Mechanisatie

Achtergrond 14 reacties

Trekker op weg naar € 1.000 per kW

Trekkers worden steeds groter en mooier, maar ook duurder. De prijs is hard op weg naar € 1.000 per kilowatt. Kan dat nog wel uit?

De Agritechnica staat voor de deur. Ook duizenden Nederlanders zullen zich op ’s werelds grootste agrotechniekbeurs in Hannover vergapen aan blinkende nieuwe tractoren. Die zijn ongetwijfeld nog mooier en capabeler dan bij de vorige editie, maar ook nog kostbaarder. Sinds jaar en dag stijgt de trekkerprijs gestaag. Dat niet alleen, ook de prijs per kilowatt (kW) gaat omhoog, volgens vakblad Trekker met bijna 50% in 30 jaar. 30 jaar geleden was de vuistregel duizend gulden per pk, dat is nu duizend euro per kW. Kan dat nog wel uit?

Lees verder onder de foto.

Publiek tussen nieuwe trekkers op de vorige aflevering van de Agritechnica in Hannover in 2017. Meer over de Agritechnica 2019 in de speciale bijlage bij Boerderij. - Foto: Mark Pasveer

In Nederland worden trekkers in alle prijsklassen verkocht. Uit de verkoopcijfers blijkt duidelijk dat het zeker niet de goedkopere merken zijn die de ranglijsten aanvoeren. Trekkers worden steeds groter, zwaarder en vooral ook duurder. In de testen van Boerderij en Trekkerkomen ze regelmatig voorbij; trekkers met meer dan 300 pk (220 kW) met uitschieters richting 400 pk (294 kW). De aanschafprijzen gaan dan naar duizelingwekkende hoogtes van meer dan € 300.000. Met extra’s is dat moeiteloos nog met 10 tot 40% te verhogen. Ook trekkers van rond 130 pk (net geen 100 kW), hebben al een vanafprijs van meer dan € 100.000.

Prijs per kilowatt in 30 jaar 50% gestegen

De bruto-aanschafprijzen van trekkers uitgedrukt in € per kW is in de afgelopen 30 jaar met circa 50% gestegen. Dat blijkt uit een vergelijking van gemiddelde brutoprijzen en vermogens per testperiode van vijf jaar in de database van Trekker.

In de eerste testjaren van Trekker lag de bruto-aanschafprijs van trekkers op zo’n 1.050 gulden per pk maximaal motorvermogen, een vuistregel die lang in de praktijk werd aangehouden, dat komt overeen met ruim € 650 per kW. De prijs per kW is vooral in de laatste tien jaar opgelopen en lag in de laatste periode van vijf testjaren gemiddeld op ruim € 950, omgerekend 1.540 gulden per pk. Het ziet er naar uit dat prijsstijgingen in de eerste jaren deels werden gecompenseerd door de toegenomen vermogens. De versnelde prijsstijging in de afgelopen jaren is te verklaren door steeds meer techniek aan boord van de trekkers, gestegen grondstofprijzen en steeds meer veiligheidseisen.

Hogere aanschafprijs betekent hogere kosten

De steeds hogere aanschafprijzen wekken meer dan eens verbazing op. Uiteindelijk moeten die kosten wel terugverdiend worden. Door loonwerkers en door boeren. Het naslagwerk voor begrotingen in de landbouw, Kwin, noemt € 93.600 als gemiddelde aanschafwaarde voor een trekker van 90 tot 100 kW (rond 130 pk). De spreiding is van ruim € 55.000 tot € 108.000.

Bij afschrijven in tien jaar met een restwaarde van 10% is de jaarlijkse afschrijving dan 9%. Dat komt neer op € 8.400 per jaar voor de gemiddelde nieuwe trekker. De hoogste en laagste afschrijving komen neer op respectievelijk € 4.950 en € 9.750 per jaar.

In toenemende mate speelt ook beschikbare arbeid een rol

Bijkomende kosten zijn volgens Kwin rente (norm 1,9% van de aanschafwaarde), 3% voor onderhoud, 1% voor verzekering en 1% voor stalling. Samen afgerond 7% van de aanschafwaarde. Voor de trekker van € 93.600 komt dat neer op € 6.550. De spreiding is dan van € 3.850 tot € 7.560. Het verschil in afschrijving en bijkomende kosten komt uit op ruim € 8.500 voordeel voor de trekker met de laagste aanschafwaarde.

Leasen van trekkers en andere machines is daarbij de afgelopen jaren fors toegenomen. Uiteindelijk moeten de leasetarieven ook betaald worden door de klant van de loonwerker of door de boer die zijn trekker heeft geleaset.

Minder brandstof en arbeid

De hogere vaste kosten kunnen gecompenseerd worden door lagere variabele kosten, zoals die voor brandstof. Op basis van 600 draaiuren per jaar en een gemiddeld brandstofgebruik van 20 liter à € 1,25 per uur komen de totale brandstofkosten (alleen voor diesel) uit op € 15.000 per jaar. 10% minder verbruik komt dan neer op € 1.500.

