Rundveehouderij

Achtergrond

Wat maakt het verschil in hotspots vleeskalveren?

De vleeskalverhouderij kent een sterke concentratie in regio‘s. Bij bedrijfsontwikkeling maakt provinciaal en gemeentelijk beleid het verschil in de kalverhotspots.

De kalverhouderij is sterk geconcentreerd in enkele regio’s, vooral de Veluwe, Hardenberg en Baarle-Nassau. Het gaat dan vooral om de blanke kalveren en in mindere mate jongrosé. Mesten van rosékalveren gebeurt meer verspreid doordat het vooral voormalige stierenmesters en gestopte melkveehouders zijn.

De kern van de Veluwe op kalvergebied zijn de gemeenten Ede en Barneveld. Daaromheen liggen Putten, Nunspeet, Ermelo en Apeldoorn (Elspeet, Uddel). In deze gemeenten bevindt zich ongeveer een derde van alle vleeskalverbedrijven (met blank en rosé). Naast Baarle-Nassau en Hardenberg zijn ook De Fryske Marren in Friesland en Meijerijstad in Noord-Brabant gemeenten met veel kalveren. Dat komt vooral door een aantal grote bedrijven.

De drie kalverhotpots hebben gemeenschappelijk dat het gebieden zijn met van oudsher gemengde bedrijven op het zand. Het ijzerarme grondwater op de Veluwe bleek uitermate geschikt voor productie van blank kalfsvlees. Poederfabrieken als Navobi, Alpuro en Denkavit ontwikkelden zich in deze regio’s, met de handel, met Jan van Drie voorop, als katalysator. Typerend voor Baarle-Nassau en Hardenberg is dat ze beide tegen een landsgrens liggen met ook vee aan de andere kant van de grens. Waarschijnlijk waren het enkele ondernemers en handelaren die voor een olievlekwerking hebben gezorgd.

Kosten mestafzet

Tussen de kalverbedrijven in de verschillende regio’s zitten verschillen. De bedrijven in Baarle-Nassau zijn gemiddeld het grootste; de Veluwe telt meer gemengde bedrijven. Dat heeft allerlei redenen, waaronder ondernemerscultuur en ontwikkelingsmogelijkheden.

Tekst gaat verder onder de tabel.

De Veluwe is sterk vertegenwoordigd in het overzicht van het aantal kalveren per gemeente.

In het verleden was het hebben van een ‘kalverinfrastructuur’, zoals poederfabrikanten, handelaren en dierenartsen in het gebied, een van de voordelen voor ontwikkeling in een hotspot. Dat is nu geen issue meer, aldus Albert Wouters, hoofd kalverhouderij bij VanDrie Group. “Afstand is in Nederland geen belemmering, waardoor kennis, diensten en producten overal verkrijgbaar zijn.” Typisch is dat ondernemers elkaar vaker vinden op deelgebieden van de bedrijfsvoering, zoals voor mestafzet en duurzame energie.

Onderscheidende aspecten zijn kosten en mogelijkheden voor mestafzet. “Ondernemers op de Veluwe hebben vanwege de kalvergierverwerking gemiddeld meer keuze dan kalverhouders in het Zuiden of het Oosten.” De echte verschillen worden echter op bedrijfsniveau gemaakt, zoals wel of geen eigen grond, afspraken met grondeigenaren of verwerkers.

Wetgeving bepalend in hotspot

Het meest bepalend voor mogelijkheden in de hotspots is de provinciale en gemeentelijke wetgeving. Bekend zijn de strenge normen die de provincie Noord-Brabant hanteert op het gebied van emissie. In deze provincie moeten stallen van 2002 of ouder in 2022 emissiearm zijn uitgevoerd. Voor jongere stallen geldt een termijn van 20 jaar na de vergunningverlening. In de kalvergebieden in Gelderland en Overijssel geldt dat vooralsnog alleen voor nieuwbouw vanaf 2020 en als een bedrijf door gebrek aan ammoniakruimte extra moet reduceren.

Bij bedrijfsontwikkeling maakt met name provinciaal en gemeentelijk beleid het verschil in de kalverhotspots. - Foto: Peter Roek
Bij bedrijfsontwikkeling maakt met name provinciaal en gemeentelijk beleid het verschil in de kalverhotspots. - Foto: Peter Roek

Ook op het gebied van ruimtelijke ordening, zoals bouwblokgrootte, zijn er verschillen. De meeste provincies hanteren maximaal 1,5 hectare bouwkavel, maar onder voorwaarden is met name in Overijssel en Gelderland (Plussenbeleid) meer mogelijk. Ook hier loopt Brabant voorop met eisen, onder meer met stalderen. Dat betekent dat een ondernemer voor uitbreiding elders sloopmeters van stallen nodig heeft.

Tekst gaat verder onder de grafiek.

Het aantal bedrijven met vleeskalveren per gemeente. Uitgezonderd enkele gemeenten in het Westen en Noorden zijn verspreid over heel Nederland kalverbedrijven te vinden. De Veluwe is echter het gebied met veruit de meeste kalveren, gevolgd door Baarle-Nassau en Hardenberg.

Hoewel Brabantse kalverhouders met strengere eisen hebben te maken, zijn de ontwikkelingsmogelijkheden in de regio Baarle-Nassau niet per se slecht. Dat ziet Fonny van den Heijning, directeur van Van Dun Advies in Ulicoten. Het bouwadviesbureau is betrokken bij veel bedrijfsontwikkelingen in het gebied. “Binnen de kaders van de wet is de gemeente Baarle-Nassau welwillend. Dat geldt ook voor de omliggende gemeentes.” Toch wil Van den Heijning de problematiek in Brabant niet bagatelliseren. “En in delen van Baarle-Nassau staan veehouderijbedrijven door de stapeling van geur op slot. Dat geldt ook voor kalverbedrijven.”

Accentverschillen tussen gemeenten

In Gelderland is VanWestreenen Advies actief bij veel projecten. Sjaak van Schaik, adviseur milieu en ruimtelijke ontwikkeling, ziet accentverschillen tussen gemeenten. Zo heeft Barneveld eigen geurbeleid dat afwijkt van de landelijke norm. Vooral in Kootwijkerbroek is er een hoge achtergrondbelasting van geur wat procedureel vergunningaanvragen moeilijk maakt.

Qua bestemmingsplannen zijn er in de Gelderse Vallei ongeveer dezelfde uitbreidingsmogelijkheden. In de agrarische enclave (Uddel, Elspeet, Speuld) waren de mogelijkheden de laatste jaren erg beperkt. “Dat had te maken met een soort uitsterfconstructie in het reconstructieplan.” Het reconstructiebeleid is vervallen en door toepassing van het provinciale Plussenbeleid is weer ontwikkeling mogelijk op voorwaarde van maatschappelijke tegenprestaties.

In de hele regio speelt de Wet natuurbescherming bedrijfsontwikkeling vaak parten. Veel bedrijven hebben te maken met het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ en daar is al veel ammoniakruimte opgesoupeerd. Mogelijk komt er na 1 juli weer ontwikkelingsruimte vrij.

Naast wettelijke mogelijkheden ervaart Van Schaik ook verschillen in houding van politiek en ambtenaren; in het algemeen ervaart hij in ‘zijn’ regio gemakkelijker medewerking dan in gemeenten in het Westen of Noorden. “Gemeenten zijn hier bekend met intensieve veehouderij. Onbekend maakt onbemind en negatieve maatschappelijke beeldvorming draagt daaraan bij.” Maar, zo benadrukt hij, vaak is de locatie meer bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden dan de gemeente.

Of registreer je om te kunnen reageren.