Rundveehouderij

Achtergrond 2 reacties

'Ik heb nog buikpijn van de Q-koorts'

Toon van Hoof stopt na bijna 12 jaar als portefeuillehouder Diergezondheid bij LTO-Nederland. Para, salmonella, Q-koorts en antibiotica zijn nu afgerond, IBR/BVD nog niet.

"Het hele spectrum rond dierziekten is veranderd. Tegenwoordig zit ik net zo vaak bij het ministerie van Volksgezondheid als bij Economische Zaken”, zegt Toon van Hoof. “Het zit me dwars dat we 10 jaar na de grote uitbraken nog steeds de afzet van vlees en melkproducten van gevaccineerde dieren niet geregeld hebben. Als er dan een keer wat uitbreekt, wordt dat een geweldig probleem.”

Toon van Hoof wil diergezondheid zo veel mogelijk privaat regelen. "Dat betekent niet dat de overheid achterover kan hangen. Die moet in zijn algemeenheid faciliteren." Foto: Bert Jansen
Toon van Hoof wil diergezondheid zo veel mogelijk privaat regelen. "Dat betekent niet dat de overheid achterover kan hangen. Die moet in zijn algemeenheid faciliteren." Foto: Bert Jansen

Ligt het probleem bij de sector of afnemers?

"Bij beide. Maatschappij, politiek noch veehouders willen gevaccineerde dieren ruimen. De rekening van het probleem dat hieruit ontstaat mag niet bij de individuele veehouder worden neergelegd. Dus hebben alle partijen een verantwoordelijkheid om tot een oplossing te komen. Europa raakt versnipperd, andere landen zijn veel protectionistischer geworden. Regelingen worden hier vaak anders geïnterpreteerd. Dat is niet in ons belang.”

Is het erg dat Nederlandse boeren te maken hebben met strengere regels dan in omringende landen?

“Wij willen heel erg het beste jongetje van de klas zijn omdat dat voordelen kan opleveren. Maar we moeten wel opletten dat het extra eisen stellen uiteindelijk de kostprijs niet dusdanig opjaagt dat die niet in de markt vertaald kan worden.”

Het beste jongetje van de klas? Zijn we op diergezondheidsgebied niet het afvoerputje van Europa geworden?

"Nee, dat is gewoon niet waar! Al in 2005 hebben we de notitie 'Bouwen aan Vertrouwen' opgesteld met daarin de aanpak van besmettelijke dierziekten, transportbewegingen, preventie en de 21 dagenregeling. Bij het paraprogramma was het eerste doel uitbannen van para. Gaandeweg kwamen we er achter dat beheersbaarheid het hoogst haalbare was. Daar is het programma op aangepast. In combinatie met het salmonellaprogramma lopen we daarmee binnen Europa echt voorop. Dat traject liep al toen de antibioticadiscussie opkwam. LTO’s idee rond bedrijfsbehandelplan en -gezondheidsplan werd uiteindelijk de blauwdruk voor de hele Nederlandse antibiotica-aanpak. Eigenlijk best apart dat je het antibioticagebruik in een jaar of vier door bewustwording zover kunt terugdringen.”

'LTO’s idee rond bedrijfsbehandelplan en -gezondheidsplan werd uiteindelijk de blauwdruk voor de hele Nederlandse antibiotica-aanpak'

Daarvoor waren wel regelingen nodig rond de levering van dieren en melk.

“Dat zijn private regelingen binnen de kwaliteitssystemen, en zo opgesteld dat ze uitvoerbaar zijn. Vanuit de overheid is geen regelgeving nodig geweest behalve de UDD-regeling. Die ging alleen over de inzet van tweedekeusmiddelen. De sectoren zijn zelf gestopt met derde- en vierdekeus cefalosporinen. Dat was zeker voor de melkveehouderij ingrijpend. De resistentieproblematiek is fors verminderd. Mede daarom mogen we nog zelf medicijnen op voorraad hebben en toedienen. De SDA stelt op basis van de huidige dierdagdoseringen dat de melkveehouderij klaar is en dit niveau mag vasthouden. Eerlijk gezegd ben ik blij dat we klaar zijn met dat politieke gehijg.”

Na de antibiotica de IBR en BVD. Waarom vlot dat niet?

“Alle partijen in de rundveehouderij hebben om tafel gezeten om na para en salmonella ook IBR en BVD op te pakken. We dachten dat in vijf vergaderingen te regelen. Maar ondertussen verdwenen de productschappen en vragen we al vier jaar om algemeen verbindend verklaringen. Vrijwillig IBR en BVD oplossen doet niemand. We zoeken nu naar wat privaat en wat verplicht geregeld moet en kan worden. Daarom duurt het zo lang en halen we 1 januari 2017 niet.”

Is het niet zuur dat buurlanden wel snel een programma uit de grond stampen?

“Jazeker. Maar daar maakt de overheid de wetgeving en stopt er een hoop geld in. Dat gebeurt hier niet, we zijn al blij dat de overheid wil meedenken.”

Gaan we 1 april 2017 halen?

“Ik ga me niet vast leggen. Het duurt een paar maanden langer dan verwacht maar dat programma komt er echt wel. Belangrijk is dat alle partijen er achter staan. Het moet niet zo zijn dat we achteraf commentaar krijgen dat er ergens een gat zit. Maar laat het duidelijk zijn dat ik ervan baal dat het zo lang duurt.”

Gaan alle melkveehouders erin mee?

“Ja die gaan mee. Wel hebben ze vragen over vaccineren en de veiligheid daarvan. We krijgen eigenlijk vaker commentaar dat het te lang duurt.”

