Pluimveehouderij

Achtergrond 1 reactie

Vroege voeding vleeskuikens heeft langdurig effect

Vleeskuikens die direct na uitkomst uit het ei over voer en water kunnen beschikken, hebben daar de hele ronde baat bij, schetste onderzoeker Ingrid de Jong tijdens de Pluimveerelatiedag. Het is terug te zien in strooiselkwaliteit en voetzoollaesies.

Vroege voeding krijgt de laatste paar jaar steeds meer aandacht in de Nederlandse vleeskuikensector. Een groeiend aantal vleeskuikenhouders laat broedeieren uitkomen in de stal. Broederijen hebben of werken aan systemen waarbij kuikens die in de broederij uitkomen in de broedkast al kunnen beschikken over water en voer, zodat ze niet alleen op de dooierrest teren.

Foto: Bert Jansen
Foto: Bert Jansen

In Nederland wordt steeds meer onderzoek gedaan naar het effect dat die vroege voeding heeft op (de ontwikkeling van) het kuiken. Bepaalde effecten zijn van tijdelijke aard, maar je ziet ook langdurige effecten, vertelde onderzoeker Ingrid de Jong (Wageningen Livestock Research) tijdens de Pluimveerelatiedag in Veenendaal op 11 oktober. Ze sprak daar over een goede start voor vleeskuikens en behandelde het onderwerp vroege voeding in relatie tot die goede start.

Effecten op korte duur duidelijker dan op lange duur

Over het effect van vroege voeding op de afweer van kuikens is nog weinig bekend. De informatie die er is, betreft met name productie- en gedragskenmerken. Van korte duur is bijvoorbeeld het effect op lichaamsgewicht. Kuikens die direct na uitkomst over water en voer beschikken, zijn op dag 7 duidelijk zwaarder dan kuikens die na 36 tot 60 uur over voer en water beschikken. Die voorsprong behouden ze echter niet de hele ronde. Richting het eind van de ronde, dag 42, was dat effect nagenoeg weg. “De voergedepriveerde kuikens compenseren die groei”, aldus De Jong. Ook op de voerconversie is nauwelijks effect. Fysiologische veranderingen (in de ontwikkeling van de darmen) waren met name de eerste dagen/week zichtbaar.

Minder angst bij vroege toegang tot voer

Maar er zijn wel degelijk langdurige effecten. Bij kuikens die in de stal uitkomen, is consequent de strooiselkwaliteit beter en komen minder voetzoollaesies voor, aldus De Jong. “Daar lijkt wel degelijk iets te gebeuren”, stelde ze. Ook laat een heel recent onderzoek zien dat de angstrespons anders is bij kuikens die vroeg voeding kregen. Zij reageerden minder angstig als zij op dag 30 getransporteerd werden. De Jong was overigens nog voorzichtig om verdere conclusies aan die studie te verbinden: het is 1 studie. De uitval is bovendien groter bij kuikens die de eerste 36 tot 60 uur geen toegang hadden tot voer of water. “Je ziet dus wel degelijk langdurige effecten”, concludeerde De Jong. “Met name op het gebied van strooisel en gedrag. Groei kunnen ze compenseren.”

Eén reactie

  • dat is logisch, met de traditionele manier van broeden zitten ze lang in het donker als ze vroeg uitkomen. Bij het uitkomen in de buurt van water en voer is het licht. Dit zorgt voor beduidend minder stress. Ook is het voorkomen van uitdrogen goed voor het beenwerk en ontwikkeling van de darmen. Daardoor een betere vertering en minder uitval en lager antibioticagebruik. Het mes snijdt aan 3 kanten.

Of registreer je om te kunnen reageren.