Pluimveehouderij

Achtergrond 4 reacties

‘Behoud voorlopersrol Nederlandse pluimveehouderij’

De Nederlandse pluimveesector staat wereldwijd bekend als voorloper. Co de Heus, CEO van De Heus, en Jan Wolleswinkel, voorzitter van het Dutch Poultry Centre, ervaren dit in hun dagelijkse activiteiten. Behoud van de voorlopersrol is niet vanzelfsprekend.

Co de Heus, CEO bij het internationaal opererende veevoederbedrijf Royal De Heus in Ede: “In Nederland balanceren we voortdurend tussen enerzijds de noodzaak om een pluimveesector met voldoende kritische massa te behouden, en anderzijds de uitdagingen waarmee ondernemers in de sector zich geconfronteerd zien door maatschappij en overheid. De veehouderij in Nederland heeft te maken met extreem hoge eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu, antibioticagebruik, voedselveiligheid, CO2-footprint, en mestwetgeving. Als gevolg daarvan, in combinatie met goed ondernemerschap en vakmanschap, loopt de Nederlandse pluimveehouderij bij al deze thema’s wereldwijd voorop.”

‘Voldoende grote omvang pluimveesector cruciaal’

Het stoort De Heus dat maatschappelijke groeperingen en de politiek het belang van een gezonde pluimveesector in Nederland soms wel heel lichtzinnig benaderen. “De bijdrage aan werkgelegenheid en economie lijkt voor sommige organisaties en politieke partijen van ondergeschikt belang. Voor de pluimveehouderij is het belangrijk om voldoende omvang te houden. Alleen dan lukt het om een sterke internationale positie te behouden. En dat is cruciaal voor een sterk van export afhankelijke sector.”

“De bijdrage aan werkgelegenheid en economie lijkt voor sommige organisaties en politieke partijen van ondergeschikt belang. Voor de pluimveehouderij is het belangrijk om voldoende omvang te houden. Alleen dan lukt het om een sterke internationale positie te behouden.”

Jan Wolleswinkel, voorzitter van het Dutch Poultry Centre, is het roerend eens met De Heus. “Een deel van de politiek oordeelt veel te makkelijk dat het verkleinen van de pluimveeproductie tot de binnenlandse behoefte ook wel kan. Ze overzien niet de ingrijpende gevolgen van zo’n benadering”, aldus Wolleswinkel.

De Heus: "Voor een Nederlander is het heel gewoon om zich af te vragen: 'wat zou ik willen als ik een kip was?'. Een Rus of een Vietnamees zal zich deze vraag nooit stellen." - Foto: Berrie Klein Swormink
De Heus: "Voor een Nederlander is het heel gewoon om zich af te vragen: 'wat zou ik willen als ik een kip was?'. Een Rus of een Vietnamees zal zich deze vraag nooit stellen." - Foto: Berrie Klein Swormink

Nederlandse pluimveesector ‘heeft unieke structuur’

Tijdens zijn reizen over de hele wereld merkt De Heus steeds weer dat de Nederlandse pluimveehouderij niet alleen vooroploopt, maar ook een unieke structuur heeft. “In andere werelddelen zie je dat schakels in de pluimveeproductieketen veel meer geïntegreerd zijn. Als ik bijvoorbeeld in Zuidoost-Azië ben, merk ik dat ze daar ketenintegratie zien als hét antwoord op vraagstukken waar de sector tegenaan loopt, bijvoorbeeld voedselveiligheid. In Nederland is de pluimveehouderij een vrije sector waarin ondernemers hechten aan zelfstandigheid. Tegelijkertijd werken ze goed samen in de productieketen, en lukt het om ook voor een thema als voedselveiligheid een vooraanstaande positie in te nemen. Bedrijven in de sector organiseren het zelf, en laten het niet aan de overheid om eisen te stellen zoals in veel andere landen gebeurt.”

DPC-voorzitter Jan Wolleswinkel (l.) en Co de Heus, CEO van De Heus, vinden dat soms te gemakkelijk over het belang van de pluimveesector wordt heen gestapt. - Foto: Berrie Klein Swormink
DPC-voorzitter Jan Wolleswinkel (l.) en Co de Heus, CEO van De Heus, vinden dat soms te gemakkelijk over het belang van de pluimveesector wordt heen gestapt. - Foto: Berrie Klein Swormink

Chinese president bijpraten over Nederlandse mengvoerindustrie

De Heus vertelt hoe hij een paar jaar geleden tijdens een staatsbezoek de Chinese president Xi Jinping mocht bijpraten over het kwaliteitssysteem van de Nederlandse mengvoederindustrie. “Dat Xi Jinping wilde weten hoe we in Nederland voedselveiligheid borgen, is illustratief voor onze voorlopersrol.”