Is de melkveehouderij te afwachtend met preventiemaatregelen?

“In de varkens- en pluimveehouderij hebben ze het door schade en schande goed geregeld, denk aan hygiënesluizen en wasplaatsen. Melkveehouders zijn traditioneler, die handelen zoals altijd gedaan is. Je moet geen handelaar of transporteur meer in de stal hebben. Bij ons staan de kalveren aan de weg en haalt de handelaar de koeien niet uit de stal. Dat zie je niet overal zo.”

Hoe doorbreek je dat?

“Als bedrijven ziektevrije statussen hebben, wordt er wel meer over nagedacht. Veehouders zijn zich er onvoldoende van bewust dat ze zomaar €30.000 tot €40.000 kwijt zijn als er een ziekte binnenkomt. Varkenshouders hebben dat bewustzijn veel meer.”

Toch kom je op veel bedrijven zo de stal binnen.

"Daar ben ik me bewust van. Risico’s zitten juist bij de dierenarts, inseminator en de collega die een keer langs komt. Ook vind ik het erg dom om zomaar ongecontroleerd dieren aan te kopen. Mensen zijn zich er gewoon niet bewust van om naar statussen te kijken. Mortellaro is daarvan een voorbeeld: geen status, maar je krijgt er een hoop problemen mee binnen.”

Terug naar zoönoses. De Q-koortsdiscussie ijlt nog na. Hoe kijkt u daar op terug?

"Daar heb ik nog steeds buikpijn van. In 2006 kregen we signalen van extra Q-koortsgevallen bij melkvee in Frankrijk. Toen zijn een aantal onderzoekstrajecten in gang gezet over wat te doen als Q-koorts in Nederland zou uitbreken. Alleen werd het veel heftiger en brak Q-koorts uit bij de geiten, wat niet verwacht werd. Achteraf roept iedereen dat niet gehandeld werd ‘vanwege de economische belangen’, maar we wisten echt niet wat er gebeurde en waarom. Uiteindelijk zijn er in Frankrijk 5.000 vaccins besteld, meer was er ook niet, Die zijn gericht in Brabant ingezet. Wat hadden we meer moeten doen? Geiten ruimen? We wisten niet eens welke."

'Achteraf roept iedereen dat bij Q-koorts niet gehandeld werd ‘vanwege economische belangen’, maar we wisten echt niet wat er gebeurde en waarom'

Hoe nu verder met Q-koorts?

"Vandaag zijn de laatste bedrijven schoon en ieder jaar is er weer die discussie over die laatste 10 tot 20 bedrijven. Daar baal ik ontzettend van, vooral omdat die Q-koortsstok iedere dag uit de kast wordt gehaald om de veehouderij ter discussie te stellen. Dat blijft maar doorgaan. Een aantal partijen wil geen oplossing. Die hebben maar één agenda en dat is minder dieren in ons land. Daar wordt iedere dag Q-koorts voor gebruikt en nu ook fosfaat en fijn stof. Dan zie je ook nog dat we als sector, of delen ervan, coalities sluiten met mensen met die minderdierenagenda. Dat is de duivel de sleutel van de hemelpoort geven. Dat is te gek voor woorden, dat moet je niet doen."

Wat moet je wel doen dan?

“Het is verschrikkelijk belangrijk dat je als sector geld hebt om dit soort dingen te kunnen onderzoeken, weerleggen en aanpakken. Na het verdwijnen van de productschappen zijn er allerlei sectorale clubjes gekomen. Maar veel zaken spelen over de sectoren heen. Als we niet leren dingen met elkaar te delen en samen te doen, is het einde verhaal. Alles is veel lastiger dan 5 jaar geleden.

'Als we niet leren dingen met elkaar te delen en samen te doen, is het einde verhaal'

Daarom zou iedereen meer moeten samenwerken vanuit het uitgangspunt respect en de wetenschap dat je het samen moet doen. Niet vanuit het punt dat ik het geld in handen heb en bepaal wat er gebeurt. Het is nog altijd boerengeld, wie het geld ook in de pocket heeft.”

Geld speelt ook bij het diergezondheidsfonds een grote rol.

“Ja. De overheid neemt het over, maar het is wel ons geld. Zij mag het beheren. Daar moet de sector heel scherp op zijn. De boer betaalt altijd en alles. Dus moet je wel zorgen dat je kunt meebepalen waar het geld naartoe gaat. De belangen van de aan de sector gelieerde partijen lopen voor 80% parallel met de primaire sector. Soms dus niet, dan moet je als boeren wel afdwingen dat je daar inspraak in houdt. De politiek drukt nu handig alles naar de sector. Als het dan mis gaat, moet het niet zo zijn dat de overheid kan zeggen ‘jullie hebben het niet goed geregeld’, terwijl er een aantal instrumenten uit handen zijn getrokken. De overheid kan niet achterover hangen. In algemeenheid moet ze faciliteren en zaken regelen waar het privaat niet is te regelen. Ik blijf erbij dat zo veel mogelijk privaat geregeld moet worden.”

Robert Bodde en Anne-Marie van der Linde

Laatste reacties

  • pieter.swinkels@home.nl

    Goed verhaal! Jammer dat je stopt Toon.
    Bedankt!

    Pieter Swinkels
    Ysselsteyn

  • Henk Tennekes

    Buikpijn over de Q-koorts had misschien kunnen worden voorkomen als in een veel eerder stadium openheid van zaken was gegeven, zodat ook onafhankelijke expertise zich over het probleem had kunnen buigen, dat sneller tot een effectief plan van aanpak had kunnen leiden, waardoor mensenlevens hadden kunnen worden gered.

Of registreer je om te kunnen reageren.