Pluimveehouderij

Achtergrond 2 reacties

Pluimveemest motor achter verwerking en export

Nederland moet zijn overtollige fosfaat in het buitenland afzetten. Die mestafzet is zwaar afhankelijk van de export van pluimveemest. Is dat wel een gezonde situatie? De meningen in de mestsector zijn verdeeld.

Mestverwerkers zijn de dupe van de huidige regels voor mestverwerking en -export. Dat vindt Jan Scherff van Mestverwerking Fryslân. Volgens hem zit er een gat in de regels voor pluimveemest. Daardoor komen rundvee- en varkenshouders ogenschijnlijk goedkoop van hun verwerkingsplicht af, maar komt nieuwe verwerkingscapaciteit niet van de grond. Voor mesthandelaren is deze situatie juist gunstig, aldus Scherff.

Jan Scherff, eigenaar van Mestverwerking Fryslân in Wouterswoude. - Foto: Anne van der Woude
Jan Scherff, eigenaar van Mestverwerking Fryslân in Wouterswoude. - Foto: Anne van der Woude

Wat is er aan de hand? Wie mest exporteert, krijgt de status van mestverwerker. Dit volgens de logica dat verwerking hetzelfde is als het weghalen van de Nederlandse mestmarkt. Pluimveemest is gewild in het buitenland. De exporteur mag zijn verwerkingscapaciteit aanbieden aan rundvee- of varkenshouders die een verwerkingsplicht hebben. Hij kan hiervoor een 3-partijenovereenkomst afsluiten of de mest ontvangen onder ‘VDM opmerkingscode 61’. De rundvee- of varkensmest mag in Nederland blijven, als de afgesproken hoeveelheid fosfaat in de vorm van pluimveemest maar naar het buitenland gaat.

Meeste gaat via code 61

Uit cijfers van RVO.nl blijkt dat verreweg de meeste mestverwerking gebeurt op basis van code 61, de route waarbij de mestverwerkingsplichtige veehouder mest fysiek aflevert bij een intermediair/verwerker, die dan eenzelfde hoeveelheid (maar niet per se dezelfde) mest verwerkt en/of exporteert.

3-partijenovereenkomsten, waarbij naast een intermediair en een boer ook een bewerker meedoet, komen veel minder voor.

Een derde mogelijkheid is de VVO (vervangende mestverwerkingsovereenkomst) die veehouders onderling kunnen afsluiten. Iemand met meer verwerkingscapaciteit dan zijn eigen verwerkingsplicht, kan zijn capaciteit overdragen aan een verwerkingsplichtige collega, die dan nog wel verantwoord van de mest af moet zien te komen.

Verwerkingsplicht afkopen met export pluimveemest

De rundvee- of varkenshouder koopt zijn verwerkingsplicht dus in feite af via de export van pluimveemest. Hans Verkerk van Cumela en Mark Heijmans van LTO Nederland bevestigen dat deze route bekend en legaal is. In feite zit er op dit niveau een deurtje tussen de pluimveehouderij en de andere veesectoren, die verder strikt gescheiden zijn. Dat is bewust gedaan bij de formulering van het mestbeleid, om de verwerkingsovereenkomsten betaalbaar te houden. RVO.nl bevestigt eveneens dat het zo werkt. Het is dus helemaal volgens de regels, maar je kunt je wel afvragen of hiermee de bedoeling van de verwerkingsplicht niet ondergraven wordt, vindt Scherff.

Uitruilen van kippenmest nodig om rendabel te blijven

Voorwaarde voor deze werkwijze is wel dat de betrokken pluimveehouder deze geëxporteerde mest niet hoefde te verwerken. Dat pluimveehouders deze ruimte hebben, komt doordat zij evenmin als andere veehouders 100% verwerkingsplichtig zijn. In de praktijk voeren grondloze pluimveehouderijen al hun mest af – dus veel meer dan ze moeten vanwege de verwerkingsplicht. Zelf mogen pluimveehouders geen VVO’s (vervangende mestverwerkingsovereenkomsten) afsluiten met andere veehouders. Maar de exporteur (intermediair) mag wel verwerkingsovereenkomsten afsluiten met mestverwerkingsplichtige veehouders. Het surplus van de pluimveehouder wordt zo dus in feite via de intermediair verzilverd. Allemaal volgens de regels.

Rondjes rijden met dezelfde mest?

