Rundveehouderij

Achtergrond 5 reacties

Bestendig vet verovert vaste plek in voeding melkkoe

Na de afschaffing van de melkquotering is pensbestendig vet voor melkkoeien aantrekkelijk geworden. Inmiddels voert naar schatting 30% van de veehouders extra vet.

Nederlandse melkveehouders hebben pensbestendige vetten ontdekt en omarmd. Pensbestendig vet in het rantsoen leidt tot meer melk en/of een hoger melkvetgehalte. Vooral dat laatste beperkte de markt voor pensbestendig vetten in het tijdperk van melkquotering. Veehouders streefden juist naar een relatief laag vetgehalte om zodoende zo veel mogelijk eiwit binnen het quotum te leveren. Na 1 april 2015 veranderde dat. Melkleveranties zijn ongelimiteerd en nog belangrijker, vetleveranties ook.

De vrije markt maakt ruimte voor producten met een stimulerende werking op melkproductie en melkvetgehalte. Pensbestendige vetten behoren daartoe. Naar schatting voert nu 30% van de veehouders pensbestendig vet. Ongeveer twee derde daarvan voert het zelf rechtstreeks in het (TMR)rantsoen via de mengwagen en het resterende derde deel voert het via hoogenergetische krachtvoeders.

Naar schatting voert 30% van de veehouders al pensbestendige vetten. Twee derde daarvan mengt het zelf in de voermengwagen. - Foto: Ronald Hissink
Naar schatting voert 30% van de veehouders al pensbestendige vetten. Twee derde daarvan mengt het zelf in de voermengwagen. - Foto: Ronald Hissink

Voor Robert Meijer, manager marketing en communicatie herkauwers bij ForFarmers, is het helder dat de markt zo veranderd is, dat pensbestendige vetten daarin prima passen. “Ook tijdens de uitvoering van de fosfaatreductie willen veehouders wel graag hun melkafvoer op peil houden. Landelijk zien we dan ook maar 0,5% minder melkaanvoer tot en met juni, terwijl er toch al rond 115.000 koeien minder zijn. Voeren van hoog geconcentreerde voeders en pensbestendige vetten draagt daaraan mede bij.”

Meer melk, hoger vetgehalte

In de markt zijn drie soorten vet verkrijgbaar. Fedde de Jong, accountmanager bij Speerstra Feed Ingredients, geeft aan dat de BergaFat-producten uit gefractioneerd vet bestaan. Hij ziet de omzetten enorm toenemen. “Wij doen nu in een kwartaal wat we vroeger in een jaar deden en we groeien nog wekelijks.” Nagenoeg alle product gaat via dealers en veevoerindustrie naar de veehouder. De Jong schat dat de helft of wellicht nog iets meer door de veehouders zelf in het rantsoen wordt toegepast. “De meesten voeren 250 tot 300 gram. Het vetverhogende effect is bijna direct meetbaar. Dat komt omdat melkvet vooral uit C16:0 bestaat. Ons product BergaFat F100 bevat gegarandeerd meer dan 80% van deze vetzuren. Dat gaat dus bijna een op een de melk in.”

Calciumzout, gehard vet en gefractioneerd vet

Nagenoeg alle pensbestendige vetten zijn afkomstig uit de palmolie-industrie. De ruwe palmolie bestaat deels uit verzadigde en deels uit onverzadigde vetten. Onverzadigde vetten hebben een negatieve invloed op het functioneren van pensbacteriën. De pensbestendige vetten moeten daarom uit verzadigde vetten of niet oplosbare caliumzouten bestaan om ze pensbestendig te maken. Soms zijn ze bestendig gemaakt of via een bepaald procedé behandeld waardoor alleen de bestendige, verzadigde delen overblijven.
De drie soorten pensbestendig vet zijn calciumzout, gehard vet en gefractioneerd vet. Bij de calciumzouten zijn de onverzadigde verbindingen gecombineerd met calcium. Eigenlijk is het een proces waarbij een zuur met een base vermengd wordt. Dat proces heet verzepen. Daarom wordt soms ook wel van calciumzepen gesproken, maar dan ligt de vergissing op de loer dat het vergeleken wordt met zeep zoals wij mensen dat kennen in de hygiëne. Maar calciumzouten hebben geen typische zeepsmaak. Gehard vet is door een chemisch proces verkregen. De onverzadigde vetten worden daarbij omgezet naar verzadigde vetzuren.
In de gefractioneerde vetten zijn alleen de verzadigde vetten uit palmolie, hele vetzuurketens of delen daarvan, via een proces gescheiden van de onverzadigde delen en deze fracties worden samengevoegd.

