Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Richt pijlen op weerstand koe

Weerstand is een belangrijk wapen in de strijd tegen mastitiskiemen. Vruchtbaarheid laat zich sturen door management.

Melkveehouders kunnen slimmer gebruikmaken van hun data om betere adviezen te ontvangen, en daarmee betere beslissingen te nemen ten aanzien van de diergezondheid op het bedrijf. Dat stelde Miel Hostens, dierenarts verbonden aan Universiteit Gent (België), tijdens het congres Gezonde Melkveehouderij in Zwolle. Het congres richt zich op het vertalen van wetenschappelijk kennis naar de praktijk op gebied van uiergezondheid en vruchtbaarheid.

Volgens Hostens komt er veel algemene of onvoldoende onderbouwde informatie op de veehouders af. Hij stelt daarbij een flink aantal onderzoeken ter discussie. “Een publicatie van onderzoeker X et al, doet al groot aan maar zegt niets over de betrouwbaarheid van het onderzoek. Ook een significantie van p<0,05 zegt niet alles. als dat betekent dat er 0,01 kilo melkproductie verschil is aangetoond is dat wetenschappelijk correct, maar heeft het voor de praktijk geen enkele waarde.">

Managementmaatregelen

Ook zijn er anekdotes die ineens werkelijkheid worden. Zo hekelt Hostens de waarde die gehecht wordt aan het geven van beweging aan hoogdrachtige koeien of het bijmengen van water in gemengd rantsoen. “Nooit bewezen”, stelt Hostens. Daarmee zette de Belg een en ander in perspectief. Hij vertrouwt meer op publicaties die al deze ‘oneffenheden’ al gefilterd hebben. Zo blijven van een totaal van ruim 3.700 artikelen over managementmaatregelen die bewezen invloed hebben op celgetal, slechts 36 over die steekhoudend blijken. “En wat blijkt dan superbelangrijk? Eigenlijk zaken die we al lang weten. Zoals dragen van handschoenen bij het melken, desinfectie van spenen na het melken, zandbedding en alle koeien droogzetten met antibiotica.” Dat laatste mag niet meer in Nederland, dus weet dan dat je juist aandacht schenkt aan alle andere bewezen acties.

Het congres Gezonde Melkveehouderij kent uiergezondheid als wederkerend thema. Dit jaar is er ook uitgebreid aandacht besteedt aan vruchtbaarheid.&lt;br />&lt;em>Foto: Koos Groenewold&lt;/em>
Het congres Gezonde Melkveehouderij kent uiergezondheid als wederkerend thema. Dit jaar is er ook uitgebreid aandacht besteedt aan vruchtbaarheid.
Foto: Koos Groenewold

Data en moderne middelen

Er is enorm veel informatie van het eigen bedrijf uit onder meer voergegevens, mpr, ki, melkrobot, dierenarts of managementprogramma’s. Dat levert veel lijstjes, maar niemand combineert ze echt, stelt Hostens. Door data te delen is winst te halen. Zo kun je van een koe met mastitis de melk enten op een plaat en de koe alvast behandelen met antibiotica. Door een foto van de enting te delen met de dierenarts, kan hij aangeven of het gekozen middel correct is of dat de veehouder moet overgaan op een ander middel. Of als een koe een hoge ketonwaarde heeft kan vanuit de adviseur al een bericht gestuurd worden met het advies propyleenglycol te verstrekken.

Daarnaast is het belangrijk dat de veehouder en zijn adviseurs eerst de knelpunten op een bedrijf vaststellen, het belang ervan wegen en dan starten met aanpak van het belangrijkste probleem. Dan is het duidelijk wat je morgen moet doen, volgende week en volgende maand.