Daarna gebeurt er, aldus Scherff, evenwel nog iets raars: sommige transporteurs laden op terugweg vanuit Frankrijk en België vaste kippenmest. Voor een intermediair is het vrij eenvoudig om te voldoen aan de voorschriften die gelden voor de import van mest op het gebied van hygiëne en veterinaire zaken. Ze zijn over die importmest ook niet verwerkingsplichtig, bevestigt RVO.nl.

Gedroogde pluimveemest, klaar voor export. - Foto: Peter Roek
Gedroogde pluimveemest, klaar voor export. - Foto: Peter Roek

Als deze kippenmest dan vervolgens opnieuw de grens overgaat naar het buitenland, geldt die hele hoeveelheid fosfaat als (nieuwe) mestverwerking. Daarover zou de intermediair dan ook verwerkingsovereenkomsten kunnen afsluiten en vervolgens rundvee- of varkensmest ontvangen. Volgens Scherff kan de intermediair zelfs legaal rondjes rijden met dezelfde mest en zo steeds weer (papieren) export realiseren.

NVWA onderzoekt rondjes rijden met pluimveemest uit België

De NVWA doet onderzoek bij een mesthandelaar die mogelijk pluimveemest importeert uit België en dezelfde mest vervolgens weer terugbrengt naar datzelfde land. Mogelijk heeft deze handelaar regels overtreden die gelden voor de invoer en wederuitvoer van pluimveemest, meldt een woordvoerder van het ministerie van LNV.

Het onderzoek richt zich in eerste instantie op naleving van specifieke regels voor hygiëne en verwerking van de pluimveemest. Het is mogelijk om mest van België naar Nederland en weer terug te transporteren, aldus LNV. Maar dan moet wel voldaan worden aan bepaalde eisen, zoals een erkenning van het hygiënisatieproces, de vervoerder en de opslag, die voortvloeien uit de Verordening dierlijke bijproducten.

Het gaat om 1 intermediair. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek bekijken LNV en RVO.nl of er meer partijen zijn die dit doen en of aanpassing van de mestregelgeving nodig is. Op de achtergrond speelt de vraag of er tussen Nederland en België doelbewust heen en weer gereden wordt, om daarmee op papier extra verwerkingscapaciteit te krijgen. Cijfers over de import en export van mest wijzen daar overigens niet op.

Import van onbewerkte en export van bewerkte pluimveemest kan interessant zijn omdat de exporteur verwerkingsovereenkomsten kan afsluiten over de hoeveelheid geëxporteerde fosfaat. Veehouders met mestverwerkingsplicht kunnen onder VDM code 61 of via een 3-partijenovereenkomst hun runder- of varkensmest afleveren bij de exporteur, die deze mest vervolgens in het binnenland afzet. De veehouders in kwestie kunnen, als ze meer mest afleveren dan hun verwerkingsplicht eist, over de rest VVO’s (vervangende mestverwerkingsovereenkomsten) afsluiten met andere mestverwerkingsplichtige veehouders.

RVO.nl bevestigt de mogelijkheid van import van pluimveemest, maar benadrukt dat rondjes rijden met mest niet mag. Een exporteur mag zelf geen onverwerkte mest exporteren, hij moet dus altijd een bewerkingsslag doen. Na doorvragen blijkt dat echter toch wat ingewikkelder te liggen. Onder bepaalde voorwaarden lijkt het toch niet onmogelijk om met bewerkte mest heen en weer te rijden. Wel moet je in ieder geval de juiste erkenningen hebben die horen bij de verordening dierlijke bijproducten.

Onderzoek NVWA naar im- en export zelfde pluimveemest

Dat er mogelijk wel iets aan de hand is, blijkt uit het feit dat de NVWA nu met een onderzoek bezig is bij een handelaar in pluimveemest die met mest heen en weer zou rijden de Belgische grens over. De woordvoering van het ministerie verklaart dat afhankelijk van de uitkomsten met RVO.nl zal worden bekeken of de regels aangepast moeten worden.

Voor de ontwikkeling van de verwerkingscapaciteit is het legale deurtje tussen pluimvee en andere diersoorten volgens Scherff al een erg slechte zaak. Als er dan ook nog pluimveemest voor dat doel geïmporteerd wordt, is investeren in een verwerkingsinstallatie echt kansloos, stelt hij. “Echt fysiek verwerken van mest kan nooit op tegen de truc van het exporteren van geïmporteerde kippenmest.” Het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) nuanceert het probleem enigszins onder verwijzing naar de laatste inventarisatie van de capaciteit aan mestverwerking. Daaruit blijkt nog altijd groei, en voldoende capaciteit om het overschot weg te werken.

