Rundveehouderij

Achtergrond

Hoe vetzuren het effect bepalen van vettoevoeging

Toevoegen van vet aan melkveevoeders stuwt de melkgift en het vetgehalte van de melk, is de algemene opinie. Toch werkt toevoegen van vet op een aantal bedrijven niet of nauwelijks. De nieuwste onderzoeken wijzen erop dat het gevoerde vetzuurprofiel grote invloed heeft op het uiteindelijk resultaat.

Vetten zijn hot in de melkveevoeding. Ze leveren goedkoop veel energie terwijl ze geen fosfor of stikstof met zich meebrengen. Helaas kan de koe niet goed overweg met standaard vet en olie. Vet smoort de pensbacteriën, waardoor de verteerbaarheid van ruwe celstof sterk vermindert en de melkproductie daalt.

Vet bindt in de pens ook sporenelementen, met name magnesium, waardoor gebreksziekten zoals kopziekte de kop kunnen opsteken. Tot slot kunnen in de pens ook transvetzuren gevormd worden die de melkvetvorming in het uierweefsel verstoren. Om dit alles te voorkomen, worden behandelde vetten ingezet die de pens passeren zonder in de pens te werken, de zogenoemde pensbestendige vetten.

Bijvoeren van voedervet verhoogt veelal de melkproductie en het vetgehalte. Belangrijk is wel een juist vetzurenpatroon te verstrekken. - Foto: Ronald Hissink
Bijvoeren van voedervet verhoogt veelal de melkproductie en het vetgehalte. Belangrijk is wel een juist vetzurenpatroon te verstrekken. - Foto: Ronald Hissink

Evenveel opnemen als via de melk uitscheiden

Een vuistregel is dat een koe ongeveer net zoveel vet per dag moet opnemen als dat ze met de melk uitscheidt. Voor een koe koe die 40 kilo melk geeft met 4% vet is dat dus 1,6 kilo vet. In de belangrijkste ruwvoeders (mais, gras, silage) zit nauwelijks vet, veelal minder dan 3%. Een koe die 25 kilo droge stof opneemt moet dus nog bijna een kilo vet via krachtvoeders vreten, of ze zal haar lichaamsvet hiervoor aanspreken. Het meest efficiënt is de productie van melkvet uit zogenaamde pre-formed vetzuren uit pensbestendig vet. Dit gaat met een efficiëntie van rond de 90%.

Vet is een verbinding van glycerol met drie vetzuren. De in de rundveevoeding belangrijkste vetzuren voor aanvulling van het rantsoen zijn palmitinezuur, pensbestendig oliezuur en pensbestendig linoleenzuur.

Palmitinezuur stuwt melk en vet

De nieuwste onderzoeken van de Universiteit van Michigan wijzen uit dat gebruik van pensbestendig palmitinezuur de melkgift stuwt en ook het vetgehalte van de melk. Dat komt doordat deze stof in de lever omgezet wordt in ceramides. Die verminderen de gevoeligheid voor insuline in het vetweefsel, wat ervoor zorgt dat er meer energie wordt benut voor melkproductie en minder voor de groei van lichaamsweefsel. Gevolg is een hogere melkproductie, gekoppeld aan een afname van het gewicht.

De koe komt dus in een grotere negatieve energiebalans, met name in het begin van de lactatie. Een negatieve energiebalans geeft meer kans op vruchtbaarheids- en klauwproblemen. Gebruik van palmitinezuur in het midden van de lactatie, als de koe al drachtig is, leidt juist tot een persistentere lactatiecurve.

Tegenovergesteld effect pensbestendig oliezuur

Bij gebruik van pensbestendig oliezuur treden juist tegenovergestelde effecten op. Het percentage van de beschikbare energie dat gebruikt wordt voor melkproductie daalt, er wordt meer energie vastgelegd in de weefsels. Ook stimuleert oliezuur de ontwikkeling van de eicellen.

Tevens verhoogd oliezuur de verteerbaarheid van het totale vet in het rantsoen door een betere micellenvorming in de darm. Dat zijn vetbolletjes die door hun vorm en structuur makkelijker worden opgenomen in de darmcellen. Daardoor verhoogt de verteerbaarheid van het totale vet in het rantsoen en neemt de totale hoeveelheid beschikbare energie uit het rantsoen toe. Bij kippen en varkens was al langer bekend dat oliezuur op dunne-darmniveau de vetvertering verbetert.

Pensbestendig linoleenzuur werkt sterk op de vruchtbaarheid doordat het de overleving van de embryo verbetert.

Meer oliezuur bij start lactatie

Op basis van deze inzichten adviseert Volac Wilmar, een van ’s werelds grootste producenten van vetzuren, om niet klakkeloos vet in te zetten, maar gericht te kiezen voor inzet van vetzuren. In het begin van de lactatie zou de verhouding oliezuur-palmitinezuur ruimer moeten zijn dan na 100 dagen. Daarmee vermindert de kans op vruchtbaarheidsproblemen en het geeft een persistentere lactatie. Volac Wilmar adviseert ook rond de eerste inseminatie extra linoleenzuur te verstrekken als de vruchtbaarheid een duwtje in de rug nodig heeft.

Meest kansrijke aanpak gemiddeld melkveebedrijf

Verstrekking van drie verschillende voedervetten is in de praktijk niet makkelijk uitvoerbaar. Het vereist houden van koeien in productiegroepen met een eigen rantsoen. Dat is op grootschalige bedrijven eenvoudiger door te voeren dan op het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf.

Daar lijkt de meest kansrijke aanpak het mengen van een combinatie van palmitinezuur en pensbestendig oliezuur onder het basisrantsoen met eventueel een aanvulling van linoleenzuur rondom de inseminatie. Na 100 dagen in lactatie heeft een aanvulling met extra palmitinezuur een positief effect op de productie, schat specialist Paul Fransen van Volmac Wilmar in.

Of registreer je om te kunnen reageren.