Rundveehouderij

Achtergrond 4488 x bekeken 9 reacties

Sleutel lasten aankoop fosfaat ligt bij banken

Bij € 200 per fosfaatrecht en aflossing in 5 jaar, zorgt een extra koe, inclusief 60% jongvee, voor een kleine € 800 aan negatieve kasstroom per jaar. Hierbij is al gerekend met belastingvoordeel.

Bij een prijs van € 200 per fosfaatrecht legt een veehouder de eerste vijf jaar rond € 800 per koe per jaar toe. Hierbij is rekening gehouden met 60% benodigd jongvee. Dat blijkt uit berekening van Abab Agro Advies. Die hoge kosten zitten vooral in de aflossing van de fosfaatrechten in een korte aflosperiode die de banken denken te hanteren.

Marijn Dekkers, sector manager melkveehouderij van Rabobank: “Het gaat om immateriële activa en de gouden balansregel daarvoor is om af te lossen in 5 jaar.” Daarbij geeft hij ook aan dat het afschrijven op fosfaatrechten nog niet in de Staatscourant gepubliceerd is, en dus nog niet geldt.

‘Wij financieren melkveebedrijven, niet alleen fosfaatrechten’

Pierre Berntsen, directeur agrarische bedrijven bij ABN Amro: “Wij financieren melkveebedrijven, niet alleen fosfaatrechten. We moeten daarom de impact van aankoop van fosfaatrechten op de kostprijs melk van het bedrijf kennen. Het niveau van aflossen moeten passen bij de staat van de gebouwen en machines, de hoogte van de financiering, de vervangingsinvesteringen en bij de economische afschrijvingen.”

Eerst en vooral rekenen

Als het gaat om de financiële haalbaarheid voor aankoop van fosfaatrechten vindt Erik van Gorp, senior bedrijfsadviseur bij Abab Agro Advies, dat veehouders allereerst eens moeten gaan rekenen. “Het is geen hogere wiskunde. De centrale vraag is wat een extra koe financieel bijdraagt. Als je dat weet kun je pas bepalen wat fosfaatrechten voor het eigen bedrijf binnen de specifieke omstandigheden mogen kosten.”

In het voorbeeld (tabel 1, zie hieronder) dat Abab toont, zijn de opbrengsten bij de vermelde uitgangspunten € 3.275 per koe. De toegerekende kosten vormen samen een post van € 2.450. Hiervan bepalen de voerkosten het leeuwendeel. Voor intensieve bedrijven geldt dat ze voer moeten aankopen.

Extensieve bedrijven met een ruwvoeroverschot moeten eigenlijk deze kosten ook inrekenen, want hun voer vertegenwoordigt wel ongeveer dezelfde waarde. “Als extensieve bedrijven deze ruwvoerkosten niet meerekenen, rekenen ze zichzelf rijk”, stelt Van Gorp. De bijdrage aan de financieringsmarge is dan € 1.065 per koe. Vervolgens moet bepaald worden wat de lasten van aankoop van fosfaatrechten zullen zijn.

Tabel 1: De voorbeeldkoe draagt € 1.065 bij in de marge. Per bedrijf kan dit natuurlijk variëren. Wie geen jongvee heeft, moet wel de omzet en aanwas op 0 zetten.
Tabel 2: Het belastingvoordeel hangt af van de belastingdruk op het bedrijf. Dit heeft direct invloed op de totaal lasten. Bij aflossen over langere termijn dalen de aflossingslasten per koe direct behoorlijk.

In geval van aankoop, betekent 54,35 kilo fosfaatrechten een aankoopsom van € 10.870 bij € 200 per kilo fosfaat. Het is direct duidelijk (tabel 2, zie hierboven) dat de aflossing veruit het grootste deel van de uitgaven beslaat. Met bijtelling van betaalde rente en fiscaal voordeel van rente en afschrijving komt de aanschaf van fosfaatrechten onder deze omstandigheden over de eerste vijf jaar gemiddeld uit op € 1.853. Trek daar de nettobijdrage van € 1.065 van af en dan is duidelijk dat een extra koe over de eerste vijf jaar € 788 per jaar aan liquiditeit kost. Daarna is er, als er sprake is van belastingdruk, nog wel vijf jaar een kleine extra positieve bijdrage van de koe omdat de afschrijving nog doorloopt.

