Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Toeslagenpalet voor zuivel steeds breder

Steeds meer toeslagen, voor steeds meer soorten melk en zuivelproducten. Soms verwarrend, soms vervelend, maar ze leveren ook serieus geld op.

‘Alle melk is wit’ is een kreet die al lang niet meer opgaat in de zuivelwereld. Deze waarheid valt prima te illustreren aan de hand van de melkverwerking bij de kleine coöperatie CZ Rouveen. Alleen daar al verwerken ze meer dan 12 verschillende melkstromen. Toegegeven: niet allemaal van koemelk.

Meer verwerkers met meer melkstromen

Nu is CZ Rouveen een specialist, maar ook de meest nuchtere verwerker heeft tegenwoordig toch al gauw 2 of 3 verschillende melkstromen onder zijn hoede, met verschillende beloningen daarvoor. Enerzijds zijn die verschillende stromen en dito toeslagen het gevolg van een toenemende bemoeienis van de maatschappij met de melkveehouderij. Anderzijds wordt de segmentering ook veroorzaakt door een vergrote vraag naar zuivelproducten met speciale kenmerken. Tot slot speelt ook de concurrentie tussen verwerkers nog een rol mee.

Verbreding

Het resultaat van deze ontwikkeling is een voortgaande verbreding van het palet aan koemelksoorten. De oude vertrouwde ‘basismelk’ is nog steeds een grote productstroom, maar wordt in Nederland nauwelijks meer gebruikt voor verse consumptiezuivel. Weidemelk, beloond met een meerprijs, is daarvoor al weer een aantal jaren de standaard.
Artikel gaat verder onder de foto.

Weidemelk is al een aantal jaren de feitelijke standaard voor dagverse zuivel in de winkel. Basismelk gaat meestal voor de export en voedingsindustrie. - Foto: Ronald Hissink
Weidemelk is al een aantal jaren de feitelijke standaard voor dagverse zuivel in de winkel. Basismelk gaat meestal voor de export en voedingsindustrie. - Foto: Ronald Hissink

Nog geen afslag voor basismelk

De ‘basismelk’ wordt vooral gebruikt in de voedingsindustrie en voor export. Hiervoor geldt officieel gezien nog geen afslag, de vraag is of dat zo blijft.

Steeds meer grootwinkelbedrijven zoeken naar meer onderscheidende melksoorten. Soms uit eigen initiatief, soms onder druk van maatschappelijke organisaties, zoals Greenpeace, Dierenbescherming en Wakker Dier. Verwerkers gaan daarin mee.

Albert Heijn en A-Ware

Zo heeft Albert Heijn een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met A-ware voor de productie van extra duurzame huismerkzuivel. Dit product moet ook een serieuze meerprijs opleveren voor de boer die deze melk produceert. Andere supermarktketens werken ook aan concepten die dezelfde richting op gaan. Daarnaast rukken de biologische zuivelproducten steeds verder op in het supermarktschap. Toch zijn die waarschijnlijk te duur om de nieuwe standaard te worden in de consumptiezuivel.

Een massale omschakeling naar de biologische melkveehouderij biedt boeren vrijwel zeker ook geen serieus perspectief. Daarvoor is de markt te klein en zijn de kosten van omschakeling te hoog.

Een overzicht van de belangrijkste koemelkstromen.

Cono voorop bij verhoging weidepremie

Niet voor alle, maar voor veel melkveehouders biedt de toenemende segmentatie in de zuivelmarkt kansen die ze moeilijk kunnen laten liggen. Dit jaar maken de meeste zuivelbedrijven even een pas op de plaats, maar met ingang van 2017 hebben veel verwerkers – onder aanvoering van Cono – de weidegangpremie fors verhoogd, naar € 1,25 tot € 2,00 per 100 kilo. Dat is toch serieus geld.

In de loop van vorig jaar zijn er nog diverse andere melkpremies bijgekomen. Bijvoorbeeld een premie van € 1,00 per 100 kilo voor de productie van gentechvrije melk (VLOG-melk). De belangstelling hiervoor is vrij hoog. De plus van € 1,00 per 100 kilo melk is officieel om de meerkosten van het gebruik van gentech-vrij voer te vergoeden, maar kennelijk zijn de echte meerkosten niet zo heel hoog. Al in opzet was een (niche-)stroom A2-melk (voor mensen die moeite hebben met de vertering van lactose in gewone melk). Ook daarvoor geldt een meerprijs. Eind 2017 kondigden Albert Heijn en A-ware de al genoemde duurzamere huismerkzuivel aan, met een plus van € 3,00 per 100 kilo. Het ziet ernaar uit dat dit niet de laatste melkstroom is met een plus.

Zwitserland en Oostenrijk

Er wordt nogal eens gedacht dat Nederland koploper is als het gaat om het scheiden van melkstromen. Dat is een misvatting. In bijvoorbeeld Zwitserland en in mindere mate Oostenrijk wordt al veel langer gewerkt met een groter aantal melkstromen. Naast gangbare en biologische melk heb je daar kuilvoervrije melk (Silagefrei), hooimelk (Heumilch) en diverse soorten bergweide-melk. Daarbij zijn de verschillen in betaling voor deze melksoorten ook groot, tot 5 cent en meer per kilo.

