001_vervoersverbodsbords_ANP_272x181

Dossier vogelgriep

Terug naar dossier
Pluimveehouderij

Achtergrond

‘Vogelgriepvirus gedraagt zich onvoorspelbaar’

We hebben een wereldwijd probleem, zegt hoogleraar Arjan Stegeman. Over de hele wereld zijn wilde watervogels een reservoir van ernstige varianten van het vogelgriepvirus. Volgens Stegeman schort het aan goede internationale samenwerking op dit vlak.

In Nederland zijn eind maart voor het laatst vogelgriepbesmettingen vastgesteld bij gehouden pluimvee. De dieren waren besmet met het hoogpathogene H5N8-virus. Sinds 17 mei is Nederland weer officieel vrij van AI (aviaire influenza). In mei zijn er nog wel ganzen gevonden die het vogelgriepvirus bij zich droegen.

In andere EU-landen stak vogelgriep de afgelopen maanden in diverse regio’s de kop op. Onder meer in België, Frankrijk, Italië en Duitsland. Eind juli werd een met H5N8-besmette knobbelzwaan gevonden in North Norfolk in Engeland. “En dat was geen vroege trekvogel, maar een zwaan die permanent in de regio leefde”, weet professor Arjan Stegeman, hoogleraar aan de faculteit diergeneeskunde te Utrecht en adviseur van de Nederlandse overheid. “De vondst van het H5N8-virus bij de Engelse zwaan duidt erop dat het virus nog in het milieu aanwezig is. En dat is iets wat we in voorgaande jaren nog niet hebben meegemaakt.”

Wat betekent dit voor de vogelgriepdreiging?

“Dat het virus lang in het milieu aanwezig is, is op zich niet verrassend. Het is een bekend epidemiologisch gegeven dat het langer duurt voordat een virus verdwijnt, naarmate er meer virusdeeltjes in het milieu aanwezig waren. Afgelopen winter was er in Europa een grootschalige epidemie van vogelgriep onder wilde watervogels, met als gevolg een enorme hoeveelheid virus in het milieu. We hebben nog nooit zoveel dode vogels gevonden als gevolg van vogelgriep.

Wat ook meespeelt is dat veel vogels in het voorjaar jongen hebben gekregen. Dit betekent dat er nieuwe, voor vogelgriep vatbare dieren in de natuur kwamen. Dit heeft waarschijnlijk bijgedragen aan het blijven circuleren van het virus. Overigens zorgen de weersomstandigheden in het voorjaar en de zomer, met hogere temperaturen ervoor dat de omstandigheden voor het vogelgriepvirus niet optimaal zijn.”

Dus het vogelgriepvirus dooft uit?

“Dat is een mogelijkheid. In een optimistisch scenario is de besmette knobbelzwaan in Engeland het laatste staartje van de epidemie. In een minder gunstig scenario leeft het virus komend najaar op en verspreidt het zich weer. Wat er werkelijk gaat gebeuren, zullen we merken als in september de vogeltrek weer begint. Als we watervogels vinden die vogelgriepvirus bij zich dragen, kunnen we onderscheid maken tussen het H5N8-virus dat de veroorzaker is van de epidemie 2016-2017, en nieuwe, bijvoorbeeld uit China afkomstige virusvarianten. Met een beetje pech krijgen we komende winter zowel te maken met het H5N8-virus van afgelopen jaar, als een nieuwe virusvariant. Dat zou bijvoorbeeld een hoogpathogeen H5N6-virus kunnen zijn dat zich momenteel in Azië flink aan het verspreiden is.”

Hoogleraar Arjan Stegeman - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Hoogleraar Arjan Stegeman - Foto: Ton Kastermans Fotografie

In het verleden gebeurde het af en toe dat pluimveebedrijven besmet raakten met laagpathogeen vogelgriepvirus uit de natuur. Nu lijkt het normaal dat ook hoogpathogeen vogelgriepvirus volop in de natuur aanwezig is. Hoe kan dat?

