Rundveehouderij

Achtergrond

Voorkom opmars builenbrand en maiskopbrand

De mais was in 2017 vaker aangetast door builenbrand en maiskopbrand. Bij kopbrand kan het hele gewas verloren gaan. De juiste rassenkeuze voorkomt schade.

Dit jaar werd op bijna alle rassenproefvelden van Praktijkonderzoek AGV van Wageningen UR aantasting door builenbrand gezien. “Afhankelijk van ras en perceel, was gemiddeld tot 50% van de planten aangetast”, zegt Jos Groten, onderzoeker Mais en Voedergewassen.

Lagere opbrengst

Aantasting door builenbrand (zie kader onderaan dit artikel) verlaagt opbrengst en kwaliteit van de maïs. Bij een gemiddeld gewas en 10% zwaar aangetaste planten, waarbij de kolf vrijwel volledig aangetast is, missen veehouders 4% aan drogestofopbrengst, 14 VEM per kilo droge stof en 5,2% aan VEM-opbrengst. Het voeren van ingekuilde snijmais met veel builenbrand geeft geen problemen voor diergezondheid, vruchtbaarheid, melkproductie en melksamenstelling. Rundvee neemt aangetaste mais in het algemeen vrij goed op.

‘Maispercelen kunnen volledig mislukken door aantasting met kopbrand’

Maiskopbrand groter probleem

Ook maiskopbrand, kortweg kopbrand, lijkt verder op te rukken. Vooral in lagere, natte gebieden. “In ons werkgebied, maar ook in Gelderland neemt het aantal percelen met kopbrand sterk toe”, ziet loonwerker Arie Verhoef in Lopik. “Maispercelen kunnen volledig mislukken door aantasting met kopbrand. Als veehouders maisrassen blijven zaaien die ­gevoelig zijn voor kopbrand, blijft er van de mais in ons gebied weinig over.”

Nieuwste rassen getest

In een WUR-observatieproef zijn de laatste vijf jaar de nieuwste rassen getest op kopbrand. Sommige nieuwe rassen blijken erg gevoelig (tot 50% kolfaantasting). De gevoeligheid voor builenbrand is terug te vinden op de nieuwe Aanbevelende Maisrassenlijst 2018. De rasverschillen in gevoeligheid voor kopbrand staan niet op deze lijst. Omdat kopbrandgevoelige maisrassen ook worden verkocht in regio’s waar percelen besmet zijn met kopbrand, moeten veehouders hierop alert zijn.
Artikel gaat verder onder de foto.

Mais met forse aantasting van maiskopbrand. De grote harige schimmelbol vervangt de gehele kolf. Bij kopbrand kan het hele maisgewas verloren gaan. - Foto: Praktijkonderzoek AGV-WUR
Mais met forse aantasting van maiskopbrand. De grote harige schimmelbol vervangt de gehele kolf. Bij kopbrand kan het hele maisgewas verloren gaan. - Foto: Praktijkonderzoek AGV-WUR

Mais onbruikbaar

Maiskopbrand of Head smut komt in Europa vrij algemeen voor. In Nederland is het in 2012 voor het eerst officieel vastgesteld met 50% tot 100% aantasting op sommige percelen. Deze mais was onbruikbaar. De kans op een zware aantasting is groter als de beginontwikkeling van de mais tot het 4 à 5 bladstadium slecht is door stress (koude, natte gronden, nachtvorsten). Hetzelfde geldt voor gevoelige rassen, na minder strenge winters en bij nattere weersomstandigheden. De aantasting tussen rassen varieert van minder dan 0,1% tot 50%. Bij kopbrandaantasting boven 10% vallen het zetmeelgehalte en de voederwaarde tegen doordat de kolf volledig verschimmeld is. Ook de drogestofopbrengst is dan lager. Bij 50% aangetaste planten is het zetmeelgehalte gehalveerd en de opbrengst mogelijk 25% lager.

Smakelijkheid

Er is nog weinig bekend over giftigheid. De smakelijkheid van met kopbrand besmette mais neemt wel flink af. Onder 5% aantasting kunnen veehouders de mais oogsten, inkuilen en voeren. Bij aantasting van 10 tot 25% is het beter om de mais apart in te kuilen en later op basis van voederwaarde en mycotoxinen-analyse te beoordelen of de mais kan worden gevoerd. “Bij aantastingen boven 25% is de mais in de kuil volledig versmeerd en onbruikbaar. Kopbrand is daardoor een veel groter probleem voor veehouders dan builenbrand”. Bij meer dan 25% aantasting is het advies om de mais niet te oogsten, maar over het perceel te verspreiden.

