001_vervoersverbodsbords_ANP_272x181

Dossier vogelgriep

Terug naar dossier
Pluimveehouderij

Achtergrond

Pluimveesector tussen hoop en vrees

Het is nog steeds leven tussen hoop en vrees voor de pluimveesector. Zo omschrijft Eric Hubers, voorzitter pluimveevakgroep LTO/NOP, de vogelgriepsituatie richting het eind van dit jaar.

Ruim een maand na de eerste uitbraak, op 26 november in Biddinghuizen, is de rust voor de sector alles behalve wedergekeerd. Hoewel het virus zich tot zover niet tussen pluimveebedrijven heeft verspreid – met name voor de pluimveedichte gebieden een doemscenario – zijn er ondanks de vele maatregelen van overheid en pluimveehouders zelf toch om de paar dagen nieuwe gevallen, waarvan de jongste op Eerste Kerstdag in Zoeterwoude.

Aantal uitbraken

De teller staat inmiddels op negen uitbraken in vijf provincies. In totaal zijn negentien bedrijven geruimd, waarvan tien preventief, met ongeveer een half miljoen kippen, meer dan 220.000 vleeseenden, en 6.600 vogels van een handelaar.

Ook in Duitsland en Frankrijk blijft het aantal uitbraken rap oplopen. Een laatste update van de kaart die de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bijhoudt van onderzoek naar vogelgriep bij wilde vogels, laat zien dat het virus nu ook in midden Nederland opduikt, waaronder eind vorige week bij wilde vogels in Ede, maar dat er ook in Noord-Holland en Friesland gevallen bij blijven komen.

Onder pluimveehouders in de Gelderse Vallei heerst grote bezorgdheid nu het vogelgriepvirus overal opduikt. Samen met de Peel behoort de Gelderse Vallei tot de meest pluimveedichte regio’s van Nederland. Onder andere 30% van de biologische legpluimveestapel bevindt zich in het gebied. De Gelderse Vallei telt daarnaast veel gemengde bedrijven, waarop maatregelen extra impact hebben.

Die zorgen hebben mede te maken met ervaringen uit het verleden, schetst Barneveldse pluimveehouder Gina van Elten, tevens vice-voorzitter van LTO Gelderse Vallei. “In 2003 is een groot deel van de Gelderse Vallei geruimd. We hebben toen ervaren hoe snel besmettingen verder kunnen gaan”, zegt Van Elten. “Sinds die tijd zijn er meer pluimveebedrijven bijgekomen. Een heel groot verschil met 2003 is wel dat we toen niet voorbereid waren. Daar zijn lessen uit getrokken en maatregelen om genomen.”

Bedrijf hermetisch afgesloten

Van Elten heeft er moeite mee dat de afschermplicht die voor hobbypluimvee geldt niet door alle hobbydierhouders even goed wordt nageleefd. “Je ziet hier momenteel nog steeds hobbydieren buiten lopen.” Terwijl een besmetting bij hobbypluimvee grote gevolgen kan hebben voor pluimveehouders in de regio. Het eigen bedrijf van Van Elten is hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Op het erf komt niemand behalve voer- en eiertransporteurs, die de hygiëne strikt in acht nemen, en in de stallen komen om de dagelijkse werkzaamheden te verrichten alleen Van Elten en haar man zelf. “We zitten niet in waterrijk gebied, maar tegelijkertijd worden ook hier dode vogels gevonden.”

'Je kunt voor de huidige uitbraken geen draaiboek maken'

Er ligt geen ‘speciaal’ draaiboek klaar voor het geval er vogelgriep zou uitbreken in de pluimvee-intensieve gebieden, zoals de Gelderse vallei of de Peel. De gebieden zullen dan afgesloten worden, zodat er geen versleping kan plaatsvinden tussen de intensieve gebieden. “Je kunt voor de huidige uitbraken ook geen draaiboek maken”, geeft Hubers aan. “De huidige dreiging van vogelgriep komt door lucht en is afhankelijk van waar zieke, wilde vogels zijn.”

De overheid heeft nog wel verschillende middelen om desgewenst uit de hoge hoed te toveren. Het draaiboek biedt mogelijkheden om buffergebieden met beperkingen in te stellen, te regionaliseren zoals in 2014 gebeurde, grotere cirkels preventief te ruimen, of een opzetverbod in te stellen indien er besmetting is in een pluimveedichte regio.

Veel virusverspreiding mogelijk gemaakt

Het geval van vogelgriep dinsdag in het Duitse Kleve houdt de pluimveesector in Nederland, en vooral Oost Gelderland en Noord Limburg, wel in spanning. De ruiming in Kleve heeft te lang geduurd, zodat alle kalkoenen al dood waren voor de ruiming. Hierdoor is er veel virusverspreiding mogelijk gemaakt. Hubers heeft een duidelijke boodschap voor pluimveehouders: snel melding maken van afwijkende situaties in de stal.

“Tot nu toe kunnen we zeggen dat de biosecurity goed wordt nageleefd. We moeten dan ook doorgaan met wat we doen en het vooral snel melden als in de stal iets afwijkends wordt gezien. Als blijkt dat het toch geen vogelgriep is, maar een andere infectie, dan wordt het bedrijf binnen een paar dagen weer vrijgegeven. Mocht het wel vogelgriep zijn, dan is het toch onomkeerbaar en is het zaak voor de sector om zo snel mogelijk te ruimen.”

Mede geschreven door Kirsten Graumans.

Of registreer je om te kunnen reageren.