Pluimveehouderij

Nieuws

Bloedluizen bestrijden als ze zichtbaar zijn

De meeste legpluimveehouders bestrijden bloedluizen zodra (de eerste) bloedluizen zichtbaar zijn. Preventief of routinematig bestrijden gebeurt veel minder. Dit blijkt uit een enquête van Wageningen UR.

Legpluimveehouders gebruiken vooral Silica-producten om bloedluis (rode vogelmijt) te bestrijden. Ook zepen worden veel ingezet. Slechts een enkele pluimveehouder past biologische bestrijding met behulp van roofmijten toe. Dit blijkt uit een enquête van Wageningen UR om meer inzicht te krijgen in welke middelen pluimveehouders inzetten tegen bloedluis en wanneer, en in de omvang van de schade door deze parasiet. De respons was beperkt: slechts 44 legpluimveehouders vulden de vragenlijst in. Dit aantal is te klein om harde conclusies te kunnen trekken.

De resultaten van de enquête vermelden dan ook niets over de schade, wel iets over de bestrijdingskosten (15 cent/kip/ronde). Maar die kosten moeten met een korrel zout worden genomen, benadrukt onderzoekster Monique Mul. In de praktijk wordt een bloedluisbestrijding vooral uitgevoerd als de pluimveehouder de eerste bloedluizen ziet (16 van de 44 respondenten) of als er bloedluizen zichtbaar zijn (13 respondenten). Hygiënemaatregelen worden ook genomen, tijdens de leegstand; vooral (nat) reinigen van de stal en inventaris.

Monitoring

De meeste pluimveehouders geven aan na de bestrijding een daling van het aantal bloedluizen te zien, terwijl slechts 14% van de respondenten de bloedluispopulatie monitort. Onderzoekster Mul: “Doordat monitoren bijna niet wordt toegepast, is het de vraag of het ingeschatte effect van de bestrijding ook daadwerkelijk een effect in de stal is”. Mul is een groot voorstander van monitoring. Dit voorjaar gepromoveerde zij op onderzoek naar geïntegreerde plaagdierbestrijding van bloedluis, waarbij monitoring van de ernst van een besmetting uitgangspunt is om het moment van bestrijden en het effect daarvan te (kunnen) bepalen.

Op 80% van bedrijven bloedluis waargenomen

Overigens werd op 80% van de bedrijven bloedluis waargenomen ten tijde van het invullen van de enquête. Op 9 bedrijven werden op dat moment geen bloedluizen waargenomen, op 2 ervan waren eerder wel bloedluizen gezien. Op 14 van de 44 bedrijven zagen pluimveehouders bloedluis in gaten en kieren, op 12 bedrijven werden ook groepjes of trossen bloedluis op de stalinrichting gezien. Eén pluimveehouder zag ook bloedstippen op de eieren en twee pluimveehouders of hun personeel klaagden over bloedluis en/of een jeukende huid. Meer dan 25% van de bedrijven lijkt het zwaarste bloedluisniveau te hebben (met groepjes bloedluizen zichtbaar op onbeschermde plaatsen op/in het huisvestingssysteem).

De 28 van de 44 bedrijven die informatie verstrekten over de kosten van de bestrijding, gaven daar gemiddeld 15 cent per hen per ronde van 73 weken aan uit. Gemiddeld waren ze aan de bestrijding 1,1 uur per 1.000 hennen kwijt.

Economische schade zo’n € 21 miljoen per jaar

Begin dit jaar becijferde de Wageningse onderzoeker Rick van Emous dat de economische schade bij legkippen door bloedluis per jaar in Nederland zo’n € 21 miljoen bedraagt. Per kip bedraagt de schade 61 cent per ronde (45 cent/jaar). Daarbij komen nog bestrijdingskosten. Die becijfert Van Emous op 20 cent per kip per ronde (dat is 15 cent per jaar). Van Emous kwam op deze cijfers door zijn berekening van de schade door bloedluis uit 2005 te actualiseren.

De enquête van Wageningen is en wordt dit jaar ook in andere Europese landen uitgezet. De Wageningse onderzoekers verwachten volgend jaar de resultaten ervan bekend te kunnen maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.