Pluimveehouderij

Achtergrond

‘Broederhanen’ voor eind aan kuikenshredder

Hebben mannelijke eendagskuikens een toekomst als vleeskuiken? In Duitsland is men ermee bezig, maar het blijft een beperkt fenomeen.

Het ruimen van eendagskuikens (lees: -haantjes) in de broederijen is nog steeds niet van de baan, ook niet in Duitsland waar volgens het landbouwministerie inmiddels technologie beschikbaar is waarmee het geslacht al in het ei kan worden bepaald. Bewindsvrouw Julia Klöckner meent dat daarom nu het woord is aan de sector om de technologie toe te passen.

Julia Klöckner, minister van Voeding en Landbouw in Duitsland. - Foto: EPA
Julia Klöckner, minister van Voeding en Landbouw in Duitsland. - Foto: EPA

Tevens stelde zij in mei in een interview op de eigen website van het ministerie dat zij ‘niet van plan is om de leghennenhouderij in Duitsland in haar ambtsperiode te beëindigen om dan eieren te importeren die onder een lager dierenwelzijnsniveau worden geproduceerd’. Met andere woorden is het aan de broederijen om de te bepalen wanneer de bedoelde apparatuur economisch rijp is. Klöckner voert daarmee een ander beleid dan enkele ‘groene’ collega-ministers in de afzonderlijke deelstaten hebben gedaan. Hebben gedaan, want deze ‘groene’ bewindslieden (te weten in Noordrijn-Westfalen en Nedersaksen) hebben inmiddels alweer het veld moeten ruimen.

Via broederhaan naar dubbeldoelkip

Een alternatief voor het shredderen van de eendagshaantjes is het houden van zogenoemde broederhanen. Dat is een begrip dat in Nederland niet zo bekend is, en mogelijk ook niet eens in Duitsland, hoewel de broederhanenhouderij een Duits initiatief is, primair in de biologische legsector maar ook in de gangbare. Dit initiatief draait al enkele jaren en houdt in dat de haantjes worden gemest voor vleesdoeleinden.

Het rendementsprobleem proberen de initiatiefnemers op te lossen door de bio-eieren een paar cent duurder te maken (tussen € 0,01 en € 0,04 om precies te zijn) en met de opbrengst wordt het mesten van de hanen gesteund. Volgens het Bundeszentrum für Ernährung (BZfE) wordt daarmee krap 5% van de 40 miljoen jaarlijks uitkomende haantjes ‘gered’. Het is niet veel, erkent deze instantie, maar beter dan niets. Bovendien is de broederhanenhouderij ook maar een tussenoplossing.

Einddoel is een oplossing waarbij de kuikens allemaal zoveel vlees aanzetten dat de haantjes ook zonder speciale steunmaatregelen kunnen worden gemest. Dat is de oplossing die beter bekend is onder de naam ‘dubbeldoelkip’.

Eendagskuikens in de stal. De afmest van 'broederhanen' staat nog in de kinderschoenen. - Foto: Bert Jansen
Eendagskuikens in de stal. De afmest van 'broederhanen' staat nog in de kinderschoenen. - Foto: Bert Jansen

Dierenbeschermingsorganisatie Peta is trouwens ook niet blij met het broederhanengebeuren en hekelt dit sterk, omdat de vleeshanen nauwelijks beter af zijn dan de geruimde eendagskuikens. Verbazing hoeft dit standpunt echter niet te wekken, gezien de volledig vegane voeding die Peta voorstaat. Voor Peta is iedere vorm van productiedierenhouderij slecht.

Steeds meer Duitse broederhanen

Landbouwmarktbureau AMI ziet een groei van het aantal broederhanenhoudende bedrijven in de biosector. Bij een onderzoek eind 2017 telde het bureau zegge en schrijve slechts 5 van zulke bedrijven. Ruw geschat aan de hand van cijfers van het Statistische Bundesamt denkt AMI dat per jaar in Duitsland een slordige 200.000 biologische broederhanen in de slachterijen worden verwerkt. Dat is dan nog veel minder dan het aantal van het BZfE, hoewel daar kennelijk ook de gangbare broederhanen meetellen.

Of registreer je om te kunnen reageren.