De melkproductie is na het vrijgeven van het qmelkquotum op vee bedrijven gestegen. Dat is gunstig voor de melkafvoer en daarmee ook voor de cash-flow van het bedrijf. - Foto: Peter Roek
De melkproductie is na het vrijgeven van het qmelkquotum op vee bedrijven gestegen. Dat is gunstig voor de melkafvoer en daarmee ook voor de cash-flow van het bedrijf. - Foto: Peter Roek

Een aflossing over 7 jaar zou de jaarlijkse druk met € 158 verlagen naar € 630 per koe. Het betekent ook dat je dan langere tijd geld moet bijleggen aan de extra koe, zij het iets minder per jaar.

Om break-even te draaien bij een aflostermijn van vijf jaar zouden de aankoopkosten van een kilo fosfaat moeten dalen naar een bedrag dat rond de € 115 ligt. Bij een aflostermijn van 7 jaar zou dat circa € 155 mogen zijn. Duidelijk is wel dat naast de prijsvorming in de eerste jaren de aflostermijn de sleutel van het niveau van de jaarlijkse lasten is. En die sleutel ligt in handen van de banken.

Korting opvullen

De fosfaatrechten staan bij elke veehouder nu in elk geval volop in het vizier. Afhankelijk van de toegekende rechten zullen velen toch zoveel rechten willen bijkopen om in elk geval weer het aantal koeien te kunnen houden dat ze op 2 juli 2015 hadden.

Bij niet-grondgebonden bedrijven betekent dat veelal dat ze de korting van 8,3% willen compenseren. Voor een bedrijf met 150 koeien en 90 stuks jongvee betekent 8,3% korting het inleveren van 12,5 koe en 7,5 stuks jongvee. Bij € 200 per fosfaatrecht betekent dat toch een investering van € 135.000.

Jongveebezetting

Het is natuurlijk ook mogelijk om verder te optimaliseren. Want een verschuiving binnen de veestapel op gebied van jongveebezetting kan ook ruimte geven voor koeien. Als de jongveebezetting nu 70% is en dat deze dieren op 24 maanden afkalven, betekent het dat de jongveestapel 11,03 kilo per melkkoe aan de fosfaatproductie bijdraagt. Bij 50% jongveebezetting daalt dat naar 7,87 kilo fosfaat per koe. De winst van 3,15 kilo over de 138 resterende koeien betekent 436 kilo fosfaat minder productie. Een koe van 9.500 kilo melk met 50% jongvee produceert 52,77 kilo fosfaat.

Van Gorp: “Uit de efficiëntie van minder jongvee kunnen dus al 8,25 koeien, inclusief jongvee, meer worden gehouden. Dat kost niets, en sterker nog, er wordt daarnaast ook bespaard op de opfokkosten.”

Afkalfleeftijd en melkproductie per koe

Ook in de afkalfleeftijd is nog ruimte. Er is hier gerekend met 24 maanden, maar hoeveel bedrijven zitten nog op 25 of 26 maanden? Daar ligt ook nog winst in vermindering van fosfaatproductie van het jongvee en dus ruimte voor koeien. Dat geldt ook voor optimaliseren in de melkproductie per koe.

De combinatie van zowel melkproductieverbetering als jongveebezetting kan al veel extra opleveren. Van Gorp benadrukt daarbij dat het hier gaat om, soms ambitieuze, taakstellingen en dat het in veel gevallen extra inspanning en vakmanschap vraagt om deze op een goede manier te realiseren. Zo zal bij minder jongvee ook het vervangingspercentage lager moeten.

