekenen over de fosfaatrechten?

“Dit blijft een heikel punt. De wet is er duidelijk over. Er zijn 2 wegen om gebruik te kunnen maken van fiscale faciliteiten zoals de herinversteringsreserve. Of je herinvesteert de opbrengst in een bestaande bedrijfstak (nevenactiviteit), of je staakt het hele bedrijf. Is er naast de gestaakte melkveehouderij nog een nevenactiviteit, dan kun je geen nieuwe activiteit met toepassing van de faciliteit opstarten. Maar in de praktijk is niet altijd helder hoe de fiscus een bedrijf beoordeelt. Hierover is dus ook overleg met de inspecteur nodig.”

Dat klinkt alsof u het daar niet mee eens bent. Wat zou u willen?

“De wet zou eigenlijk aangepast moeten worden, zodat ook gedeeltelijke beëindiging mogelijkheid biedt om van die herinvesteringsreserve gebruik te maken. Dit speelt vooral in de agrosector, en dan met name bij bedrijven met een neventak.”

Eén reactie

  • koestal

    Dan weten sommige boeren zeker dat ze failliet gaan,dat is zeker ook winst.

Of registreer je om te kunnen reageren.