Paul Fransen, business development manager van Volac Wilmar, geeft aan dat het bedrijf de complete range aan beschermde vetten produceert en levert onder het voorvoegsel ‘Mega’. Megalac, een vet op basis van calciumzout, is de bekendste en is al meer dan 33 jaar op de markt. Ook Fransen heeft de omzet de laatste twee jaar vier à vijf keer zo groot zien worden. Hij denkt dat het aandeel veehouders dat zelf vet in het rantsoen mengt rond twee derde ligt. “De echte melkvetverhogende producten kennen we onder de term ‘high C16’ en wij leveren een soort met 88% C16:0 vetzuren en een soort met 97% C16:0 vetzuren. Dat heeft te maken met EU-importregels. Bij een gehalte van 90% moet je meer importheffing betalen. Dus hebben we een product dat er net onder zit en een product dat bijna zuiver is. Die is dan ook wel duurder.”

Fransen kan zich vinden in de opmerking van De Jong over melkvetverhoging. “In de darmen wordt C16:0 opgenomen en daarna in de uier zeer efficiënt omgezet naar melkvet. Maar niet elke koe heeft alleen behoefte aan C16:0, maar ook aan C:18 en beschermd C18:1. Dat hangt af van het rantsoen en het doel.”

De grondstof voor pensbestendige vetten is palmolie. De meeste eindproducten geven geen veranderingen op gebied van smaak en geur in het rantsoen. - Foto: Ronald Hissink
De grondstof voor pensbestendige vetten is palmolie. De meeste eindproducten geven geen veranderingen op gebied van smaak en geur in het rantsoen. - Foto: Ronald Hissink

Voorzichtig in het rantsoen trekken

De Jong geeft aan dat veehouders gemiddeld 0,15 tot 0,20% stijgen in melkvetgehalte en een toename zien van de melkproductie van 0 tot 3 liter. “Waar de stijging in melkproductie het hoogst is, zie je wel vaak een verdunning van het vetgehalte ontstaan, waardoor het vetgehalte meestal min of meer gelijk blijft. De totale grammen vet nemen natuurlijk wel toe.”

BergaFat kost € 1,30 per kilo, dus bij 300 gram per koe kost dat 40 cent. Als de productie 1 kilo toeneemt, maakt de melkprijs alleen dat al goed. De toename van het vetgehalte over álle liters is dan winst.”

ForFarmers levert drie vetproducten uit de MilkPower-reeks rechtstreeks op het boerenerf. Een is gericht op melkproductieverhoging, de tweede op verhoging van het melkvetgehalte en de derde werkt op beide vlakken. Het is afhankelijk van de wens en het doel van de veehouder welke soort bij hem past. Dat pensbestendige vetten populair zijn merkt Meijer aan de afzet. “Inmiddels voert 25 tot 30% van onze klanten MilkPower in het rantsoen. Logisch, want pensbestendig vet is veilig met betrekking tot pensverzuring en verbetert de efficiëntie. Je voert geen stikstof en fosfaat aan, maar levert wel meer melk. We rekenen regelmatig via ons programma Melk­efficiënt bedrijven door en zien dan bij het voeren van MilkPower een gemiddelde verbetering van 5% op de fosfaatefficiëntie.”

Fransen geeft aan dat vet voorzichtig in het rantsoen moet worden getrokken. Je moet nieuwmelkte koeien rustig laten opstarten over een periode van twee weken. Ze hebben de energie nodig als ze op de top van de lactatie zitten en wanneer de negatieve energiebalans het diepst is. Fransen rekent voor. “Een koe met 50 liter melk met 4% vet produceert
2 kilo melkvet. Een typisch rantsoen bevat 3% vet per kilo droge stof. Bij een opname van 25 kilo droge stof krijgt een koe 750 gram vet binnen. Je snapt dat een tekort van 1,25 kilo direct veel van de koe vraagt. Als je dat kunt aanvullen met vet in de voeding help je de koe enorm. Daarbij is beschermd vet de meest efficiënte bron om vet te maken.”

Meijer zegt dat er bij een negatieve energiebalans vooral tekort is aan glucogene energie. Om de lever van nieuwmelkte koeien niet te zwaar te belasten, moet je vooral in het begin niet te veel vet voeren. “De meeste veehouders maken één rantsoen voor alle melkgevende koeien. 250-300 gram per koe ­inmengen is dan een mooi passende hoeveelheid.”

