Commentaar

‘Geslachtsbepaling: meerkosten uit de markt halen’

Geslachtsbepaling van legkuiken-embryo’s in het broedei is niet langer een theoretisch onderwerp.

Partijen van over de hele wereld meenden de afgelopen jaren het ei van Columbus te hebben, maar verscheidene verdwenen bij de uitwerking in alle stilte weer van het strijdtoneel. Geslachtsbepaling is één ding: maar die opschalen naar de productiecapaciteit en -snelheid van een moderne broederij, en de accuraatheid van het seksen met de hand, blijkt alles behalve eenvoudig.

Eerste technieken voor geslachtsbepaling op de markt

Dit jaar komen de eerste technieken echter (commercieel) op de markt. De eerste consumptie-eieren van hennen wiens broertjes niet als eendagshaantje zijn gedood dankzij geslachtsbepaling in het ei, liggen al in de supermarktschappen. De technieken zijn nog niet à la minute op te schalen naar de volledige productie, maar in een jaar tijd gaat er veel gebeuren.

Dat is mooi, want het doden van haantjes als eendagskuiken wordt niet meer geaccepteerd. Zeker niet in Nederlands grootste afzetmarkt Duitsland. Grootmachten Duitsland en Frankrijk lobbyen al binnen Europa voor regelgeving zodra geslachtsbepaling in het broedei grootschalig kan worden toegepast.

Lees ook: De opmars van geslachtbepaling bij broedeieren

Rekening houden met verbod op doden eendagshaantjes

Ook de Nederlandse pluimveehouderij moet dus rekening houden met een wettelijk verbod op het doden van eendagshaantjes. Essentieel wordt dan om toch de meerkosten uit de markt vergoed te zien te krijgen. Want die zijn niet mis. Meerkosten van € 4 per hen klinken er, voor geslachtsbepaling van alle embryo’s en afmesten van ‘seksfouten’.

Regelgeving is vaak fnuikend voor marktwerking, zo bleek bijvoorbeeld ook met het verbod op snavelbehandelen. Waar eerder een plusje werd gegeven op eieren van een onbehandeld koppel, verdween dit zodra onbehandeld de nieuwe standaard werd.

Ruimte in marge eierprijs

De ruimte in de marges is er echter met de huidige retailprijs van een ei. Dat kost sinds de fipronilcrisis in de supermarkt bijna 10 cent meer dan daarvoor. Aan pluimveehouders en eierhandelaren de schone taak om individueel en collectief te zorgen dat een deel daarvan – in tegenstelling tot bij eerdere ontwikkelingen in het verleden – nu wel terecht komt bij degene in de keten die meerkosten moeten maken.

Of registreer je om te kunnen reageren.