Pluimveehouderij

Achtergrond

‘Eigen opfok paste precies in ons plaatje’

Vader Karel en zoon Teun Vloet zijn geboren ondernemers. In relatief korte tijd breidden zij hun vleeskuikenouderdierenbedrijf uit, waarbij de koop van een opfokbedrijf de belangrijkste overname was.

“Mijn vader Leo had in Wanroij vroeger een stal met zo’n 6.000 vleeskuikenouderdieren”, vertelt Karel Vloet aan de keukentafel. “In 1986 zijn we in maatschapsverband hier op deze locatie een eindje buiten Wanroij begonnen met vleeskuikenouderdieren.” In 1989 besloot de maatschap een vergunningaanvraag voor 24.000 vleeskuikenouderdieren in te dienen. Ze kreeg de vergunning, en de eerste grote stal werd gebouwd. Daarna werd er iedere twee à drie jaar een stal voor vleeskuikenouderdieren bijgebouwd op de thuislocatie. Vanaf stal vier is de familie emissie-arm gaan bouwen. In stal vijf, die in 2002 is gebouwd, is een zichtruimte gemaakt in verband met de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). In totaal houdt de familie op de thuislocatie nu 33.500 moederdieren.

Perfect synchroniseren

In 2008 kocht de familie in Wilbertoord een vleeskuikenouderdierenbedrijf met 27.000 dieren aan. Inmiddels is daar anderhalve stal bijgebouwd voor 10.000 vleeskuikenouderdieren. “In totaal houden we in Wilbertoord nu 34.000 moederdieren”, aldus Teun, “Zo’n tweehonderd meter verderop zat echter een opfokker van vleeskuikenouderdieren die vanaf 2011 onze vaste opfokker werd. Dat bedrijf paste precies in ons plaatje. Tot ons geluk konden we dat opfokbedrijf in 2014 kopen.”

Nu fokt de familie op deze locatie de ene lichting vleeskuikenouderdieren op voor Wanroij en de andere lichting voor Wilbertoord. Hierdoor kunnen ze alle onderdelen van de opfok zoals enten, stalinrichting en eigen selectie toepassen, perfect synchroniseren met de vermeerderingstak van het bedrijf. Hierbij hoort ook het voorkomen van stress door gedurende lange periodes water ter beschikking van de dieren te stellen. Karel: “Als de kuikens twee weken oud zijn, beginnen we met kleine kuikens in een apart hok te zetten, tot ruim 10% van het hele koppel. Op week vijf pakken we alle hanen en hennen door de hand heen en selecteren we de 10% kleinsten uit, die weer in een apart hok komen, zodat ze kunnen worden bijgevoerd. Hierdoor hebben wij op week tien en zestien met enten veel minder kleine dieren. Vervolgens selecteren we op 20 weken tijdens het laden nog een paar honderd van de kleinsten uit, die we bij elkaar plaatsen in één vermeerderingsstal.”

In Wilbertoord rapen ze standaard meer dan 180 eieren per opgehokte hen, in Wanroij ongeveer hetzelfde aantal, soms iets lager. - Foto's: Dick van Doorn
In Wilbertoord rapen ze standaard meer dan 180 eieren per opgehokte hen, in Wanroij ongeveer hetzelfde aantal, soms iets lager. - Foto's: Dick van Doorn

De laatste jaren heeft de familie de inrichting van de oudere stallen flink vernieuwd. Ook de opfokstal in Wilbertoord wordt momenteel gerenoveerd. Teun: “Elk jaar investeren we. Dat is verstandig én je blijft up-to-date met je bedrijf”. De familie is in het kader van alle uitbreidingen overigens geen voorstander van afschaffing van de pluimveerechten. “Dat is voor ons niet zo gunstig, aangezien wij de afgelopen jaren iedere keer rechten hebben moeten bijkopen. En we vinden dat de rechten de markt enigszins in toom houden.”

