Pluimveehouderij

Achtergrond

Wisselmoment van kuiken naar hen cruciaal

Pluimveehouders kunnen met vakmanschap het verschil maken, zo stellen ze bij Opfokorganisatie en Pluimveebedrijf Maatman bv in Oldeholtpade (Fr.). Een goede overgang van opfok naar leg is van wezenlijk belang.

De hoofdactiviteit van het bedrijf is het opfokken van eendagskuikens tot 17-weekse leghennen. De overstap op het werken met hennen met onbehandelde snavels is bij Maatman goed verlopen. “We werken alweer een jaar of 3 met hennen met hele snavels. Het is goed te managen”, aldus opfokbegeleider Willem Jansen.

Tijdens de opfokperiode komt pikkerij volgens hem amper voor. In de legperiode is kans op problemen een stuk groter. Het wisselmoment van opfok naar leg is cruciaal om problemen te voorkomen. Bij Maatman streven ze naar een optimale overgang, waarbij zo veel mogelijk gelijke omstandigheden worden gecreëerd.

Acclimatiseren en systeem ontdekken

Idealiter gaan de opfokhennen na 17 weken ’s ochtends op transport, waarna ze rond het middaguur in hun nieuwe onderkomen zitten. “Voordat ze de nacht ingaan, moeten ze eigenlijk 4 uur acclimatiseren en het systeem ontdekken”, zegt manager Jef Sloot. “De eerste week is bepalend voor de ronde. Investeer daar dan ook in. Als het goed is blijven de hennen tot 90 weken leeftijd zitten.”

Manager Jef Sloot (links) en opfokbegeleider Willem Jansen van Pluimveebedrijf Maatman poseren tussen een koppel opfokhennen. Het gaat om het ras Dekalb wit. De opfokhennen zijn hier 13 weken oud en zitten mooi in de veren. - Foto: Anne van der Woude
Manager Jef Sloot (links) en opfokbegeleider Willem Jansen van Pluimveebedrijf Maatman poseren tussen een koppel opfokhennen. Het gaat om het ras Dekalb wit. De opfokhennen zijn hier 13 weken oud en zitten mooi in de veren. - Foto: Anne van der Woude

Voerschema en lichtschema

Na het wisselmoment is het zaak om de hennen volgens een oplopend voerschema klaar te stomen voor de legperiode. Daarbij is het van belang om het lichtschema juist niet te snel op te laten lopen. Sloot: “Ze hebben heus wel legdrang. Je moet juist voorkomen dat de productie te snel op gang komt. Wanneer de hennen nog niet op gewicht zijn, kan dat leiden tot een negatieve energiebalans. Dat heeft mogelijk stress en pikkerij tot gevolg.”

Voorkom pikkerij, let op stalklimaat

Verschillende factoren kunnen pikkerij in de hand werken. Denk aan klimaatproblemen of een voer- en watergift die te wensen overlaat. Ook een hoge bloedluisdruk kan tot pikkerij leiden.

De wijze waarop dieren worden gehouden, is van invloed op de mate waarin problemen zich voordoen, stelt Sloot. “In traditionele scharrelstallen hebben kippen weinig schuilmogelijkheden. Het verenkleed van koppels in dit type huisvesting ziet er over het algemeen minder goed uit.”

Hij waarschuwt leghennenhouders die overstappen op Beter Leven-productie. Stallen met een overdekte uitloop vragen een andere manier van ventileren. “Dat moet je niet onderschatten. Zodra de luiken opengaan moet je op temperatuur ventileren. ’s Nachts kun je op onderdruk ventileren.”

Onderscheiden met vakmanschap

Zeker nu er met hennen met onbehandelde snavels wordt gewerkt, denkt Sloot dat gezinsbedrijven zich met vakmanschap kunnen blijven onderscheiden. “Het is en blijft een uitdaging om pikkerij te voorkomen en het verenkleed mooi te houden. Vakmanschap wordt steeds belangrijker en betaalt zich ook terug. Voordat een kip haar eerste ei legt, heeft ze jou al € 5,50 gekost. Dat verdien je niet vanzelf terug.”

Of registreer je om te kunnen reageren.