Aanpak van builen- en kopbrand

Builenbrand is niet chemisch te bestrijden. “Het meest effectief is het kiezen van een maisras met een hoge resistentie tegen builenbrand. Bij rassen met een 7,5 of hoger, blijft de schade altijd beperkt”, zegt Groten. Het beperken van groeistagnaties, een goede bodemstructuur en vochtvoorziening verkleinen ook de kans op aantasting. De beste maatregel tegen maiskopbrand is het uitzieken van de schimmel op het perceel in vruchtwisseling met vier jaar gras of in een vierjarige akkerbouwrotatie, omdat sporen circa vier jaar in de bodem overblijven en hun kiemkracht bewaren.

‘Op koude, natte percelen zijn vroegheid en stevigheid ook belangrijke eigenschappen’

Ongevoelige rassen

Belangrijk is ook om vrijwel ongevoelige rassen voor kopbrand te zaaien. “Op percelen die met maiskopbrand zijn besmet, kunnen ­veehouders een aantal rassen vrijwel probleemloos telen, omdat deze rassen gemiddeld een aantasting hebben tussen 0 en 1%. Hiermee is het mislukken van de maisteelt op deze percelen te voorkomen”, zegt Groten. Hij adviseert P8057, dat al jaren minder dan 0,1% aantasting toont. Smoothi CS, Genialis KWS, SY Skandik, SY Madras, Megusto KWS, SY Telias, MAS12H, ES Crossman en PR39F58. “Het perceel blijft wel ziek en ook is er kans op geringe verspreiding, maar als veehouders met deze rassen mais telen, kunnen ze dit zonder problemen inkuilen en voeren. Op koude, natte percelen zijn vroegheid en stevigheid ook belangrijke eigenschappen.” Ook helpt het om zaaizaad te gebruiken dat met een fungicide zoals Alios (triticonazool) of Feuver (prothioconazool) is behandeld. Dat halveert grofweg de aantasting. Voor zeer gevoelige rassen is deze maatregel onvoldoende effectief.

Lees de mais-special van Boerderij digitaal.

Zo herken je builenbrand en maiskopbrand

Builenbrand is een infectie van mais met de brandschimmel Ustilago maydis, die in de grond overblijft. Verspreiding van schimmelsporen ­gebeurt via wind, neerslag en insecten.

De schimmel tast de plant van buitenaf aan door opwaaien of opspatten van sporen. Ernstige aantasting is een totaalaantasting van de kolf met talrijke afzonderlijke grijsachtige brandgallen. Na verloop van tijd barsten de builen open en komt een groot aantal bruinzwarte sporen vrij. De sporen kunnen wel 4 jaar in de grond overblijven en hun kiemkracht bewaren. Hoge temperaturen, aantasting door de fritvlieg, droogtestress en beschadiging door bijvoorbeeld hagel verhogen de kans op een aantasting. Builenbrand komt met name voor in droge, warme jaren op percelen waar mais last heeft van droogte.

Head smut

Maiskopbrand of Head smut is een infectie met de schimmel Sphacelotheca reiliana. Ook deze schimmel blijft in de grond over. Maar de mate van schade is bij kopbrand veel groter, omdat Head smut de mais al in het kiemplantstadium aantast via de wortel. Als de mais in het 2 à 3 bladstadium te langzaam groeit, kan de schimmel het groeipunt bereiken met aantasting van de bloeiwijzen, pluim en kolf, van binnenuit. Tot eind augustus is aan de plant nauwelijks iets te zien, alleen de plantlengte blijft wat achter. Rond 1 september ontstaat soms zwart schimmelpluis op de pluim en in het schutblad op de plaats van de kolf ontstaat een grote harige schimmelbol, die de gehele kolf vervangen heeft. De schimmelbollen vormen sporen, die op de grond vallen of door wind worden verspreid. Bij zware aantasting is bij het hakselen een zwarte stofwolk van sporen te zien. Ook via machines vindt verspreiding plaats. In de kuil veroorzaakt een zware aantasting een vieze zwarte laag, die lijkt op natte zwarte grond. Maiskopbrand kan het hele maisgewas onbruikbaar maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.