Pluimveehouderij

Achtergrond

Niet bang voor handelen op vrije vleeskuikenmarkt

Vleeskuikenhouder Erik Pomper begeeft zich al sinds de ingebruikname van zijn eerste stal in 1998 op de vrije kuikenmarkt. Hij is een handelaar pur sang en peinst er niet over om volledige zekerheid in te bouwen, ook niet nu hij voor een verdubbeling van de bedrijfscapaciteit staat.

“Het moet bij je passen. Je moet er geen slapeloze nachten van krijgen.” Produceren voor de vrije markt is niet voor iedereen weggelegd, stelt vleeskuikenhouder Erik Pomper. De veelzijdige en nuchtere ondernemer is een rasechte handelaar. Al in zijn tijd op de lagere landbouwschool ging Pomper samen met een kameraad naar het marktplein. “We handelden er in kleine landbouwhuisdieren, zoals kippen en konijnen.”

Pomper houdt straks 400.000 vleeskuikens in tien stallen. De vier nieuwe stallen zijn in maart/april klaar. Pomper produceert voor het gangbare segment. Hij koos in de nieuwe stallen voor daglichtvoorziening. Bij het bedrijf hoort een akkerbouw- en een bloementak. Pomper Holding bestaat uit meerdere bv’s. De ondernemer – die ook handelt in pluimveerechten en suikerquota – heeft vier personeelsleden in dienst. - Foto's: Galama Media
Pomper houdt straks 400.000 vleeskuikens in tien stallen. De vier nieuwe stallen zijn in maart/april klaar. Pomper produceert voor het gangbare segment. Hij koos in de nieuwe stallen voor daglichtvoorziening. Bij het bedrijf hoort een akkerbouw- en een bloementak. Pomper Holding bestaat uit meerdere bv’s. De ondernemer – die ook handelt in pluimveerechten en suikerquota – heeft vier personeelsleden in dienst. - Foto's: Galama Media

Nauwelijks vrije handel

Volgens Pomper is er anno 2020 nauwelijks nog sprake van vrije handel in vleeskuikens. Het gros van zijn collega-kuikenhouders kiest voor zekerheid. “Slachterijen bouwen ook voor 90% zekerheid in, ruilen onderling nog wat en kopen slechts een klein percentage kuikens los in.”

Ik voel me er goed bij. Die handelsgeest gaat er niet meer uit

Afspraak is afspraak

De laatste maanden van 2019 staat de vleeskuikenmarkt onder druk. Ook Pomper merkt dat bijna iedere kip er een te veel is. Toch denkt hij er niet aan om afscheid te nemen van de vrije markt, ook niet nu hij voor een forse uitbreiding staat. “Ik voel me er goed bij. Die handelsgeest gaat er niet meer uit.” Handel is een kwestie van vraag en aanbod en van geven en nemen, zo stelt de vleeskuikenhouder. Dat gaat nu eenmaal gepaard met ups en downs. “Je hebt elkaar altijd weer nodig”, aldus de kuikenhouder, bij wie een afspraak een afspraak is. “Beloftes moet je nakomen.”

Pomper wenst zich niet te binden, ook niet aan een voerleverancier. “Dat houdt alle partijen scherp. Maar ik stap ook niet zomaar over.” Zijn eendagskuikens komen bijvoorbeeld ook al jaren bij dezelfde leverancier vandaan.

Wie produceert voor de vrije kuikenmarkt moet goed op de hoogte blijven van marktontwikkelingen. Als handelaar pur sang weet Pomper dat als geen ander.
Wie produceert voor de vrije kuikenmarkt moet goed op de hoogte blijven van marktontwikkelingen. Als handelaar pur sang weet Pomper dat als geen ander.

Opletten geblazen

Produceren op de vrije markt is opletten geblazen. De ondernemer geeft zijn ogen daarom goed de kost. Hij volgt de markt op de voet en luistert goed naar zijn gesprekspartners. Hij kijkt ver vooruit en schuift waar nodig met opzetten. “Rond de feestdagen vervallen slachtdagen of wordt er in slachterijen met een lagere bezetting gewerkt. Dan moet ik dus niet afleveren.”

De vier nieuwe stallen zijn in maart/april klaar voor gebruik.
De vier nieuwe stallen zijn in maart/april klaar voor gebruik.

Tussenhandel en slachterijen

De prijs die boeren beuren voor hun product staat vaak bij voorbaat al vast. Pomper heeft daar moeite mee. “De prijs wordt voor ons bepaald. Dat is toch krom?” Het maken van prijsafspraken is op de vrije markt overigens ook niet ongebruikelijk. In april 2019 zaten de prijzen in de lift. Pomper speelde daar op in door 100.000 vleeskuikens – de helft van zijn bedrijf – voor zes rondes lang te verkopen op twee verschillende prijzen, de Belgische ABC-prijs en nog een slachterijnotering. De laatste drie rondes van 2019 verkocht hij ook zijn andere dieren op de ABC-prijs. “Dat zijn goede keuzes geweest, waardoor ik er in 2019 niet bij in ben geschoten”, aldus Pomper, die geen uitspraken doet over de door hem gebeurde toeslagen. “Daarbij is het natuurlijk te allen tijde zaak om technisch goed te blijven draaien. Dat lukt ons gelukkig.”

