Rundveehouderij

Achtergrond 3 reacties

Onduidelijkheid troef bij emissiebepaling

Meten van de ammoniakuitstoot aan emissiearme systemen levert veel discussie op. Een platform en aangepast protocol moeten het vlot trekken.

De afgelopen decennia is voor de rundveehouderij een lijst opgebouwd met systemen met een lage ammoniakuitstoot. Bedrijven die een nieuw emissiearm systeem ontwikkelen, moeten aantonen hoe hoog de ammoniakemissie is onder praktijkomstandigheden. De overheid heeft daarvoor een meetprotocol met eisen waaraan metingen aan proefstallen moeten voldoen.

Onenigheid

Een aantal vloerfabrikanten liep in 2016 tegen problemen aan met de beoordeling van ingediende meetrapporten over gemeten (praktijk)proefstallen. Het meetprotocol leidde tot onenigheid over de methode en uitkomsten. Volgens Gert-Jan Monteny, eigenaar van Monteny Milieu-Advies, was er vooral verschil in interpretatie hoe volgens de protocollen te meten.

Metingen door particuliere bureau‘s

Het probleem doet zich met name in de rundveehouderij voor, vanwege natuurlijke ventilatie. Monteny, die al jaren werkzaam is in de emissiebepaling, zag dat metingen werden afgekeurd om een detail dat in dezelfde procedures een paar jaar eerder geen probleem gaf. “Er is de laatste jaren veel discussie. Dat werd nog erger toen ook particuliere bureaus mochten gaan meten.”

Willekeur vaststellen emissies

De problemen van afgelopen jaar staan overigens niet op zichzelf; al jaren is er frustratie bij leveranciers en adviseurs over in hun ogen willekeur bij het vaststellen van emissiefactoren en de focus op de wetenschappelijke onderbouwing. Ook de meerdere petten van Wageningen U&R is een gehoord kritiekpunt. Zo is Wageningen auteur van het meetprotocol, meet ze zelf ook en adviseert ze de overheid rondom de Rav (zie kader Maximale ammoniakuitstoot, onderaan dit artikel) en de Maatlat Duurzame Veehouderij.
Artikel gaat verder onder de foto.

Om een emissiefactor te verkrijgen moeten leveranciers een meetprotocol doorlopen. Een onafhankelijk bureau verzorgt vervolgens in proefstallen de metingen. - Foto: Bert Jansen
Om een emissiefactor te verkrijgen moeten leveranciers een meetprotocol doorlopen. Een onafhankelijk bureau verzorgt vervolgens in proefstallen de metingen. - Foto: Bert Jansen

Natuurlijke ventilatie

De onduidelijkheid in het protocol 2013 heeft voornamelijk te maken met verschillen in interpretatie van apparatuur en de meetstrategie/randvoorwaarden bij natuurlijke ventilatie. Bij mechanisch geventileerde stallen is dat veel minder een item omdat hoeveelheden lucht rechtstreeks te bepalen zijn.

Correctie

Het zat onder andere vast op het meten van de concentratie CO2 buiten de stal. Deze bepaling wordt gebruikt voor de berekening van de hoeveelheid afgevoerde stallucht. Dat is nodig om de hoeveelheid ammoniak te bepalen die naar buiten gaat. De discussie ging over de hoogte van de gemeten CO2-waarden buiten de stal en de correctie die de overheid daarop toepaste waardoor de ammoniakuitstoot flink toenam.

Uitbreiding meetprotocol

Afgelopen zomer is het meetprotocol uitgebreid met aangepaste instructies rondom meten bij open stallen. In de nieuwe versie ‘2013a’ is dat specifieker omschreven. In de systematiek is nu verweven dat een meetplan voorafgaand aan het meten beter is doordacht en besproken. Een probleem blijft dat een aantal proefstallen door de fosfaatwetgeving niet aan de minimale 80% dierbezetting voldoet.

