Pluimveehouderij

Achtergrond

Pluimveesector langzaam naar nieuwe antibioticanorm

De norm voor antibioticagebruik in de vleeskuikensector gaat in de nieuwe systematiek fors omlaag: van een dierdagdosering van 15 (waarboven actie moet worden ondernomen) naar 8. Dat is wel een lange termijn-verhaal.

Diergeneesmiddelenautoriteit SDa ontvouwde met de jaarlijkse presentatie van de antibioticacijfers half juni ook zijn plannen voor nieuwe benchmarkwaardes. Nu het antibioticagebruik in alle veehouderijsectoren flink gedaald is vond de autoriteit het nodig de systematiek eens goed tegen het licht te houden. In de vleeskuikensector is het antibioticagebruik het meest gedaald, een reductie van 74% in 2017 ten opzichte van 2009. Daarom ziet de SDa het als één van de sectoren waarvoor een norm voor de lange termijn kan worden vastgesteld. Het is de intentie dat deze norm, voor aanvaardbaar gebruik, niet of nauwelijks meer bijgesteld wordt in de toekomst.

Forse stap

Op het oog lijkt de nieuwe benchmarkwaarde, een dierdagdosering van 8 waarbij daarboven actie moet worden ondernomen, een forse stap. In 2017 moesten vleeskuikenbedrijven pas actie gaan ondernemen bij een dierdagdosering boven de 15, het oranje ‘signaleringsgebied’, en was er een echt probleem bij een dierdagdosering boven de 30, het rode ‘actiegebied’. Een kwart van de vleeskuikenbedrijven zat in 2017 in één van die gebieden, en dus nog boven het dubbele gebruik van de nieuwe norm. Een aanzienlijk verschil tekent zich daarbij echter af tussen het gebruik bij trager groeiende kuikens en dat bij reguliere kuikens.

Uitdaging voor reguliere bedrijven

Eén benchmarkwaarde, gebaseerd op het antibioticagebruik van alle vleeskuikenbedrijven, is door het verschil in antibioticagebruik en de toename van het aantal bedrijven met trager groeiende kuikens eigenlijk niet realistisch meer, vindt Avined-beleidsmedewerker Erik de Jonge. “Bedrijven met trager groeiende kuikens hoeven dan zelden actie te ondernemen, terwijl voor reguliere kuikens de benchmarkwaarde te laag is.” De SDa wil echter toe naar een waarde voor de hele sector die voor de lange termijn vaststaat, en kiest nu voor een tussenweg. “Het expertpanel realiseert zich dat de voorgestelde waarde vooral voor reguliere bedrijven een ambitieuze opdracht inhoudt”, geeft de diergeneesmiddelenautoriteit aan. De nieuwe waarde betekent dat in de praktijk ongeveer 2 keer per jaar (bij 7 rondes) een koppel behandeld kan worden, zonder over de normen heen te gaan.

Overgangsperiode van 4 jaar

De SDa heeft de nieuwe benchmarkwaarde vastgesteld op een dierdagdosering van 8 en zal deze waarde in eerste instantie hanteren voor de langzamer groeiende vleeskuikens. De pluimveesector zal de norm verder uitwerken, en de nieuwe benchmarkwaarden zullen dan in 2019 in IKB Kip worden opgenomen. Voor bedrijven met reguliere kuikens stelt SDa een overgangsperiode van 4 jaar voor. De Jonge: “Voor trager groeiend is het een aanvaardbare norm, voor regulier is het wat de sector betreft een stip op de horizon; iets waar je naartoe kan werken.”

Of registreer je om te kunnen reageren.