1 reactie

‘Trekkerfabrikanten terughoudend in vrijgeven data’

Elk mechanisatiebedrijf moet laagdrempelig en eenvoudig kunnen beschikken over de noodzakelijke informatie voor reparatie en onderhoud van verschillende trekkermerken. Fabrikanten zijn daar echter niet altijd open over en EU-procedures werken vertragend, zegt Jelle Bartlema.

In 2015 besloten de 16 landen die lid zijn van Climmar, op het jaarlijkse congres dat toen in Stockholm plaatsvond, unaniem om zich sterk te maken voor de rechten van onafhankelijke dealers en te strijden voor vrij toegankelijke informatie voor reparatie en onderhoud (ook wel RMI, de afkorting van Repair and Maintenance Information). Een standpunt dat haaks staat op wat trekker- en machinefabrikanten, verenigd in de Cema, graag zouden zien.

Inmiddels verschilt het ook weer per fabrikant hoe deze zich daarin opstelt. Sommige fabrikanten zijn er een stuk opener in (zoals New Holland) dan anderen (zoals John Deere). Dat zegt onze Deense RMI-specialist en lobbyist die de ISO-werkgroepbijeenkomsten rondom RMI namens Climmar bijwoont.

Recht op RMI-data

Strikt genomen zijn fabrikanten al sinds 1 januari 2016 verplicht om RMI-data vrij te geven voor alle nieuwe types. En sinds 1 januari 2018 geldt die regel voor alle nieuwe voertuigen. Dit is bepaald in de zogenoemde Europese Verordening 167/2013 en daarin staan ook uitzonderingen voor beperkte productie-aantallen. Elk mechanisatiebedrijf heeft volgens de Europese wetgeving dus al recht op RMI-data.

Tijdrovende ISO-procedure

Dat dat in de praktijk nog lang niet altijd zo is, enkele positieve uitzonderingen daargelaten, komt (mede) omdat het niet is gelukt om de Europese RMI-standaard EN 16944 goedgekeurd te krijgen door de EU. Een van de argumenten van de EU is dat de rechten van onafhankelijke dealers onvoldoende tot hun recht kwamen in de opgestelde RMI standaard. Als gevolg hiervan moest een ISO-procedure opgestart worden, en tja, dat gaat nog meer tijd kosten.

Tegelijkertijd neemt de noodzaak van vrij toegankelijke RMI data toe, want zoals ik al aangaf in mijn vorige blog, neemt het aantal A-dealers ofwel erkende merkdealers, af.

Meer universele dealers

Het aantal dealerbedrijven neemt echter niet per definitie af en hierdoor ontstaan meer universele, ofwel onafhankelijke dealers. Tegelijkertijd horen Climmar-leden vaak dat boeren en loonwerkers meer waarde hechten aan de professionele relatie met hun dealer dan aan de binding met een specifiek merk.

86% van de deelnemers geeft aan dat zij de dealer net zo belangrijk of belangrijker vinden als het product of merk

Iets dat John Deere (!) tijdens ons congres dit jaar onderbouwde met cijfers uit zijn klantenpanel: 86% van de deelnemers geeft aan dat zij de dealer net zo belangrijk of belangrijker vinden als het product of merk.

Grondig maar traag

Het is goed dat de uitwerking van de beschikbaarheid en de vorm van RMI-data is opgeschaald naar het niveau van een ISO-standaard. Dit geeft het enorme belang ervan aan, maar vertraagt tegelijkertijd de implementatie ervan. Zo kwamen er op het ontwerp-document maar liefst 356 opmerkingen die allemaal plenair moeten worden besproken. Er wordt volgens onze specialist dan ook al gesproken over het opsplitsen van de standaard in 3 delen.

Feit blijft dat formeel wettelijk gezien de RMI-data al een jaar lang vrijgegeven moet zijn

Het is vooral de vrijgave van data rondom Ecu’s en software waarover fabrikanten argwanend zijn. Veiligheid is hierbij het argument, maar ook de angst voor spionage, diefstal van intellectueel eigendom (steeds vaker software) en voor chip tuning door derden. Feit blijft dat formeel wettelijk gezien de RMI-data al een jaar lang vrijgegeven moet zijn.

Eén reactie

  • ed12345

    Er komt nog iets bij kijken namelijk dat merk dealers hun personeel regelmatig naar bijscholing(moeten) sturen om de nieuwe producten op de juiste manier herstellen en periodiek onderhoud doen

Of registreer je om te kunnen reageren.