“Waarschijnlijk is hoogpathogeen vogelgriepvirus sinds 2003 ook in de natuur te vinden. Ten opzichte van laagpathogeen virus is dit slechts een simpele mutatie van het virus. Wat we niet goed weten, is wanneer en onder welke omstandigheden een laagpathogeen virus muteert naar een hoogpathogene variant. De hypothese die we jarenlang hanteerden, was dat de mutatie niet mogelijk was bij wilde vogels, omdat hoogpathogeen virus de fitheid van de gastheer sterk aantast. Als een watervogel dood neervalt, loopt de virusverspreiding vast, omdat andere vogels ver uit de buurt zijn. In een stal is dat anders, omdat kippen dicht op elkaar zitten, waardoor besmetting doorgaat, ook als dieren ernstig ziek worden.”

De oude hypothese is achterhaald. Wat is de nieuwe?

“De hypothese die we nu hanteren, gaat ervan uit dat hoogpathogene varianten van het vogelgriepvirus in stallen zijn ontstaan en van daaruit in de natuur zijn terechtgekomen. Toen in 2003 een H5N1-variant van het vogelgriepvirus zich over Azië verspreidde, raakten veel bedrijven besmet. Een goede bestrijding was er niet overal. In sommige regio’s is gevaccineerd op een minder effectieve manier. Het gevolg was dat het vogelgriepvirus bleef circuleren en als het ware onderdook in pluimveestallen. De veronderstelling is dat er sprake was van virusverspreiding vanuit stallen naar de natuur. Het is de aard van het vogelgriepvirus om voortdurend te veranderen. We vermoeden dat er daarbij hoogpathogene varianten zijn ontstaan die niet dodelijk zijn voor wilde watervogels. Daardoor kregen hoogpathogene virusvarianten de ruimte om zich via de natuur te verspreiden.

Het gevolg is dat we nu een wereldwijd probleem hebben; over de hele wereld zijn wilde watervogels een reservoir van ernstige varianten van vogelgriepvirus. Dat virus heeft voortdurend een andere opmaak, waardoor het zijn kans vergroot om zich te blijven verspreiden.”

Zijn er mogelijkheden om wilde vogels weer vrij te krijgen van hoogpathogene varianten van het vogelgriepvirus?

“Niemand weet hoe je dat zou kunnen bereiken. Vooralsnog zijn er twee wegen die we kunnen bewandelen om het risico op vogelgriepuitbraken in de pluimveehouderij zo klein mogelijk te houden. Allereerst zal de pluimveesector zich zo goed mogelijk moeten beschermen tegen de introductie van het vogelgriepvirus. Denk daarbij vooral aan het op een hoger niveau brengen van de biosecurity.

Ten tweede is het nodig om de monitoring bij wilde vogels te verbeteren. Daarmee kun je bereiken dat je weet welk virus eraan komt en wanneer je dat kunt verwachten. Om dit te bereiken is het nodig om enerzijds beter te weten wanneer, waar en hoeveel monsters je moet verzamelen, en anderzijds een goede internationale samenwerking te bereiken. Aan dat laatste schort het erg. Waar we bijvoorbeeld veel meer informatie over nodig hebben, zijn de zomerbroedgebieden in Rusland.”

Vogelgriep ook in zomermaanden actief in Europa Bij OIE gemelde besmettingen van laatste anderhalve maand.

We moeten het dus internationaal benaderen. Hoe doet Europa het, wat u betreft?

“Ook op EU-niveau wordt nagedacht over het verbeteren van de surveillance bij pluimvee. Een punt van zorg is de vertaling van EU-richtlijnen op landelijk niveau. Een voorbeeld van een falende monitoring is de vogelgriep vorig jaar in Frankrijk. Een specifieke hoogpathogene variant van een H5-virus circuleerde waarschijnlijk meer dan een jaar lang op eendenhouderijbedrijven, voordat het werd opgemerkt. Het virus kon lang circuleren, omdat het nauwelijks ziekmakend was voor de eenden op de foie gras-bedrijven.

De Franse aanpak maakt duidelijk dat het hard nodig is om de uitvoering van EU-richtlijnen te harmoniseren. Surveillance van vogelgriep onder gehouden watervogels moet worden versterkt.

Ook op het gebied van biosecurity zijn er landen waar verbetering hard nodig is. Onder meer in Frankrijk, Roemenië en Bulgarije. Dat is wel lastig, omdat in die landen vaak sprake is van buitenhouderij.”

