Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

‘PAS wankelt door arrest Europees Hof’

Al jaren is Peter Goumans een van de bekendste advocaten in de agrarische sector. Op dit moment is het vooral de fosfaatwetgeving die hem handen vol werk bezorgt.

Als advocaat bij Hekkelman advocaten en notarissen opereert Peter Goumans vanuit Nijmegen. Die locatie in het zuidoosten van het land blijkt geen enkele blokkade voor boeren uit het hele land om hem te vinden voor de meest uiteenlopende agrarische onderwerpen.

Uw collega’s noemen u tegenwoordig vaak een ‘one issue-advocaat’, dan bedoelen ze vast niet het hele terrein van agrarisch recht?

“Dat klopt. Dat komt door de fosfaatwetgeving. Een heel groot deel van mijn tijd gaat op aan fosfaatzaken. Het gaat om een groot aantal zaken, bezwaar- en beroepsprocedures, civiele kortgedingen, bodemprocedures, eigenlijk alles rondom melkvee en vleesvee. Maar het draait absoluut niet alleen om fosfaat, er is zoveel aan de gang in deze sector. Denk aan sanering van de varkenshouderij, klimaatregelgeving, ammoniak en geurproblematiek, volksgezondheidsaspecten, de discussie over combiluchtwassers en voedselveiligheid. Deze onderwerpen hebben nog niet allemaal geleid tot concrete zaken en verkeren nog gedeeltelijk in de beleidssfeer. Maar procedures volgen zeker nog op alle onderwerpen. Ik denk zelf dat volksgezondheid en de klimaatproblematiek een steeds ingrijpender rol zullen gaan spelen in de agrarische sector.”

Van huis uit een link met de agrarische sector

Het aandachtsgebied van advocaat Peter Goumans is agribusiness en landelijke gebied. Niet zo’n opmerkelijk terrein voor een zoon van een melkveehouder. Na aanvankelijk een half jaar als ambtenaar gewerkt te hebben bleek de advocatuur meer zijn interesse te hebben.

Peter Goumans: “Scherper insteken op wetgeving zou geen kwaad kunnen. Het fosfaatdossier is daarvan een voorbeeld en veroorzaakt heel veel ruis en procedures. Het mag niet zo zijn dat bij de invoering van nieuwe regelgeving duizenden bedrijven in onzekerheid terecht komen. Dan gaat er iets niet goed." - Foto: Van Assendelft Fotografie
Peter Goumans: “Scherper insteken op wetgeving zou geen kwaad kunnen. Het fosfaatdossier is daarvan een voorbeeld en veroorzaakt heel veel ruis en procedures. Het mag niet zo zijn dat bij de invoering van nieuwe regelgeving duizenden bedrijven in onzekerheid terecht komen. Dan gaat er iets niet goed." - Foto: Van Assendelft Fotografie

De grote voortdurende veranderingen in het buitengebied leveren enorme uitdagingen op voor de agrarische sector, in het bijzonder voor de melkveehouderij en de varkenshouderij. Goumans ziet het als zijn taak boeren te ondersteunen hun weg te vinden in complexe regelgeving die de bedrijfsvoering beïnvloedt. “Het is voor mij een relatief gemakkelijke sector om in te werken. Ik kan met boeren omgaan en weet wat er speelt.”

Wat betreft fosfaatwetgeving, wat hebben we aan de recente uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) waar iedereen naar uitkeek?

“Die is voor mij uiterst teleurstellend. Ik had verwacht dat het CBb een oordeel zou geven over het in mijn ogen vage beleidskader dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit naar buiten heeft gebracht. Om voor compensatie – extra rechten – in aanmerking te komen, verlangt de minister dat wordt aangetoond dat: 1) de continuïteit van het bedrijf in gevaar is, (2) sprake is van een unieke omstandigheid die niet voor andere bedrijven geldt en (3) sprake is van causaal verband met de fosfaatwetgeving.

Evident is dat de wetgeving ingrijpend is

Het CBb heeft hierover niets gezegd. Alle gevallen moeten volgens het CBb individueel bekeken worden. De minister wees verzoeken om compensatie van de hand met het argument dat alleen financiële omstandigheden geen disproportionele last opleveren. Dat argument is onvoldoende. Het is dus veel te kort door de bocht om bezwaren af te wijzen met de stelling dat sprake is van een ondernemersrisico.”

Hoe moet ik in het beleidskader de term ‘unieke omstandigheid’ uitleggen?

“Dat is erg lastig. Vooral omdat de minister hoge eisen aanlegt. De minister is van mening dat bedrijven die hebben uitgebreid niet in een unieke situatie zitten. Daarmee wordt in mijn ogen de uitzonderingssituatie tot de reguliere situatie verheven. Van de 17.000 melkveebedrijven op peildatum 2 juli 2015 heeft een beperkt aantal uitgebreid, 400 daarvan zijn een kortgeding begonnen. Dat is de uitzonderingssituatie, dus moet het ministerie nu niet zeggen dat alle bedrijven hebben uitgebreid en er dus geen uitzondering is.”

Ik heb begrepen dat zo’n 3.000 boeren een juridische procedure zijn gestart naar aanleiding van de fosfaatwetgeving. Is dat aantal te wijten aan ‘slordige wetgeving’?