Uiergezondheid: Mycoplasma bovis moeilijk te diagnosticeren

Een van de lastigste bacteriën in het kader van uiergezondheid is Mycoplasma bovis. Een zeer kleine bacterie die naar schatting op 2% van de bedrijven in Nederland voorkomt. Maar, zo stelt Christian Scherpenzeel van GD, wel een rotzak. De bacterie is zeer besmettelijk en moeilijk te diagnosticeren. Een teken aan de wand is dat een mycoplasma slecht reageert op behandeling en dat mastitis vaak voorkomt in meerdere kwartieren. Ook gewrichtsontstekingen en peesschedeontstekingen in het voorbeen, oplopend tot het schouderblad, is een van de kenmerken. Hoewel er geen grote kans is dat de bacterie voorkomt, is de schade áls je hem hebt wel groot. De behandeling geeft geen gunstig vooruitzicht, er is geen genezing en de enige oplossing is afvoer van besmette dieren.

Verbeteren omstandigheden voor natuurlijke weerstand

In het kader van preventie is verbeteren van de omstandigheden voor de natuurlijke weerstand van de koe belangrijk. Tine van Werven van de Faculteit Diergeneeskunde geeft aan dat witte bloedcellen de indringers tegenhouden. Maar bij droogzetten zijn het ook de witte bloedcellen die de restmelk moeten wegwerken. Hoe meer restmelk, hoe meer de witte bloedcellen daar mee bezig zijn en hoe minder effectief ze zijn op het aanpakken van kiemen. Juist daarom is maiximaal 12 liter melkproductie bij droogzetten van belang. Bij veel restmelk is er ook meer druk en blijven slotgaten van de speen langer open. Onderzoek toont dat bij 23% van de koeien bij zes weken na droogzetten, de slotgaten nog open zijn.

Een andere manier om de koe te helpen is gebruik van pijnstillers, legt Ruben Tolboom, dierenarts bij Boehringer Ingelheim, uit. Koeien met (chronische) mastitis hebben duidelijk lagere bevruchtingspercentages. Bij gebruik van pijnstillers heeft de koe minder last van de effecten van een uierontsteking. Dat is beter voor het welzijn. Ze blijft beter lopen en vreten en herstelt sneller van de infectie, waardoor ook de bevruchtingspercentages positief worden beïnvloed.

Simpel maar erg effectief: toedienen van een pijnstiller zorgt voor sneller herstel bij mastitis en dat draagt bij aan het verbeteren van de vruchtbaarheidsresultaten.&lt;br />&lt;em>Foto: Mark Pasveer&lt;/em>
Simpel maar erg effectief: toedienen van een pijnstiller zorgt voor sneller herstel bij mastitis en dat draagt bij aan het verbeteren van de vruchtbaarheidsresultaten.
Foto: Mark Pasveer

Weerstand actief verbeteren

De weerstand komt ook onder druk in de weken voor, tijdens en na afkalven. Dat is een natuurlijk gegeven, verklaart Angelique Rijpert, dierenarts bij Elanco. Door alle andere omstandigheden te optimaliseren, vermindert de weerstandsdip rondom afkalven. Denk aan weinig stress bij omhokken, wisselen van rantsoen, niet te zwaar afkalven (stierkeuze) en geen overbezetting. Als de weerstand toch nog een probleem is, kan het soms zinvol zijn om koeien twee keer te behandelen met Imrestor. Dat is een middel dat bijdraagt in de aanmaak van extra witte bloedcellen die infecties te lijf moeten gaan. Zo’n behandeling kost wel rond €40 per dier.

Dierenarts Pieter Passchyn legde namens Speerstra Feed Ingrediënts de nadruk op verbeteren van de weerstand door het beperken van de negatieve energiebalans. De mate waarin een negatieve energiebalans voorkomt, is direct te relateren aan vermindering van de weerstand. Dat geldt ook bij pensverzuring. Ander aandachtspunt zijn de vitaminen en mineralen. In een rantsoen dat niet te eenzijdig is van samenstelling, is de voorziening vaak wel voldoende. Maar bij eenzijdige rantsoenen en in stress-situaties kan een additief bijdragen aan de gezondheid en het functioneren van de koe.

