Mechanisatie

Achtergrond 5 reacties

Drie Brabantse loonwerkers samen verder

De wereld van het loonwerk is sterk in beweging. Bedrijven zoeken nieuwe wegen. In Noordoost-Brabant sloegen drie loonbedrijven de handen ineen tot de nieuwe Loonwerkcombinatie Land van Cuijk & Maasduinen (LvCM). Ze bundelen hun krachten om de klant een breed dienstenpakket te kunnen bieden.

“We hadden al verkering, maar nu zijn we getrouwd”, constateert Rick Derks lachend aan tafel in het hoofdkantoor van de nieuwe Loonwerkcombinatie Land van Cuijk & Maasduinen in Haps. Hij werkte al langer samen met Peter van Iperen (Loonbedrijf Arts) en Eric Kuenen (Loonbedrijf Kuenen). Nu hebben ze hun samenwerking in een nieuwe vorm gegoten – niet helemaal een fusie, wel vergaande samenwerking, een soort huwelijk dus.

Iedereen zit met de rendabiliteit van de machines en de ontwikkeling in de markt

“Zo kan je het wel het beste omschrijven. Iedereen zit met de rendabiliteit van de machines en de ontwikkeling in de markt. Vanuit ons loonbedrijf ook. Daarom hebben we de samenwerking meer opgezocht.”

Eric Kuenen vult aan: “De agrarische werkomgeving is sterk aan verandering onderhevig. Dit heeft invloed op machinebezetting en nodige investeringen in toekomstige ontwikkelingen. Daarom zijn we ons aandachtsgebied gaan vergroten en zijn we ongeveer zeven jaar geleden gaan samenwerken met Derks.”

Peter van Iperen, algemeen manager, kreeg het idee voor deze vorm van samengaan in een nieuw bedrijf toen hij via de Cumela-studieclub in deze regio werd gevraagd een beeld te schetsen van de toekomst. “Ik zag de ontwikkelingen in andere sectoren en benadrukte dat we met samenwerken veel beter gebruik kunnen maken van elkaars expertise.”

Toekomstbestendig machinepark én personeelsbestand

De sfeer in het gebouw dat dienstdoet als hoofdkantoor, is ontspannen. Medewerkers met nog de oude logo’s van Derks en Kuenen op de bedrijfskleding, buigen zich samen over de nieuwe website van het bedrijf. Samen bouwen ze aan de nieuwe bedrijfswebsite. “Goed en betrokken personeel is belangrijker dan de machines op zich”, vertelt Peter. “Nieuwe ontwikkelingen en opleiding biedt personeel uitdaging om zichzelf te ontwikkelen en daarmee kunnen ze ook het bedrijf verder brengen.”

Goed en betrokken personeel is belangrijker dan de machines op zich

Om het machinepark toekomstbestendig te maken, werden de machines van de bedrijven bekeken om te bepalen welke machines het beste passen binnen de doelstellingen van het nieuwe bedrijf. Derks en Kuenen hadden al eens de keuze gemaakt voor John Deere. Rick: “Dit merk is wat ons betreft een voorloper in nieuwe technologieën. Daarnaast is het een full-liner, dus dat maakt dat alle machines goed met elkaar communiceren.” De mogelijkheden voor databeheer, gebruik van taakkaarten en de leeftijd van de machines speelden een belangrijke rol in de keuze welke machines werden verkocht of ingeruild.

Peter: “De machines van de loonwerkcombinatie zijn ondergebracht in een holding. Deze worden gehuurd door de loonwerkcombinatie of de grondverzettakken van Derks en Kuenen. Zo zijn de machines flexibel inzetbaar en krijg je inzicht in de rendabiliteit van de machines.”

Goede planning voor gunstiger prijs

Het bedrijf wil zich richten op het adviseren en meekijken met de klant. “Echt een partner aan tafel zijn in plaats van de loonwerker die je inhuurt en daarna weer naar huis stuurt”, zegt Rick. Dit maakt ook dat ze in gesprek kunnen gaan met het oog op planning. Een belangrijke factor om efficiënt te kunnen werken, vertelt Peter. “Capaciteitspieken afvlakken is kosten besparen en dat betekent ook weer een gunstigere prijs voor de klant. Dit kan je alleen doen door in gesprek te blijven met de klant en de planning centraal te regelen.”