‘Er wordt door alle partijen nog te veel in hokjes gedacht’

Platform opgericht

Naast het verbeteren van het meetprotocol hebben fabrikanten en meetbureaus recent het initiatief genomen voor meer overleg en stimuleren van innovaties. Vijf van de bedrijven die vorig jaar problemen ondervonden, hebben daarom het Innovatieplatform Duurzame Veehouderij opgericht. Inmiddels zijn meer fabrikanten en een aantal adviesbureaus aangesloten. Eric van den Hengel, voorzitter van het platform: “Er wordt door alle partijen nog te veel in hokjes gedacht. Met het platform zoeken we juist naar een integrale benadering. We verwachten eerder te weten als er ergens knelpunten zitten.”

Fijn stof

Bij problemen moet snel geschakeld kunnen worden om vertragingen zoals afgelopen jaar te voorkomen. Goed en tijdig overleg is steeds belangrijker benadrukt Van den Hengel; de overheid wil niet alleen de uitstoot van ammoniak weten, maar ook meer van broeikasgassen als CO2 en methaan en fijn stof.

VERA-protocol

Een andere aanpassing is dat emissiefactoren straks alleen bij het systeem horen van de fabrikant die het certificaat bezit. Als de ontwikkelaar de kosten maakt en nadien iedereen het systeem kan kopiëren, remt dat de innovatie. Ook wordt het vanaf volgend jaar mogelijk om systemen op te nemen die volgens het VERA-protocol, of andere erkende systemen, zijn gemeten. VERA is een samenwerkingsverband tussen Nederland, Duitsland en Denemarken. Dat geeft producenten meer mogelijkheden in andere markten toe te treden.

De melkveehouderij heeft inmiddels een aardige keuze uit vloeren met een lage ammoniakuitstoot. In mindere mate zijn luchtwassers geïnstalleerd om aan de eisen te voldoen. - Foto: Ronald Hissink
De melkveehouderij heeft inmiddels een aardige keuze uit vloeren met een lage ammoniakuitstoot. In mindere mate zijn luchtwassers geïnstalleerd om aan de eisen te voldoen. - Foto: Ronald Hissink

‘Het blijft een steekproef’

Milieuadviseur Monteny verwacht alvast verbeteringen dankzij de aanpassingen in het meetprotocol en de oprichting van het Innovatieplatform. Ook Hans Schiricke van meetbureau EnviVice is positief. Het bedrijf meet ook in de industrie en kan zodoende een vergelijking maken met de agrarische sector. Toch blijft hij kritisch en is meten volgens hem aan praktijkstallen te wetenschappelijk gemaakt. “Het zou veel praktischer ingericht moeten worden met duidelijke spelregels zoals in de industrie zodat alle partijen in het innovatietraject weten waar de finish is. Meten blijft altijd een steekproef; je kunt niet elke kuub stallucht onder alle praktijkomstandigheden meten.”

Verstorende omgevingsinvloeden

Sjoerd Bokma, milieuonderzoeker bij Wageningen Livestock Research, zegt aanpassingen die het proces verbeteren toe te juichen. Toch blijft het probleem volgens hem dat verschillen in omgevingsfactoren in de veehouderij groot zijn. Hij heeft wel ideeën hoe dat beter kan; door metingen aan bijvoorbeeld een nieuw vloersysteem niet op zichzelf uit te voeren, maar met een referentie ernaast. “Verstorende omgevingsinvloeden kun je dan uitschakelen, evenals mogelijke effecten van de meetstrategie”. Het effect van de vloer op de ammoniakuitstoot wordt daarmee nauwkeuriger vastgesteld.

Zorgvuldigheid

Bokma begrijpt dat snelheid voor ontwikkelaars belangrijk is. Aan de andere kant wijst hij op de noodzaak van zorgvuldigheid bij het ammoniakdossier; een dossier dat door partijen binnen en buiten de landbouw nauwlettend wordt gevolgd en niet in de laatste plaats door Brussel.

