Pluimveehouderij

Achtergrond

Pluimveesector naar 100% non-food

De pluimveesector streeft naar 100% gebruik van non-food diervoedergrondstoffen richting 2030. Dat staat in de afgelopen week gepresenteerde Uitvoeringsagenda Pluimveesector. Wat gaat dit in de praktijk precies betekenen?

Alle veehouderijsectoren presenteerden vorige week hun sectorplannen om invulling te geven aan de kringloopvisie van minister Schouten. Een van de meest opvallende punten in het sectorplan pluimvee is het streefbeeld om richting 2030 te gaan naar 100% gebruik van diervoedergrondstoffen die als niet geschikt beschouwd worden voor humane consumptie. Dat wordt als volgt gedefinieerd: restproducten van de (voedingsmiddelen)industrie, voedingsmiddelen die niet gebruikt kunnen worden in commerciële kanalen, grondstoffen die geteeld worden in gebieden waar geen teelt voor humane consumptie mogelijk is of grondstoffen die door (klimatologische) omstandigheden niet geschikt zijn voor humane consumptie.

Ruwvoerverstrekking aan legkippen. - Foto: Henk Riswick
Ruwvoerverstrekking aan legkippen. - Foto: Henk Riswick

Tarwe en mais kunnen onderdeel pluimveevoer blijven

Een forse uitdaging noemt directeur van de Nederlandse Vereniging Diervoederindustrie (Nevedi) Henk Flipsen het en een ambitieus plan. Maar volgens Nevedi zeker mogelijk, mits ook de in de agenda vastgelegde randvoorwaarden worden gerealiseerd. Waaronder het beschikbaar komen van alternatieve eiwitbronnen, zoals dier- en insectenmeel, maar ook dat eventuele meerkosten door de keten gedragen kunnen worden en vertaald worden in meeropbrengst of kostenreductie op een ander vlak. Nevedi constateert dat voor pluimveevoeder nog veel winst te behalen is in het aandeel co-producten, dat de organisatie wil vergroten.

Je hebt soms die hoogwaardige grondstoffen nodig om laagwaardige producten te kunnen gebruiken

Het betekent niet dat bijvoorbeeld tarwe of mais het pluimveevoer uit moet, zegt zowel Flipsen als LTO/NOP-voorzitter Eric Hubers. Beiden wijzen erop dat tarwe dat niet geschikt is als baktarwe altijd het voer in kan. “Je hebt ook te maken met het economisch model van de akkerbouwer”, aldus Flipsen. “Je moet ook kijken naar wat uit kan bij een akkerbouwer? We zullen misschien naar nieuwe gewassen toe moeten of gewassen moeten veredelen. Als een akkerbouwer zegt dat hij beter kan gaan telen voor food, dan kan het zijn dat hij daarvan een co-product levert als feed. Dat zien we nu al bij de helft van de grondstoffen, zoals aardappelen en suikerbieten. Het is zoeken naar grondstoffen die primair geschikt zijn voor levensmiddelen, maar als ze (of co-producten ervan) dat niet zijn, kunnen worden ingezet voor diervoer.”

Hoogwaardige grondstoffen blijven nodig voor uitgebalanceerd voer

Tegelijkertijd waarschuwt Eric Hubers dat je ook voor een deel hoogwaardige grondstoffen nodig zult blijven hebben. “Je hebt soms die hoogwaardige grondstoffen nodig om laagwaardige producten te kunnen gebruiken, om het menu voor de kip rond te maken. Bovendien blijven we ook bloemen telen die we niet eten en asperges die per hectare nauwelijks voedingswaarde leveren, maar wel lekker zijn.”

Of registreer je om te kunnen reageren.