De kostprijs van pensbestendige vetten moet zich terugbetalen in de melkput via melkproductie of de productie van melkvet. - Foto: Ronald Hissink
De kostprijs van pensbestendige vetten moet zich terugbetalen in de melkput via melkproductie of de productie van melkvet. - Foto: Ronald Hissink

Vet doet meer

Behalve de directe invloed op melkproductie en of melkvetgehalte heeft voeren van vet meer effecten. Door de hoge energieconcentratie is het een bij uitstek geschikt product om de negatieve energiebalans van koeien in het begin van de lactatie te beperken. Fedde de Jong: “Dat zorgt voor minder conditieverlies in de eerste maanden van de lactatie en heeft zo ook een positief effect op de reproductie.” Veelal wordt het pensbestendig vet dan aangeboden via het krachtvoer.

Ook in tijden van hittestress, waarin koeien geneigd zijn minder te gaan vreten, zorgt pensbestendig vet voor een hogere energiedichtheid van het rantsoen, waardoor de energiebehoefte van de koeien ook bij een iets lagere totaalopname beter gedekt blijft. Meijer benadrukt het belang van proactief handelen bij hittestress. “Voeren van vet biedt daar, naast het voeren van buffers, zo veel voordelen. Niet alleen tijdens de warme periode, maar vooral ook daarna en dat zie je terug in een betere vruchtbaarheid en het voorkomen van problemen met pensverzuring en als gevolg daarvan het voorkomen van klauwproblemen.”

Ook voor oudmelkte koeien is voeren van vet geschikt. Oudmelkte koeien vervetten vaak onder zetmeelrijke rantsoenen, maar energie uit vet, in combinatie met voldoende eiwit, zorgt ervoor dat de koeien persistent blijven zonder dat ze dichtgroeien.

Fransen hecht eraan te melden dat juist in specifieke gevallen moet worden gekeken welke soort vet het best past. “In Nederland worden voor het grootste deel C16:0-vetten gevoerd, waaronder onze ­Mega-Fat 88 en Mega-Fat Extra. Maar het kan goed zijn dat in andere rantsoenen juist C18:0 en/of beschermd C18:1 nodig zijn, zoals in Megalac en ­Mega-Energy.” Hij adviseert altijd goed te kijken naar het aanbod van de verschillende vetzuurbronnen. Juist omdat C16:0 vrijwel direct opgenomen wordt in de melkvetzuurproductie, kunnen andere vetzuurbronnen toegevoegde waarde bieden. “Als koeien te schraal zijn, of als ze een steuntje in de rug nodig hebben op het gebied van vruchtbaarheid, weerstand of bij hittestress, kan C18:0 of C18:1 veel goed doen. Deze vetzuren gaan immers niet gelijk in het melkvet, maar de koe kan de energie ook gebruiken voor andere productiekenmerken.”

Laatste reacties

  • EMERGO!

    Meijer zit er volgens mij een beetje naast!
    Pensbestendig vet gaat helemaal niet via de lever, maar via gal en pancreas enzymen wordt dit afgebroken tot opneembaar vet voor de melk.
    vet dat via de lever omgezet wordt, komt van de rug van de koe en is daar aangezet meestal eind lactatie en niet in het begin!
    een koe met een groot energie tekort zal vet van de rug halen om dit tekort op te vangen. dit gaat via de lever!
    Wanneer we echter vet voeren aan verse koeien, verkleinen we de negatieve energie balans en daardoor ook de noodzaak om vet van de rug te verteren.
    om die reden is het JUIST interessant om vet aan verse koeien te voeren!
    Zie daarvoor ook reactie Fedde de Jong in artikel; deze spreekt opmerking Meijer tegen.

  • mtsbak

    Tropische regenwouden kappen en op branden voor palmolie plantages en dan onze koeien een beetje vet voeren. Hoe duurzaam is dat?

  • farmerbn

    Mtsbak; als burgers stoppen met vliegvakanties dan zullen koeboeren waarschijnlijk stoppen met palmvet. Ok?

  • EMERGO!

    @mtsbak
    Palmolievetten zijn rest stromen vanuit de humane consumptie!
    Er wordt dus zeker geen bos gekapt zodat wij vet kunnen voeren

  • Janna73

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.