Rundveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Ierse extensieve vleesveehouderij: winstpakker en valkuil

De Ierse vleesveehouderij profileert zich als extensief en groen. De schaduwzijde is dat deze sector net als elders in West-Europa verliesgevend is.

De reclame-uitingen over de Ierse veehouderij kloppen als een bus. Zo ver het oog reikt ziet men groene weilanden met koeien. Naast melkvee is vleesvee een belangrijke tak voor de Ierse economie. Veel veehouders hebben hun vleesrunderen in combinatie met melkvee, of zijn deeltijdboer. Uitbreiden is voor veel kleine bedrijven nauwelijks mogelijk omdat grond al generaties in familiebezit is en verkoop vrijwel onbespreekbaar is.

Extensief voordeel

De 8 maanden weidegang per jaar is voor de Ierse vleessector het verkoopargument bij uitstek. Want wat is er diervriendelijker dan koeien in de wei? Albert Heijn verkoopt het niet voor niets onder de naam Greenfields. De overige vier maanden staan de dieren in sobere stallen, veelal opgetrokken uit stalen golfplaten.

De extensiviteit heeft voor de vleesveehouders het belangrijkste voordeel dat de kosten laag zijn. Met een gemiddelde opbrengst van 12 ton gras per hectare halen Ieren meer gras van het land dan de gemiddeld 11 ton in Nederland. De graskuilen worden in de winter aangevuld met krachtvoer of graanmixen. Snijmais wordt weinig aan vleesvee gevoerd. Er is wel snijmais, maar gezien het korte groeiseizoen wordt dat voornamelijk onder folie geteeld. Iets waar omwille van de prijs veehouders toch weer vanaf stappen, stelt Charles Smith, veehouder en directeur van de Irish Aberdeen-Angus Producers Group. “Folieteelt kost €210 per hectare. In een goed jaar levert het 20 ton droge stof per hectare op. 2015 had een slechte maiszomer, toen bleef de opbrengst steken op 17 ton.”

Verschillende toeslagen

De Irish Foodboard, Bord Bia, benadrukt de extensieve veehouderij mede in het kwaliteitsprogramma Beef Quality Assurence Scheme (BQAS). In BQAS zijn normen opgesteld voor diergezondheid, dierwelzijn, milieu, voeding, medicijngebruik, herkomst en traceerbaarheid. Binnen BQAS is het duurzaamheidsprogramma Origin Green opgenomen, waarmee veehouders hun CO2-uitstoot kunnen verlagen. Hierin zitten onder andere dagen weidegang, groeicijfers en het (kunst)mestmanagement. Voor deelname aan BQAS krijgen veehouders 12 cent per kilo geslacht gewicht bonus.

Naast BQAS kunnen veehouders andere toeslagen krijgen, zoals voor het leveren van zuivere Aberdeen Angus-dieren. De toeslag daarvoor varieert van 15 tot 25 cent per kilo, afhankelijk van het seizoen en contractuele afspraken. Ook voor Hereford, shorthorns en biologisch worden toeslagen ingesteld.

Discussie over dierwelzijn

Albert Heijn, Plus en Super de Boer verkochten tot 2013 Iers rundvlees onder het Beter Leven-keurmerk, op voorwaarde dat de Ieren het onverdoofd castreren op korte termijn zouden beëindigen. Maar stiertjes worden nog steeds voor hun zesde maand met de burdizzotang gecastreerd. Voor de Dierenbescherming reden om de erkenning in te trekken. Het Ierse onderzoeksbureau Teagasc stelt aan de hand van een onderzoek met 55 stiertjes dat het onverdoofd castreren met de burdizzo niet meer stress oplevert dan verdoofd en beter is dan onverdoofd of verdoofd operatief castreren, omdat het scrotum nog niet voldoende ontwikkeld is. Bert van den Berg, beleidsmedewerker bij de Dierenbescherming, is het daar niet mee eens: “Een stier heeft wel degelijk pijn en napijn van zo’n ingreep, want het scrotum is op 5,5 maand al behoorlijk ontwikkeld.”

Een tweede kritische noot heeft de Dierenbescherming wat betreft de oppervlakte-eisen in de stallen. Veel vee staat in de winter op roosters, al dan niet met rubber toplaag of op een combinatie van roosters met een dichte, vlakke ligruimte met stro. Bernadette Earley, hoofdonderzoeker bij Teagasc, stelt dat er nauwelijks verschil in groei is tussen huisvesting op roosters of stro en de oppervlakte per dier. Opvallend is echter dat uit onderzoek van Teagasc blijkt dat ossen op 6 vierkante meter per dier op stro 1.340 gram groei per dag halen, terwijl dat bij de veel toegepaste 4,5 en zelfs 3 vierkante meter op roosters respectievelijk 1.280 en 1.180 gram is. Verder stelt Earley dat ossen op roosters schoner blijven dan op stro. Saillant detail is dat de meeste veehouders de ossen juist de laatste weken van de mestperiode op stal op stro zetten om schoon te worden.

De winterstalling. Veelal staan de dieren  op een combinatie van roosters en een dun strobed.
De winterstalling. Veelal staan de dieren op een combinatie van roosters en een dun strobed.

Ierse veehouder heeft het moeilijk

Extensief betekent niet dat er dik geld verdiend wordt. Uit een recente economische scan van Teagasc blijkt dat in 2015 maar 20% van de vleesveehouders rendabel was, in 2014 was dat zelfs 15%. Slachterijen zien het liefst runderen van O3- tot R3-kwaliteit en betalen dit jaar gemiddeld €3,66 voor O3 en €3,83 voor R3. Dit is voor veel veehouders niet voldoende. Teagasc berekent namelijk een break-evenprijs van €4,64 per kilo. Nu boeren veel veehouders niet efficiënt, de slachtleeftijd van ossen ligt bijvoorbeeld tussen de 16 en 22 maanden en ook het geslacht gewicht loopt ver uiteen. Maar veehouders geven zelf aan dat ze niet zonder de Europese steun kunnen en voelen zich gedwongen hun bedrijf uit te breiden.

Eén reactie

  • koestal

    Het is overal moeilijk met boeren

Of registreer je om te kunnen reageren.