Pluimveehouderij

Achtergrond

Overstap naar biologische opfok bevalt goed

Voormalig scharrelhennenhouder Arnold van der Borgh moest wennen aan het op een ander tijdstip uitvoeren van de werkzaamheden nu hij opfokker is. Toch zou hij niet meer anders willen.

Arnold van der Borgh (57) in het Gelderse Beneden-Leeuwen was altijd leghennenhouder. “Ik had altijd scharrelhennen op de beun. In juli 2012 ben ik echter overgestapt naar opfok van biologische leghennen, omdat ik in 2011 zeer slechte prijzen voor mijn scharreleieren kreeg.”

Hij vervolgt: “Rond 2011 werden de prijzen zo dramatisch slecht dat ik zelfs één heel jaar heb leeggestaan. Op het moment dat de laatste scharrelhen uit de stal was, heb ik mijn weilanden meteen aangemeld bij Skal. Ik had het idee om biologische leghennen te gaan houden.” Het liep echter anders.

Keuze voor biologische opfok

Van der Borgh had goede contacten met Ter Heerdt Kuikens en Hennen in verband met de jonge hennen die hij van dit bedrijf afnam. Eind 2011 werd hij benaderd omdat Ter Heerdt nog biologische opfokkers zocht. “Ter Heerdt vroeg of wij wellicht hiermee wilden beginnen. Omdat de prijzen voor zowel gangbare als biologische eieren op dat moment slecht waren, zeiden mijn vrouw en ik: we beginnen met biologische opfok van leghennen.”

De vrouw van Van der Borgh vond het echt leuk om de hennen goed op te fokken, met name de kuikens. Helaas overleed ze na 3,5 jaar samen dit werk met haar man te hebben gedaan.

NivoVaria-opfoksysteem

De omschakeling naar de opfok van biologische leghennen was wel een heel grote stap, volgens Van der Borgh. De stal moest onder meer helemaal worden omgebouwd. In de stal kwam het vernieuwde NivoVaria-opfoksysteem van Jansen Poultry Equipment. Een forse investering, volgens de opfokker. “Wel een ideaal systeem kan ik nu zeggen na een aantal jaren. Vooral ook omdat het systeem meegroeit met de kuikens.”

Het opfokken van de jonge leghennen is zijn lust en zijn leven voor Van der Borgh. Afleidingsmateriaal in de vorm van luzernebalen is overal in de stal aanwezig. - Foto's: Dick van Doorn
Het opfokken van de jonge leghennen is zijn lust en zijn leven voor Van der Borgh. Afleidingsmateriaal in de vorm van luzernebalen is overal in de stal aanwezig. - Foto's: Dick van Doorn

Waar hij ook aan moest wennen is dat de werkzaamheden als opfokker op heel andere momenten van de dag zitten dan als leghennenhouder. “Bij de opfok heb je ook meer piektijden. En een ander verschil is dat je bij de leghennen 16 uur licht hebt aan één stuk. Bij opfok werk je met andere lichtschema’s.” Het viel, na het wegvallen van zijn vrouw, overigens niet mee om alles rond te zetten. “En een volledig bedrijf met 60.000 opfokhennen én een nog naar schoolgaande dochter om voor te zorgen.”

Van der Borgh werkt met een strakke opfokbegeleiding. Als er iets is, schakelt hij meteen iemand in. “Onder andere Theo Jansen van Ter Heerdt heeft mij in die dagen enorm geholpen.

Jonge hen trainen

Ook wat betreft de verschillende fases in de opfok werkt Van der Borgh volgens een vaste routine. Vanaf de 10e dag doet hij de waterlijn omhoog. “En zie je deze klaptafels”, wijst de pluimveehouder in de stal aan. “Die gaan de eerste week omhoog om ze op te sluiten, zodat ze niet uit het systeem kunnen vallen. Vanaf nu, de tweede week, worden deze kleppen de oploop- en aanvliegplateaus. Bij de vorige NivoVaria-versie had je niet dit 8 centimeter hoge randje, waardoor de kuikens nog wel eens uit het systeem vielen. En probleem is dat ze de weg dan niet meer terugvinden. Nu, met dit randje, heb je daar geen last meer van.”

Na vijf weken zit alle watervoorziening bovenin het systeem. Van der Borgh: “En dat is belangrijk, want bij biologische leghennen zitten ook alle waterlijnen bovenin het systeem. Daar train ik ze dus in.”

Eind 2011 werd Van der Borgh benaderd omdat Ter Heerdt biologische opfokkers zocht.
Eind 2011 werd Van der Borgh benaderd omdat Ter Heerdt biologische opfokkers zocht.

Ook het voer zit in het NivoVaria-systeem op dezelfde plaatsen als bij een biologisch leghennenbedrijf. Ander punt is het op stok gaan. Als ’s avonds de lampen uitgaan, moeten echt alle hennen op stok zitten. Van der Borgh: “Dit moet je ze dus vanaf dag 1 leren.”

Uiteraard volgt de opfokker nauwkeurig alle entschema’s op. “Ik ent ze daarbij precies zoals de afnemer het wil hebben.” Bij de lichtschema’s werkt hij de eerste 14 dagen met blokken van 4 uur licht en 2 uur donker. Dit ook in verband met voldoende rust in de stal en ze wennen op deze manier goed aan het lichtschema.

Waar hij zeer scherp op is, is de controle van de vleugeluiteinden. “Ik check iedere dag of de vleugelveren aan de uiteinden nog gaaf zijn, anders is er namelijk sprake van pikkerij.”

Voeren in blokken

De voergift is tijdens de opfokperiode onbeperkt. De opfokker zorgt ervoor dat binnen 10 minuten alle dieren voer hebben. “Daarbij voer ik in blokken van 2 à 3 keer een gift achter elkaar, per dag. Reden hiervoor is dat de uniformiteit behouden blijft. Anders vreten de meest gulzige hennen het meeste.”

De voerlijn heeft overigens een voerketting. Als het nodig is, dan past Van der Borgh dingen aan, maar dat is volgens hem bijna nooit het geval. “Heel soms loopt er ergens iets vast en dan los je dit natuurlijk op. Is niet vaak het geval, uiteraard ook omdat dit systeem nog vrij nieuw is.”

Het ventilatiesysteem en de Holland Heater-kachels zijn computergestuurd. Voorheen werkte de opfokker bij de scharrelhennen met lengteventilatie, nu met nokventilatie. “Dit omdat je bij biologisch altijd natuurlijke ventilatie hebt; de ventilatoren zijn bij mij dus echt alleen ter ondersteuning.”

Van der Borgh checkt iedere dag of de vleugelveren aan de uiteinden nog gaaf zijn; anders is er sprake van pikkerij.
Van der Borgh checkt iedere dag of de vleugelveren aan de uiteinden nog gaaf zijn; anders is er sprake van pikkerij.

Voorheen werkte hij bij de scharrelhennen met het systeem TOS. Nu voert hij alle gegevens in in TIS, onder meer wekelijks de gewichten. Via TIS kan de biologische leghennenhouder vervolgens alles aflezen en ook de vorderingen zien; service van Ter Heerdt, volgens Van der Borgh.

In de 15e of 16e week komt degene die de biologische hennen afneemt altijd even kijken. “Ze komen altijd weer terug, dus waarschijnlijk doe ik het goed. Mijn afnemers willen ook graag dat ik ze opfok voor hen, dat zegt ook al genoeg.” Voorlopig heeft Van der Borgh geen uitbreidings- of aanpassingsplannen wat betreft zijn stallen.

Of registreer je om te kunnen reageren.