Dierenwelzijn telt in veel landen amper, in Nederland wel

Dat de Nederlandse pluimveehouderij op allerlei fronten vooroploopt, levert niet in alle gevallen een betere positie op het internationale speelveld op. Dierenwelzijn is een voorbeeld van een thema dat elders in de wereld minder relevant is. De Heus: “Voor een Nederlander is het heel gewoon om zich af te vragen: ‘wat zou ik willen als ik een kip was?’. Een Rus of een Vietnamees zal zich deze vraag nooit stellen.”

“Voor een Nederlander is het heel gewoon om zich af te vragen: ‘wat zou ik willen als ik een kip was?’. Een Rus of een Vietnamees zal zich deze vraag nooit stellen.”

Vietnamese pluimveehouderij

Voor de bedrijven van De Heus in het buitenland levert de vooraanstaande positie van de Nederlandse pluimveehouderij een steun in de rug op. “We zijn bijvoorbeeld actief in de Vietnamese veehouderij. Pluimveehouders in dat land schalen snel op, en gaan soms in enkele jaren van 500 naar 50.000 vleeskuikens. Dat vergt veel kennis over het managen van een groter bedrijf. Wij helpen die pluimveehouders om de benodigde kennis op te doen. Dat we een Nederlands bedrijf zijn, zorgt voor vertrouwen. Vietnamese pluimveehouders nemen de adviezen van onze adviseurs makkelijk over.”

Concurrentiepositie

Kostprijsverhogende aspecten die in andere landen minder relevant zijn, kunnen volgens De Heus bedreigend zijn voor de concurrentiepositie van de Nederlandse pluimveehouderij. “Een ontwikkeling van de afgelopen jaren is het ontstaan van marktconcepten gericht op de binnenlandse markt. Deelnemen aan zo’n concept geeft een stukje bescherming tegen prijsconcurrentie. Een groot deel van de productie blijft echter regulier en die moet op kostprijs kunnen concurreren.”

De Nederlandse aanpak om het gebruik van antibiotica in de veehouderij te verminderen, biedt volgens De Heus internationaal kansen. “Verantwoord antibioticagebruik is een thema dat in steeds meer landen hoog op de agenda komt te staan. In mijn optiek kan de wens om het antibioticagebruik te verminderen in bepaalde landen leiden tot ruimte voor trager groeiende ‘conceptkippen’. Dierenwelzijn is dan niet het argument, maar antibiotica.”

"Een deel van de politiek oordeelt veel te makkelijk dat het verkleinen van de pluimveeproductie tot de binnenlandse behoefte ook wel kan. Ze overzien niet de ingrijpende gevolgen van zo’n benadering", aldus Wolleswinkel.  - Foto: Pluimveehouderij
"Een deel van de politiek oordeelt veel te makkelijk dat het verkleinen van de pluimveeproductie tot de binnenlandse behoefte ook wel kan. Ze overzien niet de ingrijpende gevolgen van zo’n benadering", aldus Wolleswinkel. - Foto: Pluimveehouderij

Kooihuisvesting

Wolleswinkel tekent aan dat het soms langer duurt voordat ontwikkelingen in Nederland elders navolging krijgen. “Aan het begin van deze eeuw zijn ondernemers in de legsector massaal omgeschakeld van kooihuisvesting naar alternatieve huisvestingssystemen. Daarmee liep de Nederlandse sector voor op de rest van Europa, waar sinds 2012 een verbod op huisvesting in traditionele kooien geldt. Inmiddels zien we dat ook in sommige andere delen van de wereld vraag ontstaat naar alternatieve huisvestingsvormen. Dit biedt kansen voor Nederlandse stalinrichters. Een ander aspect van de omschakeling van kooihuisvesting naar volièresystemen is de toename van de uitstoot van fijn stof. Hiervoor is de laatste jaren meer aandacht gekomen. We zien nu dat bedrijven hard zoeken naar technische oplossingen om de fijnstofemissie te verminderen. Misschien leidt dit tot een nieuwe voorsprong waar bedrijven uit de periferie van de pluimveehouderij internationaal voordeel van kunnen hebben.”