“Evident is dat de wetgeving ingrijpend is. De minister heeft een oplossing moeten vinden om derogatie te kunnen behouden. Die oplossing raakt een aantal bedrijven harder dan andere. De regelgeving is bovendien niet evenwichtig. Ik denk dat er op het ministerie te weinig feitelijke kennis is over de melkveehouderij. Daarbij komt dat de wetgever alles heeft willen dichttimmeren om ontwijking te voorkomen. Dat is niet zorgvuldig genoeg gedaan, met als gevolg dat groepen worden getroffen die niets met de problematiek van doen hebben.

Vrijstelling brengt ook beperkingen met zich mee

Biobedrijven vinden bijvoorbeeld dat ze niet de veroorzakers zijn, ze hebben geen derogatie en brengen niet te veel mest op. Evident is ook dat vleesveehouders niet aan overschrijding van het fosfaatplafond hebben bijgedragen. Overigens oordeelt de rechter dat ook biobedrijven mogen worden aangepakt, omdat ook zij door te groeien een bijdrage hebben geleverd aan toename van fosfaatproductie. Vleesveebedrijven staan duidelijk wel buiten de problematiek. Als je dan als ministerie niet precies weet wat je doet en definities gebruikt die niet toegesneden zijn op melkveebedrijven en opfokbedrijven voor de melkveehouderij dan gaat het dus mis. Met als gevolg dat aan vleesveebedrijven toegekende rechten moeten worden teruggehaald.”

Veehouderijen kunnen toch gebruikmaken van een vrijstellingsregeling?

“Ja, maar die vrijstelling brengt ook beperkingen met zich mee. Denk aan bedrijven die nu opfokken voor de vleesveehouderij, maar morgen willen gaan opfokken voor de melkveehouderij. Die kunnen dat dus niet, want daarvoor heb je rechten nodig. Dus als je flexibel wilt zijn, ga je niet voor de vrijstellingsregeling. Jammer dat men in het wetgevingsproces onvoldoende voeling heeft gehouden met de sector.”

Hoe lang gaan deze fosfaatprocedures nog lopen? Boeren weten niet wat ze moeten doen, ze wachten op duidelijkheid.

“Dat gaat jaren duren als alle 3.000 zaken individueel behandeld moeten worden. De grote angel die hierin zit, is dat fosfaatrechten op jaarbasis bekeken worden. Begin volgend jaar pas wordt duidelijk of er overtredingen zijn. Als een veehouder nu procedeert omdat hij te weinig rechten toegekend heeft gekregen, maar wel meer koeien houdt, dan is hij in overtreding. Dat levert een economisch delict op.

Natuurvergunningen die in beroep zijn aangevochten, gaan waarschijnlijk sneuvelen

De NVWA is toezichthouder en kan vrij eenvoudig vaststellen of een veehouder wel of niet in overtreding is. Als een overtreding is geconstateerd, gaat het dossier naar het OM dat besluit al of niet vervolging in te stellen. De grote vraag is vervolgens hoe de strafrechter hiermee omgaat. Dat moet worden afgewacht, want er zijn nog geen fosfaatzaken bij de strafrechter. Bij zaken over varkensrechten pakte het destijds niet goed uit. De strafrechter nam de toekenningsbeschikking als uitgangspunt. Je kwam bij de varkens niet weg zonder straf.”

Hoe kijkt u tegen de uitspraak van het Europees Hof over het PAS aan?

“De conclusie van de advocaat-generaal over het PAS was bepaald verontrustend. Met het arrest van het Europese Hof van 7 november 2018 wankelt het PAS. Het Hof oordeelt dat een programmatische aanpak is toegestaan, maar verlangt wel dat wetenschappelijk gezien geen twijfel bestaat dat de aangevraagde ontwikkelingen geen schadelijke gevolgen hebben voor de beschermde natuur. Dat laatste moet de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toetsen. Erg problematisch is dat preventieve maatregelen niet mee mogen worden genomen als de effecten van die maatregelen niet vaststaan. En voor de veehouderijsector is van belang dat voor beweiden en bemesten in beginsel een natuurtoestemming nodig is. Natuurvergunningen die in beroep zijn aangevochten, gaan waarschijnlijk sneuvelen. Maar wat moet er gebeuren met al die PAS-vergunningen die niet zijn aangevochten? Heb je het dan voor elkaar? Dat is helemaal niet zeker. In de wet zit immers een intrekkingsmogelijkheid.”

Wat betekent groeiende en ingewikkelder wetgeving voor de advocatuur? Meer specialisme bij grotere kantoren?

“Dat laatste is al zo, er is maar een beperkt aantal kantoren die werken voor de agrarische sector. Een zekere kantooromvang is nodig om specialisatie mogelijk te maken. Kennis van de specifieke regelgeving en zeker ook de sector is noodzakelijk. Je moet steeds dieper in de materie duiken en het vakgebied structureel bijhouden om goede rechtshulp te kunnen blijven verlenen. Verdere specialisatie is absoluut onontkoombaar.”

Eén reactie

  • koestal

    Als boer kun je tegenwoordig niet meer zonder advocaten,dat is al gewoon een extra personeelslid op de loonlijst.

Of registreer je om te kunnen reageren.