Krimp rundveestapel en export mest beïnvloeden prijs VVO’s

Volgens Scherff ligt in de uitwisseling van mestsoorten een mogelijke verklaring voor de onverwachte daling van de prijzen van de VVO’s, eind vorig jaar. Vanwege de ingestorte export naar Duitsland en de druk op de mestmarkt die daardoor ontstond, was juist een prijsstijging verwacht.

Verkerk van Cumela heeft hier ook geen goede verklaring voor. Ja, de krimp van de rundveestapel speelt een rol. Maar een mogelijke factor is, zo erkent hij, dat exporteurs onder marktdruk meer oog kregen voor de mogelijkheid om geëxporteerde pluimveemest te gebruiken voor het sluiten van verwerkingsovereenkomsten. Hier zat mogelijk nog veel ongebruikte ruimte. Cumela heeft dit overigens niet actief onder de aandacht gebracht bij de leden, benadrukt Verkerk. Dat er rondjes gereden worden met geïmporteerde pluimveemest, noemt hij zeer onwaarschijnlijk. Ook wijst hij erop dat de voortdurende verhoging van de verwerkingsplicht het deurtje tussen de sectoren steeds kleiner maakt, waardoor op den duur het eventuele probleem toch al verdwijnt.

Import pluimveemest uit België en Frankrijk niet toegenomen

Er zijn geen cijfers die het vermoeden van Scherff bevestigen; integendeel. Uit nieuwe gegevens van RVO.nl blijkt geen toename van de import van pluimveemest uit België en Frankrijk, afgelopen jaar, eerder een lichte afname. Dit sluit aan op cijfers van de Vlaamse Mestbank, die ook duiden op een vrij stabiele hoeveelheid pluimveemest die vanuit Vlaanderen naar Nederland gaat, van rond 41.000 ton per jaar, goed voor circa 500 ton fosfaat. Dat is bijna evenveel als de totale import van pluimveemest. Wel is de export van pluimveemest naar België en Frankrijk vorig jaar fors toegenomen, zo blijkt uit cijfers van RVO.nl.

Naar België ging vorig jaar 2,1 miljoen kilo fosfaat in de vorm van kippenmest, tegen 1,1 miljoen kilo in 2017. Naar Frankrijk ging fors meer pluimveemest; een toename van 61% naar 440.000 kilo fosfaat.

Toch nam de totale pluimveemestexport iets af tot 5,9 miljoen kilo fosfaat in de eerste 3 kwartalen. De export naar de grootste afnemer, Duitsland, kromp met een kwart. De totale import van mest in Nederland is volgens het NCM stabiel rond 1,3 miljoen kilo fosfaat per jaar.

Weinig bijval voor Scherff

Een rondgang langs enkele intermediairs en verwerkers levert weinig bijval op voor de opvatting van Scherff dat de deur tussen pluimveehouderij en andere sectoren dicht moet. Zij vinden net als Cumela dat de afvoer van varkensmest betaalbaar blijft dankzij de export van pluimveemest.

Waarop Scherff stelt dat juist de intermediairs het meeste garen spinnen bij de huidige regels. Hij weet voor te rekenen dat zelfs de varkenshouders beter af zouden zijn zonder uitwisseling met pluimveemest. Ze zouden dan eerder zelf gaan verwerken en VVO’s kunnen verzilveren. Volgens hem is dat nu al voordeliger dan afvoeren via code 61, maar hebben ze dat zelf nog niet in de gaten.

De intermediairs vinden juist dat alleen zij de voor rundvee- en vooral varkenshouders zo belangrijke mestafzet in het buitenland betaalbaar in de benen kunnen houden.

3 mestexporteurs reageren

Exporteur Dams in Zundert (N.-Br.) bevestigt dat hij ook pluimveemest importeert vanuit België, deze verwerkt en dan exporteert naar Frankrijk. Maar volgens Suzan Dams gebeurt dat zeker niet om er nieuwe mestverwerkingsovereenkomsten mee te maken.

Een mesttransportwagen van mestexporteur Dams in Zundert (N.-Br.) passeert de grens met België. - Foto: Bert Jansen
Een mesttransportwagen van mestexporteur Dams in Zundert (N.-Br.) passeert de grens met België. - Foto: Bert Jansen

“Wij importeren al meer dan 10 jaar pluimveemest. Deze mest hebben we nodig. Toen vele Nederlandse pluimveehouders hun mest gingen verbranden, hadden wij andere aanvoer nodig om een goed product te houden voor de export. Wij zijn ook blij dat de verbranding er is gekomen, want anders was er een te groot overschot aan pluimveemest en nu is het voor iedereen in de pluimveesector geregeld.”

