Pluimveehouderij

Achtergrond

Zweden dringt dioxine in bio-eieren flink terug

Biologische eieren bevatten meer dioxine dan gangbare. De Zweedse biolegsector heeft met een nieuw voerprogramma de gehaltes inmiddels met 33% weten terug te dringen. Pogingen om de gehaltes nog verder te verlagen gaan echter door.

Biologische eieren bevatten vaak hogere gehaltes PCB en dioxine dan eieren uit de kooi- en scharrelhouderij. Het risico op verhoogde gehaltes hangt volgens de gangbare opvatting samen met de uitloop waarop de biokippen moeten beschikken. In Zweden is men echter tot een andere bevinding gekomen. Daar heeft men gekeken naar de voersamenstelling.

Voer met vismeel

Met het oog op de proteïnevoorziening krijgen biokippen voer met een component vismeel. Dit in tegenstelling tot het voer voor gangbare leghennen. Daaraan worden synthetische aminozuren toegevoegd om de proteïnekwaliteit op het gewenste peil te krijgen, zo legt brancheorganisatie Svenska Ägg uit. Vismeel bestaat uit gedroogde en vermalen vis en het is gebleken dat daar de verhoogde PCB- en/of dioxinegehaltes in de eieren aan toe moeten worden geschreven.

Vrije uitloop wordt bij bio-eieren vaak als oorzaak van hoge gehaltes aan o.a. BCB's gezien. Zweeds onderzoek wijst verwerkte vis in het voer aan als oorzaak daarvan. - Foto: Jan Willem Schouten
Vrije uitloop wordt bij bio-eieren vaak als oorzaak van hoge gehaltes aan o.a. BCB's gezien. Zweeds onderzoek wijst verwerkte vis in het voer aan als oorzaak daarvan. - Foto: Jan Willem Schouten

33% gedaald

Dat er sprake was van verhoogde gehaltes – die overigens nog wel onder de grenswaardes voor het toelaatbare lagen – constateerde de Zweedse voedsel- en warenautoriteit (Livsmedelverket) eind 2016. Dat was de aanzet voor de legsector om tot maatregelen over te gaan. De effecten zijn inmiddels duidelijk zichtbaar. Volgens de jongste controleresultaten zijn de gehaltes met 33% gedaald, meldt Svenska Ägg zelf. De positieve ontwikkeling wordt bevestigd door de overheidsinstanties. Naast de voedsel- en warenautoriteit gaat het daarbij om de rijksdienst landbouw en de veterinaire overheidsdienst. Deze 3 instanties zijn bij de controle betrokken.

Fasevoerprogramma

Volgens Livsmedelverket lag het gemiddelde dioxinegehalte in een biologisch ei in 2016 op 1,4 picogram per gram vet. De grenswaarde is 5 picogram. De op 60 biolegbedrijven in het voorjaar uitgevoerde controles laten zien dat de gehaltes zijn gedaald naar gemiddeld 0,9 picogram. De resultaten kunnen als representatief voor de hele biolegsector in Zweden worden beschouwd, want de 60 controlebedrijven vertegenwoordigen daarvan 70%.

De resultaten zijn behaald met een nieuw zogenoemde fasevoerprogramma met in het voer vismeelcomponenten van uiteenlopende grootte. Het totale aandeel vismeel in het voer is gereduceerd en gecompenseerd met meer proteïne uit andere bronnen.

Verdere verlaging

Svenska Ägg mikt niettemin op een verdere verlaging van de dioxinegehaltes. Vismeel kan echter op dit moment nog niet volledig worden gemist als proteïnebron in de biolegsector. Daarom wordt in samenwerking met de Zweedse biocontroleorganisatie KRAV gezocht naar alternatieven. Ook elders in Europa is men bezig om iets anders te vinden voor vismeel. In Zweden wordt daarvoor onder meer geëxperimenteerd met insecten in het voer en mosselmeel. De resultaten van het nieuwe voerprogramma zullen worden doorgespeeld naar de Europese Commissie voor een komende herziening van de huidige grenswaardes van dioxine.

Of registreer je om te kunnen reageren.