Twee unieke voersystemen

In alle tien de vermeerderingsstallen heeft de familie oplierbare voerlijnen, vanwege het arbeidsgemak en optimaal management. In de meeste stallen wordt gewerkt met een sleepkettingsysteem. In de opfokstal is zowel het sleepketting- als voerpannensysteem oplierbaar. Teun: “Het sleepkettingsysteem bevalt echter beter, omdat de dieren het voer dan gelijkmatiger opnemen. Ook met het oog op een verbod van snavelkappen verwachten we hier voordeel van”. Verder is alles in de vermeerderingsstallen op afstand te bedienen via de Stienen 9200-klimaatcomputers. Bijzonder aan de vermeerderingsstallen is dat alle dieren voer hebben in drie minuten tijd. Karel: “Dat komt door het zogeheten klikovoersysteem dat wij gebruiken. Bij dit systeem zit per stal een dagvoorraad voer in de stal. In alle vermeerderingsstallen zitten in totaal drie hoppers per circuit. De hoppers worden iedere middag na het voeren gevuld”.

In Wilbertoord hebben de vermeerderaars een sleepketting als hanenvoersysteem langs de buitenmuur lopen. Deze wordt afgesloten door een pvc-buis. Het voersysteem hangt dusdanig hoog, dat het alleen voor de hanen toegankelijk is. ’s Morgens als de verlichting aangaat, gaan alle voersystemen lopen. Teun: “Op het moment dat de ketting vol zit met voer, gaat de pvc-buis omhoog en kunnen alle hanen eten. Daarbij draaien we de sleepketting door, totdat het systeem volledig is leeggevreten. We merken dat door ons ‘hanenvoersysteem’ met name de uniformiteit van de hanen beter is.”

82% uitkomst

De familie heeft in totaal tien hectare grond. Vandaar dat ze veel van haar mest moet afzetten. Karel: “Wij leveren aan DEP in Moerdijk, wat we overigens een heel goed initiatief vinden. Ze willen graag onze mest van categorie A en C.” De broedeieren gaan naar broedeierenhandel en -exporteur Haanstra, die levert aan landen over de hele wereld. De familie is tevreden, aangezien hun technische resultaten goed zijn. Het uitkomstpercentage is gemiddeld en meestal zo boven de 82%. Teun: “Dat kan echter nog hoger, volgens ons”.

Het uitkomstpercentage ligt gemiddeld boven de 82%. Teun: "Dat kan echter nog hoger, volgens ons."
Het uitkomstpercentage ligt gemiddeld boven de 82%. Teun: "Dat kan echter nog hoger, volgens ons."

De uitval is gemiddeld laag. Dat komt volgens de pluimveehouders met name door het synchroniseren en het zelf opfokken van de dieren. In Wilbertoord rapen ze standaard meer dan 180 eieren per opgehokte hen, in Wanroij ongeveer hetzelfde aantal, soms iets minder. Teun: “En hoe minder grondeieren, hoe beter natuurlijk. Wij doen er echt alles aan om grondeieren te voorkomen. Essentieel zijn het juiste klimaat, de juiste stalsysteem en de juiste opstelling in de stal. En dat komt zeer nauwkeurig.” De familie loopt twee à drie keer per dag door alle stallen en in de begintijd soms bijna onbeperkt. “Als er in de beginfase grondeieren blijven liggen, al moeten we tien keer door de stal om het ze af te leren, dan doen we dat.”

Volgens Teun gaat het om de finesse van afstemming. Ze werken met drinktorens, voorkomen schaduwrijke plekken en zorgen voor een zeer makkelijke route naar het nest. “We proberen stress in de opfok te voorkomen en laten de nesten op tijd open gaan. Verder hebben we veel verlichting in de scharrelruimte.” De familie voert de dieren aan het begin van de dag, omdat dit het beste past bij haar werkindeling. Verder zorgt ze voor vers water dichtbij het legnest. Teun gaat volgend jaar met zijn vriendin Rianne samenwonen bij het vleeskuikenouderdierenbedrijf in Wilbertoord.

‘Eigen opfok paste precies in ons plaatje’
Naam: Karel (52), Ethy (54), Teun (24, op de foto), Bart (26) en Anne (23) Vloet. Plaats: Wanroij (Noord-Brabant). Bedrijf: In totaal tien stallen vleeskuikenouderdieren, waarvan vijf in Wanroij en vijf in Wilbertoord. In totaal 70.000 vleeskuikenouderdieren. Het opfokbedrijf bestaat uit vier stallen met een capaciteit van 40.000 opfokdieren. Het uitkomstpercentage ligt boven de 82%. Gemiddeld rapen ze zo’n 180 eieren per opgehokte hen op 60 weken.

Of registreer je om te kunnen reageren.