Overigens wuift Bokma kritiek uit de sector van mogelijke belangenverstrengeling door Wageningen van de hand. “Dat is gemakkelijk roepen. Als kennisinstelling werken we objectief en onafhankelijk en zijn we gewend voor verschillende opdrachtgevers te werken. Het heeft altijd onze aandacht om belangenverstrengeling te voorkomen.”

Voor vleeskalverhouderij vooral luchtwassers erkend

In de vleeskalverhouderij staat de ontwikkeling van emissiearme systemen op een laag pitje.

De vertraging komt onder andere omdat pas vanaf 2020 voor nieuwe stallen een verplichte emissiereductie geldt. Bovendien zijn er minder leveranciers voor de veel kleinere sector. Op de Rav-lijst staan tot nu toe alleen een aantal luchtwassers (0,18 tot 1,1 kilo ammoniak) van leveranciers uit de varkenshouderij en een systeem met hellende rooster- en schijnvloer (2,5 kilo ammoniak).

Van Beek Kalverstalinrichting heeft een aantal emissiearme stalsystemen in ontwikkeling, gebaseerd op het snel verwijderen van de mest. Aan een mestbandensysteem en mestschuifsysteem wordt al enige tijd ammoniakuitstoot gemeten, als eerste op het eigen proefbedrijf. Er is nog geen emissiefactor bepaald. Gerard van Beek zegt dat de opgelopen vertraging het gevolg is van aanvragen van octrooien voor bescherming van de producten. Het heeft volgens hem niets te maken met onduidelijkheden rondom het meetprotocol. Ook voor toepassing van de emissiearme vloer van Beerepoot Agri bij vleeskalveren (Welzijnsvloer) is nog geen emissiefactor voor de Rav-lijst bepaald. Wanneer metingen starten kan Beerepoot niet zeggen.

Maximale ammoniakuitstoot vastgelegd in wetgeving

Het Besluit emissiearme huisvesting vervangt het oude Besluit Huisvesting en bevat maximale emissiewaarden voor ammoniak.

Voor bestaande stallen geldt een waarde van 12,2 kilo ammoniak per plaats bij opstallen en 13,0 kilo bij beweiden. Voor stallen vanaf 2015 is dat 11,0 kilo. Vanaf 1 januari 2018 geldt bij nieuwbouw of uitbreiding een norm van 8,6 kilo ammoniak. Vleeskalveren hebben vanaf 2020 een norm van 2,5 kilo per plaats. Bedrijven mogen alleen huisvestingssystemen toepassen met een emissiefactor die lager is of gelijk aan de maximale emissiewaarde. Voor Brabantse ondernemers gelden strengere regels.

In de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav) zijn per diercategorie stalsystemen met emissiefactoren opgenomen. Deze worden opgenomen na het succesvol doorlopen van een meetprotocol. Een traditionele melkveestal heeft een uitstoot van 13,0 kilo ammoniak; een gangbaar huisvestingssysteem bij vleeskalveren 3,5 kilo (was 2,5 kilo tot 2015). Bij emissiearme systemen zoals een sleuvenvloer of luchtwassers ligt de uitstoot lager. De Rav wordt gebruikt bij de vergunningverlening op grond van de Wet natuurbescherming en de omgevingswet (Milieuvergunning/melding Activiteitenbesluit).

Laatste reacties

  • deB.


    Enige die er aan verdienen, zijn de onderzoekers!! totdat de centen ontbreken..dan houdt het onderzoek op

  • Bij een klant van mij in Duitsland zijn ze van DLG in de stal met vleeskuikens aan het meten. ze krijgen ook in een volle stal geen Ammoniak gemeten. Het project kost 480k, denk maar niet dat de ondernemer er 1 euro van ziet. Ik ga mijn kostprijs niet verhogen door deze grappen. Samen met de klant naar een lagere kostprijs en return on investment is 6 maanden.

  • koestal

    Laat ze ook maar eens op Schiphol en langs de snelweg meten,geen haan die er naar kraait,bij de boer moet het op de milimeter nauwkeurig !!

Of registreer je om te kunnen reageren.