Pluimveehouderij

Nieuws 1 reactie

Fijnstof is probleem, maar niet alleen van pluimvee

Het fijnstofprobleem moet niet gebagatelliseerd worden, gaven zowel professor Dick Heederik als arts Rik van de Weerdt aan tijdens het Fijnstof Event. Tegelijk was de boodschap: focus niet op een bedrijfstak.

Er zijn allerlei redenen om goed naar de emissies van de veehouderij te kijken, stelde professor Dick Heederik (Universiteit Utrecht) tijdens het Fijnstof Event woensdag in Barneveld. Hij vertelde daar over de laatste inzichten op het gebied van de relatie tussen (pluim)veehouderij en gezondheid. Heederik noemde het jammer dat het fijnstofprobleem in agrarische media soms gebagatelliseerd wordt. “Veehouderij draagt substantieel bij aan het fijnstofprobleem en daarmee aan de gezondheidslast hiervan,” stelde hij.

Van de fijnstofconcentratie in de lucht is 15,3% veroorzaakt door menselijk handelen in Nederland. Binnen deze groep is landbouw de voornaamste bron (6,4%), gevolgd door verkeer (3,7%), scheepvaart en andere mobiele bronnen (2,0%) en industrie (1,9%).

Lees verder onder de tweet.

Mest en kunstmest

Bij fijnstof wordt onderscheid gemaakt tussen primair en secundair fijnstof. Bij secundair fijnstof (PM 2.5, veroorzaakt door gassen en met name ammoniak) speelt de veehouderij een hele grote rol, met mest en kunstmest als grootste bron, zei Heederik. Dit secundaire fijnstof kan zich over honderden kilometers verspreiden. Primair fijnstof (PM 10, deeltjes van organische oorsprong zoals voer, mest, haren of huidschilfers) is een relatief lokaal probleem. Pluimvee produceert relatief veel fijnstof, met name legpluimvee in toenemende mate sinds de overgang van legbatterij naar scharrelsystemen.

Gezondheidseffecten fijnstof

Dat er een causaal verband bestaat tussen fijnstof en gezondheidseffecten hiervan is absoluut duidelijk in de wetenschap, aldus Heederik. Wel is relatief weinig onderzoek over de relatie tussen specifiek veehouderij en gezondheidseffecten. Heederik verwees naar het VGO-onderzoek, waarin is vastgesteld dat hoe meer veehouderijbedrijven zich rond een woning bevinden, hoe lager de longfunctie. “Exact hetzelfde is in een Duits onderzoek gevonden,” gaf hij aan. In Nederland zijn COPD-patiënten maandenlang gevolgd. Hun longfuncties ging omlaag op dagen dat de ammoniak-concentraties in de lucht hoger waren. Heederik wees bovendien op nieuw, nog niet gepubliceerd onderzoek, naar het voorkomen van Campylobacter. “We meten dit in hogere mate in de omgeving als er veel pluimveebedrijven in die omgeving zijn,” vertelde hij daarover.
Lees verder onder de tweet.

Endotoxinen

Tegelijkertijd vindt Heederik dat niet alleen met de pluimveesector gesproken moet worden over fijnstofreductie. De overheid wil specifiek voor de pluimveesector doelstellingen bepalen voor fijnstofreductie. Heederik noemt een recent onderzoek naar de relatieve bijdrage van sectoren aan endotoxine, waaruit blijkt dat de varkenshouderij eveneens een grote bron is van endotoxinen. “Er wordt met uw sector gesproken,” zei hij tegen de aanwezigen van het evenement voor de pluimveesector. “Maar het is een breed probleem waarover we met alle sectoren moeten spreken.”

Die constatering beaamde arts en toxicoloog Rik van de Weerdt. “Ga niet focussen op één bedrijfstak,” adviseerde hij. Hij maakte een dashboard voor de regio Gelderse Vallei om meer inzicht te krijgen in bronnen en aan welke knoppen gedraaid kan worden om de concentratie te verminderen. Van de Weerdt concludeerde: “Kijk waar je het beste kunt investeren. Alle beetjes helpen. Er is geen drempel, ieder percentage reductie heeft effect.”

Lees ook: PEV deelt eerste resultaten fijnstofreductie-project

Eén reactie

  • fietskip

    Ik mis een antwoord van de heren geleerde "wat voor fijnstof, organisch of anorganisch". Nergens lees ik hier iets over terwijl dit nou juist het belangrijkste is.
    Dit heeft ten opzichte van elkaar een heel andere toxiciteit. Dat is wat de heren geleerde eigenlijk moeten onderzoeken.

Of registreer je om te kunnen reageren.