Dams biedt varkenshouders ook verwerkingsovereenkomsten (code 61 of 3pO) aan. De varkenshouders leveren de mest, die wordt ingedikt. De dunne fractie blijft op de Nederlandse markt en de dikke fractie verwerken ze weer voor export. Dams: “Zoals je afgelopen jaar kon zien, was er nog genoeg aanbod aan verwerking (VVO’s), dus is er volgens mij nog geen probleem.”

Groot Zevert in Beltrum (Gld.) heeft een eigen verwerkingsinstallatie (de ‘groene mineralencentrale’) en is tevens intermediair. Dit bedrijf herkent waar de discussie om gaat, al exporteert het zelf geen pluimveemest, en heeft het dus niet rechtstreeks met deze kwestie te maken.

Groot Zevert in Beltrum (Gld.) maakt wekelijks varkensmest exportwaardig voor Duitsland. Eigen auto’s voeren de mest aan en af. - Foto: Jan Willem Schouten
Groot Zevert in Beltrum (Gld.) maakt wekelijks varkensmest exportwaardig voor Duitsland. Eigen auto’s voeren de mest aan en af. - Foto: Jan Willem Schouten

Eigenaar Joris Groot Zevert: “Wij ontvangen ook geen code 61 mest. Alle mest die we ontvangen, gaat via 3-partijenovereenkomsten met een varkenshouder en onze eigen groene mineralencentrale ook daadwerkelijk de grens over.”

De prijzen die in 2018 zijn betaald voor verwerking (VVO en 3pO) zijn nodig om de huidige verwerkingscapaciteit in Nederland te houden, vinden ze bij Groot Zevert. “Alles lager dan € 1,50/kg komt nooit ten goede aan de verwerkingssector. Dan blijft innovatie achterwege en wordt het voor geen enkele ondernemer aantrekkelijk om hierin te investeren. Zo veel goed werkende installaties staan er niet in Nederland. Het is niet makkelijk om er geld aan over te houden.”

Groot Zevert wil oog voor zijn klanten houden – varkenshouders en rundveehouders. “Deze ondernemers produceren voor de wereldmarkt. Door de huidige prijsstelling en wetgeving kunnen zij hun gewenste rendement niet halen.”

Hij snapt de kritiek van Scherff op de huidige regels. Maar, zegt hij, is er nu wel genoeg verwerkingscapaciteit voor varkens- en rundveemest als de regeling met pluimveemest wegvalt? “Het gevolg zal zijn dat de kosten voor verwerking zullen stijgen en daar zit veehoudend Nederland niet op te wachten. Samen zorgen voor voldoende en deugdelijke verwerking, is op dit moment belangrijker voor de sector.”

Coen van Kuijk, intermediair en mestverwerker in Helvoirt (N.-Br.), ziet er totaal geen heil in om de opening tussen pluimveehouderij en de andere sectoren te dichten. “Dat zou het einde van de veehouderij betekenen. Wij verwerken zelf ook varkensmest. Daar moet nog steeds geld bij. Nederland moet overtollige fosfaat exporteren. Dat moet op een zo gunstig mogelijke manier. Pluimveemest is juist gunstig vanwege het hoge fosfaatgehalte.” Hij benadrukt dat de opbrengst van de verwerkingsovereenkomsten de export van pluimveemest naar Frankrijk mede mogelijk maakt.

Coen van Kuijk, loonbedrijf Van Kuijk en mestdistributie Vakutrans. - Foto: Jan Zandee
Coen van Kuijk, loonbedrijf Van Kuijk en mestdistributie Vakutrans. - Foto: Jan Zandee

“Het huidige eindproduct van verwerking is niet tegen concurrerende prijzen op verre markten af te zetten. Wij zitten al 50 jaar in deze markt. We hebben een installatie van 100.000 ton verwerking en daar moet nog steeds geld bij. We moeten zorgen dat de hele sector overeind blijft. Dat lukt niet als het uitruilen van kippenmest niet meer mag.”

Aan mestimport naar Nederland doet Van Kuijk niet. Dit geeft alleen maar extra druk op de markt, stelt hij, al weet hij wel dat het mogelijk is.

Laatste reacties

  • E. van Eyk

    Zal voor de export beter zijn.

  • kuiken007

    voor cumela is scherff de luis in de pels, hopelijk gaat hij het volhouden tegenover de grote jongens!!

Of registreer je om te kunnen reageren.