De een verklaart ons bij wijze van spreken voor gek, terwijl de ander wel met ons aan tafel wil

Volgens Peter beseffen klanten dat de tarieven onder kostprijs, waar nu soms voor gewerkt wordt, niet vol te houden zijn. “Natuurlijk is er altijd een prijsdiscussie en profiteren mensen van goedkoop aanbod. Toch zijn ze blij met een stabiele factor die ook in staat is op langere termijn hun partner te zijn. Naast de bestaande klanten komen er nu nieuwe klanten naar ons toe die vragen of we eens bij ze langs willen komen, omdat ze benieuwd zijn naar wat we te bieden hebben.”

Toekomstvisie

De concurrentie heeft gemengde gevoelens bij de nieuwe samenwerking. “De een verklaart ons bij wijze van spreken voor gek, terwijl de ander wel met ons aan tafel wil om te kijken wat we in de toekomst voor elkaar kunnen betekenen. En misschien is dat in de toekomst ook wel een optie. Voor nu houden we het nog binnen deze drie bedrijven”, vertelt Peter.

Rick: “Het is moeilijk om tien jaar vooruit te kijken, maar je kan wel een doel stellen.” Dit doel is voor de loonwerkers helder: efficiënt gebruik van machines, kunnen investeren in nieuwe ontwikkelingen én een personeelsbestand van voldoende omvang om het werkplezier en de flexibiliteit te bieden dat hedendaags personeel verwacht van zijn werkgever. Hoe dit voor deze loonwerkcombinatie zal uitpakken, dat zal de tijd leren.

Cumela: specialiseren, uitbreiden of samenwerken

De wereld van de loonwerker is voortdurend in ontwikkeling. Innovaties, nieuwe wet- en regelgeving en de verandering in samenstelling en omvang van boerenbedrijven vragen flexibiliteit in de bedrijfsvoering van de loonwerker. Maar hoe ga je mee met je tijd, of loop je hierop vooruit?

Maurice Steinbusch van loonwerkers-brancheorganisatie Cumela houdt de veranderingen in de branche nauwlettend in de gaten. “Er is meer vraag naar de loonwerker als gesprekspartner. Naar loonwerkers die de vraag stellen: ‘Wat kunnen wij voor jou doen?’. Ze zitten steeds vaker bij de klant aan tafel. En dat is ook belangrijk, want zo kan je in gesprek blijven over de veranderingen in de sector en hierover een advies geven.”

Steinbusch ziet dat inmiddels veel loonbedrijven samenwerken en onderling machines en personeel ruilen of huren. “Men kiest vaak voor specialiseren, uitbreiden of samenwerken.” Ondanks de verandering van vraag binnen de sector, is er volgens Steinbusch absoluut een meerwaarde voor de loonwerker.

“Loonwerkers zijn flexibel inzetbaar en hun mechanisatiepark is vaak actueel. Dat is, ook met de veranderende wet- en regelgeving, van grote waarde. Daarbij is het met de hulp en het advies van loonwerkers mogelijk om eens te kiezen voor een ander gewas of andere techniek dan waar de klant bekend mee is. Je hoeft daarmee niet zelf alle kennis en de nodige machines in huis te hebben en het geeft je wel de mogelijkheid daar eens mee te experimenteren.”

Laatste reacties

  • farmerbn

    Minder concurrentie betekent hogere prijzen. Maar het ook te gek dat een loonwerker met een machine van 150.000 euro met veel dorst ,goedkoper per uur is dan een trekker-reparateur met een busje.

  • drikhend

    De prijs alleen is niet belangrijk goed advies goed werk en optijd zijn zaken die meestal meer opbrengen als voor minder geld snel veel werk verzetten . Denk alleen al bij kuil aanrijden wat niet goed gebeurt hoeveel voer verlies door broei en schimmel . En zo zijn er meer zaken die belangrijker zijn dan een wat lagere prijs .

  • Vhouder

    loonwerkers hier doen het er goed van

  • husky

    @Vhouder, kun je ze in de knip kijken? Betaald uit eigen zak of lease? als ze met goed nieuw spul komen zijn de tarieven zeker te hoog, komen ze met auwe meuk kunnen ze ophoepelen.

  • sjaakie

    Ja sterk verhaal daar moet het naar toe in de toekomst samen krachten bundelen om het machine park rendabel en prijstechnisch betaalbaar te houden ! Succes mannen !!!

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.