Gebruikmaken van vaccin

De weerstand kan ook verbeterd worden door gebruik van vaccin. Een veldproef op 4 bedrijven in de Achterhoek, uitgevoerd door Sjaak Uiterwaal van Slingeland Dierenartsen, toont dat voor de voet weg vaccineren met Startvac op 3 van de 4 bedrijven leidt tot lager celgetal bij de tweedekalfskoeien en op alle bedrijven leidt tot een lager celgetal bij de vaarzen. Juist vaarzenmastitis wordt onderschat. Ryan van Egmond van GD zegt dat gemiddeld 10% van de vaarzen in de eerste maand na lactatie geconfronteerd wordt met klinische mastitis. Nog eens 15% heeft na 30 dagen nog een verhoogd celgetal, boven 150.000 cellen per milliliter melk. Bij een bedrijf met 100 koeien en een insteek van 30% gaat het dan om 7 à 8 vaarzen die aan een van beide criteria voldoen. Dat is een aantal dat niet erg opvalt, maar als veehouders het zouden bijhouden, weten ze of zij iets aan vaarzenmastitis zouden moeten doen. Acties zijn onder meer voorkomen van melkzuigen, hygiëne, dippen van spenen vanaf twee weken voor afkalven of spenen beschermen met een externe of interne teatsealer.

Vruchtbaarheid: tochtherkenning blijft punt van verbetering

Een hogere melkgift betekende lange tijd een slechtere vruchtbaarheid. Die trend lijkt in Nederland en België in goede richting gekeerd, stelde Geert Opsomer, hoofddocent Universiteit Gent. De koeien worden beter gemanaged en hun genetische aanleg verbeterd door opnemen van het kenmerk vruchtbaarheid in de NVI. Dat betekent niet dat vruchtbaarheid nu probleemloos is. Belangrijkste factor blijft de veehouder. Zo is en blijft de tochtherkenning een punt van verbetering. Een op de zes inseminaties gebeurt namelijk bij een niet-tochtige koe of pink. “Bovenaan in het 'to-do'-lijstje: insemineer alleen tochtige dieren”, aldus Opsomer.

Verder hebben veehouders die doe-het-zelf-ki toepassen vaak te weinig routine. Nascholing lijkt een vies woord. Bij het ontdooien van spermarietjes wil het nogal eens fout gaan bij de doe-het-zelvers. Op de grotere bedrijven die doe-het-zelf ki toepassen zijn fixeren van de dieren en routing binnen het bedrijf vaak makkelijk te verbeteren. De tijd tussen ontdooien en in het dier brengen van het sperma loopt dan makkelijk op tot langer dan 30 minuten. Het is in dat geval beter niet alle sperma ineens te ontdooien.

Opvallend is ook dat een op de zes pinken bij herinseminatie een baarmoederontsteking blijkt te hebben. Dat wijst op een niet correct verlopen eerste inseminatie.

Lang niet elke inseminatie leidt tot dracht. Een op de zes dieren is zelfs niet eens tochtig als ze voor inseminatie wordt aangeboden.
Lang niet elke inseminatie leidt tot dracht. Een op de zes dieren is zelfs niet eens tochtig als ze voor inseminatie wordt aangeboden.

Energiebalans

Dat een negatieve energiebalans in de transitieperiode doorwerkt op de vruchtbaarheid is al langer bekend. Bij afbraak van lichaamsvet komen vetzuren (Nefa’s) in de bloedbaan. Die geven een hogere kans op aan de nageboorte blijven staan, baarmoederontsteking en ketose (slepende melkziekte). Dat alles verhoogt de afvoer van koeien. Onderzoekster Saskia van der Drift van GD presenteerde nieuw onderzoek waaruit blijkt dat niet alleen een negatieve energiebalans schade veroorzaakt, maar ook spierafbraak tijdens de droogstand. Dat leidt namelijk tot een verminderde weerstand van de dieren. Ook bij een positieve energiebalans kan spierafbraak al starten als de eiwitvoorziening te laag is. De kans daarop is het grootst in rantsoenen met veel stro of mais, bij verstrekking van een matige kwaliteit kuilgras en bij doorschuiven van restvoer naar de droge koeien.