Voor loonbedrijven vormen brandstofkosten een groter aandeel in de totale kosten, omdat een loonwerktrekker doorgaans veel meer uren draait. De vaste kosten worden dan over meer draaiuren verdeeld. Bij 1.500 uur tikt een 10% lager brandstofverbruik harder door.

In toenemende mate speelt ook beschikbare arbeid een rol. Het wordt voor loonwerkers, en in zekere zin ook voor boeren, steeds moeilijker om voldoende goed personeel te vinden. Dat krijgt steeds meer invloed op de afweging en is een verklaring voor steeds grotere machines met meer capaciteit.

Lees verder onder de foto.

Trekkers van meer dan 400 pk worden ook in Nederland verkocht. Op de foto zijn een Fendt 1050 en een Fendt 939 aan het diepploegen. - Foto: Michel Velderman
Trekkers van meer dan 400 pk worden ook in Nederland verkocht. Op de foto zijn een Fendt 1050 en een Fendt 939 aan het diepploegen. - Foto: Michel Velderman

Fiscale afwegingen

Door de grote verschillen in omzet en winst tussen bedrijven kan er een groot verschil zijn tussen de uiteindelijke nettokosten van trekkers en machines na aftrek van fiscaal voordeel. Een hogere aanschafprijs kan deels afgevlakt worden door fiscale voordelen. Afschrijvingen en de overige kosten voor machines zijn aftrekbare kosten die de fiscale winst verlagen. Dat fiscale voordeel kan verschillen tussen bedrijven, onder meer doordat bedrijven met hogere winsten doorgaans in een hoger belastingtarief vallen. Na belastingaftrek zijn de nettokosten op een bedrijf met de hogere winst dan lager.

Juist bij de aanschaf van een trekker speelt meer dan koele berekening

Naast de reguliere investeringsaftrek zijn er tal van investeringsregelingen gericht op milieu en energiebesparing, zoals de Energie-investeringsaftrek, Milieu-investeringsaftrek (MIA) en willekeurige afschrijvingsregeling Vamil. Voorbeeld: een Mia-aftrek van 36% (het hoogste percentage) leverde voor een trekker van € 100.000 een fiscale aftrekpost op van € 36.000, bij het hoogste belastingtarief van 52% komt dat neer op een voordeel van € 18.000. De regelingen voor energiezuinige en milieuvriendelijke trekkers en andere machines zijn inmiddels wel sterk afgebouwd. Een compleet overzicht is te vinden op de website van RVO.nl.

Minder verkocht, groot marktaandeel voor vijf grootste merken

In Nederland zijn in 2018 ruim 2.820 trekkers verkocht volgens cijfers van brancheorganisatie Fedecom, 5% minder dan in 2017.


New Holland was in 2017 met 601 trekkers goed voor een marktaandeel van 20% op de voet gevolgd door John Deere met 591 trekkers en eveneens 20% marktaandeel. De derde plaats is voor Fendt met een marktaandeel van 14%.
De top 5 is in Nederland goed voor ruim driekwart van de trekkermarkt en dat zijn allemaal merken van de drie grote concerns die wereldwijd de dienst uitmaken. De trekkermarkt is de laatste jaren redelijk stabiel, maar wel duidelijk kleiner dan tien jaar geleden. De huidige aantallen verbleken sowieso bij de aantallen van meer dan 10.000 trekkers die in de jaren zeventig van de vorige eeuw jaarlijks werden verkocht.


In Europa nam de trekkerverkoop in 2018 met 12% af en kwam uit op 177.000 stuks. In de EU is John Deere marktleider, gevolgd door New Holland en Case IH + Steyr. Het grootste ‘budgetmerk’ is Zetor dat in 2018 met 1.355 afgezette trekkers in de EU goed was voor minder dan 1% marktaandeel.

Eigen afwegingen doorslaggevend

Loonwerkers zullen sowieso goed rekenen aan de kosten van machines, misschien wel beter dan boeren. Onnodige luxe kan de loonwerker in een concurrerende markt niet doorberekenen. Die duurdere trekker kan echter misschien toch uit als hij door optimale inzet lagere uurkosten geeft dan het goedkopere model.

Voor een boer liggen de afwegingen meestal net iets anders. Overcapaciteit kost geld. Maar als je dankzij dat dure beetje extra toch net op tijd kunt oogsten, zijn de meerkosten misschien weer terugverdiend. Beschikbare arbeid moet je ook meewegen. Een dure machine kost geld als hij niet optimaal benut kan worden door tijdgebrek van de boer, zeker als om die reden alsnog de loonwerker moet komen. Zaken als voorkeur voor een merk en dealer en gebruiksgemak spelen ook een rol.