De vleeskuikenhouder verkoopt zijn kuikens regelmatig via de tussenhandel aan slachterijen. “De ene keer verkoop je de kuikens met plezier, de andere keer met tegenzin.”

Pomper heeft nu zes stallen in gebruik, voor 200.000 kuikens.
Pomper heeft nu zes stallen in gebruik, voor 200.000 kuikens.

Tegelijkertijd zaken met verschillende slachterijen

Pomper doet ook rechtstreeks zaken met alle Nederlandse pluimveeslachterijen en laat zijn dieren soms ook over de grens slachten. Het komt regelmatig voor dat hij tegelijkertijd zaken doet met verschillende slachterijen. Na het afleveren stapt de ondernemer maar wat graag in de auto om zijn kuikens aan de slachtlijn te bekijken. “Ik sta achter mijn product en wil met eigen ogen bekijken hoe de dieren door de keurmeesters worden beoordeeld”, zo zegt hij.

Er wordt in mijn ogen door iedereen naar eer en geweten gekeurd. Daar moet je gewoon realistisch in zijn

‘Goed is goed en fout is fout’

In de slachterij wordt streng gelet op voetzoollaesies en aandoeningen zoals hepatitis en wooden breast. “Goed is goed en fout is fout. Ik hoef zelf ook geen kuiken met een wooden breast. Soms ga je de discussie aan over voetzoollaesies. Het blijft toch mensenwerk. Maar er wordt in mijn ogen door iedereen naar eer en geweten gekeurd. Daar moet je gewoon realistisch in zijn”, aldus Pomper, die van mening is dat zijn slachterijbezoeken bijdragen aan het onderlinge begrip. Bovendien heeft hij mede daardoor ook een aardig netwerk opgebouwd.

Pomper stuurt op saldo per vierkante meter. Hij zet twintig dieren per vierkante meter op en doet aan tussentijds uitladen.
Pomper stuurt op saldo per vierkante meter. Hij zet twintig dieren per vierkante meter op en doet aan tussentijds uitladen.

Slechte tijden

Slechte tijden zijn er wel vaker geweest. De dioxinecrisis in 1999 was bijvoorbeeld erg onvoorspelbaar. Pomper leed toen veel verlies. In de daaropvolgende jaren waren er ook wel rondes bij dat hij juist erg goed verdiende. Maar terugkijken heeft volgens hem weinig zin. “Ik maak een beslissing en kijk vooruit. Wat geweest is, is geweest.”

Medio december vindt hij het lastig om een inschatting te maken van de marktontwikkelingen. “Zo links en rechts begint weer wat reuring te komen. Maar het is mij nog niet duidelijk wat er gaat gebeuren.”

Door de euro was mijn schuld in een klap de helft kleiner. Daardoor werd lenen toch ook weer makkelijker

‘Je moet niet bang zijn’

Handelen gaat Pomper ogenschijnlijk goed af. De ondernemer breidde zijn bedrijf in twintig jaar tijd op imposante wijze uit. “Je moet niet bang zijn en eens een gokje durven wagen. Handelen is een spel. Maar je moet de eventuele gevolgen wel kunnen dragen.”

Soms moet je ook geluk hebben. Nog net in de guldentijd kocht hij er eens een flinke lap grond bij voor ƒ 48.000 per hectare. De introductie van de euro deed de prijzen stijgen. Binnen no-time was de hectareprijs € 48.000. “Door de euro was mijn schuld in een klap de helft kleiner. Daardoor werd lenen toch ook weer makkelijker.”

De vier nieuwe stallen (op de achtergrond zichtbaar) van Pomper worden op steenworpafstand van de huidige locatie gebouwd.
De vier nieuwe stallen (op de achtergrond zichtbaar) van Pomper worden op steenworpafstand van de huidige locatie gebouwd.

Flexibel met nieuwe stallen

Met zijn nieuwe stallen speelt Pomper in op marktveranderingen en mogelijke wensen van slachters en retailers. Stallen met daglichtvoorziening en zitstokken maken hem flexibel en geven hem de gelegenheid om eventueel bij marktconcepten aan te haken. “Mijn zoon Mark heeft dan als bedrijfsopvolger ook wat te kiezen. Dat vind ik belangrijk.”

Concurrentie uit Oekraïne

Ondanks concurrentie uit Oekraïne en zorgen over een gelijk speelveld in Europa (lees: dierrechten, milieuregels en antibiotica) gelooft Pomper in de toekomst van Nederlands pluimveevlees. “We produceren op een duurzame manier, met weinig voer per kilo vlees en veel aandacht voor voedselveiligheid. Maar op termijn wordt het lastig om binnen het gangbare segment concurrerend te blijven met Polen en Oekraïne.”

Of registreer je om te kunnen reageren.