Verbeterpunten voor Nederlandse pluimveehouderij

Ondanks een sterke internationale positie zijn er volgens De Heus en Wolleswinkel ook verbeterpunten voor de Nederlandse pluimveesector. De Heus: “Bedrijven in de periferie blinken bijvoorbeeld niet uit in samenwerking. Dat is iets wat ook wij ons moeten aantrekken. We zijn allemaal druk met het goed runnen van onze eigen bedrijven en vergeten daardoor over de schutting te kijken naar interessante zaken bij collega’s. Een voorbeeld van iets wat beter kan, is het uitwisselen van gegevens tussen verschillende ketenschakels. Doe je dat goed, dan kun je veel professioneler alle data rond een koppel analyseren. We benutten de snel toegenomen technische mogelijkheden nog onvoldoende.”

De Heus: “Bedrijven in de periferie blinken bijvoorbeeld niet uit in samenwerking. Dat is iets wat ook wij ons moeten aantrekken. We zijn allemaal druk met het goed runnen van onze eigen bedrijven en vergeten daardoor over de schutting te kijken naar interessante zaken bij collega’s.”

Mestverwerking

Ook mestverwerking is volgens De Heus een onderwerp waarbij onvoldoende kansen benut zijn. “In Nederland zijn we al tientallen jaren met mest bezig. Toch zijn er geen Nederlandse bedrijven wereldleider op dit gebied. Volgens mij heeft dat veel te maken met regelgeving en een remmende werking van overheidsbeleid. Dat is jammer, want het aanpakken van mestoverschotten is een thema dat ook in andere landen actueel wordt. Bijvoorbeeld in bepaalde regio’s van China.”

Onderwijs

Een randvoorwaarde voor een succesvolle pluimveesector is onderwijs. Dat kan volgens Wolleswinkel en De Heus beter. “De pluimveehouderij heeft voortdurend behoefte aan instroom van goed opgeleide mensen. Als het aanbod daarvan te klein is, missen bedrijven kansen. Pluimveehouderij lijkt soms wat ondergeschoven binnen de huidige agrarische opleidingsrichtingen. Dat is onterecht. De overheid zou zich meer met de kwaliteit van opleidingen moeten bemoeien. De kip is hard op weg om wereldwijd de belangrijkste diersoort te worden op het gebied van dierlijke productie. Dat moet ook het onderwijs zich aantrekken.”

Werken aan vasthouden goede positie pluimveehouderij

Het Dutch Poultry Centre (DPC) liet vorig jaar Bureau Berenschot de positie van de Nederlandse pluimveesector analyseren. DPC concludeert in het analyserapport dat het Nederlandse pluimveecluster zeer innovatief is, en een belangrijke toegevoegde waarde oplevert voor economie en werkgelegenheid. Om een goede internationale positie te behouden en verder uit te bouwen, is het volgens DPC nodig om:

  • in gesprek te blijven met de maatschappij om een goede balans te vinden tussen duurzaamheid, dierenwelzijn, en efficiëntie;
  • nog meer samen te werken binnen de pluimveesector. Onder meer het verzamelen en delen van gegevens kan beter;
  • de vlees- én eierproductie voor Nederland behouden. Een gelijker speelveld voor alle exporterende pluimveelanden is nodig;
  • te blijven innoveren. Investeren in onderzoek en onderwijs is daarbij nodig.

Laatste reacties

  • yongone

    En de boer hij ploegde voort

  • Almagro

    Bij al dat gekwaak van heren met mooie stropdassen hoeven ze wat mij betreft de komende jaren maar één ding centraal te stellen : het gezinsinkomen in de primaire sector .
    "voortrekkersrol, wereldwijd voorop lopen, voldoende grote omvang" Allemaal bullshit , loze kreten die slechts goed zijn voor de handel en de industrie inderdaad. En als bedrijven in de periferie gaan samenwerken dan weet de pluimveehouder wel wat dat gaat betekenen : nog minder marge voor de primaire producent.

  • new kids

    Sluit ik me volledig bij aan.

  • de kostprijs volgt de opbrengstprijs en omgekeerd. Inventiviteit wordt beloont. We hebben vrijheid van meningsuiting maar mogen hier niet zelf bepalen wat we eten. Met het jaar 2050 voor ons als zekerheid en de vraag of er 9 miljard mensen op de aarde zullen gaan komen staat de landbouw voor een interessante uitdaging. Het kan, maar dan moet de 'boeren' niet in de weg gelopen worden door verstikkende regelgeving.

Of registreer je om te kunnen reageren.