Pluimveehouderij

Achtergrond

‘Stuurgroep Ingrepen Pluimvee is uniek samenwerkingsplatform’

Jan Vroegindeweij was vanaf de start in 2006 lid van de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee. De kuikenbroeder van leghennen werd er in 2007 voorzitter van. Vorige maand stapte hij op. “Het werk voor de leghennen zit erop.”

In juni verleende minister Schouten tot 1 januari 2019 uitstel op het wettelijk verbod op snavelbehandeling van leghennen en moederdieren van reguliere vleeskuikens. Daarmee werd het accent van de inzet van de Stuurgroep Ingrepen Pluimvee verlegd van leghennen naar vleeskuikenouderdieren en kalkoenen. Voor Jan Vroegindeweij reden om op te stappen als voorzitter. “Ik heb me altijd voorgenomen te stoppen bij de Stuurgroep als het werk bij de leghennen is gedaan.”

“De Stuurgroep heeft eraan bijgedragen dat de politiek geen onverantwoorde besluiten heeft genomen”, zegt Jan Vroegindeweij, die onlangs vertrok als voorzitter van de Stuurgroep. - Foto: Michel Zoeter
“De Stuurgroep heeft eraan bijgedragen dat de politiek geen onverantwoorde besluiten heeft genomen”, zegt Jan Vroegindeweij, die onlangs vertrok als voorzitter van de Stuurgroep. - Foto: Michel Zoeter

Waarom is Stuurgroep Ingrepen Pluimvee indertijd opgericht?

“Na de crisis in de pluimveesector door de vogelgriepuitbraken in 2003, was het de vraag of er opnieuw uitstel zou worden verleend op het in 1996 ingestelde ingrepenbesluit. Als pluimveesector wilden we een overlegplatform. Om te bespreken hoe met een verbod om te gaan, wat willen we, wat kunnen we, wat is er wetenschappelijk bekend? De toenmalige landbouwminister Cees Veerman vond dat een goed idee. Zo ontstond een uniek overlegplatform en een unieke samenwerking tussen pluimveesector, Dierenbescherming en onderzoek.”

Zonder het bestaan van de Stuurgroep was het verbod op ingrepen een politieke discussie geworden

Wat heeft de Stuurgroep bereikt?

“De Stuurgroep bracht standpunten bij elkaar. Het gezamenlijk uitgangspunt was ingrepen pas te verbieden als het verantwoord was om geen uitstel te verlenen. Discussies binnen de Stuurgroep werden gevoerd op basis van argumenten, niet op basis van emotie. En er was chemie tussen de partijen.
Ook heeft de stuurgroep onderwerpen aangedragen voor onderzoek. Die onderzoeken, waaraan miljoenen zijn besteed, hadden zeggingskracht. Het onafhankelijk advies van de wetenschappers voegde iets toe.
Daarnaast heeft de stuurgroep eraan bijgedragen dat de politiek geen onverantwoorde besluiten heeft genomen. Ik ben ervan overtuigd dat zonder het bestaan van de Stuurgroep het verbod op ingrepen, een politieke discussie was geworden. Met een reële kans dat eerder was besloten snavelbehandeling bij legkippen te verbieden.”

Het laatste advies van de Stuurgroep, in december, was voor het eerst niet unaniem. Hoe kwam dat?

“Dierenbescherming en pluimveevertegenwoordigers waren het alleen over de snavelbehandeling van leghennen niet eens, over 6 andere ingrepen wel. De Dierenbescherming redeneerde: als in de praktijk al 80% van de kippen onbehandelde snavels heeft, waarom kan dat dan ook niet bij die resterende 20%? Wij wilden het aan de markt overlaten en pleitten opnieuw voor uitstel. Dan konden pluimveehouders met onbehandelde hennen een meerprijs voor hun eieren krijgen. Bij een wettelijk verbod zou daar voor eierhandel en retail geen noodzaak meer voor zijn.

Overigens, bij verbod op snavelbehandeling nemen we voor lief dat de uitval zeker 1 tot 2% hoger is dan bij infrarood snavelbehandeling en dat er excessen kunnen voorkomen van veel meer uitval.”

Of registreer je om te kunnen reageren.