Droogstand

Uit de eerste resultaten van GD’s droogstandscheck - waarbij van vier tot tien koeien die 21 tot vier dagen voor afkalven zijn, bloed wordt afgenomen en onderzocht - blijkt de helft van de deelnemende bedrijven te kampen met ontoereikende energievoorziening van de koeien tijdens de dracht. Ook de eiwitvoorziening is op bijna de helft van de bedrijven onder de maat. Van der Drift onderstreept dat deze percentages waarschijnlijk veel hoger zijn dan het gemiddelde van de melkveebedrijven. De eerste inzenders zijn immers vaak bedrijven die met problemen kampen.

De negatieve energiebalans werkt niet door op de bevruchting, blijkt uit ander onderzoek. Eicellen van koeien met een extreem negatieve energiebalans in het begin van de lactatie rijpen net zo goed als die van gemiddelde koeien, toonde Hilde Aardema, Chef de Clinique van Faculteit Diergeneeskunde. Ook de bevruchtingsresultaten van de eitjes en celdeling van de vruchten vertoont geen verschil. Onderzoek toont aan dat in de follikels, de blaasjes waarin eicellen rijpen, nefa’s net zo vaak voorkomen als in het bloed van het dier. Blootstelling van eicellen aan de - individuele - schadelijkste nefa’s toonde wel effect op rijping en bevruchtingsresultaten. Maar in de follikel blijkt een enzym de schadelijke nefa’s om te zetten in een onschadelijke variant, waardoor een negatieve energiebalans geen invloed heeft op de kwaliteit van de eicellen en de eruit gevormde vrucht. De negatieve energiebalans werkt wel door in de vroeg-embryonale sterfte, stelt Aardema. In 1980 leverden elke 100 inseminaties 55 kalveren op, nu nog 40. Het verschil zit vooral in de toegenomen embryonale sterfte. Die ging van 26 naar 43%.

Nijland-Jansen en Remmelink winnen Uiergezondheidsprijs
Maatschap Nijland-Jansen uit Holten en maatschap Remmelink uit Doetinchem hebben de Uiergezondheid Awards 2016 gewonnen. De publieksprijs van de Uiergezondheid Awards ging naar Alfons Kraesgenberg uit Losser.

"Geen van deze winnaars gebruikt wondermiddelen", stelde dagvoorzitter Theo Lam. "Waar zij mee scoren, is dat ze allen consequent en gestructureerd werken, en hygiëne voorop zetten." Dat is ook precies waar de winnaar, maar ook de genomineerden, zich mee bezighouden. Ze zijn secuur in wat ze doen. Ze hechten aan strikte hygiëne en 'je moet doen wat je leuk vind om te doen'. Verder valt de bescheidenheid van de genomineerden en winnaars op. Ze waren allen verbaasd voorgedragen te zijn door ofwel hun voerleverancier ofwel de dierenarts. Vaak hebben de boeren niet het idee dat ze zo goed bezig zijn. “Er zijn vast veel meer boeren die het beter doen dan wij”, is een veelgehoorde opmerking.
{{foto,6}}

Mede geschreven door Wijnand Hogenkamp

Foto

  • De winnaars van de &lt;a href="http://www.boerderij.nl/Rundveehouderij/Gezonde-melkveehouderij/Uiergezondheid-Award/?cmpid=ILC|Event|C3_contentmarketing|in-article|in-article|uiergezondheidawards">Uiergezondheid Awards&lt;/a> en de winnaar van de publieksprijs zijn trots op deze waardering.&lt;br />&lt;em>Foto: Koos Groenewold&lt;/em>

    De winnaars van de Uiergezondheid Awards en de winnaar van de publieksprijs zijn trots op deze waardering.
    Foto: Koos Groenewold

Eén reactie

  • alphons1

    mooi verhaal om ent stof te verkopen. maar begin mee terug dringen kali in het rantsoen da verdringt magnesium en die zorgt voor de eiwitbenutting of te wel weerstand van de koe. maar da is te simpel voor wetenschappers

Of registreer je om te kunnen reageren.