Hoe groot is het risico op vogelgriep voor de Nederlandse pluimveehouderij?

“We hebben te maken met een grote kans dat vogelgriep weer opduikt. Tegelijkertijd is de vogelgriepdreiging onvoorspelbaar. Na de vogelgriepuitbraken in 2014-2015 heeft het virus een jaar overgeslagen. Wellicht was het virus in dat jaar onvoldoende veranderd en liep het tegen immuniteit bij wilde vogels aan. Daarmee laat het vogelgriepvirus zich echter niet uit veld slaan. In koudere regio‘s, denk aan de toendragebieden, kan het virus zich makkelijk een seizoen handhaven buiten een gastheer en op die manier wachten op nieuwe gastheren.

Het afgelopen jaar hadden we te maken met een H5N8-variant die ongevaarlijk is voor de mens. Ook dat kan het komende seizoen anders zijn. Als we te maken krijgen met een virus dat ook ziekmakend is voor de mens, neemt de impact van een vogelgriepuitbraak op de samenleving fors toe.”

‘Er zijn twee hoofdproblemen die moeten worden opgelost’

Kan vaccineren een optie zijn om de pluimveehouderij te beschermen tegen vogelgriep?

“Hopelijk is dat op enig moment het geval. Vooralsnog zijn er twee hoofdproblemen die eerst moeten worden opgelost. Het feit dat vogelgriep voortdurend muteert, vraagt om flexibele productiesystemen voor vogelgriepvaccins. Dit is niet alleen een technisch vraagstuk, maar vraagt ook om andere procedures die het mogelijk maken om een aangepast vaccin heel snel op de markt te brengen.

Een tweede probleem is dat vaccins die onder laboratoriumomstandigheden goed werken, dat onder praktijkomstandigheden niet altijd doen. We moeten er eerst achter komen wat daarvan de oorzaak is.

Naast het oplossen van deze hindernissen moet er vertrouwen ontstaan bij handelspartners. Anders is het voor de pluimveesector niet snel interessant om te vaccineren.”

Dus voorlopig blijft vaccineren een brug te ver?

“We hebben nog de luxe dat we kunnen kiezen. Het is ook mogelijk dat de infectiedruk vanuit de natuur zo hoog wordt, dat vaccinatie onvermijdelijk wordt. Ook dat moeten we ons realiseren.

Hoe dan ook, vaccinatie zal nooit een opzichzelfstaande aanpak worden om vogelgriep te voorkomen. Vaccinatie is alleen bruikbaar in combinatie met zowel een goede biosecurity als een goede surveillance. Dat laatste is nodig, omdat je moet weten wat je doet, of het vaccin werkt en wat het vogelgriepvirus doet. Ook kan surveillance helpen bij het ontwikkelen van vertrouwen in de markt.”

Hygiëneprotocol blijft van kracht

Voor pluimveebedrijven geldt nog steeds een hygiëneprotocol voor stalbezoek als gevolg van de vogelgriepuitbraken eind 2016. Hoewel de ophokplicht 19 april werd ingetrokken, blijft dit protocol nog altijd van kracht, omdat sprake blijft van een verhoogd risico. Hoewel achter de schermen wel wordt gekeken om dit iets praktischer in te richten. Volgens het hygiëneprotocol is bezoek alleen toegestaan wanneer het principe ‘schoon komen, schoon gaan’ wordt toegepast.

Pluimveeorganisatie Avined dringt er bij pluimveehouders op aan om alle hygiënemaatregelen streng te blijven toepassen en alert te blijven op ziekteverschijnselen. Dit doet de organisatie in nieuwsupdates naar aanleiding van nieuwe vogelgriepbesmettingen in andere Europese landen.

De vogelgriepsituatie in Europa wordt nauwlettend in de gaten gehouden, aldus Avined-secretaris Ben Dellaert. In Italië zijn sinds eind juli twintig nieuwe besmettingen gemeld, maar recent was er ook een melding dichter bij huis. In de Duitse deelstaat Sachsen-Anhalt werd bij drie dode zwanen H5N8-virus gevonden.

Of registreer je om te kunnen reageren.