Zwitserland kent al langer meer melkstromen, in Oostenrijk en Duitsland neemt hun aantal toe.

Buurlanden vrij traag

In België en Duitsland begint iets meer segmentering op gang te komen. Met name de productie van gentechvrije melk (VLOG-melk) is een succes. DMK, het grootste Duitse zuivelbedrijf, heeft al 2,3 miljard kilo VLOG-melk in het aanbod, zo vertelt topman Ingo Müller graag. Gentechvrij lijkt hard op weg om de nieuwe standaard te worden.

Zuivelbedrijven stimuleren boeren om over te stappen naar deze productiewijze en boeren hebben er geen moeite mee om dat te doen in ruil voor ongeveer € 1,00 per 100 kilo extra melkgeld. Weidemelk staat minder in de belangstelling. Zuivelbedrijven betalen er wel voor, maar vaak met slechts een bijna symbolische bijdrage, van zo’n € 500,00 per jaar. Milcobel zei een half jaar geleden nog niet echt te geloven in weidemelk.

Aandacht voor milieu

Vergeleken met de rechtstreekse buurlanden wordt in Nederland dus wel meer betaald, en voor meer verschillende melkstromen. Dat komt deels doordat Nederland op een aantal gebieden koploper is. In het dichtbevolkte Nederland zijn er relatief veel mensen die extra aandacht voor milieu en dierenwelzijn hoog waarderen en die daar de extra kosten voor willen betalen, naast een actieve groep die gewoon kritisch is op de dierhouderij.

Rol toeslagen in concurrentiestrijd

Daarnaast speelt een rol dat het uitdijende systeem van toeslagen ook een element is geworden in de onderlinge concurrentiestrijd van zuivelbedrijven. Met veel toeslagen is het gemakkelijker voor een verwerker om zich te onderscheiden in de markt en, desgewenst, ook boeren aan te trekken van andere verwerkers. Bij A-ware zijn de oplopende toeslagen met name een handig instrument in de slag om melkveehouders binnen te halen van FrieslandCampina, dat juist weinig toeslagen betaalt.

Loyaliteitsbonus

Bij DOC Kaas zijn de toeslagen voor weidegang en duurzaamheid juist een belangrijk element om de huidige leden te kunnen vasthouden. De toeslagen werken hier als een soort loyaliteitsbonus. Dat is ook te zien bij bedrijven als Bel Leerdammer, Vreugdenhil en Cono.

Hoogste bonus bij A-ware

Het hoogste bedrag aan plussen op de melkprijs is te behalen bij A-ware. Daar kunnen melkveehouders bovenop een toeslag voor weidegang en duurzaamheid nog een toeslag voor Albert Heijn-huismerkzuivel ontvangen, van in totaal zo’n € 4,75 per 100 kilo. Deze toeslag is echter niet voor alle leveranciers haalbaar. Bij Cono kunnen wel vrijwel alle leden de maximale toeslag voor weidegang en Caring Dairy binnenhalen. De toeslag voor VLOG-melk blijft nog wel beperkt tot een beperkte groep leden, net als bij FrieslandCampina.


Controle aan de lopende band. Molkerei Berchtesgadener Land signaleert een verhoogd consumentenvertrouwen sinds het glyfosaatverbod in oktober 2017. - Foto: Bernhard Huber Munich
Controle aan de lopende band. Molkerei Berchtesgadener Land signaleert een verhoogd consumentenvertrouwen sinds het glyfosaatverbod in oktober 2017. - Foto: Bernhard Huber Munich

Glyfosaat-vrije melk uit Berchtesgaden

Misschien is het typisch Duits, misschien een voorbode van wat ook Nederland nog te wachten staat. De Zuid-Duitse coöperatie Berchtesgadener Land besloot oktober 2017 om het gebruik van glyfosaat en andere ‘Totalherbiziden’ door haar leden te verbieden.

Het is niet per se omdat glyfosaat bewezen gevaarlijk is, maar omdat gebruik van het controversiële middel niet past bij het duurzame imago dat het bedrijf koestert, stelt directeur Bernhard Pointner. En het spreekt aan bij veel consumenten.

Van de 1.800 leden zijn er 500 biologisch. Echter, ook de gangbare leden moeten duurzaam en op natuurlijke wijze boeren, vindt de coöperatie.

Voor Berchtesgadener Land is het imago essentieel, want dat rechtvaardigt grotendeels de hogere prijs die ze voor haar producten vraagt. Die prijs is ook nodig, omdat het gemiddelde ledenbedrijf vrij klein is en de kostprijs van de melk hoog. Tot nog toe is Berchtesgadener Land het enige zuivelbedrijf met een glyfosaatverbod. Melk van gentechvrij voer is qua volume een veel groter succes in Duitsland, maar de coöperatie rouwt daar niet om. Pointner signaleert sinds het verbod een verhoogd consumentenvertrouwen en adverteert vol vertrouwen in hartje Berlijn.

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.