Kan het uit, die steeds duurdere trekker? Er bestaat niet een antwoord op die vraag. Daarvoor zijn de situaties te verschillend. En, last but not least, juist bij de aanschaf van een trekker speelt meer dan koele berekening. Daar komen ook smaak en emotie bij kijken.

Laatste reacties

  • pinkeltje

    Bakje Frites op Oudenaarde (B) afgelopen september 2 bonnetjes. 4 bonnetjes voor 10 Euro. Rekent u even mee hoeveel guldens dat is voor een patatje waar maximaal anderhalve aardappel in zit? Wat kostten de aardappelen 30 jaar geleden en wat betaalde je aan de kraam toen voor een frietje? Dan valt de prijs van de trekkers wel mee. Levensduur van de trekkers is inmiddels ook verdubbeld. In 1976 10 procent rente op je spaarrekening en de grondprijs explodeerde naar 50.000 gulden per hectare! Kortom, verhoudingen zijn totaal anders komen te liggen waardoor vergelijken ook erg lastig is. En dan hebben we nog de leuke bijkomstigheid van de bruto-netto prijsstelling van trekkers.

  • Gat

    Levensduur verdubbeld? Mhwa ik wil ze over 30 jaar nog wel zien rond rijden. En bij welke onderhoudskosten. Als ik hoor dat sommige voor grote beurt laten uitvoeren bij abemec. Een fendt van 160 pk. Daar gewoon 4500 euro kwijt zijn. Tsjah en heb dat van enkelen meer gehoord. Die waren wel genezen. Voor 4500 euro kan ik er wel 2 keer de koppeling voor eruit rijden.

  • deB.

    Fendt gaan rijden, schijnheilig je mond houden, opgeven over de trekker, ondertussen je porto leeg tot op de bodem.... Schijt trekkers

    Het kan never never nooit uit

  • koestal

    patat is duur voor een beetje aardappel.

  • massy

    Het is dat je ze kan lease anders reden er een stuk minder nieuwe trekkers en als ze op alle geleasede trekkers een grote L zetten reden er ook een stuk minder.en als we ze af zouden moeten tikken werden er wel wat kleinere trekkers gekocht.

  • pinkeltje

    En als je leased dan wordt het opeens goedkoper? De leasemaatschappij als filantropische instelling?

  • Zo'n Fend voor de diepploeg is een stuk comfortabeler voor de bestuurder dan een bulldozer!

  • hmeindertsma

    Dat fiscale voordeel verhaal klopt volgens mij niet, Er is geen gangbare trekker die in de 36% mia regeling valt (elektrische shovel zou wel kunnen) en ten tweede je kan wel in de 52 % belastingschaal zitten dan nog is het maar 27% waarmee je je belasting verlaagd.

  • farmerbn

    Het is misgegaan met het noemen van 1000 gulden per pk. Had je vroeger al het werk gedaan met een 100 pk trekker, nu rijden we rond met 160 pk (voor bijna hetzelfde werk zoals ploegen met vijfschaar, inkuilen met opraapwagen enz). Had die vroegere trekker een 100 liter brandstoftank voor één dag werk, nu is dat 250 liter. Die moderne 160 pk trekker kost 160.000 euro terwijl die oude 100 pk trekker er maar 45.000 euro kostte. Zijn we er weer allemaal ingetrapt bij die snelle verkopers.

  • l coumans

    Maar ja ,ik kocht in begin van dit jaar een spiksplinter nieuwe trekker voor net geen 250 euro per kw ,maar heb er ook geen gladde praatjes bij gekregen

  • pinkeltje

    Je kunt nog steeds een trekker van 100 pk kopen, dat bepaal je zelf. Succes met je 5-schaar!

  • WGeverink

    De computer houdt er mee op lang voor de rest van de trekker versleten is. Zelfs op sommige nieuwere trekkers zorgt de computer al voor koppijn bij de eigenaren. Het maakt niet uit of de rest van de trekker veertig jaar mee kan. zonder de computer doet ie het niet of gebrekkig. Mischien is het leasen nog niet eens zo verkeerd. De lease is aftrekbaar en je rijdt weer wat nieuws voor de trekker problemen gaat geven...

  • farmerbn

    Ja maar dat nieuwe trekkertje met drie cylinders trekt niet zo goed dan die oude 956.

  • Gerjo-Kompier1

    Als je over een lange periode vergelijkt, moet je wel rekening houden met de tijdswaarde van het geld. De inflatie in de periode 1990 - 2018 is 77% / munt 44% van waarde kwijtgeraakt (bepaald uit CPI cijfers van het CBS), oftewel een gulden van 1990 is evenveel waard als 0,80 euro in 2018. Dan is de koopwaarde per kW of PK zelfs gedaald. De hogere uitgave zit hem vooral in de grotere capaciteit van de machines.
    Helaas is de beloning voor onze landbouw producten in deze periode over het algemeen niet gecompenseerd voor de waardedaling van het geld.

Laad alle reacties (10)

Of registreer je om te kunnen reageren.