Optimaliseren in veevervanging, jongveebezetting en afkalfleeftijd igeeft verbetering van fosfaatefficiëntie en biedt daarmee ruimte voor het houden van meer koeien. - Foto: Ronald Hissink
Optimaliseren in veevervanging, jongveebezetting en afkalfleeftijd igeeft verbetering van fosfaatefficiëntie en biedt daarmee ruimte voor het houden van meer koeien. - Foto: Ronald Hissink

In tabel 3 (zie hieronder) wordt weergegeven hoeveel koeien gehouden kunnen worden bij verschillende jongveebezetting en melkproductie. Bij hogere productie mogen minder koeien worden gehouden omdat een hogere melkproductie leidt tot hogere fosfaatproductie. Het voorbeeld maakt duidelijk dat een lagere jongveebezetting ruimte geeft voor meer koeien.

De bijbehorende totaal melkproductie van het bedrijf en fosfaatefficiëntie (tabel 4, zie hieronder) maakt duidelijk dat meer melk per koe en een lage jongveebezetting de hoogste melkoutput tot gevolg heeft.

Tabel 3: Binnen een bepaalde fosfaatreferentie kan het aantal koeien variëren afhankelijk van de technische prestaties.
Tabel 4: De meeste koeien betekent niet dat de melk-output van het bedrijf en de fosfaatefficiëntie optimaal zijn.

Uitstellen van aankoop fosfaatrechten

Dekkers van Rabobank geeft ook aan dat de berekeningen tonen dat de fosfaatrechten voor veel bedrijven te duur zijn om in vijf jaar af te lossen. “Het oprekken van aflostermijnen is dan een eerste reactie, maar we moeten niet vergeten dat komende jaren het niveau wat betreft prijsvorming van de fosfaatrechten zich ook anders kan ontwikkelen. Door meer stoppers, een lagere melkprijs en teruglopende afschrijvingsmogelijkheden is een prijsdaling de komende tijd aannemelijk. Hierdoor is uitstellen van de gewenste aankoop dan ook de beste optie.”

De conclusie is dat het sturen op voer- en fosfaatefficiëntie en saldo per koe of kilo fosfaat in eerste aanloop voor de bedrijven, die niet per se hoeven te groeien, wel eens een betere strategie kan zijn dan zonder omwegen fosfaat te kopen voor elke extra koe.

Laatste reacties

  • massan

    Redactie: In het artikel zijn tabel 1+2 niet vermeld (2 keer tabel 3+4 geplaatst i.p.v. tabel 1+2).

  • Wijnand Hogenkamp

    @massan
    u heeft gelijk. we gaan het aanpassen.
    Excuses voor ongemak.

  • xw

    Ja, eigenlijk zouden de evt. stoppers hun fosfaatrechten, om financieel-economische redenen van de groeiers, hun fosfaatrechten voor niks over moeten dragen. Dat gold in het verleden eigenlijk ook voor het melkq.. Ik kan me herinneren dat het er niet zo erg op leek dat dat ook gebeurde. In tegendeel. Grond zou eigenlijk ook maar een fractie van nu mogen kosten

  • egbert

    Als de banken wat ze nu nog doen 5 jaar aan houd voor aflossen ben je snel genezen.
    Ik ken veel bedrijven die bommetje vol zaten met beetje schuiven kunnen die vol gas doormelken zolang de melk betaald wordt.
    Dat is het grote verschil met de melkquota toen kreeg je de melk niet betaald.
    Waarom zal je daar dan veel geld in rechten steken.
    Volgens LTO zat de groei vooral over de hele linie 3 tot 4 koeien meer. Nu gemiddeld 8 er af.

  • A1967

    De sleutel ligt helemaal niet bij de banken maar bij de boeren die het aandurven om in gebakken lucht te investeren . zij lopen uiteindelijk het grootste risico.

  • arendsoog

    Herhaling van feiten
    Dit werd in de tijd van het melkquotum 1op1 ook geschreven
    De geschiedenis herhaald hem gewoon
    Moeten er weer even aan wennen

  • 344412

    Sleutel ligt helemaal niet bij de banken, maar bij ‘wat de gek er voor geeft’ We doen het allemaal zelf.

  • 0064376

    Je kunt proberen zelf je ruwvoer op te eten, ik heb liever een mals stukje vlees in mijn bord.

  • Peerke1

    Na de fosfaatrechten komen er weer nieuwe beperkende maatregelen. Of zelfs tegelijk als stapeling van beperkende maatregelen.

Laad alle reacties (5)

Of registreer je om te kunnen reageren.